Laatste nieuwtjes


Terug naar de
startpagina

Volgende artikels zijn consulteerbaar:

Verblijfsaccommodatie kan niet in natuurpark Zwin   Dagvlinders blijven achteruit boeren  
VOC Oostende zoekt dierentransporteurs    Gezocht: poeleninventariseerder   
Verkaveling Puienbroek    Mag (kan) natuur nog natuur zijn?  
Regering mildert besparingen in milieusector   Boer en natuur
Besparingen in de milieusector Samen leven met de vos
Trage wegen in en rond Tielt   Gratis DVD "Meeuwen"
Zeevonk    Burgemeester controleert zwaluwnesten 
Bijen en hommels in nood  Persbericht: Standpunt over voetbalstadion
Vals beeld over Schipdonkkanaal  Dieren onder de wielen    
Groene gordel van Brugge weldra verleden tijd  Natuurpunt inZICHT schrijft open brief aan de Vlaamse regering‏  
NP, BB en BBL zeggen neen tegen Schelde-Seine-West Impact windturbines op vogels 
Zeegegevens beschikbaar in Google Planning windmolenparken in zee  
Ecodriving   Marter-netwerk
Nieuws van het sternenschiereiland   Persbericht natuur - visserij 
Natuur-forum.be  WMF persmededeling m b t nitraatvervuiling
Klein Appelmoes - groot natuurverdriet De opmars van exoten
Natuurpunt dient klacht in  Cursus ecologische siertuin
Electrabel engageert zich met Natuurpunt... Handleiding paddenstoelendeterminatie
Zwaluwenreglement Brugge CD-ROM: Natuur en landschap van Damme

Klik op bovenstaande titel om naar artikel te gaan.

Steeds actuele TV gids over (natuur)wetenschappelijke documentaires op

noorderlicht.vpro.nl/wetenzap


Dagvlinders blijven achteruitboeren

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) heeft, in nauwe samenwerking met de Vlinderwerkgroep van Natuurpunt vzw en Prof. Hans Van Dyck (UCL), een nieuwe Rode Lijst van de dagvlinders in Vlaanderen opgesteld. Rode Lijsten geven aan hoe groot de kans is dat een soort zal uitsterven in Vlaanderen. Dit gebeurt op basis van objectieve en internationaal aanvaarde criteria van de International Union for Conservation of Nature (IUCN).

De nieuwe lijst leert ons dat er van de 67 soorten die sinds het begin van de vorige eeuw in Vlaanderen voorkwamen er ondertussen 19 zijn uitgestorven, 18 soorten in gevaar zijn en 7 bijna in gevaar. De resterende 23 soorten beschouwen we als momenteel niet in gevaar. Met 66% van alle soorten in gevaar en/of uitgestorven scoort Vlaanderen ongeveer even slecht als Nederland (68%) en net iets slechter dan Wallonië (61%).

Deze conclusies trekken we op basis van 800 000 gegevens verzameld tussen 1830 en 2010. De grote meerderheid van deze gegevens is afkomstig van vrijwilligers, die hun waarnemingen ingaven op de website waarnemingen.be. Met behulp van deze schat aan gegevens kunnen we niet alleen nagaan waar welke soorten momenteel voorkomen in Vlaanderen, maar ook hoe hun verspreiding in de laatste 10 jaar veranderd is, twee belangrijke criteria bij het bepalen van de uitsterfkans van een soort.

De Lage Landen worden niet voor niets de vlinder-onvriendelijkste regio van Europa genoemd. In vergelijking met de Rode Lijst uit 1999 zet de negatieve trend zich voor heel wat soorten verder: 4 soorten zijn uitgestorven tussen 1994 en 2003 en maar liefst 12 soorten doen het slechter in vergelijking met de vorige Rode Lijst. Vooral soorten uit heiden (bv. de heivlinder), bloemrijke graslanden (bv. de veldparelmoervlinder) en grote bossen (bv. de rouwmantel) blijven achteruitgaan. Opvallend is ook de sterke achteruitgang van enkele voorheen algemene soorten zoals de argusvlinder en de citroenvlinder. De oorzaken van hun voortdurende achteruitgang zijn vooral vermesting, een afname van het aantal bloemen en de steeds verdergaande versnippering van het Vlaamse landschap. Mogelijke herstelmaatregelen zijn het behoud van grote, goed met elkaar verbonden natuurgebieden. Daarnaast is een natuurbeheer dat rekening houdt met de ecologische eisen van dagvlinders en het verbeteren van de algemene milieukwaliteit ook van groot belang voor het beschermen van dagvlinders in het bijzonder en de biodiversiteit in het algemeen.

Er is niet alleen slecht nieuws: 9 soorten doen het beter dan een tiental jaren geleden. Het kaasjeskruiddikkopje heeft zelfs op eigen kracht Vlaanderen gekoloniseerd vanuit het zuiden. Voor deze vrij mobiele soorten is de biotoopkwaliteit lichtjes verbeterd (vooral voor enkele bossoorten), maar ook de warmere jaren hebben recent gezorgd voor een vooruitgang van enkele warmteminnende soorten zoals de kleine parelmoervlinder en het bruin blauwtje.

Op vraag van het Agentschap voor Natuur en Bos, en in nauwe samenwerking met Natuurpunt en Prof. Hans Van Dyck is het INBO momenteel soortbeschermingsprogramma’s aan het opstellen voor de bruine eikenpage, de argusvlinder en de heivlinder… drie van de meest bedreigde soorten in Vlaanderen.

Contact:
Koen Van Muylem, woordvoerder INBO, 02/525.03.31 of 0473/81.49.28,
Dirk Maes, onderzoeker INBO, 02/525.02.72 of 0498/54.59.71

Terug naar overzicht artikels


Verblijfsaccommodatie kan niet in natuurpark Zwin

De volledige natuurbehoudsector in Vlaanderen kant zich tegen de plannen om in het Provinciaal natuurpark Zwin de mogelijkheid tot overnachting te voorzien, zogezegd onder het mom van een ecohotel voor het verblijf van groepen. Bij het gemeentebestuur Knokke-Heist spreekt men zelfs simpelweg van een ‘jeugdhotel’. De volledige omgeving van het natuurpark is een van de laatste grotere, aanééngesloten natuurgebieden in de regio en ook een van de laatste gebieden die echt als stiltegebied kunnen fungeren. In de kern van het beschermde gebied logiesfunctie voorzien, betekent een aantasting van de draagkracht van deze natuur.

Verblijfsaccommodatie hoort niet thuis in de kern van natuurgebied
Verblijfsaccommodatie onder welke vorm ook hoort niet thuis middenin een beschermd natuurgebied. Het volledige gebied is Reservaat- of Natuurgebied op de gewestplannen en bovendien ook nog eens Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. Verblijfsrecreatie binnen een dergelijke bestemming is dan ook niet wenselijk en eigenlijk ook niet mogelijk zonder inbreuk te plegen op de wettelijke bescherming die het volledige gebied geniet en ook verdient. Een bestemmingswijziging is hier zeker onaanvaardbaar.

In het Provinciaal Natuurpark Zwin een zogenaamd ‘ecohotel’ realiseren, betekent opnieuw de weg openen voor de bouwpromotoren om daar in een enclave middenin een beschermd natuurgebied, een project te realiseren dat de aanwezige natuur als meerwaarde voor hun verkoop uitbuit.. Een duidelijk precedent is de site van de oude Swimmingpool waar men omwille van een nog aanwezig restaurant een dagrecreatiezone behouden heeft en het eensklaps omgezet heeft in woongebied. Naar onze bescheiden mening ook de achterliggende gedachte bij de realisatie van een logiesverstrekkende functie bij bepaalde belanghebbenden. Het feit dat het gemeentebestuur de grootste vragende partij is en haar financiële bijdrage aan het bezoekerscentrumproject zelfs koppelt aan de realisatie van de verblijfsaccommodatie spreekt boekdelen voor hetgeen waar men eigenlijk naar toe wil.

Voldoende draagkracht voor de natuur vereist een goede ruimtelijke ordening
Vanuit de natuurbehoudsector zijn we helemaal niet tegen ecotoerisme, alleen dient het te gebeuren binnen het correcte ruimtelijke kader en mag dit op termijn niet kunnen leiden tot een misbruik van onze natuurgebieden.

Men wil met de inrichting van het Provinciaal natuurpark Zwin en de bouw van een modern bezoekerscentrum opnieuw het bezoekersaantal opkrikken tot het grote aantal bezoekers van weleer en zelfs meer. Men hoopt zelfs op zo’n 350.000 bezoekers per jaar, waar dit op heden amper een kleine 100.000 bedraagt. Op zich is hier niks op tegen mits de voorwaarde dat men de nodige maatregelen neemt om de draagkracht van het natuurgebied te vergroten, zodat dit gebied de extra toeristische druk aan kan zonder dat de ecologische waarden van dit gebied hier onder lijden. Dit doe je enkel door je aanééngesloten gebied te vergroten. Het gebied verder versnipperen door verblijfsaccommodatie in de kern van je natuurgebied te realiseren, is dan ook een bijzonder slecht idee.

De negatieve gevolgen van verblijfsaccomodatie in het natuurgebied zelf
Om een ecohotel uit te baten, dient een privé-uitbater ingeschakeld. Dit houdt in dat het hotel ook steeds winstgevend zal moeten zijn. In tegenstelling tot wat beweerd wordt, zal binnen de kortste tijd dus blijken dat enkel met natuureducatieve groepen de zaak niet zelfbedruipend is, laat staan winstgevend en het zogezegde ‘ecohotel’ zal moeten opengesteld worden voor een breder publiek. Bij het gemeentebestuur spreekt men nu zelfs reeds over een ‘jeugdhotel’. En zeker tijdens de zomermaanden zal het hotel bij gebrek aan groepen uitgebaat worden als een gewoon hotel. M.a.w. binnen de kortste tijd heb je een gewoon hotel middenin natuurgebied, terwijl zelfs een ecohotel hier niet thuishoort. En dit met alle gevolgen vandien, zoals nachtlawaai, lichtvervuiling, terwijl dit een van de laatste stiltegebieden in de regio zou moeten zijn.

Bovendien zijn deze factoren enorm nadelig voor de ecologische potentie van het natuurgebied en zullen zij automatisch leiden tot een daling van de natuurwaarden. Verblijfsaccommodatie hypothekeert de huidige ecologische potentie van het natuurgebied enorm. Bovendien zal niemand de handhaving kunnen verzekeren.

Les nog steeds niet geleerd
Het is ten andere totaal onbegrijpelijk dat men vanuit het bevoegde ministerie verantwoordelijk voor natuurbehoud niet onmiddellijk negatief advies geeft voor een dergelijk project, maar het zelfs mede onderschrijft. De verblijfsvoorziening in dit natuurgebied is een project dat sowieso uit de hand loopt.

En dit terwijl onze biodiversiteit nog steeds verder afneemt. In elk geval zal een uitgebreid MER-onderzoek noodzakelijk zijn, indien men vanuit de politiek blijft opteren om in het natuurgebied zelf verblijfsaccommodatie te realiseren.

De alternatieven
Vanuit het natuurbehoud hebben we evenwel niets tegen een ecohotel. Alleen moet het ingeplant worden in de juiste ruimtelijke context, nl. waar op heden effectieve bebouwing toegelaten is. Dus zonder verdere aantasting van de openruimtegebieden in de regio en zonder nadelige gevolgen voor de natuur zelf en haar ecologische draagkracht.

En er zijn geschikte plaatsen net aan de rand van het ruimtelijk beschermde duingebied, nl. de site van de voormalige vlindertuin en het vlinderhof, òf de site van de rijkswacht en het oude schooltje op de Rijkswachtlaan. Daar heeft men evengoed het voordeel dat men zich onmiddellijk in het natuurgebied kan begeven, maar zonder de logiesfunctie het aaneengesloten gebied verstoort.

Er zijn dus duidelijk andere opties mogelijk zonder dat de draagkracht van het natuurgebied en één van de laatste stiltegebieden in West-Vlaanderen verder aangetast wordt. De natuurbehoudsector in Vlaanderen zal dan ook geen enkel middel onbenut laten om de verblijfsaccommodatie in het natuurgebied tegen te houden.

Natuurpunt Brugs Ommeland
Westvlaamse Milieufederatie
Natuurpunt afd. Knokke-Heist
Natuurpunt Kustwerkgroep

Terug naar overzicht artikels


Poelen inventariseerders gezocht

Het Regionaal Landschap Houtland zoekt vrijwilligers die één van de 100 nieuw uitgegraven poelen willen bemonsteren:

* 2 x bemonsteren naar amfibieën (fuiken in combinatie met visuele waarneming)

* 1 x bemonstering naar indicatoren van biologische waterkwaliteit (schepstaal nemen en onderzoeken op aanwezigheid van macro-invertebraten) + monitoren van oeverbegroeiing 

Per poel wordt een vrijwilligersvergoeding van 30.84 € voorzien. Daarnaast wordt de vrijwilliger verzekerd tegen ongevallen. Er is geen aparte km-vergoeding.

Geïnteresseerd? We zoeken naar een poel/poelen in je buurt.

 Neem contact op met Pauwel Bogaert 0496/59.61.25 of Leen Herrewyn 0497/80.18.86 (vanaf april).

http://www.rlhoutland.be/project.php?nr=15

Terug naar overzicht artikels


VOC Oostende zoekt dierentransporteurs

(vooral regio Knokke, Blankenberge)

Bent u niet bang om de handen uit de mouwen te steken? Bent u een echte dierenvriend(in)?
Ontdek de wondere wereld van onze wilde dieren en word één van onze trouwe vrijwilligers!

Over heel de kust worden vogels en wilde dieren het slachtoffer van verkeer, zijn ze ziek, verweesd of besmeurd met olie. Het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in Oostende zoekt mensen die deze dieren gratis met eigen vervoer kunnen brengen naar het Opvangcentrum, of eventueel naar een tussenstation bij de lokale politie (hoe dichter bij Oostende, hoe beter).

U bepaalt zelf welke regio u op zich wil nemen en u beslist ook zelf of het mogelijk is om het dier te brengen of niet. Hoe meer transporteurs per regio, hoe meer de oproepen kunnen verdeeld worden.

Enkele regio’s vormen momenteel een probleem omdat we daar erg weinig transporteurs hebben. Het gaat o.a. om Knokke-Heist, Zeebrugge en Blankenberge. Uit deze regio’s krijgen we bijzonder veel oproepen, maar door een tekort aan transporteurs geraken deze dieren in nood niet altijd even snel in ons Opvangcentrum.

Op die manier kunnen de medewerkers in het centrum zich volledig concentreren op de verzorging van de vele dieren in het centrum. Jaarlijks krijgt het VOC Oostende meer dan 3000 wilde dieren binnen. Bijna 60% van de dieren kan terug gelost worden in de vrije natuur.

Maar hoe gaat dit systeem eigenlijk in zijn werk?

Wanneer één van onze medewerkers een oproep krijgt dat er een dier in nood is, dan wordt, afhankelijk van de regio, een transporteur opgebeld. Deze brengt dan, in de loop van de dag (maar liefst zo snel mogelijk), het betrokken dier naar het Opvangcentrum.  Zo kan het diertje de gepaste verzorging ondergaan.

Is dit iets voor u? Komt u toch dagelijks voor uw werk richting Oostende? Of wenst u meer informatie? Neem dan contact op met:

Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende
Nieuwpoortsesteenweg 642
8400 Oostende
Voc.oostende@vogelbescherming.be 
059/80.67.66

Terug naar overzicht artikels


Mag (kan) natuur nog natuur zijn?

 Norbert Desmet en Rik Desmet

 Het al dan niet openstellen van natuurreservaten kwam eerder in Meander al aan bod (januari 2006). Uiteraard mogen reservaten geen gesloten vestingen zijn, voorbehouden voor de geprivilegieerde happy few. Uiteraard moeten mensen kunnen proeven en genieten van en in de natuur. Tegelijk zou die natuur ook nog het recht moeten hebben natuur te zijn, een moeilijke evenwichtsoefening. Rond dit thema verschenen de laatste maanden een aantal interessante bijdragen in diverse tijdschriften waarvan we graag een overzicht geven. We maken van de gelegenheid gebruik om er hier en daar ook wat bedenkingen en vragen aan te verbinden.

In ‘De Levende Natuur’ van mei 2010 verscheen: ‘Natuurbescherming verwordt tot pretparkbeheer’ van J. De Raad, G. Ouweneel en R. Bijlsma. Deze laatste publiceerde eerder ook al bijdragen rond verstoring door recreatie (De Levende Natuur, september 2006).

Er is dan wel meer vrije tijd en mobiliteit maar anderzijds steeds minder natuur. De natuur is er bovendien, daar laten diverse rapporten geen enkele twijfel over bestaan, erg slecht aan toe. Je zou dan verwachten dat men een tandje bijsteekt om die natuur te beschermen. Volgens de auteurs is het tegendeel echter waar: natuurgebieden worden aan de man gebracht als decor voor mensen. “Het primaire belang van natuurorganisaties lijkt intussen meer te liggen bij de bescherming en uitbreiding van ledenaantallen, de koestering van mensenwensen en het (laten) maken van afwegingskaders, verkenningen, visies (…) dan bij het beschermen van de natuur”. Nochtans bestaat er voldoende literatuur over de invloed van menselijke verstoring op planten en dieren maar wordt die blijkbaar genegeerd. “Natuur moet geld en leden genereren, de ‘vermarkting’ van natuurgebieden heeft juist het draagvlak voor ‘natuur om de natuur’ drastisch verminderd”. De auteurs pleiten er dan ook voor dat natuurbescherming haar primaire taak, de bescherming van de natuur, weer zwaarder laat wegen dan de zorg om mensen en ledenaantallen.

Dat de toevloed van bezoekers in natuurgebieden soms onverwachte gevolgen kan hebben werd bewezen door de heisa in Nederland als gevolg van de kadavers van grote grazers zoals Edelherten in de Oostvaardersplassen vorige strenge winter. Even ‘googelen’ geeft je een veelvoud van verwijzingen. Onder druk van de ‘publieke opinie’ (het draagvlak…) die niet zo blij was met de aanblik van dode beesten besliste de Nederlandse Tweede Kamer dat de dieren er voortaan moeten bijgevoederd worden, tegen de beheervisie in.

Dichter bij huis zorgde de ontsnapping van een aantal Damherten in het Kluisbos voor beroering. De aarzeling van het beleid om ze te doden was mee ingegeven door een petitie van ‘Red het hert’ met meer dan 1500 handtekeningen! Daardoor dreigt een zoveelste exotenverhaal uit de hand te lopen. Ook het euthanaseren van die andere exoot, de Canadese gans, valt door natuurbeheerders vaak moeilijk aan een breder publiek uit te leggen.

De voorbije winters was er enige commotie rond de schaatsers in de natuurgebieden, onder andere op de Blankaart. Watervogels in de overgebleven wakken werden daardoor verstoord op een moment dat jacht in Vlaanderen verboden werd om deze verzwakte vogels te ontzien. Voor die discussie zie:

http://www.natuur-forum.be/phpBB3/viewtopic.php?f=25&t=7200&start=20.

De conservator van Uitkerke deed op het moment dat de Sneeuwuil en eerder de Velduilen er vertoefden een oproep naar ‘het publiek’ om minder massaal naar het gebied af te zakken, de draagkracht leek eventjes overschreden. Op internet was toen volgende oproep te lezen: “De stormloop van vogelaars in de Uitkerkse polder heeft ons genoodzaakt deze pagina te ontwerpen. De reden: honderden mensen parkeren hun voertuigen roekeloos in het anders zo rustige buitengebied en zorgen aldaar voor overlast.”

Als er meer draagvlak komt voor het gebruik van de natuur, komt er dan ook meer draagvlak voor de natuur? Komt er ook meer aandacht voor de natuur buiten de reservaten of krijgt de zondagse beleving geen vervolg?

We kunnen er ook nog de vraag aan toevoegen of een gift voor een reservaat kan en moet beschouwd worden als een toegangsticket voor dat reservaat? Verwachten donateurs dat, of zijn ze sowieso tevreden dat ze geholpen hebben om een stuk natuur te beschermen? Ik was - en ben het misschien wel nog - ooit de trotse bezitter van een heuse vierkante meter grond in de Pyrenese Aspevallei, onder andere onderdeel van het leefgebied van de Bruine beer. Door die vallei was een autoweg gepland en door zoveel mogelijk mensen een klein stukje te laten kopen hoopte men het de Franse regering moeilijk te maken door de eindeloze onteigeningsprocedures. Ik vermoed dat niemand van de deelnemers aan die actie toen verwachtte om bv. een Bruine beer te zien te krijgen met het idee ‘voor wat hoort wat’…

In het julinummer 2010 van De Levende Natuur kwam van de hoofdredacteur prompt reactie op het vorig artikel onder de titel ‘Meer vogels of meer recreatie?’. Daarin wordt een beetje warm en koud tegelijk geblazen en wordt zowaar Frank De Raeve geciteerd met de zin “natuur is al wat niet des mensen is”. De laatste decennia is de natuur steeds meer uitgedrukt in doelsoorten of afspraken over aantallen hectaren van elk beheertype, desnoods met bulldozers te realiseren. Natuur is dus niet meer ‘al wat niet des mensen is’, maar het product van onze boodschappenlijstjes. Ook natuur wordt ‘des mensen’… “Hoeveel vogels mag het kosten als het meer leden of ‘draagkracht’ voor de natuur oplevert?” De auteur minimaliseert wel de invloed van de openstelling en recreatie op vogels en stelt dat vooral de politiek(ers) van belang is (zijn) voor het natuurbeleid.

Ook het september­num­mer 2010 van De Levende Natuur besteedt aandacht aan het natuurbeleid: ‘Natuur als luxe of noodzaak: natuurbeleid in bewe­ging’. De discussie over het natuurbeleid in de toekomst (in Nederland) is in feite een discussie over wat men met die natuur wil. De wensen voor natuur zijn divers. Vanuit verschillende visies op natuur zijn in het kader van het project Natuurverkenning 2011 vier extreme oriëntaties op natuur ontwikkeld die het denken over het natuurbeleid moeten stimuleren. Bekijk zelf maar eens in welke oriëntatie je je het meest terugvindt…!

•           Oriëntatie 1: natuur beschermt de biodiversiteit: vitale natuur.

Men vertrekt hierbij vanuit de visie dat natuur een intrinsieke waarde heeft. Het tegengaan van het verlies aan biodiversiteit in Nederland en elders is een maatschappelijke opgave. De verscheidenheid aan natuur moet worden beschermd door grote, aaneengesloten natuurgebieden met ruimte voor spontane processen. Recreatie is mogelijk maar komt op de tweede plaats.

•           Oriëntatie 2: natuur voorziet de mens van essentiële levensbehoeften: functionele natuur.

De natuur levert de maatschappij duurzame oplossingen voor alledaagse zaken zoals zuivering van lucht, water, bodem en bestrijden van wateroverlast. Natuur staat in deze visie ten dienste van de mens. Het natuurbeheer moet ecosystemen gezond houden maar soortenbescherming is hierbij geen doel op zichzelf, soorten die van geen belang zijn voor deze systemen mogen verdwijnen.

•           Oriëntatie 3: natuur zorgt voor een fijne leefomgeving: beleefbare natuur.

Hier gaat men er van uit dat mensen contact met natuur belangrijk vinden, de afstand tussen natuur en mens moet daarom zo klein mogelijk gehouden worden. De natuur wordt naar de mensen gebracht door bv. natuurgebieden rond de steden te creëren met een groter draagvlak voor het natuurbeleid tot gevolg. Het natuurbeleid is er in de eerste plaats voor de recreatieve mens waarbij natuurgebieden volledig toegankelijk zijn voor recreatief gebruik.

•           Oriëntatie 4: mens en natuur gaan overal prima samen: inpasbare natuur.

Deze oriëntatie vertrekt van de visie dat natuur wel belangrijk is maar dat mens en economie belangrijker zijn. Natuurbeheerders bekijken wat haalbaar en betaalbaar is zonder de omgeving met beperkingen te confronteren. Het beschermen van soorten is in deze visie van geen tel. Economische activiteiten zoals wonen, recreatie en energieproductie zijn in natuurgebieden perfect mogelijk. Natuurgebieden kunnen tijdelijk zijn en moeten wijken als de economische noodzaak dit vereist.

De toekomst zal uitwijzen naar welke oriëntatie (of combinatie van) het zal uitgaan.

Het Agentschap voor Natuur en Bos behandelt op zijn beurt in Spoorzoeker (juni 2010) onder de titel ‘Wees onze gast’ de openstelling. Ook hier veel aandacht voor wandel-, fiets- en ruiterpaden, vogelkijkhutten, gegidste wandelingen, infocentra, infoborden, boomhutten, cadeaubons, gps-wandelingen… Gelukkig is er ook aandacht voor natuur en wordt gestreefd naar een zonering waarbij de kwetsbare zones ontzien worden.

Men kan zich soms de vraag stellen of en hoe de mensen het onderscheid tussen een recreatiegebied en een natuurgebied nog daadwerkelijk maken. Voor veel mensen zijn Paradisio en het dierenpark van Han prachtige natuurgebieden…! Paradisio (nu Pairi Daiza) heeft het op zijn site trouwens over “Pairi Daiza openbaart de charme van de ongerepte wilde natuur (!) doorheen een innig en vandaar ontroerend contact met de in het park aanwezige fauna en flora” en “Groot en klein, apart, per twee of meer, Pairi Daiza nodigt u uit voor een wonderbaarlijke dag te midden van wilde dieren, een enige kans om voor eens en altijd de schoonheid en de broosheid van de natuur ter harte te nemen”. Voor het dierenpark in Han-sur-Lesse wordt dat: “Zin om er op uit te trekken? Spring dan op een treintje voor een reis in het hart van de natuur”. Daar kan nauwelijks een natuurreservaat tegen op…!

In het tijdschrift Zoogdier (herfst 2010) staat een interview met Tom Bade, medeauteur van het boek ‘Wild van economie’ (2010). Daarin wordt nagegaan welke meetbare economische baten het grootwild (Everzwijn, Ree, Edelhert…) in Nederland genereert. Het gaat dus niet om de intrinsieke waarde van de natuur, die laat zich immers niet in geld uitdrukken.

Enerzijds veroorzaken Everzwijnen immers wel overlast maar mensen vinden het tegelijk ook spannend een Everzwijn (of Edelhert of Ree) op hun wandeling te zien en willen daar geld voor uitgeven, van de speciale outdoor kledij tot fototoestel, overnachting en de pannenkoek met koffie in het café. Bade verwijt de natuurbescherming zich te veel op te sluiten en te weinig aandacht te hebben voor de gemiddelde recreant. “Met enorme oogkleppen op kijken beheerders, beschermers en inventariseerders naar ‘hun’ natuur, terwijl ze de gewone mens, die net zo van de natuur geniet als zijzelf, negeren of zelfs bewust afsluiten van die ervaringen. Juist natuur en zeker grofwild zouden deskundigen en burgers bijeen moeten brengen, mede ten behoeve van de bescherming van diezelfde natuur”. Bade komt voor de Veluwe jaarlijks aan een respectabel 450 miljoen euro natuurgerelateerde inkomsten! Hij maakt dezelfde rekenoefening voor andere grote natuurgebieden in Nederland. We hebben het boek ondertussen gekocht, nog een natuurgerelateerde inkomst… Ook hier veel vragen.

Zijn die inkomsten mooi meegenomen of worden ze een doel op zichzelf? Moet de lokale economie die profiteert van de aanwezigheid van natuur betalen voor die baten? Moet meer natuur ook weer meer inkomsten genereren, of meer natuur? Komt er dan een opdeling tussen ‘commercieel interessante’ reservaten en de andere? Wordt de verleiding dan niet groot om ook andere reservaten interessanter te maken door er soorten te (her)introduceren? Dit staat trouwens expliciet in het boek te lezen: “De resultaten van deze studie laten zien dat niet alleen de natuurgebieden dragers zijn van de regionale economie, maar dat op vele plaatsen waar wild aanwezig is dit een extra dimensie toevoegt (…). Sterker nog, het kan zelfs economisch lucratief zijn om deze dieren te herintroduceren”. Het gaat hierbij dan niet enkel om Ree, Edelhert en Everzwijn maar ook om Bever en Otter. Krijgen soorten die hier anders niet welkom zouden zijn door deze economische baten een kans die ze anders misschien niet zouden krijgen? Wolven bv. zitten op niet zo heel grote afstand meer van onze grenzen in Frankrijk en Duitsland. Wolven kunnen voor recreanten een meerwaarde aan een gebied geven en dus geld opbrengen.

Ook is niet duidelijk wat dan nog de plaats is van de ‘gewone’, minder spectaculaire natuur. Loont het in deze optiek nog de moeite te ‘investeren’ in kleine stukjes natuur? Worden bij de baten alle gevolgen in rekening gebracht bij de kosten (bv. CO2 uitstoot van de recreanten, of is dit te ver gezocht…?). Wordt tenslotte van het landbouwgebied ook verwacht dat het recreatief even interessant wordt, ook daar is in principe veel ruimte voor ruiterpaden, mountainbike, GPS-tochten…

Onderzoek naar infrastructuurwerken die de natuur een handje zouden moeten helpen en die ook door het grote publiek vaak sympathiek bevonden worden draait dan soms weer uit op een ontgoocheling, zo vermeldt ‘Natuur.focus’ van juli 2010. Er is wel voldoende wetenschappelijk bewijs ter ondersteuning van de hypothese dat de aanleg van wegen de genetische variatie van de populaties daar negatief beïnvloedt en genetische uitwisseling bemoeilijkt. Ecoducten zouden de verbinding tussen populaties weer moeten herstellen. Het leidt geen twijfel dat dieren de, overigens dure, ecoducten gebruiken. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat ze daadwerkelijk de leefbaarheid van gefragmenteerde populaties verhogen. Het geld zou met andere woorden beter besteed worden aan het vergroten van de oppervlakte van leefgebieden. In de eerder vermelde vier oriëntaties maakt dit waarschijnlijk alleen in de eerste optie een kans, de vraag is of die optie zelf veel kans maakt?

Het onderwerp van dit overzicht lijkt misschien haaks in te gaan tegen het goede gevoel dat onze reservaten moeten opleveren. De tekst wil ook geenszins afbreuk doen aan wat al gepresteerd is maar deze invalshoek leek ons vanuit de bestaande literatuur de moeite om even te belichten en is een oproep om waakzaam te blijven en ook om te proberen de invloed in te schatten van ‘natuurvriendelijk gebruik’. Ook al omdat in onze regio de druk op de resterende natuur groot is en de inzet van lokale besturen en de provincie te dikwijls erg lauw is als natuur tegenover andere zaken dient afgewogen.

 Met toelating overgenomen uit Meander 9e jaargang nr 1 jan-febr-maart 2011 pag 12 tem 15

Terug naar overzicht artikels


Natuurpunt blijft gekant tegen de verkaveling Puienbroek

De volgende gemeenteraad,dinsdag 22 december, wordt er definitief beslist om de verkaveling van Puienbroek goed te keuren. Natuurpunt roept alle gemeenteraadsleden op om dit ontwerp van verkaveling niet goed te keuren.

Er zijn heel wat negatieve adviezen gegeven : De Groendienst, De Dienst Monumentenzorg, Ruimte en Erfgoed, Natuur en Bos(ANB). Al deze diensten vinden dat door de nu voorliggende verkaveling er een ernstige aantasting is van de ecologische ,landschappelijke en historische waarde van dit gebied.

Natuurpunt is er ook zeker van dat de verkaveling wateroverlast zal veroorzaken bij de nieuwe woningen en bij de omliggende woningen. De recente overstromingen hebben aangetoond dat als er maatregelen genomen worden om de wateroverlast te beperken deze vaak onvoldoende zijn. Iedereen die de reportage van Panorama gezien heeft, zal tot dit besluit komen. Daar kon je zien hoe nieuwbouw, die zogezegd niet in overstromingsgebied lag, toch volledig onder water stond.
Door deze verkaveling goed te keuren neemt het stadsbestuur een ernstig risico en is de kans groot dat in de nabije toekomst heel wat woningen waterschade zullen lijden. De kosten worden in dat geval afgewenteld op de gemeenschap terwijl de projectontwikkelaar de voordelen opstrijkt. In elk geval kan het stadsbestuur niet zeggen dat ze niet op de hoogte waren gezien de talrijke bezwaarschriften in verband met de wateroverlast.

Het stadsbestuur is ook niet consequent met haar eigen uitspraken: onlangs nog op Greenworks, het congres georganiseerd rond biodiversiteit, stelde het stadsbestuur dat ze alles in het werk stelt om de natuurwaarden te behouden. Welnu, het stadsbestuur krijgt hier de kans: er bestaat namelijk in dit dossier een voorstel tot minimale verkaveling dat de natuurwaarden meer in stand houdt en veel minder risico inhoudt op wateroverlast. Natuurpunt stelt vast dat het stadsbestuur deze kans niet neemt en dus de logica volgt van projectontwikkelaars en ecologische doelstellingen totaal verwaarloost. Het stadsbestuur heeft altijd de stelling verdedigd dat ecologie en economie moeten samengaan. Dit voorstel van verkaveling is een goed voorbeeld hoe het niet moet. Hier kiest het stadsbestuur enkel voor de economische belangen. In cruciale dossiers, o.a. ook het dossier van het nieuwe stadion, kiest het stadsbestuur blijkbaar altijd voor de economische belangen en verwaarloost ze de ecologische.

Met dit soort politiek is Natuurpunt het absoluut oneens en we zullen ons in de toekomst hiertegen altijd blijven verzetten.

Natuurpunt Brugge

Terug naar overzicht artikels


Boer en natuur

Sinds 1 september 2010 is er een Vlaams forum waar landbouwers en natuurliefhebbers terecht kunnen met allerlei praktische vragen rond landbouw, natuur en biodiversiteit: www.boerennatuur.be.

Het forum is onderverdeeld in 6 thema’s:

* akker- en bodemleven

* gras- en weilanden

* holle wegen

* Houtige kleine landschapselementen en perceelsranden

* natuur op en rond het erf

* watergebonden natuur

 In de toekomst zullen er ook enkele groepsbijeenkomsten georganiseerd worden. De bedoeling hiervan is om mensen bezig met boerennatuur dichter bij elkaar te brengen. Er worden over een periode van 2 jaar (maart 2010 tot maart 2012) 4 lokale en 2 themagerichte bijeenkomsten georganiseerd.

De eerste lokale groepsbijeenkomsten staan gepland in het voorjaar van 2011. In het westelijk gedeelte van Vlaanderen staat het thema akkervogels op het programma, in het oostelijk gedeelte het beheer van holle wegen.

Terug naar overzicht artikels


Regering mildert besparingen bij milieubeweging

De Vlaamse regering heeft deze voormiddag knopen doorgehakt met betrekking tot de zware besparingen op de subsidies voor de milieubeweging. De besparingen worden gemilderd, maar komen nog steeds zwaar aan. “We hebben hier een catastrofe vermeden, maar echt gelukkig kun je natuurlijk niet zijn als je voor de reguliere subsidies dubbel zoveel moet inleveren als voorzien,” zegt Danny Jacobs, directeur Bond Beter Leefmilieu.

De regering heeft nu beslist om de besparingen wat te milderen. Al blijft de dobber voor de milieubeweging ook in de nieuwe begroting zeer zwaar.

De samenwerkingsovereenkomst ‘Tandem’ wordt door de regering stopgezet, maar er wordt een uitdoofregeling voorzien. Hiervoor wordt 200.000 euro opzij gezet.

Vooral inzake reguliere subsidies is er een doorbraak gekomen. In plaats van de voorziene 10,45 % besparing zal hier nu 4,05 % bespaard worden. Dat is nog het dubbele van de oorspronkelijk afgesproken 2 %, maar maakt het voor de milieubeweging draaglijker.

Met deze beslissing van de Vlaamse regering zijn de kortetermijnknelpunten weggewerkt.

Danny Jacobs, directeur van Bond Beter Leefmilieu: “We hebben hier een catastrofe vermeden, maar echt gelukkig kun je natuurlijk niet zijn als je voor de reguliere subsidies dubbel zoveel moet inleveren als voorzien. Drie weken terug was ons nog verzekerd dat we hierop slechts 2% zouden moeten inleveren, we klokken af op 4%. Inzake Tandem laat de regeling ons toe een zachte landing te maken. Ook daar kun je moeilijk blij mee zijn, maar het is in elk geval beter dan het er tot gisteren uitzag. Ik hoop in elk geval dat er nu geen lijken meer uit de kast vallen.

Bond Beter Leefmilieu wil nu vooral lessen trekken uit deze ervaring. Jan Turf, beleidscoördinator bij Bond Beter Leefmilieu ziet het zo: “Wij hadden zeer sterk de indruk dat het kabinet van minister Schauvliege de milieubeweging heeft willen treffen, met haar keuze voor besparingen. Wij willen deze bladzijde evenwel omslaan en terug met een propere lei met de minister samen zitten, om zulke situaties in de toekomst te vermijden. Tegen minister-president Kris Peeters hebben wij duidelijk gemaakt dat wij ons opstellen als partners van de Vlaamse regering om te komen tot een performant milieubeleid. Dat is ook de ingesteldheid waarmee wij met minister Schauvliege willen samenwerken. Het Pact 2020 en de doelstelling ‘Groen stedengewest’ uit Vlaanderen in Actie, vormen daarbij het ideale kader.”

Terug naar overzicht artikels


“Besparingen” veel ingrijpender dan afgesproken

Minister Schauvliege haalt hakbijl boven tegen milieubeweging

Twee weken terug schaarde de Vlaamse milieubeweging zich achter de visie van minister president Kris Peeters om de Vlaamse overheidsfinanciën gezond te maken. Er zou 2% bespaard worden op gereglementeerde subsidies en 5% op facultatieve middelen. Zo wilde de milieubeweging haar deel van de budgettaire verantwoordelijkheid nemen.

Minister van Leefmilieu en Natuur Joke Schauvliege doorbreekt vandaag deze afspraken. Zij wil de middelen van de sector met liefst 12% omlaag (= 2.435.000 euro minder) en zet met bijna onmiddellijke ingang een aantal programma’s stop. Dit is meer dan het doorbreken van gemaakte afspraken. Dit is, onder de dekmantel van besparingen, een poging van de minister om de milieubeweging een zware slag toe te brengen. Hiermee zet minister Schauvliege niet enkel tientallen jobs op de tocht, ze ondermijnt ook de inspanningen van de milieubeweging die - onder meer in het kader van Vlaanderen in Actie - een actieve rol speelt in de transitie naar een groenere economie.

Sinds najaar 2009 legt de Vlaamse regering besparingen aan het verenigingsleven. Tot voor kort was het niet duidelijk hoe deze besparingen zouden worden toegepast. Daarom vroeg de Verenigde Verenigingen (de koepel van alle verenigingen in Vlaanderen) hierover duidelijkheid aan de Vlaamse regering. 

Daags na de Septemberverklaring, op dinsdag 28 september hadden de verenigingen een onderhoud met Kris Peeters, Ingrid Lieten en Geert Bourgeois. Peeters verduidelijkte dat de Vlaamse overheid 376,6 miljoen euro moet besparen in 2011. De Vlaamse regering vertaalde dit naar de verenigingen als volgt: een besparing van 2% op gereglementeerde subsidies (lees: deze die zijn gewaarborgd via decreten en besluiten) en 5% op facultatieve subsidies (lees: projectsubsidies).

Amper twee weken later legt minister van Leefmilieu en Natuur Joke Schauvliege de gemaakte afspraken naast zich neer en zet ze zeer fors het mes in de middelen van milieusector.

Bond Beter Leefmilieu (BBL), die als koepel de belangen van de milieubeweging verdedigt, kreeg van minister Schauvliege de koude mededeling dat de natuur- en milieuverenigingen vanaf 1 januari 2011 behoorlijk wat van hun jaarlijkse middelen verliezen. BBL raamt dit verlies op 10 procent van de werkingsmiddelen. Op basis van eerste berekeningen betekent dit (enkel in 2011 al) een verlies van 20 jobs binnen onze sector.

Het meest opvallende is dat de minister de reguliere subsidie van alle natuur- en milieuverenigingen met maar liefst 14% achteruit doet gaan. De afspraak was een besparing van 2 %.  Ze herklasseert deze subsidies eerst als “facultatief” (dus min 5% ipv min 2%), vervolgens past ze hier geen index op toe, daarbovenop komt nog een extra besparing van 5% en als toemaatje krijgen we nog achterstallige saldi van vorige jaren doorgeschoven naar 2011. Dit raakt de milieubeweging in het hart en zet de tewerkstelling bij tientallen verenigingen zeer ernstig onder druk. BBL vreest voor het verlies van vele banen.

De milieubeweging stelt bovendien vast dat de minister een aantal facultatieve subsidies, waar een besparing van 5 % was aangekondigd, voor 50 tot 100% opgeeft.

De grootste ingreep hierbij, vormt koudweg schrappen van het Tandem-programma. Daar verdwijnen 14 banen, en de vrucht van jaren opgebouwde expertise. Tandem staat de gemeenten en provincies met raad en daad bij, bij de uitvoering van hun lokaal natuur- en milieubeleid. Tandem kreeg deze opdracht in 2002  binnen het kader van de samenwerkingsovereenkomsten voor gemeenten en provincies. Deze overeenkomst wordt nu abrupt stopgezet, zonder voorafgaande evaluatie en zonder enige motivatie. Ook steden, gemeenten en provincies hebben het raden naar de motivatie achter deze beslissing.

Ook bij het milieuprojectenfonds wordt 50% van de middelen geschrapt. Dit ondermijnt sterk de mogelijkheden om vernieuwende milieuprojecten op te zetten. Dit fonds is de enige plek binnen leefmilieu in Vlaanderen waar verenigingen facultatieve subsidievoorstellen kunnen indienen. We hadden hier een besparing van 5% verwacht. 

De houding van Minister Schauvliege is des te opmerkelijker, daar geen enkele andere minister uit de Vlaamse regering de gemaakte afspraken heeft doorbroken. Schauvliege heeft dit nu eenzijdig gedaan tegenover zowel de Volkshogescholen en de milieubeweging. Voor deze houding bestaat geen enkele redelijke verklaring. Tenzij de bedoeling om de milieubeweging in Vlaanderen een zware slag toe te brengen..

 Meer informatie:  Hans Bruyninckx, voorzitter Bond Beter Leefmilieu  0479/98.38.26 www.bondbeterleefmilieu.be

 Bond Beter Leefmilieu is de onafhankelijke federatie van meer dan 140 natuur- en milieuverenigingen in Vlaanderen. Ons doel? Gezonde lucht. Helder water. Natuur om van te genieten. Onze middelen? Grootschalige publiekscampagnes, met duizenden deelnemers per jaar. Zo bewijzen we dat milieuvriendelijk leven binnen ieders handbereik ligt. We zetten ook gerichte lobbycampagnes op om politici en bedrijfsleiders te overtuigen van het belang van een doortastend milieubeleid. En we verzorgen gedegen advies voor onze lidverenigingen. Omdat we vinden dat bruisende milieuverenigingen de beste garantie zijn voor een toekomst voor mens én natuur.

Terug naar overzicht artikels


Samenleven met de vos? Yes, we can!

 Vossen behoren tot onze inheemse fauna en vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem. Vossen zijn opportunisten en eten wat het gemakkelijkst te vinden of te vangen is. Hiertoe behoort ook het pluimvee dat we in hokken en rennen onderbrengen. Slaagt een vos er in een kippenren binnen te dringen, dan wordt zijn jachtinstinct – door de paniekerige dieren die niet kunnen wegvluchten – zo geprikkeld dat hij meer dieren doodt dan hij kan opeten.

 Vandaag de dag wijst men de vos nog vaak als de enige schuldige voor deze slachtpartijen aan; een veel gemaakte fout en niet-doordachte redenering. Een intensievere bejaging of bestrijding is echter geen oplossing. Wanneer sterfte binnen de vossenpopulatie toeneemt (door bijvoorbeeld afschot), neemt ook de voortplanting toe. Meer jongen worden geboren die op hun beurt meer kans hebben om te overleven. Wanneer een vos sterft, komt er een territorium vrij voor een meestal jongere vos. Jonge dieren zijn minder dominant waardoor meer vossen op eenzelfde oppervlakte kunnen leven.

 De vos heeft het pluimvee gedood dus hij moet wijken’, zijn uitspraken die niet meer van deze tijd zijn. 2010 werd uitgeroepen tot het internationale jaar van de biodiversiteit! Laten we daar in Vlaanderen geen afbreuk aan doen. Vogelbescherming Vlaanderen en Natuurpunt zijn van mening dat de schade die vossen aan pluimvee toebrengen kan voorkomen worden door kippen, eenden, ganzen en andere dieren beter af te schermen. Dit kan eenvoudig door hen ’s avonds onder te brengen in een afgesloten nachthok of door het plaatsen van een vossenvrije ren. Met verontruste gevoelens hopen wij dat de Vlaamse minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege onze mening deelt en geen extra maatregelen treft tegen de vos.

 Wat kan jij doen om de vos in Vlaanderen te beschermen?

·         Teken de online petitie op www.vogelbescherming.be of op www.natuurpunt.be en stuur ze door naar vrienden en familie.

·         Vraag de informatiebrochure ‘Slimmer dan de vos’ aan en overtuig anderen dat het extra bejagen en/of bestrijden van vossen geen oplossingen zijn om schade aan pluimvee te voorkomen.

 Wat kan jij doen om je pluimvee te beschermen?

·         Maak een vossenvrije kippenren. Meer informatie hierover vind je in de brochure ‘Slimmer dan de vos’ of op www.vogelbescherming.be of www.natuurpunt.be.

·         Breng kippen, eenden, ganzen en andere dieren ’s avonds onder in een degelijk afgesloten nachthok.

Slimmer dan de vos

Houd je kippenren vosvrij

 Vossen zijn na een lange periode van bijna afwezigheid in Vlaanderen helemaal terug van weggeweest. Door de relatief grote oppervlakte van hun territoria en dankzij hun van nature groot aanpassingsvermogen, laten vossen zich regelmatig opmerken in de buurt van de mens.

 Vossen behoren tot onze inheemse fauna en vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem. Het zijn echte voedselopportunisten en eten wat het gemakkelijkst te vinden of te vangen is. Op het menu van de vos staan kleine zoogdieren en wilde vogels (die samen 55% van het voedingsdieet van de vos uitmaken), regenwormen, insecten, aas en afval. Daarnaast durft hij ook wel eens pluimvee te roven uit een slecht afgesloten kippenren (15%). Slaagt een vos er in een kippenren binnen te dringen, dan wordt zijn jachtinstinct – door de paniekerige dieren die niet kunnen wegvluchten – zo geprikkeld dat hij meer dieren doodt dan hij kan opeten. Deze slachtpartijen leiden er toe dat de vos op weinig sympathie kan rekenen. Een veelgehoorde reactie is dat de vos extra bejaagd moet worden.

 Een intensieve bejaging of bestrijding biedt echter geen oplossing. Wanneer sterfte binnen de vossenpopulatie toeneemt (door bijvoorbeeld afschot), neemt ook de voortplanting toe. Meer jongen worden geboren die op hun beurt meer kans hebben om te overleven. Wanneer een vos sterft, komt er een territorium vrij voor een meestal jongere vos. Jonge dieren zijn minder dominant waardoor meer vossen op eenzelfde oppervlakte kunnen leven.

 Wees slimmer dan de vos en houd je kippenren vosvrij!

 De meest eenvoudige oplossingen zijn meestal het meest effectief:

·         Vossen zijn overwegend nachtdieren, je kippen ’s nachts onderbrengen in een afgesloten nachthok kan veel schade voorkomen. Tegenwoordig bestaan er deurtjes die automatisch sluiten wanneer het donker wordt; 

·         plaats één of enkele elektrische draden langs de kippenren;

·         een hond in de tuin kan vossen afschrikken, maar ook een hond kan kippen doodbijten;

·         vossen blijven op een veilige afstand wanneer je geiten of schapen houdt binnen dezelfde omheining als je kippen.

Wil je er echt zeker van zijn dan de vos niet tot bij jouw geliefd pluimvee komt. Hou dan rekening met volgende principes:

1.    Een omheining moet minimum 2 m hoog zijn;

2.    de maasgrootte mag maximum 3 tot 4 cm zijn;

3.    bevestig de draad aan de buitenzijde van de palen en span de draad strak aan. Indien mogelijk, span een net boven de kippenren;

4.    plooi de bovenste 40 cm van de draad naar buiten om onder een hoek van 30° of bevestig een of enkele elektrische schrikdraden aan de buitenkant;

5.    vossen zijn luie dieren, ze graven steeds net langs de draad. Leg daarom rondom de buitenzijde van de omheining een rij tegels, betonplaten, planken of gaas van 40 cm breed;

6.    als je geen tegels, betonplaten of planken legt, graaf de draad dan 50 cm diep in.

Meer info:

www.natuurpunt.be

www.vogelbescherming.be

www.inbo.be

www.natuurenbos.be

 Terug naar overzicht artikels


Langs trage wegen in en rondom Tielt

“Bewegen langs trage wegen”, zo luidt de titel van de wandelgids die dit voorjaar werd uitgegeven door De Torenvalk. De gids is gebaseerd op de wandelroutes die eerder in het tijdschrift van deze milieuvereniging verschenen.

Niet minder dan elf routes in het arrondissement Tielt werden in het boekje opgenomen. De wandelingen brengen je – kan het anders met zo’n titel? – langs veldwegjes en andere rustige paden naar onbekende hoekjes in de streek. Alleen al de namen van de wandelingen spreken al tot de verbeelding. Wat denk je bijvoorbeeld van een tocht “Rond de Kontenhoek”, een natuurgebied dat zijn naam ontleent aan de vroegere adellijke eigenaar, de comte.

Bij elk traject vind je een routebeschrijving, een overzichtelijk kaartje, mooie foto’s én verrassende weetjes over het erfgoed en de geschiedenis van de streek. De wandelingen nemen je mee langs een gevarieerd landschap met bos en water, meersen en velden. De afstand varieert van 5km tot ca. 15 km.

 Je kan de wandelgids bestellen via het formulier op de website van de Torenvalk. Het boekje kost €5.

 Terug naar overzicht artikels


DVD met kortfilmpjes over meeuwen

DVD met kortfilmpjes over meeuwen, hun natuur en samenleven met de mens

 vraag tot medewerking sensibilisatie meeuwenproblematiek 

Meeuwen zijn onlosmakelijk met de kust verbonden. Door de toenemende menselijke activiteit aan de kust, komen de leefgebieden van mens en meeuw steeds dichter bij elkaar. Dit brengt soms overlast met zich mee.

In 2008 maakte het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer een folder én een website aan (www.meeuwenindestad.be) met enkele handige tips die de overlast kunnen beperken.  

Maar ze willen nog meer mensen bereiken, vooral ook tweedeverblijvers en toeristen aan de kust, en hen sensibiliseren dat je kan genieten van deze mooie vogels maar dat er toch ook een aantal maatregelen zijn waarmee rekening dient te worden gehouden.

Het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer ontwikkelde daarom 2 mooie filmpjes over de meeuwen, hun natuur en hoe ze samenleven met de mens. Deze films zijn gratis beschikbaar op DVD en ze willen die graag langs zoveel mogelijk kanalen aan de kust verspreiden. De filmpjes kunnen kostenloos bezorgd worden op DVD of eventueel bekeken worden via de  onderstaande links op onze websites: 

Meeuwen in de stad (met nadruk op manieren om overlast te beperken) : http://www.meeuwenindestad.be/nl/extra/fotogalerij/?album=1701&pic=31919

Meeuwen in de natuur (meer informatief over de meeuwen in de natuur): http://www.meeuwenindestad.be/nl/extra/fotogalerij/?album=1701&pic=31918  

De opnames werden gerealiseerd met de steun van de Federale Overheidsdienst, Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en kaderen in het Interreg IVa project 120KK.  

Meer info:

Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer - Wandelaarkaai 7 (ingang 61) - 8400 Oostende - T (059) 34 21 47, F (059) 34 21 31 – E sylvia.theunynck@kustbeheer.be  

W www.meeuwenindestad.be en www.kustbeheer.be.

Terug naar overzicht artikels


 

Burgemeester controleert zwaluwnesten

BRUGGE - De Brugse burgemeester Moenaert ging samen met een afgevaardigde van Natuurpunt op bezoek bij landbouwer Danny Dierikx om zijn zwaluwennesten te controleren. De stad Brugge subsidieert het plaatsen van die nesten.

Jaarlijks vragen een 80-tal Bruggelingen een toelage aan voor het plaatsen van zwaluwnesten. Ook landbouwer Danny Dierikx uit de Landslag in Dudzele deed dat. Hij kreeg dan ook Frank De Scheemaeker van Natuurpunt over de vloer die kwam controleren of de nesten weldegelijk bewoond worden door zwaluwen. De Brugse burgemeester Patrick Moenaert (CD&V) was hiervan getuige.

We zijn met het stadsbestuur van Brugge in 2005 gestart met een project rond het beschermen van zwaluwen. In 2008 hebben wij 222nesten gesubsidieerd terwijl er in 2009 al 317nesten waren. We merken dat het enthousiasme bijzonder groot is bij de zwaluwbeschermers. Zij zetten buren en vrienden aan om hetzelfde te doen. We subsidiëren het bouwen van nesten omdat wij merken dat het zwaluwenbestand sinds de jarenzestig enorm is verminderd. Eén van de oorzaken daarvan was het tekort aan geschikte nestplaatsen. Vooral de boerenzwaluw is zeldzaam geworden. Zij houden zich vooral op in stallen van boerderijen waar nog voldoende insecten zijn. De landbouwers mogen de nesten niet weghalen na het broedseizoen zodat de vogels hun plaats terugvinden. Voor de huiszwaluwen worden tegenwoordig mestplankjes aangebracht om te voorkomen dat de uitwerpselen van de vogels niet langer een hinder zijn', vertellen de burgemeester en schepen van Groen Bernard De Cuyper (beiden CD&V).

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=X414782&postcode=8000

Terug naar overzicht artikels


Zeevonk - "het lichten van de zee" - vraag tot melden van waarnemingen

 Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) verzamelt informatie omtrent zeevonk. Deze zomer willen ze ook het lichten van de zee in beeld willen brengen.

Zeevonk kun je overdag waarnemen als verfachtige vlekken in havens of in het kustwater. ’s Nachts heeft dit een compleet ander uitzicht: bij beweging van het water zal de zee of het havenwater groen-blauw oplichten. Het VLIZ verwacht het fenomeen van de “lichtende zee” vanaf nu tot eind augustus, bij warm, rustig weer met weinig, geen of zwak aanlandige wind.

Het fenomeen van de lichtende zee verdwijnt echter vaak weer even snel als het verschijnt, dus snelle actie bij waarneming is zeker vereist. Als je zeevonk waarneemt in zee of in een haven, geef dan alsjeblieft zo snel mogelijk een seintje naar één van de volgende personen:

-       Leen Vandepitte, GSM 0494-64 65 83

-       Jan Seys: GSM 0478-37 64 13

Dit kan zowel tijdens de week als in het weekend, overdag als 's nachts. Wij lichten dan de nodige mensen in, en - indien mogelijk - kun je dan misschien mee gaan zwemmen in een lichtgevende zee (hoe meer zielen, hoe meer vreugd) …

Als je zelf nog mensen kent die regelmatig op het strand of op zee vertoeven, aarzel dan zeker niet om dit bericht naar hen door te sturen…

 Meer info: VLIZ - Vlaams Instituut voor de Zee - InnovOcean site, Wandelaarkaai 7 - B-8400 Oostende - T (059) 34 01 55 – F (059) 34 21 31 – E leen.vandepitte@vliz.be - www.vliz.be

 


Bijen en Hommels in nood

 Imkers en natuurbeschermers luiden de alarmklok alsmaar luider. De bijenpopulatie in Vlaanderen en de rest van de wereld neemt onrustwekkend af. Naast de Honingbij komen er ook 30 soorten hommels en bijna 300 soorten solitaire bijen voor in Vlaanderen. Maar het verhaal is hetzelfde: allen hebben ze het moeilijk. U hoeft echter geen specialist te zijn om de bijenpopulatie een handje te helpen. De provincie West-Vlaanderen publiceerde een brochure met enkele concrete tips voor een bijenvriendelijke tuin. De brochure bevat o.a. een suggestieve plantenlijst met enkele goede stuifmeel- en nectarleveranciers. De brochure is gratis te verkrijgen via de milieudienst van uw gemeente of het provinciaal informatiecentrum Tolhuis, Jan Van Eyckplein 2, 8000 Brugge. Telefonisch bestellen kan via het gratis   nummer 0800/20.021 of online via www.west-vlaanderen.be/natuur.

Terug naar overzicht artikels


 Standpunt over voetbalstadion en andere ontwikkelingen op de site Chartreuses

Natuurpunt telt meer dan 80.000 leden in Vlaanderen en beheert talrijke natuurgebieden in de Brugse regio. Wij laten geen enkele gelegenheid onbenut om het belang van de groene gordel rond Brugge te benadrukken. Niemand kent beter de natuurwaarden - tot in de kleinste uithoekjes - dan onze natuurliefhebbers en gidsen. In de loop van de jaren hebben we het brede publiek laten kennismaken met de mooiste plekjes in dit gebied. Ook in de Chartreuse werden wandelingen georganiseerd, toen de eerste plannen voor het oprichten van kantoorgebouwen er de kop opstaken.

 Nu de Vlaamse regering de Chartreuse heeft aangeduid voor de inplanting van een voetbalstadion met kantoren en winkels en stad Brugge zich bereid heeft verklaard om het Jan Breydelstadion en omgeving te verkopen roepen wij iedereen met een hart voor natuur op om zich eens rustig te bezinnen.

Laten wij de zuidelijke rand verknoeien met grote infrastructuurwerken en mastodonten van beton? Of geven wij ook een duurzame oplossing nog een kans?

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen stelt duidelijk dat de stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden in de Brugse regio moeten behouden blijven en versterkt waar mogelijk. Brugge heeft met zijn groene gordel een uniek historisch groen erfgoed met zelfs zeer waardevolle archeologische locaties in de Chartreuse. Deze regio is belangrijk voor de leefkwaliteit van de inwoners en heeft bovendien ook potenties voor recreatieve ontwikkeling.

Vandaag de dag wordt zelfs hard gewerkt om de aantrekkingskracht van de groene gordel te verhogen o.a. met het landinrichtingsproject “Randstedelijk gebied Brugge“.

 De inplanting van een stadion met kantoren en winkels in de groene gordel zou al deze kansen zeker schaden en een nadelig effect creëren op de verdere ontwikkeling van de rest van de groene gordel. Het kan zelfs de aanloop veroorzaken voor verdere degradatie en verlies van open ruimte die de toekomstige leefkwaliteit van de zuidelijke rand in het gedrang kan brengen.

 Volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dienen kantoren en andere functies die vele mensen aantrekken gelokaliseerd te worden aan knooppunten van openbaar vervoer (de zogenaamde A-locaties). De Chartreuse is in dit opzicht geen geschikte plaats en zal de mobiliteitsknoop in dit gebied alleen maar groter maken.

Ook het MER rapport, opgemaakt voor de afbakening van het stedelijk gebied Brugge heeft de problemen van deze zone duidelijk naar voor gebracht en het een slechte keuze genoemd.

 Om al deze redenen is Natuurpunt geen voorstander van een voetbalstadion met winkels en kantoren in de groene gordel. Wij doen een oproep om het echt duurzaam denken een kans te geven en de haalbaarheidsstudie van de Vlaamse bouwmeester opnieuw te bekijken. Wij pleiten voor het behoud van het bestaande Jan Breydelstadion en de uitbouw ervan binnen de grenzen van het redelijk haalbare. Met veel creatief denkwerk kan op deze locatie een multifunctioneel stadion geïntegreerd in een multifunctioneel stedelijk sportpark ontwikkeld worden.

Op deze manier zou Brugge een voortrekkersrol kunnen gaan spelen in duurzaam ruimtelijk beleid met kernversterkende initiatieven. Aan dergelijke initiatieven heeft Vlaanderen een groot tekort!

 Natuurpunt is niet blind voor de huidige problematiek rond het stadion, maar wij zijn overtuigd dat veel kan opgelost worden met een degelijk mobiliteitsplan, voldoende randparkings en een nog beter uitgewerkt openbaar vervoersplan zoals het tijdens de Europa- 2000 campagne werd gerealiseerd.

 Natuurpunt roept iedereen dan ook op zich niet te laten opjagen door al te strakke deadlines en een overhaast project, daar wordt niemand beter van. Laat ons bouwen aan een weloverwogen, geïntegreerd en vooral duurzaam project in de Brugse regio.

 Namens Natuurpunt

 Paul De Graeve, Natuurpunt Brugge

Stefaan Dekerpel, Natuurpunt Inzicht

Robert De Clercq, Natuurpunt Oostkamp

Rudi Vantorre, Natuurpunt Brugs Ommeland

Terug naar overzicht artikels


Dieren onder de wielen

Donderdag 24 september startte het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid samen met de organisaties Natuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen het project ‘Dieren onder de wielen’ op. Daarmee willen zij in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke diersoorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Wie een dood of gewond dier aantreft op het Vlaamse wegennet, kan dat voortaan melden op de nieuwe website dierenonderdewielen.be. Meten is weten. Gegevens over dierlijke slachtoffers in het verkeer werden tot nu toe slechts fragmentarisch verzameld. Dit project wil voldoende informatie verzamelen om heel wat verkeersassen veiliger te maken, niet enkel voor de menselijke weggebruikers, maar ook voor dieren die steeds vaker geconfronteerd worden met wegen die hun leefgebied doorsnijden. ‘Dieren onder de wielen’ is dus vooral een oproep om alle dode en aangereden dieren op de Vlaamse wegen te melden.

Bron: Nieuwsbrief Vogelbescherming Vlaanderen

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

China heeft haar muur, België haar wegen: beide zichtbaar vanuit de ruimte. Best indrukwekkend, en we maken er gretig gebruik van. En of we er gebruik van maken! In 2008 telde het Belgisch voertuigenpark 6.482.033 exemplaren. Personenvoertuigen, vrachtwagens, autobussen,  motors, bromfietsen: you name it, we drive it. Dit wagenpark verreed samen bijna 81 miljard kilometer. En elk jaar gaan we in de plus: meer wagens, meer kilometers, crisis of niet. Ook het wegennet groeit mee: met meer dan 150.000 km aan wegen - waarvan 1.774 km autosnelweg zit België aan de Europese top. Met 56,5 km autosnelweg per 1.000 km² moeten we enkel Nederland laten voorgaan. Alle onderzoek voorspelt dat de verkeersvraag nog een hele poos zal blijven groeien. Het project ‘Dieren onder de wielen’ wil in kaart brengen wat de impact hiervan is op onze fauna. Welke dieren sneuvelen op onze wegen? Welke soorten worden het zwaarst getroffen? En waar liggen de knelpunten? 

Elk jaar eist het verkeer haar tol. Eventjes schrikken: in 2007 werden in België 47.794 verkeersongevallen met gewonden geregistreerd, goed voor 1.002 doden, 6.178 zwaargewonden en 42.610 lichtgewonden. Heel wat menselijk en materieel leed. Het aantal dodelijke slachtoffers gaat gelukkig in dalende lijn. Verkeersveiligheid staat hoog op de agenda. Airbags, verkeersremmers, zone 30, flitspalen, verlaagde maximumsnelheden: maatregelen die de menselijke verkeersellende moeten terugdringen.

 Jaarlijks zamelt de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie heel wat cijfermateriaal in om de bevoegde overheden te helpen zoeken naar oplossingen. Hoe kunnen we ons efficiënter, veiliger, milieuvriendelijker, misschien ook goedkoper verplaatsen van A naar B?

 Zowat alle mogelijke statistieken zijn opvraagbaar bij het voormalig Nationaal Instituut voor Statistiek. Aantal echtscheidingen, gemiddelde leeftijd van een eerste seksueel contact, grootte van de Belgische varkensstapel: ze houden het allemaal bij. Maar voor het aantal dieren dat jaarlijks onder de wielen sneuvelt, geven ze niet thuis. Geen idee, nooit onderzocht. Niet relevant genoeg? Te moeilijk om te becijferen? Politiek geen hot issue?

 Voor Vlaanderen ligt één enkele raming voor. In het kader van het Europees Jaar voor het Natuurbehoud (1995) nam Vogelbescherming Vlaanderen - in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel - het initiatief om de verkeersslachtoffers onder dieren in kaart te brengen. Het project werd erkend en gesteund door de toenmalige minister van Openbare Werken. Een extrapolatie van de cijfers bracht de teller toen op minstens 4.000.000 grotere, in het wild levende dieren die jaarlijks in het verkeer omkomen. Een duizelingwekkend cijfer dat vermoedelijk zelfs een behoorlijke onderschatting was van het werkelijke aantal. Intussen, 12 jaar later, is het wegennet aanzienlijk dichter, rijden meer wagens meer kilometers en mag worden vermoed dat het aantal faunaverkeersslachtoffers behoorlijk is toegenomen.

 Gelukkig zijn de tijden aan het veranderen. De aanleg van wegen wordt onderworpen aan een milieueffectenrapport, ecoducten trachten de gevolgen van habitatversnippering tegen te gaan, amfibieëntunnels leiden kikkers, padden en salamanders veilig naar de andere kant van de weg. Maar tegelijk is er een trend naar meer en bredere wegen. Vooral voor vogels, zoogdieren en amfibieën is het wegverkeer één van de  belangrijkste onnatuurlijke doodsoorzaken en dat is onaanvaardbaar.

 Met het project ‘Dieren onder de wielen’ willen de Vlaamse overheid, Natuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen samen in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke soorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Want meten is weten. Doel: de Vlaamse wegen veiliger maken, niet enkel voor automobilisten maar ook voor dieren die steeds vaker geconfronteerd worden met wegen die hun leefgebied doorkruisen.

 Het succes van ‘Dieren onder de wielen’ hangt in hoge mate samen met het aantal meldingen dat wordt doorgegeven. Elk gegeven telt en iedereen kan meedoen! Heeft u zelf ergens een dode egel, een aangereden merel, een platte vos of een kapot konijn gezien, dan kan je dit melden op de nieuwe website www.dierenonderdewielen.be. Het is best ontnuchterend. Op bijna elke weg tref je wel ergens een dood beest aan. Pijnlijk, maar zeker de moeite om dit te melden. De ingezamelde kennis over verkeersdode dieren moet er in de toekomst immers voor zorgen dat het aantal slachtoffers drastisch wordt verlaagd.

 Het project liep in 2009 al enkele maanden proef. Ook al werd er nauwelijks promotie rond gemaakt, toch werden op de webstek al heel wat meldingen ingevoerd. Een tip van de sluier: de eerste zes maand van 2009 was voor gans België ‘goed’ voor 445 egels, 176 dassen, 141 vossen, 133 bunzingen en 113 steenmarters. Uiteraard loopt het soortenspectrum sterk uiteen per provincie maar die voorlopige top vijf geeft aan dat er vooral rake klappen vallen onder de grotere zoogdieren. Bij vogels gooit kerkuil hoge ogen met 31 gemelde doden en bij amfibieën voert gewone pad de ranglijst aan met 5.920 doden.

 In de voorlopige top van de ranglijst lichten we er toch even die bunzingen uit. Best eng, 133 verkeersslachtoffers, terwijl we vermoeden dat deze kleine marterachtige er sterk op achteruitgaat. De gegevens die in het kader van dit project zullen worden ingezameld, zullen ons hierover hopelijk meer inzicht verschaffen.

 Dit is maar een tip van de ijsberg en de cijfers zullen vast nog sterk oplopen wanneer het project begin september ook bij het grote publiek bekend wordt gemaakt. Hoe fragmentarisch de dataset ook zal zijn, ze zal een unieke bron van informatie vormen die beleidsmakers hopelijk zal wakker schudden en het faunavriendelijk maken van de wegeninfrastructuur hoger op de agenda zal plaatsen. Wegen moeten er zijn, zondermeer maar tegelijk moet maximaal worden geïnvesteerd om de negatieve impact van het wegennet te minimaliseren. Geen gemakkelijke oefening maar hopelijk levert het project ‘Dieren onder de wielen’ voldoende informatie op om heel wat verkeersassen veiliger te maken, ook voor vogels, zoogdieren en amfibieën.

En dat ontsnipperende maatregelen echt wel kunnen renderen, werd intussen al voldoende aangetoond. In Vlaanderen werden al enkele succesvolle ecoducten in gebruik genomen. Dat van de Kikbeek in het Nationaal Park Hoge Kempen over de E314 is alvast een goed voorbeeld. Het kostenplaatje is doorgaans niet gering maar op het totaalbudget dat jaarlijks voor aanleg en onderhoud van de Vlaamse wegen wordt gebudgetteerd, valt dat relatief mee.

 ‘Dieren onder de wielen’ wordt dus vooral een oproep aan alle chauffeurs, alle mensen die gebruik maken van wegen waarop heel wat dieren een platte dood tegemoet gaan. Meld ons alle faunaslachtoffers die je op het Vlaamse wegennet ziet! Aan de hand van deze dataset zullen hopelijk inzichten kunnen worden verschaft die kunnen leiden tot een meer  faunavriendelijke inrichting van dat wegennet of tot een meer verantwoorde inplanting van nieuwe wegeninfrastructuren. Alle gegevens kan je kwijt op de gebruiksvriendelijke invoermodule die voor dit project werd ontworpen (www.dierenonderdewielen.be).

Dominique Verbelen - Groenlink okt-dec 2009

Terug naar overzicht artikels


Vals beeld over Schipdonkkanaal?

Blijkbaar laten de Zeebrugse havenbelangen, gesteund door de stad Brugge, niets ongelegen om de verbreding van het Schipdonkkanaal onder de aandacht te houden. Deze week schroomde de koepel van de Zeebrugse private havensector er zich niet voor om de tegenstanders ervan te beschuldigen de publieke opinie een vals beeld voor te houden in de rug gedekt door ‘gespecialiseerde professoren’. Het welles-niets spel zou een publiek debat heel moeilijk maken, de Brugse havenlobby draagt er alvast zijn steentje flink toe bij.

In De Tijd van 24 juni lezen wij dat volgens Guy Depauw, secretaris-generaal van APZI, de koepelvereniging van de Zeebrugse private havensector, verkeerde informatie over het project wordt verspreid en er teveel aspecten verkeerd worden voorgesteld ook door gespecialiseerde professoren. Er is sprake van desinformatie. Daarnaast vraagt de APZI de basisstudie van Waterwegen & Zeekanaal eens opnieuw ernstig onder de loep te nemen, alsof dit nog niet zou zijn gebeurd.

Natuurpunt, Boerenbond en Bond Beter Leefmilieu hebben zich om een oordeel te vormen over het project juist gebaseerd op de resultaten van twee overheidsopdrachten (de Haalbaarheidsstudie en plan-Mer) die de studie van W&Z onder de loep namen. Meer nog, in tegenstelling tot bepaalde actiecomités, hebben wij als organisaties niet alleen deze studies afgewacht om een standpunt in te nemen. Wij zijn ons tevens gaan bevragen bij hen die de plan-Mer hebben uitgewerkt, en wij hebben acte genomen van wat in de hoorzitting in het Vlaams parlement door de diverse betrokken partijen (ook W&Z en de Zeebrugse haven) werd ingebracht. Tot slot hebben ons ook geïnformeerd bij tal van onafhankelijke deskundigen.

Onduidelijkheid troef

Wij moesten daarbij vaststellen dat het project louter en alleen op zichzelf werd bekeken en er op geen enkele manier rekening werd gehouden met de globale waterbalans van het Schelde- en Leiebekken, noch met de andere projecten die op dit ogenblik in de pijplijn zitten.

De waarschuwingen die professor Patrick Meire ter zake tijdens de hoorzitting in het Vlaams parlement formuleerde werden op geen enkele manier degelijk weerlegd. Ook op onze vaststelling dat geen rekening gehouden werd met de te verwachten effecten van de klimaatverandering kwam geen antwoord. Of toch: vanuit het bij het plan-Mer betrokken studiebureau werden wij erop gewezen dat bij aanvang duidelijk en uitdrukkelijk door de opdrachtgever gesteld was hiermee geen rekening te houden. Ondanks herhaaldelijk aandringen kwam er ook geen enkele duidelijkheid over de juiste grondbalans die aan het voorliggende project verbonden is. Dat het een veelvoud zou zijn van de 67 ha die in het plan-Mer naar voor wordt geschoven, daarover was iedereen het eens. Bovendien blijft ook de grootste onduidelijkheid over de problematiek van de verzilting van de omliggende gronden. In de plan-Mer wordt nochtans toegegeven dat de voortschrijdende verzilting belangrijke gevolgen zal hebben voor de aanpalende gronden en waterlichamen.

Daarnaast blijven wij in het ongewisse omtrent een hele reeks kosten die juist een belangrijke impact hebben op het resultaat van de maatschappelijk kosten-baten analyse van het project, doch die nergens in deze balans zijn meegenomen.

 Toch bijkomende studies …

 Het zal duidelijk zijn dat wij vanuit Natuurpunt, BBL en Boerenbond niet over één nacht ijs zijn gegaan en ons juist behoed hebben voor het verspreiden van valse informatie. Dat wij daarbij ruimer kijken dan het project van het Schipdonkkanaal op zich en dat wij ons verder informeren dan wat W&Z en de haven ons voorschotelt, lijkt ons niet meer dan logisch. Dat wij bovendien ook de vraag durven stellen in hoeverre de hele maatschappij en niet alleen de haven bij een dergelijk grootschalig project gebaat is, kan ons toch niemand verwijten.

Wanneer men dan in de havenkringen zijn best doet om onze bevindingen en standpunten als een 'een irrationele benadering' onder de mat te vegen, lijkt dit ons eerder een wanhoopskreet dan een gefundeerde verdediging van het eigen project. Opvallend ook hoe de havenautoriteiten nu zelf om bijkomende studies smeken, terwijl ze enkele maanden geleden nog beweerden dat er genoeg studies waren uitgevoerd en er dringend een beslissing moest worden genomen.

Alvorens nog maar eens studies uit te voeren, ware het misschien nuttig ook oor te hebben voor de bezwaren die vanuit een ruime maatschappelijke basis naar voor worden gebracht en misschien toch maar eens te luisteren naar de verketterde 'gespecialiseerde professoren'.

Vragen aan de Vlaamse regering om de studies voor de verbreding van het Schipdonkkanaal voort te zetten is één, meteen ook pleiten om de plannen uit te voeren, zoals Guy Depauw in De Tijd, is voor ons meer dan één brug te ver. Natuurpunt, BBL en Boerenbond zijn er dan ook eenstemmig van overtuigd dat ook de nieuwe Vlaamse regering dit zal beseffen, zeker in een periode waarin zware besparingen zich opdringen.

Terug naar overzicht artikels


GROENE GORDEL VAN BRUGGE WELDRA VERLEDEN TIJD!!

 De afdelingen van Natuurpunt Brugs Ommeland (NBO) zijn bijzonder teleurgesteld over het gesloten akkoord van 3 april in de Vlaamse regering betreffende Chartreuse en het project Uplace (voetbalstadion voor Club Brugge met bijkomend winkelcentrum).

Door geheel dit open ruimtegebied tussen Loppem en Brugge aan te wijzen als zone voor stedelijke activiteiten met parkkarakter slaagt men erin met één pennentrek de groene gordel van Brugge in het zuiden volledig te niet te doen.

Waar men tot voor kort nog pogingen en beloftes deed om de megalomane projecten in te perken is de Vlaamse regering er al weer niet in geslaagd om enig respect te tonen voor open ruimte. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wordt meer en meer uitgehold. Wat blijft er over van de opzet “Vlaanderen open en stedelijk”??

Ook in het Brugse heeft men blijkbaar het  maar op een akkoord kunnen gooien door ieder zijn zin te geven en geeft men zijn zegen voor alle mogelijke projecten zonder enig beperking.

Want niet alleen wordt de mogelijkheid geschapen om een voetbalstadion, winkelcentrum en grote kantoorgebouwen te realiseren. Ook allerhande sportaccommodaties, zoals een voetbal oefencentrum wordt er ook nog bijgevoegd. En de inkt van het akkoord was nog niet droog of VOKA kwam al met een verklaring dat langs de Vliegweg in Oostkamp industrieterreinen onontbeerlijk zijn voor de toekomst van de regio.

Natuurpunt kan alleen maar vaststellen dat deze beslissing ieder projectontwikkelaar weer doet dromen dat in Vlaanderen alles mogelijk is en in de zuidrand van Brugge nog veel te realiseren is!!.Alleen de open ruimte die, o zo noodzakelijk is voor de leefbaarheid van ons stedelijk Vlaanderen, is blijkbaar van geen tel.

En wat met het duurbetaalde MER rapport die de zuidelijke rand als meest slechte keuze heeft aangeduid?? Ook hier veegt de Vlaamse regering zijn eigen studies onder de mat.

Waar deze studie alleen rekening heeft gehouden met een winkelcentrum en voetbalveld komen er nu nog tal van projecten bij die de leefbaarheid van de zuidelijke rand bijkomend zullen bezwaren. Telt alleen de prestige van grootse projecten?? Met de gezondheid van onze gestresseerde medemens wordt blijkbaar geen rekening gehouden.

Is het daarom dat men er vlug nog parkkarakter heeft aan toegevoegd?? Om de schijn op te houden dat er ook nog ruimte moet zijn voor wat groen. Wellicht zullen de geplande oefenvelden als groen schaamlapje moeten fungeren.

In een tijd waar het woord duurzaamheid iedere dag gebruikt en misbruikt wordt stelt Natuurpunt vast dat de Vlaamse regering er in geslaagd is voor een project te kiezen waar duurzaamheid van geen tel is.

Natuurpunt kijkt daarom nu reeds uit naar de officiële besluiten en belooft het nodige weerwerk tijdens de openbare onderzoeken en andere democratische processen.

 Natuurpunt  Brugs Ommeland

Contactadres: P. De Graeve Karel Custisstraat 4 8200 Brugge Tel. 050/39.04.77.

 Perstekst/reactie van de Natuurpuntafdelingen van het Brugs Ommeland (NBO) op het gesloten akkoord rond de Charteuse en Oostkampse baan

Terug naar overzicht artikels


 

Natuurpunt inZICHT schrijft open brief aan de Vlaamse regering‏

 

Geachte Minister Peeters
Geachte leden van de Vlaamse Regering

De kogel is door de kerk. Eindelijk is er een beslissing genomen rond het clubstadion annex winkelcomplex in de zuidrand van Brugge. Iedereen die dacht dat het lange stilzwijgen een moedige, evidente en goede beslissing voorafging, is er aan voor de moeite.
Nog maar eens blijkt dat het veel makkelijker is te kiezen voor het gelobby van een paar mannen met dikke buiken , dure auto’s en een grote mond. Nog maar es blijkt dat leefkwaliteit, lange termijn-denken, kleinschaligheid, natuur en milieu helemaal niet in het politieke woordenboek voorkomen.
Wij zijn teleurgesteld, en met ons velen. Wij zijn teleurgesteld omdat u in plaats van te onderzoeken wat de beste oplossing was (nochtans niet zo moeilijk met het MER in uw onderste lade), u hebt uitgedokterd hoe u dat MER in die onderste lade kon krijgen. Wat is het nut om dergelijke dure onderzoeken te voeren om er dan volledig geen rekening mee te houden ? Loppem kwam er nota bene als slechts mogelijke optie uit.
Het is de taak van de overheid om te kiezen voor het algemeen belang. Het is de taak van de overheid om gemeenschapsgeld goed te besteden. Het is de plicht van de overheid om rechtlijnig te zijn. Het is de plicht van de overheid om elk valabel alternatief te onderzoeken en dan de beste oplossing te kiezen. Dit zou getuigen van goed bestuur.
Tot vorige week klonk overal dat én de headquarterszone in de Chartreuse én het stadion aan de Oostkampse Baan samen, onbespreekbaar was. Zelfs dit werd door uw regering nu van tafel geveegd. De ‘vernietiging van de Groene Gordel rond Brugge’ mag u alvast op uw palmares schrijven.
Binnenkort komt er een referendum over de Lange Wapper. Alle antwerpenaren mogen hun stem laten horen vóór of tegen de Lange Wapper. Niet dat de Lange Wapper de best mogelijke optie is, ook daar kan men zich serieus vragen over stellen, maar goed, dat is Loppem ook niet. Waarom wordt dan niet aan de Loppemnaren een referendum voorgelegd? Heeft u daar schrik voor? Waarom zou de stem van iemand uit Antwerpen luider klinken dan die van alle Loppemnaars? Of is de Lange Wapper een lokaal project en het stadion een dossier van nationaal belang?
Wij weten het niet meer, maar wanneer er een keuze moet gemaakt worden tussen een duur mega-project en de leefkwaliteit, natuur of milieu, lijkt het altijd het grote geld die het haalt. Is leefbaarheid, natuur en milieu dan enkel een thema wanneer de verkiezingen eraan komen?
Iedereen weet dat we in Vlaanderen met een gigantische ruimtelijke wanorde zitten (een erfenis van al uw voorgangers in de Belgische en Vlaamse regering), met alle gevolgen van dien: verkeersproblemen, uren files, ongezonde woonomgevingen, stress, wateroverlast, … Toch heeft niemand de moed om te zeggen “Stop, nu is het genoeg!”
Beste leden van de Vlaamse Regering, u heeft een beslissing genomen die bij velen in het verkeerde keelgat is geschoten. Zij die hun hoop in de Vlaamse politici hadden gesteld, komen van een kale reis terug.
Wij, het bestuur van Natuurpunt inZICHT (Zedelgem, Ichtegem, Torhout) zullen ons met de buurafdelingen uit Brugge en Oostkamp én ons nationaal bestuur beraden om te zien welke stappen hier verder kunnen ondernomen worden.
De Witte Pion kan alvast 200% op onze steun rekenen.

In naam van het afdelingsbestuur
Stefaan De Kerpel
Voorzitter Natuurpunt inZICHT

Terug naar overzicht artikels


 

Natuurpunt, Boerenbond en Bond Beter Leefmilieu zeggen neen tegen Seine-Schelde-West

 

Verbreding Schipdonkkanaal strategische blunder in het waterbeleid

Maldegem, 9 april 2009. Het project Seine-Schelde-West zal de huidige waterproblemen vergroten, zeker wanneer de klimaatverandering in rekening wordt gebracht. Bovendien is de economische noodzaak van het project hoogst twijfelachtig en zijn de kosten ervan zwaar onderschat. Tenslotte heeft het een grote impact op de natuur en landbouw in de regio rond het Schipdonkkanaal.
Reden genoeg voor Boerenbond, Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu om een gezamenlijk standpunt in te nemen over het dossier. De boodschap van de organisaties is niet mis te verstaan: “De Vlaamse regering moet dit project afblazen nu het nog kan”. In plaats van te investeren in de enorme infrastructuurwerken voor Seine-Schelde-West, moet de overheid werk maken van een toekomstgericht waterbeheer voor het Scheldebekken.
Voor de ontsluiting van Zeebrugge moeten naast de voorziene weginfrastructuur, de estuaire vaart en het spoor uitgebouwd worden. Daar bestaat wel maatschappelijke eensgezindheid over, stellen de organisaties.


Grond / Ruimte
De uitvoering van Seine-Schelde-West neemt onredelijk veel open ruimte en beschikbare gronden in beslag. Er is de rechtstreekse inpalming van grond door de verbreding van het Schipdonkkanaal en het graven van het verbindingskanaal tussen het Schipdonkkanaal en het Boudewijnkanaal. Maar ook onrechtstreeks slorpt het project veel ruimte op. Er moeten bruggen worden verbouwd en heel wat grachten worden verbreed om de verzilting tegen te gaan. Daarnaast moet er grond worden aangesneden om verloren natuurgebieden te compenseren. Tot slot zou ook de opslag van grondoverschotten veel ruimte in beslag nemen. Het is nu reeds duidelijk dat de uiteindelijk een veelvoud aan landbouwgrond door het project zal verloren gaan dan de 70 ha die nu voor de verbreding in de plan-Mer zijn vermeld

Waterproblemen van de toekomst
De uitvoering van het project zou ook zorgen voor de degradatie van landbouw- en natuurgronden rond het kanaal. Dat zou het gevolg zijn van het zout water in het kanaal. Om dat probleem te voorkomen, is voorzien om grote hoeveelheden water naar het verbreed kanaal af te leiden. Dat water is er niet– ’s zomers zijn er nu al watertekorten rond Gent. In de toekomst zullen die tijdelijke watertekorten steeds meer opduiken, als gevolg van de opwarming van de aarde.

Het beschikbare zoet water is nodig om te voorzien in de verschillende functies van het bestaande netwerk (bijvoorbeeld natuurfunctie van de Zeeschelde, landbouwfunctie van kanaal Gent-Oostende, scheepvaartfunctie van het kanaal Gent-Terneuzen). Het is ook van strategisch belang voor de toekomstige watervoorziening van de hele kustregio.

Seine-Schelde-West uitvoeren, zou een strategische blunder zijn in het integraal waterbeleid: het project verergert de bestaande problemen van watertekort en verzilting en negeert de waternoden en evoluties in de toekomst. Boerenbond, Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu vragen dan ook om dringend werk te maken van een toekomstgericht waterbeleid voor de Schelde. Op basis van een goede waterbalans en een integraal overzicht van de noden in de toekomst, moet een plan worden gemaakt dat het Scheldebekken “climate-proof” maakt.

Alternatieven zijn voorhanden
Terwijl het nut van het project hoogst twijfelachtig is (zeker de kosten zijn vandaag schromelijk onderschat), is de noodzaak ervan niet bewezen.
Boerenbond, Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu vragen dan ook om eerst snel werk te maken van een aantal geplande investeringen. In het strategisch plan voor de haven zijn een heel aantal projecten genoemd (bijvoorbeeld het ontdubbelen van de spoorlijn Brugge-Gent) waarrond wél een draagvlak en consensus bestaat.
Voor de toekomst bieden de ontsluiting via spoor en estuaire vaart, naast de reeds voorziene verkeersontsluiting ruime mogelijkheden voor een duurzame groei van de Zeebrugse haven.

Oproep tot kanaalfeesten
Boerenbond, Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu steunen daarom de kanaalfeesten georganiseerd door 't Groot Gedelf en roepen hun achterban op om eraan deel te nemen.

 

Contact:
Natuurpunt : Peter Symens : 0474-54 45 90

Boerenbond: Peter van Bossuyt : 0476-84 96 37

Bond Beter Leefmilieu: Wim Van Gils : 0478-32 78 88

Bond Beter Leefmilieu: is de onafhankelijke federatie van meer dan 140 natuur- en milieuverenigingen in Vlaanderen. Lees meer op www.bondbeterleefmilieu.be

Boerenbond: is de grootste Vlaamse landbouworganisatie, lees meer op www.boerenbond.be

Natuurpunt: is de vereniging voor de bescherming van natuur en landschap in Vlaanderen. Lees meer op www.natuurpunt.be

Terug naar overzicht artikels


 

Zeegegevens beschikbaar in Google Maps en Google Earth

 

Google heeft sinds kort oceanografen ingeschakeld om gedetailleerde 3D-kaarten van de onderwaterwereld via Google Maps en Google Earth te kunnen aanbieden. Op 2 februari 2009 werd de nieuwe applicatie officieel gelanceerd. In de Google Earth versie 5.0 (http://earth.google.nl/ocean) kun je de laag 'Ocean' downloaden. Hiermee duik je naar het allerdiepste gedeelte van de oceaan, de Marianentrog. Je verkent de oceaan met oceaanexperts van o.a. National Geographic en BBC. Je leert meer over oceaanobservaties, klimaatverandering en bedreigde diersoorten. Je ontdekt er nieuwe plaatsen, zoals surf-, duik- en reislocaties en de ligging van scheepswrakken, marien beschermde gebieden of onderzeese kabels. Interessant is dat Google de Ocean-laag als een platform ziet om vanuit verschillende hoeken om extra informatie toe te voegen rond stromingen, watertemperatuur, locatie van wrakken, koraalriffen, enz. Aan de kaarten worden hoge resolutiebeelden en filmmateriaal toegevoegd, alsook links naar interessante websites met meer informatie.

 

Terug naar overzicht artikels


Nieuws van het Sternenschiereiland te Zeebrugge

Sinds 1997 doet het INBO onderzoek naar kustbroedvogels (in het bijzonder naar sternen en meeuwen) in de voorhaven van Zeebrugge. Hierbij worden zowel de aantalsveranderingen, de broedbiologie als de voedselecologie onder de loep genomen. Sinds een viertal jaar concentreert de sternenactiviteit zich hoofdzakelijk op het Sternenschiereiland. Dit gebied werd speciaal voor deze soorten aangelegd tegen de oostelijke strekdam van de haven om één van de belangrijkste sternenbroedkolonies in Europa te vrijwaren van de ondergang.

Terug in de tijd: het broedsucces in 2007

Het broedsucces van Kokmeeuw, Visdief en Grote Stern wordt al een aantal jaren van nabij opgevolgd in Zeebrugge. Dit gebeurt door een aantal representatieve nesten in de kolonie te omheinen met kippengaas zodat de kuikens niet kunnen weglopen van de nestomgeving. Van de nesten binnen deze omheiningen worden de legselgrootte (het aantal eieren per nest), het uitkomstsucces (het percentage eieren dat uitkomt), het uitvliegsucces (het percentage kuikens dat uiteindelijk uitvliegt) en het broedsucces (het aantal vliegvlugge jongen per paar) gemeten. De nesten worden ten minste 3 keer per week gecontroleerd. Kuikens geboren binnen de omheining worden geringd om ze individueel te kunnen volgen. Tot aan het uitvliegen worden ze regelmatig gemeten en gewogen. Deze methode geeft een goed inzicht in de verliesoorzaken van eieren en kuikens. In 2007 kwam het broedseizoen voor de Visdief pas traag en later dan normaal op gang. Echter, wat aantallen en broedsucces betreft werd het één van de beste jaren sinds het begin van de metingen in Zeebrugge (Tabel 1). Zowel de legselgrootte (gemiddeld 2,7 eieren per nest) als het uitkomstsucces (92% van alle eieren kwam uit) en het uitvliegsucces (90% van alle jongen die werden geboren vlogen uit) waren het hoogste ooit gemeten in deze kolonie. Uiteindelijk vlogen per nest gemiddeld 2,2 jongen uit. Het uitzonderlijk hoge voedselaanbod vorig jaar was hiervoor de drijvende factor.

Tabel 1. Broedbiologische parameters van de Visdief gemeten te Zeebrugge in de periode 1997-2007.

Jaar

Legselgrootte

(n eieren)

Uitkomst -

succes (%)

Uitvliegsucces (%)

 

Broedsucces

(n jongen/paar)

1997

2.4

78

50

0.9

1998

2.5

77

61

1.3

1999

2.5

78

67

1.3

2000

2.3

91

37

0.8

2001

2.3

80

74

1.4

2002

2.2

79

8

0.1

2003

2.6

87

74

1.7

2004

2.1

81

38

0.7

2005

2.0

80

36

0.6

2006

2.0

50

81

0.8

2007

2.7

92

90

2.2

Voor de Grote Stern was het eerder een gemiddeld jaar (Tabel 2). De legselgrootte bedroeg 1,4 eieren per nest, wat niet slecht is. Het uitkomstsucces was met 52% wel laag. Dit lage cijfer was hoofdzakelijk een gevolg van predatie van de eieren door meeuwen. Als gevolg van het grote voedselaanbod was het uitvliegsucces met 63% wel aan de hoge kant in vergelijking met voorgaande jaren. Het uiteindelijke broedsucces (0,4 jongen per paar) is echter onvoldoende om een stabiele populatie te behouden. Daartoe zou het broedsucces ongeveer 0,8 tot 1 jong per paar moeten bedragen.

Tabel 2. Broedbiologische parameters van de Grote Stern gemeten te Zeebrugge in de periode 1997-2007.

Jaar

Legselgrootte

(n eieren)

 

Uitkomstsucces

(%)

 

Uitvliegsucces

(%)

 

Broedsucces

(n jongen/paar)

1997

1.5

58

13

0.1

2000

1.7

80

-

-

2001

1.1

74

70

0.6

2002

1.1

0.0

43

0.0

2003

1.3

90

66

0.8

2004

1.5

90

52

0.7

2005

1.2

57

28

0.2

2006

1.5

47

48

0.3

2007

1.4

52

63

0.4

En wat gaf 2008?

Het Sternenschiereiland bood een enigszins vreemde aanblik dit jaar. Waar er normaal gezien vele duizenden Grote Sternen een oorverdovend kabaal zitten te maken, zag het er nu een stuk leger uit. Dit was al tijdens de voorjaarstrek zo toen er maximaal enkele tientallen Grote Sternen op het slik kwamen rusten en dat bleef ook zo gedurende het broedseizoen. Een vijftal keren probeerde een groepje Grote Sternen een kolonie te vormen maar keer op keer werden alle nesten gepredeerd door meeuwen. In totaal werden 249 nesten geteld, uiteindelijk vloog er exact één jong uit…

Met de Visdief ging het wel relatief goed. De 2003 getelde nesten waren er weliswaar een stuk minder dan vorig jaar, maar het broedsucces was wel goed. Dit was opnieuw voor een stuk te danken aan een goed voedselaanbod. Net zoals vorig jaar lag de Visdievenkolonie bij momenten bezaaid met niet verorberde Haringen.

Waarom de Grote Stern het dan niet goed deed is moeilijk te achterhalen. Mogelijk speelde de aanwezigheid van een aantal katten op het schiereiland een doorslaggevende rol. Deze hadden blijkbaar de weg naar het eiland gevonden en maakten onder andere vrij veel slachtoffers onder de broedende Visdieven.

Het aantal Dwergsternen kende voor het vierde jaar op rij een stijging. In 2008 kwamen 177 koppels tot broeden in Zeebrugge, waarvan opnieuw 52 in de Baai van Heist. Niettegenstaande van deze soort het broedsucces niet gestandaardiseerd wordt gemeten, hadden we de indruk dat er weinig kuikens zijn uitgevlogen.

Meeuwen van allerlei pluimage

Naast een grote kolonie met sternen heeft Zeebrugge nog wel meer te bieden: meeuwen! Maar liefst zes soorten broeden jaarlijks in de voorhaven waarvan drie in grote aantallen. Belangrijk zijn de Kokmeeuwen die elk jaar de kans op vestiging van Grote Sternen mee bepalen. Deze laatste zijn voor hun bescherming immers afhankelijk van de agressievere Kokmeeuwen. Als ze deze niet hebben broeden ze liever op een andere, veiligere plaats. Sinds de economische ontwikkeling van de westelijke voorhaven (en de verschuiving van de Kokmeeuwen naar het Sternenschiereiland) is de Zeebrugse Kokmeeuwenpopulatie op ongeveer een derde teruggevallen. In 2008 werden 627 nesten geteld. De westelijke voorhaven wordt hoofdzakelijk bevolkt door Kleine Mantelmeeuwen en Zilvermeeuwen. Na een sterke toename sinds halfweg de jaren ’90, zijn de aantallen de voorbije jaren gestabiliseerd of zelfs licht afgenomen. In 2008 kwamen 1755 koppels Zilvermeeuwen en 4243 paar Kleine Mantelmeeuwen tot broeden. Opvallend bij deze opportunistische soorten is dat ze als gevolg van de toegenomen druk op de bestaande kolonies ook op andere plekken, o.a. Sternenschiereiland, Baai van Heist, rustige stukken van de oostelijke strekdam… gaan broeden. Bovendien is het percentage dakbroeders ook in de haven de voorbije jaren sterk gestegen en worden ook buiten de haven dakbroeders gemeld. De vraag is natuurlijk waarheen dit zal leiden als ook de rest van de voorhaven wordt ontwikkeld.

Voor het eerst sinds een aantal jaren kwam geen zuiver koppel Geelpootmeeuw tot broeden. Wel werden traditiegetrouw een aantal gemengde broedgevallen met Zilveren Kleine Mantelmeeuw vastgesteld. Om het meeuwenhoofdstuk af te ronden: ook 9 paar Stormmeeuwen en 5 paar Zwartkopmeeuwen broedden dit jaar in de Zeebrugse voorhaven. Voor veel meeuwensoorten is Zeebrugge de belangrijkste broedsite van Vlaanderen.

Andere soorten

Positief nieuws was er over de Bontbekplevier: met 10 koppels werd het hoogste aantal broedgevallen ooit vastgesteld in Zeebrugge. Strandplevier deed het met 14 koppels iets beter dan vorig jaar maar blijft op een erg laag niveau steken in vergelijking met vroeger. Tapuit deed het met 2 koppels minder goed dan vorig jaar. De soort doet het in Vlaanderen zo slecht dat Zeebrugge zelfs met 2 broedparen een ‘bolwerk’ is… In het Vlaams Natuurreservaat de ‘Baai van Heist’ tenslotte werd er één territorium van Kuifleeuwerik, nog zo’n soort in steile val, vastgesteld.

Broedgeval van Dougalls Stern

De Dougalls Stern is in België tijdens de trek een erg zeldzame gast en is dat zeker als broedvogel. Zuivere koppels werden in ons land nog nooit vastgesteld. Het was dan ook een grote verrassing toen in 2007 minstens 9 verschillende individuen werden vastgesteld op het Sternenschiereiland, weliswaar ging het toen om niet-broedende exemplaren. In 2008 werd het zelfs nog beter. De eerste Dougalls Stern werd gezien op 28 mei. Vanaf toen was de soort nagenoeg dagelijks aanwezig. In totaal ging het om minstens 11 verschillende individuen. Vanaf 28 mei werd regelmatig een alarmerende Dougalls Stern boven de Visdievenkolonie gezien. De hoop op een ‘zuiver’ broedgeval werd de grond ingeboord toen op 4 juni de copulatie werd gezien tussen een Visdief en de Dougalls. Hieruit leerden we dat het om een wijfje ging. Typisch voor de soort werden twee eieren gelegd. Toen de vogel op 20 juni kon worden gevangen bleek dat hij als kuiken op 22 juli 2004 werd geringd in de kolonie op Lady’s Island Lake in Wexford (Ierland). Dit was de eerste terugmelding van dit individu. Eén jong werd dood gevonden, over het lot van het tweede heerst onduidelijkheid. Er zijn wel meer gemengde broedgevallen bekend voor België. Tussen 1976 en 1984 werd in het Zwin bijna jaarlijks een gemengd broedgeval met Visdief vastgesteld. Dit jaar werd tweemaal een baltsend (zuiver) koppel Dougalls Sternen gezien, het bleef echter bij deze twee keer.

Vooruitblik

Voor het begin van het broedseizoen 2009 staan nog een paar fikse veranderingen op het schiereiland op het programma. Zo worden de huidige windturbines vervangen door hogere exemplaren, wordt de oprukkende vegetatie teruggedrongen én wordt het eiland een stuk uitgebreid. Benieuwd wat dit allemaal zal opleveren!

Wouter Courtens,
wouter.courtens@inbo.be
Eric W.M. Stienen

Marc Van de Walle

Bron: http://www.inbo.be/files/Bibliotheek/94/182594.pdf

Terug naar overzicht artikels


Planning windmolenparken in zee houdt te weinig rekening met zeezoogdieren.

Bij de ruimtelijke planning en bouw van windmolenparken in zee wordt te weinig rekening gehouden met de effecten op het mariene ecosysteem. Dit kan in de toekomst grote gevolgen voor zeezoogdieren en vogels hebben. Dit stelde prof. dr. Han Lindeboom van onderzoeksinstituut, Wageningen IMARES op 13 februari op de Offshore Wind Power Conferentie in Den Helder. Lindeboom pleitte ervoor de aanleg milieuvriendelijker te maken en meer rekening te houden met de effecten van windparken op het omringende ecosysteem.

Bij de ruimtelijke planning van de windmolenparken in zee wordt veel te weinig rekening gehouden met mogelijke effecten op met name vogels. Uit onderzoek van de in de Nederlandse Noordzee gebouwde windparken blijkt dat hoewel de parken attractief kunnen zijn voor sommige vogelsoorten, bijvoorbeeld de aalscholver, er ook soorten zoals zeekoeten en Jan-van-gents zijn die hinder ondervinden van de parken. Dat geldt vooral als de molens dicht op elkaar staan of als de parken als geheel een grote barrière vormen, waardoor de vogels er niet meer tussendoor durven en om gaan vliegen. Bij de huidige parken lijken de effecten mee te vallen, maar als er veel parken komen kan dit problemen geven.

Barrière voor vogels en zeezoogdieren.

Op dit moment worden veel windparken in het Belgische deel van de Noordzee pal langs de Nederlandse grens gepland en heeft Nederland het voornemen het hieraan grenzende gebied voor grootschalige windparken aan te wijzen. Als deze plannen onverminderd doorgaan kan dit tot grote barrières voor vogels en zeezoogdieren leiden en op termijn tot wijziging van het gebruik van de zee door deze dieren. Onderzocht moet worden of problemen niet voorkomen kunnen worden door andere afstanden tussen molens of het creëren van molenvrije vlieg- of zwemcorridors. Van enige afstemming tussen Nederland en België lijkt tot nu toe geen sprake. En dit soort problemen kunnen zich ook elders in de Noordzee gaan voordoen als iedereen langs zijn grenzen grote parken gaat bouwen.

Fundamenten van windmolens niet heien.

In Nederland zijn de eerste twee windmolenparken gebouwd door middel van het heien van de palen die als fundament dienen voor de molens. Dit heien veroorzaakt zeer veel geluid onderwater dat tot op een kilometer dodelijk kan zijn voor bruinvissen, terwijl het ook dodelijk kan zijn voor zeehonden en vislarven. Hoewel uit onderzoek tot nu toe geen effecten zijn gebleken, zijn deze effecten niet uit te sluiten als er overal in de Noordzee gebouwd en geheid gaat worden.

In België zijn de eerste, zeer grote molens gebouwd met een op de zeebodem staande betonnen voet, waarbij niet geheid hoefde te worden. Dit levert waarschijnlijk veel minder effecten op voor zeedieren en vislarven. De onderzoekers van Wageningen IMARES bevelen nader onderzoek aan naar gebruik van milieuvriendelijker wijzen van bouwen, zoals palen in de bodem trillen of gebruik van betonnen funderingen.

Bron: Wageningen UR, 16/02/09 - Overgenomen uit Zoogmail 2009 08

Terug naar overzicht artikels


 

Impact windturbines op vogels sterk afhankelijk van locatie

 

De Vlaamse overheid wil tegen 2010 ongeveer 25% van de elektriciteit op milieuvriendelijke manier opwekken, onder andere uit windenergie. Als een gevolg daarvan verschijnen er op verschillende plaatsen in het landschap windturbines. Elektriciteit uit wind is vanzelfsprekend een goede zaak, maar tegelijk rijst ook de vraag welke impact deze turbines hebben op de fauna – vooral de vogels - in de buurt. Daarom heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) gedurende zes jaar een uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van windturbines op vogels en vleermuizen. Uit dit eerste langlopende onderzoek in Vlaanderen besluit het INBO dat er voldoende locaties te vinden zijn waar de impact op de natuur klein is, maar dat er ook plaatsen zijn waar de turbines een verstorend effect hebben. Bij ongeveer 10% van de plaatsingsaanvragen voor nieuwe turbines adviseert het INBO negatief.

Het aantal vogels dat in de wieken terecht komt en sterft, schommelde voor de windparken gemiddeld tussen 1 en 42 per turbine en per jaar, met een uitschieter van zo’n 125 vogels per jaar voor één bepaalde turbine. Joris Everaert van het INBO besluit: “Op bepaalde plaatsen hebben turbines een negatieve invloed op de vogels. Er zijn niet alleen aanvaringsslachtoffers, maar er is ook soms een verstorend effect op de vogels: ze durven niet meer in de buurt komen op zoek naar voedsel of een broedplaats. Samen met de bestaande druk op vogels door hoogspanningslijnen, het verkeer, bevolkingsdichtheid en aantasting van natuurgebieden zorgt dit mogelijk voor een cumulatief effect. Met meer windturbines in de buurt wordt dat effect nog groter”.

Van 2002 tot 2008 verrichtte het INBO systematisch onderzoek aan de windmolenparken van Zeebrugge (Oostdam), Brugge (Boudewijnkanaal en Kleine Pathoekeweg), Gent (Rodenhuize en Kluizendok), Schelle (Centrale), Nieuwkapelle (De Put) en steekproeven op een paar andere plaatsen. Men analyseerde vooral het aantal slachtoffers onder de turbines, maar ging ook na wat het effect was van de turbines op bijvoorbeeld het voedsel zoeken, de rust- of broedplaats, lokale vliegbewegingen, enzovoort.

Het INBO onderzoek toont aan dat grote moderne windturbines evenveel slachtoffers kunnen veroorzaken als kleine turbines. Een windpark met grote windturbines kan in bepaalde omstandigheden wel een lager aantal slachtoffers hebben dan een windpark op dezelfde oppervlakte met een groter aantal kleinere turbines. Het aantal slachtoffers is vooral afhankelijk van het aantal aanwezige en doortrekkende vogels, maar ook van diverse omgevingsfactoren. Resultaten van één bepaald windpark mogen daarom niet zomaar veralgemeend worden. In Zeebrugge bijvoorbeeld kostte het windpark aan de oostelijke havendam het leven aan heel wat bedreigde sternen, door de nabijheid van een grote broedkolonie met veel lokale trek. Een geplande vervanging van de turbines in Zeebrugge door hogere exemplaren zal de situatie voor de sternen waarschijnlijk fel verbeteren.

Op een aantal buitenlandse plaatsen vlogen ook al heel wat vleermuizen tegen windturbines, maar in Vlaanderen werden voorlopig nog geen vleermuizen gevonden.

Uit onderzoek in binnen- en buitenland blijkt dat sommige vogels nog verstoring kunnen ondervinden tot ongeveer 500 of zelfs 800 meter van middelgrote en grote turbines. De verstoring is doorgaans het hoogst bij watervogels, weidevogels en ganzen buiten de broedperiode. Diverse kleine zangvogelsoorten ondervinden minder last. Ook tijdens de lokale of seizoenstrek kunnen vogels verstoord worden, vooral als het gaat om grote windparken.

De INBO studie en heel wat internationale analyses leiden tot een aantal aanbevelingen. Joris Everaert: “In eerste instantie dient globaal gekozen te worden voor een aantal ‘zoekzones’ voor windturbines waarbij belangrijke broed, pleister-, rust- en doortrekgebieden van vogels en vleermuizen zoveel mogelijk worden vermeden. Gelukkig zijn deze nog te vinden, ondanks de beperkte ruimte in Vlaanderen.” Op die manier kunnen cumulatieve effecten door meerdere windparken ook beter vermeden worden. Afhankelijk van de functie van het gebied, het belang voor fauna, en mogelijke alternatieven, kan dan nog gekozen worden voor andere methodes om de negatieve impact verder te beperken, zoals bijvoorbeeld een aangepaste onderlinge plaatsing van de turbines (op een lijn in plaats van in een cluster). Maar de locatie blijft uiteindelijk de meest belangrijke factor. Het INBO gaat in de volgende jaren door met het onderzoek naar en adviesverlening rond windturbines. Bijkomend onderzoek is noodzakelijk om de potentiële impact beter in kaart te brengen en van daaruit nog preciezere aanbevelingen te formuleren.

 

Everaert, J. (2008). Effecten van windturbines op de fauna in Vlaanderen: onderzoeksresultaten, discussie en aanbevelingen. [INBO.R.2008. 44]. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2008 (44). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel, 174 pp. Het volledige rapport is verkrijgbaar bij het INBO, of digitaal.

 

Persbericht INBO dd. 09.02.2009

joris.everaert@inbo.be

Terug naar overzicht artikels


Ecodriving

Op uitnodiging van de milieudienst en het gemeentebestuur Beernem mochten de leden van de milieuraad deelnemen aan een workshop Ecodriving.

Ecodriving staat voor het rijden op een manier die aangepast is aan de moderne motortechnologie. Het uitgangspunt daarbij is defensief en anticiperend rijden. Dit is beter voor de verkeersveiligheid, maar er wordt tevens brandstof bespaard en zodoende worden ook de CO2 uitstoot en andere emissies beperkt. Het komt bijgevolg de verkeersveiligheid, de portemonnee, het milieu en de levensduur van de motor ten goede.

Ecodriving past binnen een nieuwe manier van omgaan met onze mobiliteit. Dit begint al bij het kiezen van het vervoersmiddel. Hoewel voor veel mensen de wagen de meest evidente manier is om zich te verplaatsen, is dit niet noodzakelijk de beste manier. Vooral voor korte verplaatsingen zijn te voet of met de fiets vlotte, efficiënte en milieuvriendelijke alternatieven. En ook nog eens gezond. Voor langere afstanden kan vb. het openbaar vervoer een alternatief zijn.

Daarnaast loont het ook de moeite om de verplaatsingen te plannen zodat je bepaalde boodschappen en taken kunt bundelen. Meerdere korte verplaatsingen zijn slechter dan één langere verplaatsing.

Indien de aankoop van een nieuwe wagen aan de orde is, is het aan te raden het brandstofverbruik en type brandstof mee als keuzecriteria op te nemen. Een goede hulp om na te gaan of je auto milieuvriendelijk is, kan de ecoscore zijn. Deze score houdt rekening met het milieu, klimaat en het verbruik. Hoe hoger de score hoe beter. Hoe lager het gemiddelde verbruik en CO2-uitstoot hoe beter. Deze kun je berekenen op www.ecoscore.be.

Maar naast een milieuvriendelijke keuze bij de aankoop en de optie van alternatieve vervoerswijzen, is ook de rijstijl belangrijk.

Een aantal weetjes:

-       10 km/uur minder snel rijden, kan tot 1 l brandstof/100 km besparen

-       Indien je over een afstand van 100 km 110 km/u rijdt, zul je maar 2,5 min later op bestemming aankomen dan als je 130 km/u rijdt en je brandstofverbruik is gevoelig minder bij 110 km/u

-       Door ecodriving mag je een gemiddelde brandstofbesparing van 10 procent verwachten (gemiddeld 150 euro per jaar), bij sommige chauffeurs zelfs tot 30 procent

-       Bij de meeste wagens mag je al bij 60 km/uur in 5de versnelling rijden

-       Vanaf je 30 seconden stil staat met de wagen (vb. aan een overweg of wanneer je de weg moet vragen), is het efficiënter om de motor af te leggen

-       Een ‘sportieve’, snelle rijstijl betekent 20 tot 800% meer uitstoot van CO2, NOx, CO, koolwaterstoffen en fijn stof. Niet goed voor het milieu, maar zeker ook niet voor de gezondheid

-       De airco opzetten betekent ongeveer 1 à 2 l extra verbruik per 100 km.

De principes van ecodriving worden samengevat in volgende gouden tips (www.eco-driving.be):

1.    Schakel tijdig naar een hogere versnelling. Schakel bij een toerental dat bij voorkeur lager is dan 2500 toeren bij benzinemotoren en 2000 toeren bij dieselmotoren. Met een nieuwe wagen hoef je niet meer tot hoge toerentallen te gaan om vlot te kunnen versnellen.

2.    Rij zo veel mogelijk met een constante snelheid.

3.    Volg de verkeersstroom en anticipeer op wat voor je gebeurt. Hou voldoende afstand ten opzichte van je voorligger. Zo vermijd je dat je sterk moet remmen wanneer je voorganger remt.

4.    Laat tijdig gas los, wanneer je een kruispunt, verkeerslicht, enz. nadert. Laat hierbij de motor zo lang mogelijk in dezelfde versnelling zonder koppeling in te drukken. Moderne motoren sluiten automatisch de brandstoftoevoer af zodra je de gaspedaal loslaat.

5.    Rij niet te snel! Bij snelheden boven 100km/u is de snelheid de bepalende factor voor het brandstofverbruik.

6.    Hou de bandenspanning op peil. Controleer die bij voorkeur maandelijks.

7.    Maak verstandig gebruik van boordapparatuur. Schakel de airco alleen aan als het behoorlijk warm wordt in de auto of wanneer je ramen beslaan. Een open raam bij een hoge snelheid geeft tot 5% meer brandstofverbruik, airco zelfs 10% meer.

8.    Vermijd overbodig gewicht. Plaats fietsen bij voorkeur op een rek achteraan het voertuig en verwijder bagagerekken en skiboxen als je ze niet gebruikt. Een fietsdrager op het dak verbruikt 20 tot 30% meer brandstof. Skiboxen veroorzaken tot 10% meer brandstofverbruik, vooral bij hogere snelheden.

9.    Meten is weten: registreer je brandstofverbruik.

De hamvraag is natuurlijk: wat levert dit alles op? Wij mochten in de workshop de principes van ecodriving uittesten aan de hand van rijsimulatoren. Met deze simulator reden we aan het begin van de workshop een parcours waarbij ons virtuele brandstofverbruik gemeten werd. Na de principes van ecodriving geleerd te hebben, reden we hetzelfde parcours opnieuw. En ja, hoor, ons brandstofverbruik ging duidelijk achteruit. Een duidelijke motivatie om deze principes ook in de praktijk toe te passen.

Wil je meer weten? Kijk dan ook eens op volgende websites:

www.bondbeterleefmilieu.be/eco-driving

www.ecoscore.be

www.ecolife.be

 Met dank aan de milieudienst en het gemeentebestuur van Beernem.

 Rebecca Devlaeminck

Terug naar overzicht artikels


Marter-netwerk

Marterachtigen hebben een zeer verborgen levenswijze. Rechtstreekse observatie in het veld is doorgaans van veel toevallige omstandigheden afhankelijk. Onderzoek aan levende dieren lukt daarom vrij moeizaam, en moet noodzakelijkerwijs gebruik maken van gesofisticeerde technieken, zoals o.a. radiotelemetrie.

Onderzoek aan dode dieren opent hier evenwel een veelheid aan mogelijkheden : behalve een juiste determinatie (voor sommige soorten absoluut geen overbodigheid !), laat een ‘ecologische autopsie’ toe verschillende parameters te bepalen m.b.t. ecologie en populatiedynamiek. Zo geeft maaginhoudanalyse een concreet beeld van het dagelijkse menu en de plaats van de ‘predator’ in het ecosysteem. Voortplantingsstatus, conditie en leeftijd zijn belangrijke populatieparameters, die bvb. uitsluitsel geven over het al dan niet gevestigd zijn van een individu in populatieverband, dan wel of het om een ‘toevallige’ zwerver gaat.

Staalname van weefsels en organen laat toe de mogelijke verspreiding en biobeschikbaarheid van voedselcontaminanten zoals zware metalen en PCB’s in kaart te brengen. Tevens kunnen ook de genetische kenmerken van de populatie worden bestudeerd. Gezien geen enkele van onze inheemse marterachtigen opzettelijk mag worden gedood (geen jacht, geen bestrijding), is het inzamelen van verkeersslachtoffers de aangewezen weg om beschikking te krijgen over dode exemplaren. Het INBO heeft daarom een netwerk opgericht van vrijwillige medewerkers, die daartoe over de nodige individuele vergunningen beschikken, en bereid zijn dood gevonden dieren op te halen. Zij hebben daartoe bovendien, verspreid over gans Vlaanderen, een 30-tal diepvriezers ter beschikking. Voor het aanmelden van dode marterachtigen – en andere carnivoren – kan u steeds een beroep doen op deze medewerkers van het Marternetwerk. Voor het inzamelen zijn alle soorten marterachtigen welkom, alsook de niet-inheemse carnivoren zoals Amerikaanse nerts, wasbeer, wasbeerhond en stinkdier.

Absoluut prioritair zijn alle – al dan niet vermeende - boommarters! De staat van het dode dier speelt daarbij geen enkele rol (platgereden vel, verregaande ontbinding,…). Met dank !   

Vrijwilligers aan de Oostkust zijn:

BEERNEM  8730 VOC BULSKAMPVELD KATRIEN WERBROUCK BULSCAMPVELD 8 050/79.09.59
BEERNEM 8730 HERMAN *BILLY* DAVID KASTEELDREEF 22 0494/30.87.76
BLANKENBERGE 8370 VAN GOMPEL JOHN KONINGINLAAN 40 050/41.55.41
DAMME 8340 CRUL EMMANUEL MIDDELBERGSESTEENWEG 7 050/50.09.57
JABBEKE 8490 NUYTS JOHN BEKEGEMSTR 24 050/41.10.28

Bron: http://www.inbo.be/content/page.asp?pid=FAU_ZOO_MAR_NETWERK

Terug naar overzicht artikels


Natuur-forum.be breidt uit naar heel Vlaanderen

Vanaf maandag 19 januari wordt het Natuur.forum West-Vlaanderen uitgebreid naar heel Vlaanderen. Vanaf dan is er dus voor het eerst in Vlaanderen een gebiedsdekkend discussieforum over natuurstudie. Elke provincie heeft een eigen subforum waarbinnen afdelingen of werkgroepen een rubriek kunnen krijgen. Nieuw is dat ook voor alle soortgroepen een nationale rubriek wordt voorzien. Discussies over determinaties of bijzondere waarnemingen kunnen dus door iedereen gevolgd worden. Op die manier kunnen beginners en specialisten elkaar nog gemakkelijker vinden én helpen.

Het Natuur.forum wordt ook dé plaats voor informatie en discussie over Waarnemingen.be. Je kan je vanaf maandag registreren op www.natuur-forum.be. Het natuur.forum wordt mogelijk gemaakt door de inzet van de vrijwilligers van de Vogelwerkgroep Zuid-West-Vlaanderen. Meer info bij Wouter Vanreusel of bij Filip Goussaert 

16.01.09

Terug naar overzicht artikels


Persbericht Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu & WWF

14 november, Bredene

 Natuur en visserij, jarenlang waren deze twee thema’s in één en dezelfde zin het synoniem voor “water” en “vuur”. Onverzoenbaar. Onmogelijk. Onterecht blijkt nu uit een wetenschappelijk rapport dat de milieuorganisaties Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu en WWF presenteerden in het Staf Versluys-centrum in Bredene. Met de steun van wetenschappers van o.a. Universiteit Gent, het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) en het Vlaams Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO) wordt in een bevattelijk rapport het recentste (Noord)zeeonderzoek op een rijtje geplaatst. Uit deze wetenschappelijke inzichten blijkt duidelijk dat kiezen voor natuurbehoud op zee perfect hand in hand kan gaan met een toekomstvisie voor de Vlaamse visserij (of andere gebruikers van de Noordzee). De milieuorganisaties roepen dan ook Vlaams-President Peeters (bevoegd voor visserij) en Eerste Minister Leterme (bevoegd voor Noordzee) om hun beleid aan te passen en werk te maken van een zee vol (biologisch en economisch) leven!

 Aanbevelingen “natuur”

Dat de Noordzee geen al te beste naam heeft binnen natuurmiddens hoeft weinig uitleg. Visserij, maar ook andere activiteiten als scheepvaart, zandwinning, baggeren of militaire oefeningen zorgen dat de biodiversiteit op de Noordzee zware klappen kreeg en krijgt. Via het afbakenen van natuurgebieden op zee kan (en moet) deze negatieve spiraal omgebogen worden. De milieuorganisaties stellen echter vast dat de afbakening nog niet rond is (o.a. de aangekondigde wrakkenwet is er nog steeds niet alsook de Hinderbanken waar eertijds oesterbanken waren, is nog niet aangeduid) en waar er al een afbakening is, stellen ze vast dat het beheerplan een lege doos is. Blijkt kortom dat de overheid haar “masterplan voor de Noordzee” dringend terug op rail moet krijgen, onder meer door het beperken of verbieden van schadelijke activiteiten (zoals boomkorvisserij) in bepaalde natuurgebieden.

 Aanbevelingen “visserij”

Dat de Vlaamse visserij geen al te beste naam heeft, behoeft weinig uitleg. Jarenlang werden Vlaamse vissers met het manna van subsidies gelokt naar de techniek “boomkorvisserij”. Het resultaat is niet alleen een ingestort visbestand (en steeds strenger wordende quota) maar ook hoge energiefacturen wat heel wat reders op de rand van het failliet bracht. De oplossing is dan ook om om te schakelen op andere (= natuurvriendelijke en energiezuinige) technieken. Of hoe een unieke win-win voor het rapen ligt.

Maar ook vissers hebben baat bij (goed afgebakende en beheerde) natuurgebieden op zee. Buitenlandse voorbeelden tonen ons een “spill over”-effect, d.w.z. dat de verhoogde rijkdom binnen een natuurgebied ook zorgt voor nieuw leven buiten het natuurgebied. Diverse visserijwetenschappers gaan zelfs verder en pleiten om – naast de “biodiversiteit-natuurgebieden” – ook vanuit het visserijbeleid gebieden af te bakenen waar visserij beperkt wordt (bvb. “niet vissen in de paaiperiode” of “enkel met alternatieve visserijtechnieken”). Of hoe een win-win wederom voor het rapen ligt … doch jammer genoeg in onze Noordzee nog niet wordt toegepast.

 Meer weten?

Het rapport kan gedownload worden op www.natuurpunt.be/kustwerkgroep of kan opgevraagd worden via kustwerkgroep@gmail.com.

De studiedag kwam tevens tot stand met de steun van Argus, het milieupunt van KBC en CERA.

 Bart Slabbinck

Terug naar overzicht artikels


Klein Appelmoes - Groot natuurverdriet

 Natuurpunt heeft op vraag van sommige mensen van het actiecomité dit dossier bestudeerd.

Wij stellen vast dat in het oude gewestplan het gehele gebied, met uitzondering van een centraal gedeelte dat als parkgebied staat aangeduid, ingekleurd staat als woonuitbreidingszone.

Op initiatief van stad Brugge werd het waterzieke komgebied niet weerhouden als woonuitbreidingszone en met een natuurinrichtingplan werd dit meersengebied opengesteld voor het publiek. Dit inrichtingsplan heeft ervoor gezorgd dat dit komgebied, qua natuurwaarde sterk is toegenomen de laatste jaren, dit dankzij de inspanningen van stad Brugge.

In het onlangs goedgekeurde gemeentelijk Structuurplan Brugge werd deze visie herbevestigd en het komgebied als woonuitbreidingszone geschrapt. Het zuidelijk gedeelte, naar de Astridlaan toe werd echter als woonuitbreidingszone behouden. Gezien tijdens het openbaar onderzoek rond het gemeentelijk structuurplan ons nooit verontruste signalen werden gegeven werd op dit ogenblik door Natuurpunt ook geen bezwaar ingediend rond het gebied van de Gemene Weidebeek.

Deze woonuitbreidingszone werd dan ook zo definitief goedgekeurd. Het zal dan ook wettelijk zeer moeilijk worden om deze zone als open ruimte te behouden. Al herhaaldelijk heeft Natuurpunt, vooral in woonparkgebieden, proberen verkavelingen tegen te gaan, dit echter zonder positief resultaat.

 In het debat rond ruimtelijke ordening komt Natuurpunt steeds op voor het behoud van open ruimte. Ook hier zou het interessant zijn de open ruimte maximaal te behouden. We stellen dan ook voor dat het actiecomité Klein Appelmoes aan de overheid een studie zou vragen waarin de noodzaak wordt bewezen om dit gebied nu te verkavelen (woonbehoeftestudie). Zoals reeds in het rondschrijven van het actiecomité wordt verwezen is het inderdaad zo dat vele nieuwe woongelegenheden in Assebroek nu reeds worden gecreëerd door de vele inbreidingsprojecten. Is er nog behoefte aan meer?

Natuurpunt is voorstander om recent goedgekeurde plannen, qua ruimtelijke ordening zoveel mogelijk te respecteren. We willen ons houden aan de afspraken, maar we merken dat de overheid zich niet houdt aan de afspraken: Loppem, Lappersfortbos, ontvennen van Sashul en kanaalberm, het project Seine-Schelde-West, enz. Dit is maar een kleine greep uit voorliggende plannen om de schaarse open ruimten verder te degraderen.

De vraag naar het behoud van deze open ruimte in het Klein Appelmoes kan Natuurpunt dan ook ondersteunen. Misschien kan de overheid tegemoet komen aan de vraag van de omwonenden van de Gemene Weidebeek gezien op vele andere plaatsen de openruimte verdwijnt.

 Het bestuur van Natuurpunt Brugge

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Op de website, www.actiegemeneweidebeek.tk kun je de actievoerders steunen door een berichtje in het gastenboek te schrijven.

Terug naar overzicht artikels


 

Geen uitbreiding van de veestapel zolang de nitraatvervuiling van het oppervlaktewater niet drastisch vermindert.

 Om de waterkwaliteit in Vlaanderen na te gaan, meet de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) elk jaar op 786 meetplaatsen de nitraatconcentratie in het oppervlaktewater. Door deze metingen kunnen de resultaten van het Mest Actie Plan opgevolgd worden.

De nitraatconcentratie mag de 50 mg per liter water volgens de Europese nitraatrichtlijn niet overschrijden. Minister Crevits verkondigde vorige week dat de waterkwaliteit er op vooruit gaat. 

Maar de vooruitgang is slechts heel beperkt.

 Vooral in West-Vlaanderen blijft de waterkwaliteit bar slecht en wordt de nitraatnorm nog altijd in meer dan 6 meetpunten op 10 overschreden!

In het Leiebekken is er een verbetering merkbaar, maar in het bekken van de Brugse Polders is die heel miniem en in het Ijzerbekken is er al helemaal geen vooruitgang. Met dergelijke minieme verbetering t.o.v. de vorige meetresultaten wordt het voor Vlaanderen onmogelijk om tegen 2010 te voldoen aan de Europese nitraatnorm.

 West-Vlaanderen is de provincie met de grootste concentratie aan intensieve varkenshouderij en laat ook de meeste overschrijdingen van de nitraatnorm optekenen. Dit wijst erop dat de druk van de mestproductie de belangrijkste oorzaak van de nitraatvervuiling blijft, en niet de mestbehoefte van de akkerteelt. Een uitbreiding van de veestapel toestaan, is dan ook onaanvaardbaar voor de West-Vlaamse Milieufederatie. De voorwaarden voor uitbreiding zijn immers niet afhankelijk van de bereikte resultaten van de waterkwaliteit.

Uitbreiding “na mestverwerking” is in het nieuwe mestdecreet voorzien als “uitzondering op de regel”. Maar in West-Vlaanderen werden er,

tussen 1 januari en 30 mei, al 114 milieuvergunningen verleend die betrekking hebben op de uitbreiding van de veestapel.  Hierbij werd aan de varkenshouderijen een totale uitbreiding met 33000 mestvarkens toegestaan. Alle vroegere subsidies ten gunste van de afbouw van de veestapel worden dus teniet gedaan.

 De beperkte vooruitgang van de waterkwaliteit dreigt in de toekomst dan ook volledig teniet te gaan als de veestapel opnieuw kan uitbreiden. Daarom vraagt de WMF om geen uitbreiding van de veestapel toe te staan tot het milieuprobleem onder controle is. De nitraatvervuiling van ons water heeft immers een impact op milieu en volksgezondheid.

 Evolutie van de percentages meetplaatsen met een overschrijding per bekken (bron:VMM)

Periode: juli - juni

1999 - 2000

2000 - 2001

2001 - 2002

2002 - 2003

2003 - 2004

2004 - 2005

2005 - 2006

2006 - 2007

2007 - 2008

IJzer

74%

74%

69%

60%

76%

70%

74%

68%

68%

Brugse Polders

58%

54%

48%

29%

49%

41%

35%

37%

35%

Gentse Kanalen

73%

55%

23%

20%

50%

42%

42%

38%

26%

Beneden-Schelde

58%

10%

17%

22%

34%

27%

36%

36%

23%

Leie

90%

86%

71%

71%

80%

80%

80%

83%

69%

Boven-Schelde

70%

70%

57%

40%

58%

52%

40%

44%

31%

Dender

11%

0%

10%

0%

7%

0%

4%

0%

0%

Dijle Zenne

33%

31%

36%

19%

24%

23%

18%

24%

23%

Demer

35%

28%

22%

20%

33%

33%

38%

40%

37%

Nete

31%

14%

6%

8%

15%

13%

14%

13%

10%

Maas

67%

52%

43%

38%

47%

50%

47%

48%

45%

 Meer informatie:
Frederik Lapeirre
West-Vlaamse Milieufederatie vzw
frederik.lapeirre@wmfkoepel.be
0495/76.60.36

08.10.08

Terug naar overzicht artikels


 

 

Natuurpunt dient klacht in bij Europese commissie

 

Polderbestuur laat Uitkerkse polder te vaak droogtrekken

BLANKENBERGE - Natuurpunt vzw heeft klacht ingediend bij Europese commissie omdat niet genoeg zorg gedragen wordt voor de Uitkerkse Polder. 'Het droogtrekken van de polders door het Polderbestuur heeft nefaste gevolgen voor de natuur', zegt John Van Gompel.

Tussen Natuurpunt, die het reservaat Uitkerkse Polder beheert, het Polderbestuur, het gemeentebestuur Zuienkerke en een klein aantal landbouwers botert het al lang niet meer. Natuurpunt heeft zich steeds op de achtergrond gehouden omdat het de spanningen niet wil doen toenemen.

 'Wij krijgen de volledige steun van het stadsbestuur Blankenberge, dat het reservaat als een recreatieve meerwaarde beschouwt. Daarnaast werken wij al verschillende jaren samen met een vijftigtal landbouwers in de regio en slechts een kleine minderheid plaatst ons in een slecht daglicht. Een aantal maatregelen die buiten het reservaat worden genomen, gaan voor ons een stap te ver, omdat ze een weerslag hebben op de natuur', zegt John Van Gompel, conservator van de Uitkerkse Polder en woordvoerder van Natuurpunt.

 Van Gompel verwijt het Polderbestuur dat het eenzijdig landbouwbelangen verdedigt en dan nog uitsluitend de belangen van enkele akkerbouwers waaronder zichzelf. 'Mensen die in het Polderbestuur zetelen, hebben ook hun zitje in de Zuienkerkse gemeenteraad, wat bij ons soms de wenkbrauwen doet fronsen. Uit een eindstudie blijkt dat het regelmatig droogtrekken van de polder, zoals hier gebeurt, absoluut niet nodig is. Het argument van gevaar voor overstroming klopt niet.'

 'Natuurpunt wil wel akkoord gaan met het plaatsen van een pomp, op voorwaarde dat een hoger waterpeil wordt gegarandeerd. Verder zijn het plaatsen van een veldkanon, de hazenproblematiek, het scheuren van akkers en de waterbeheersing niet conform aan de wetgeving. Een aantal mensen denken dat ze boven de wet staan. Onlangs werden nog 21 fuiken weggenomen die door stropers werden gebruikt in het reservaat', benadrukt Van Gompel.

 Volgens Van Gompel is de Vlaamse overheid op hoogte van de problemen die zich voordoen in de Uitkerkse Polder. Er is al een overleg geweest tussen Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V), en andere instanties rond de zorgplicht, opgelegd door Europa. 'Er mogen geen werken worden uitgevoerd die de natuur schaden', zegt Van Gompel. 'Er is de voorbije jaren met Europese subsidies enorm geïnvesteerd in de Uitkerkse Polder. Omdat die subsidies niet zomaar lukraak kunnen worden gespendeerd, krijgt het reservaat regelmatig controle van Europa. Investeren in natuur kost geld, maar brengt ook op. De opbrengst op jaarbasis bedraagt zo'n 1,5miljoen euro en jaarlijks krijgen wij zo'n 16.000bezoekers over de vloer', besluit hij.

Norbert Minne

Bron: http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=8G20UROE

Terug naar overzicht artikels


De opmars van exoten

De laatste jaren duiken meer en meer uitheemse soorten of “exoten” op. Dit zijn planten of dieren die hier normaal niet voorkomen en door allerlei omstandigheden (dumping, ontsnapping of het drukke internationaal verkeer) bij ons zijn terechtgekomen. Niet alle exoten vormen een probleem. Voor de meesten is het hier te koud of te warm of er is onvoldoende geschikt voedsel.

Sommigen kunnen zich handhaven zonder de inheemse natuur te verdringen, andere kennen een “agressieve uitbreiding” door afwezigheid van natuurlijke vijanden.

De brochure bevat eveneens spelletjes/kwis (voor de regenachtige Belgische zomerdagen).

Wie hierover méér wil weten kan de gratis brochure “De opmars van exoten” bestellen:

 FOD Leefmilieu Dienst internationale zaken (biodiversiteit) Victor Hortaplein 40 bus 10 1060 Brussel of aanvragen via mail naar environment@health.fgov.be.

 De elektronische versie kun je downloaden: http://www.natuurwetenschappen.be/institute/structure/biodiv/products/belgium/pdf/waaiernl.pdf

Terug naar overzicht artikels


NP Nieuwsbrief nr 34 dd. 20.09.09

 afdelingen Blankenberge, Beernem, Brugge en Oostkamp  

nr 34 –20 sept 2009

1. Activiteitenkalender

2. The age of stupid

3. Opendomeindag Bulskampveld

4. Info-avond ‘Duurzame stedenbouw’

5. Zaad met pit

6. Open ruimte, adem ruimte

7. Vossenlintworm

8. De Nederlander en de natuur

 Deze Nieuwsbrief vindt u eveneens op de pagina Nieuwtjes van onze website

 Voor details zie juli Spille of www.natuurpunt.be/brugge

 Outdoor activiteiten 

Zo 27 sept 10.00 u

Begraafplaats Aartrijkse stw Jabbeke

Paddenstoelenwandeling Maskobos

Za 03 + zo 04 okt

BC Kuiperscheeweg 6b Uitkerke

20 jaar Uitkerkse Polder

Zo 04 okt 07.00 u

Platform Blankenberge/Zeebrugge

Vogelkijkdag = trektelling Fonteintjes

Zo 11 okt 08.30 u

Randparking Steenbrugge

Dagwandeling Heverleebos

Zo 18 okt 08.45 u

Randparking Coiseaukaai Brugge

watervogeltelling

Zo 18 okt 09.30 u

Parking OC Boskapeldreef Wingene

Paddenstoelenwandeling Gulke putten

 Indoor activiteiten 

Vr 02 okt 20.00 u

Onze Ark St Michielslaan 35 St Michiels

Voordracht “Ecosysteemdiensten”

Di 20 okt 09.30 u

Beisbroek Zeeweg 96 St Andries

Paddenstoelencursus beginners

Wo 22 okt 09.30 u

Beisbroek Zeeweg 96 St Andries

Paddenstoelencursus gevorderden

Do 22 okt 09.30 u

Beisbroek Zeeweg 96 St Andries

Paddenstoelencursus microscopisch

Do 22 okt 20.00 u

Rhetoricachalet Albertlaan St Michiels

Dia-avond Kazachstan

  

Dinsdag 22 september 18.30 u Kinepolis Brugge – Nederlandse ondertiteling.

 Beknopte inhoud van deze klimaatfilm:

 2055. De mensen die tot nu overleefd hebben, hebben een gigantisch archief opgericht op de, nu gesmolten, Noordpool. Hier wordt alle nuttige uitvindingen bewaard die doorheen de tijd door mensen gedaan zijn. De archivaris van dit "Global Archive" probeert uit verschillende beeldfragmenten van de periode tussen 1950 en 2008 een boodschap te creëren waarin hij vertelt wat er mis is gegaan met de aarde en waarom. Hij focust daarbij op 6 verschillende verhalen...

 Klimaatacties in de aanloop naar Kopenhagen – zie: http://www.natuurpunt.be/nl/natuurbehoud/klimaatverandering/klimaatactie-in-de-aanloop-naar-kopenhagen_1674.aspx  

Zondag 27 sept: thema ‘Eten, (drinken) en gegeten worden’.

Afspraak vanaf 10 u bezoekerscentrum kasteel Bulskampveld 9 Beernem - tot 18 u.

Info: BC Bulskampveld 050/55.91.00.

Vandaag wordt iedereen extra verwend in het provinciedomein Bulskampveld. Gevarieerde activiteiten brengen groot en klein bij de bijzonderste plekjes. Laat je verrassen door het leven in de poel, de geheimen van de kruidentuin, het begin van de herfst in het bos,…

Het opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren vangt gewonde, zieke en uitgeputte vogels en in de natuur levende wilde dieren op om ze na een revalidatieperiode weer vrij te laten in hun natuurlijk woongebied. Wat eten en drinken deze dieren? Hoe krijgen uitgeputte dieren te eten? Vandaag staan de deuren open voor een breed publiek en krijg je een antwoord op deze en op vele andere vragen.

Organisatie: de provinciediensten NME zorgen samen met alle partners van het domein, heel wat (natuur)verenigingen van de regio en tal van andere medewerkers voor een resem aan activiteiten. 

 Maandag 28 september: info-avond over duurzame stedenbouw.

Afspraak om 19.30 u PNZC, Hugo Verrieststraat 22 Roeselare – tot 21.30 u.

Deelname is gratis.

Vooraf inschrijven is wel noodzakelijk: door een mailtje te sturen naar cursus@vibe.be of via  http://www.vibe.be/agenda/ > Ecopolis, duurzame stedenbouw

Erik Rombaut, bioloog en docent ecologie, milieukunde en duurzame stedenbouw, zal tijdens deze vorming tal van inspirerende voorbeelden, van ecologische woonwijk tot groen industriegebied, belichten.

Zaterdag 03 okt: plukactie aan het Blauw Torenbosje "Zaad met pit".
Afspraak om 14.00 u parking van het crematorium Blauwe Toren Zeelaan 2 Brugge.
Info: Dieter Willems, 0476/53.70.02.
Meebrengen: emmer, handschoenen en aangepast schoeisel.

Het Blauw Torenbosje in Brugge is één van de mooiste hakhoutbosjes uit de regio en een uitstekende locatie voor meidoorn, sleedoorn, hondsroos en mispel.
Het Regionaal Landschap oogst jaarlijks zaden van bomen en struiken in het Houtland waarvan geweten is dat ze autochtoon zijn. Concreet voor onze streek zijn dit bomen en struiken die zich sinds jaar en dag in de Vlaamse zandstreek geworteld hebben. De zaden worden opgekweekt door een boomkweker. In het plantseizoen 2008/2009 kon voor het eerst gebruik gemaakt worden van dit opgekweekt materiaal bij verschillende aanplantingen. Op deze manier draagt het Regionaal Landschap haar steentje bij aan de genetische verscheidenheid!

Organisatie: Regionaal Landschap Houtland

 

Dit boek van Erik Grietens (BBL) zal worden voorgesteld op maandag 19 oktober om 20.00 u in de bibliotheek van Wegwijzer vzw, Beenhouwersstraat 9 te Brugge.

 

Dit handelt over de teloorgang van de open ruimte in Vlaanderen door allerlei geplande grote infrastructuurwerken (bv. verbreding van het Schipdonkkanaal, voetbalstadion Club Brugge, enz.).

 

Info: 050/70.71.07 katty.de.wilde@wmfkoepel.be.

Organisatie: West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) vzw i.s.m. Natuurpunt Brugs Ommeland en de actiegroepen ’t Groot Gedelf, Witte Pion, Groen vzw en Leefbare Polderdorpen.

 

Voor het eerst is een infectie met Echinococcus multilocularis, ook wel vossenlintworm, in Nederland opgelopen. Bij een patiënte uit Zuid-Limburg werd deze diagnose met behulp van een PCR op materiaal van de cyste vastgesteld. Het is onduidelijk wat de bron is van deze infectie. Lees het artikel op pdf.

Aanvankelijk werd bij de patiënte gedacht aan een metastase in de lever. Pathologisch onderzoek van de afwijkingen bleek echter niet te passen bij metastasen. Nader onderzoek wees uit dat zij geïnfecteerd was met Echinococcus multilocularis. Het is de vierde patiënt in Nederland waarvan bekend is dat zij deze infectie heeft. Van de overige drie patiënten is bekend dat zij de infectie in het buitenland hebben opgelopen (Zwitserland, Turkije, Duitsland). Bij bovenstaande patiënt is onduidelijk hoe zij aan deze infectie is gekomen. Echinokokkose is een ziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet: Echinococcus granulosis (hondenlintworm) of Echinococcus multilocularis (vossenlintworm). De mens raakt geïnfecteerd met de vossenlintworm na ingestie van parasieteneieren. Deze eieren ontwikkelen zich tot blaaswormen die blijven delen en zich na hematogene verspreiding in vele organen ontwikkelen. Omdat de blaaswormen langzaam progressief weefsel in de aangedane organen vernietigen, heeft een infectie met E. multilocularis een uitgesproken kwaadaardig verloop. In vrijwel alle gevallen is de lever aangedaan en is chirurgische behandeling in de vorm van radicale resectie van de aangedane leverkwab de enige mogelijkheid tot genezing. De mortaliteit van een onbehandelde infectie is 60-90 procent na verloop van 10 jaar. De Limburgse patiënte is inmiddels geopereerd en maakt het naar omstandigheden redelijk goed.

Nederlandse vossen E. multilocularis is een lintworm van de vos, die incidenteel ook bij honden of katten het volwassen stadium kan bereiken. In de ontlasting van de vos komen eitjes voor die door kleine knaagdieren worden opgenomen. In deze tussengastheren manifesteert E. multilocularis zich als een blaasworm in de inwendige organen. Vossen worden besmet door geïnfecteerde knaagdieren op te eten. In de vossendarm ontwikkelt zich dan weer een lintworm. Vossenlintworm beperkt zich over het algemeen tot ‘wilde’ gastheren en is aldus ecologisch gescheiden van mensen. Slechts jagers, stropers en personen die beroepshalve in intensiever contact met besmet materiaal kunnen komen (zoals dierenartsen, bosarbeiders, boswachters en veldbiologen) worden regelmatig blootgesteld aan besmetting. Ook personen die regelmatig bosvruchten verzamelen en consumeren in endemische gebieden lopen een theoretisch risico besmet te raken. De Limburgse patiënte is in het verleden slechts drie keer kort op vakantie geweest in een land waar E. Multilocularis endemisch voorkomt, zij houdt niet van bosbessen en werkt niet in de tuin.

In Europa ligt het centrum van het verspreidingsgebied in Midden-Europa met grote regionale verschillen. Sinds 1996 wordt de vossenlintworm ook in ons land bij vossen gevonden, tot nu toe alleen in Zuid-Limburg en Groningen. Onderzoek toont aan dat het aantal besmette vossen in Nederland wel toeneemt. Parasitologisch onderzoek uitgevoerd door het RIVM bij vossen uit 1996 en 2003 laat een toename zien van het gemiddeld aantal wormen per vos van 2,6 naar 16,6. Met behulp van een mathematisch model voor de verspreiding van de parasiet werd berekend dat de parasiet zich noordwaarts begeeft met een snelheid van 2,7 kilometer per jaar. Het RIVM blijft de vossen en hun parasieten nauwkeurig in de gaten houden.

Bron: MedNet Redactie – overgenomen uit: zoogmail 2009 38.

 Zie: http://www.natuurmonumenten.nl/sites/default/files/Definitieve%20rapportage%20Natuurmonumenten.pdf

  Terug naar overzicht artikels


 

Onze onderneming engageert zich samen met Natuurpunt en Natagora

Ons samen inzetten voor het leefmilieu

 

Op 11 januari 2008 heeft onze Gedelegeerd bestuurder Jean-Pierre Hansen een partnerschapsakkoord ondertekend met Natuurpunt en Natagora, verenigingen die zich respectievelijk in Vlaanderen en in Wallonië inzetten voor natuurbehoud. Deze samenwerking draait rond het project ‘Natuur in de buurt’, waarin we 960 000 euro zullen investeren over drie jaar. Ze past in de campagne ‘Countdown 2010’ die een halt wil toeroepen aan het dramatische verlies aan biodiversiteit (het geheel van planten- en diersoorten en ecosystemen op aarde). Het engagement van onze onderneming in dit partnerschap volgt een belangrijke hoofdlijn van onze peterschap- en mecenaatacties: de actieve bescherming van het leefmilieu.

Een partnerschap rond een project: ‘Natuur in de buurt’

 

Milieuzorg is al vele jaren een belangrijk aandachtspunt voor onze onderneming en voor de Groep SUEZ. Daarom hebben we aan Natuurpunt en Natagora, twee erkende verenigingen voor natuurbehoud, gevraagd om een sensibilisatiecampagne voor biodiversiteit voor te stellen. Ze hebben voor de drie volgende jaren (2008-2010) een ambitieus actieplan uitgewerkt, waarbij ze zich hebben laten inspireren door de doelstellingen uit het internationale programma ‘Countdown 2010’. Onze onderneming zal dit actieplan voluit ondersteunen.

Het is de bedoeling van dit plan om met een reeks projecten de bedreigde diersoorten in ons land en hun leefmilieu een helpende hand te reiken. Met de ‘markante projecten voor markante soorten’ willen we, zij aan zij met de twee verenigingen, iedereen – dus ook de overheden – betrekken, verbazen en mobiliseren om zo tot concrete acties te komen.

Dit programma voor België past volledig in het Europese project ‘Countdown 2010’ dat de achteruitgang van de biodiversiteit in Europa tegen 2010 wil stoppen. Dit internationale project omvat meerdere fases: actieve betrokkenheid van de privésector, rekening houden met biodiversiteit in het volledige Europese beleid, meer investeringen in onderzoek naar biodiversiteit, aanwakkeren van de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van alle burgers.

 

‘Vlinder mee’

 

In de loop van de volgende jaren zullen verschillende campagnes het grote publiek aanzetten om deel te nemen. De campagne ‘Vlinder mee’ springt er bovenuit. Het is aan deze campagne dat we een maximum aan zichtbaarheid en steun willen

geven. Ze stelt een nationale vlindertelling voor op 2 en 3 augustus 2008. Inderdaad, wetenschappers beschouwen de vlinder – afhankelijk van bijvoorbeeld de aantallen en de soorten – als een essentiële graadmeter voor een goede of minder goede biodiversiteit.

Verder zal een natuurkalender worden ontworpen op de internetsites van de twee verenigingen, met een snelkoppeling naar de Electrabel-site. Deze kalender geeft een overzicht van belangrijke natuurgebonden tijdstippen (bv. de terugkeer van de zwaluw, de nacht van de vleermuis) en van de andere acties die al jaren plaatsvinden in het kader van de activiteiten van Natuurpunt en Natagora.

 

Ondersteuning door onze onderneming

 

We willen het project ‘Natuur in de buurt’ zo veel mogelijk zichtbaarheid geven om elke burger te betrekken voor een beter leefmilieu en om bij te dragen tot een groter respect voor biodiversiteit.

De drie projectpartners (Natuurpunt, Natagora en Electrabel) zullen verschillende middelen maximaal inzetten: internetsites, tijdschriften en magazines, advertenties in dagbladen, aanwezigheid op lokale evenementen met een stand en zomeer.

 

Ons peterschap- en mecenaatbeleid

 

De steun die onze onderneming verleent aan het project van Natuurpunt en Natagora benadrukt de duidelijke keuze van Groep SUEZ voor duurzame ontwikkeling. Dit engagement is officieel terug te vinden in het peterschap- en mecenaatbeleid van onze onderneming. Dat omvat twee hoofdlijnen: > De herintegratie in de samenleving van mensen die geïsoleerd zijn geraakt > De bescherming van het leefmilieu.

Onze onderneming engageert zich al vele jaren en ondersteunt concrete projecten die in deze twee thema’s passen. We zijn ervan overtuigd dat onze onderneming blijk moet geven van burgerzin en dat ze op een coherente en proactieve manier haar sociale verantwoordelijkheid moet nemen.

Meer gedetailleerde informatie over ons peterschap- en mecenaatbeleid zult u vanaf de lente kunnen ontdekken op Blue Box.

* *

Uw reacties lezen we graag in onze mailbox corporate internal communications. Departement Corporate en Marketing Communicatie - tel. + 32 2 518 65 93 - fax + 32 2 518 61 23

Bron: Direct - Intern informatieblad van Electrabel Nr. 269 – 14 januari 2008

Terug naar overzicht artikels


Cursus: DE ECOLOGISCHE SIERTUIN

Reeds lange tijd groeit het besef dat ‘natuur’ veel meer is dan wat zich in reservaten afspeelt. Natuur is overal, dus ook in je achtertuin (zelfs al heb je maar een kleine stadstuin)! Een siertuin kan wel nooit de status van spontane natuur genieten. Je bent en blijft steeds zelf de schepper van wat er in je tuin gebeurt. Maar door rekening te houden met de spelregels van de ecologische siertuin, krijg je een veel natuurlijker plaatje. Daarvoor nam de Provincie West-Vlaanderen, in samenwerking met velt het initiatief tot deze meerjarige publiekscampagne rond "De ecologische siertuin". Onze betrachting? Om jou het ‘wat’, het ‘hoe’ en het ‘waarom’ van de ecologische siertuin toe te lichten.

Lesgevers Ecologische siertuinen

Speciaal daartoe opgeleide gekwalificeerde lesgevers trekken de provincie rond om te informeren over de ecologische siertuin. Op vraag van alle belangstellende verengingen, gemeentebesturen, of andere legt de lesgever d.m.v een voordracht wat een ecologische tuin onderscheidt. Wilt U een lesgever boeken, zelf een voordracht organiseren of weten waar een voordracht in jouw buurt doorgaat, neem gerust contact op.

Brochure Ecologische siertuinen

De provincie biedt een lijvige brochure aan (80 blz.), die je meer informatie over de ecologische siertuin biedt.

Indien je daarna de smaak helemaal te pakken hebt, biedt de brochure ook voldoende verwijzingen naar literatuur over het thema. De brochure (€1,6) is bedoeld als ondersteuning voor de voordrachten, maar kan ook aangevraagd worden op onderstaand adres.

Provinciebestuur West-Vlaanderen
Natuur en Landschap
Koning Leopold-III laan 41
B-8200 BRUGGE
Tel. 050/40 32 23
Fax. 050/40 33 76
Ecologische.tuinen@west-vlaanderen.be

 Terug naar overzicht artikels


CD-ROM: Natuur en landschap van Damme

Natuurpunt afdeling Damme heeft een CD klaar met alle aspekten van de natuur in zijn omgeving: 
* Damme in kaarten: al dan niet historische kaarten
* Zwinstreek: de meest recente inzichten en een vakoverschrijdende benadering (Willy Wintein)
* Vriezeganzen
* Damme in beelden: foto's van de natuur in de Damse reservaten
* Wandelingen rond Damme en Oostkerke: 9 wandelingen en 2 fietsparcours
* Inventaris van planten, dieren en zwammen

Deze CD is geschreven voor Windows omgeving en kost 10 euro (inklusief verzendingskosten) over te maken op 476-8119411-21 van NP Damme Zwaanstraat 54 8340 Damme met vermelding "CD NP Damme". Rechtstreeks bij een bestuurslid of op een Damse aktiviteit  kost deze 7 euro.

Terug naar overzicht artikels


Handleiding paddestoelendeterminatie

Op de site van Natuurpunt Mechelen staat een Handleiding voor paddestoelen determinatie van een  20-tal soorten onder de noemer: Verspreidingsatlas voor fungi in de provincie Vlaams-Brabant, van de hand van o a Hans Vermeulen. Deze (gratis) downloadbare handleiding is bedoeld voor de beginnende mycoloog en telt 19 pagina's met tekeningen en foto's. 

http://www.natuurpunt.be/download/activecontents/ac59handleiding.pdf

Terug naar overzicht artikels


Stedelijk reglement ter betoelaging van nestgelegenheden voor zwaluwen.

Overwegende dat het stadsbestuur van Brugge het natuurpatrimonium en de biodiversiteit op het grondgebied van de stad wil behouden, verrijken en ontwikkelen;

Gelet op het Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan van de stad, dat ondermeer het vrijwaren van bestaande nestplaatsen van zwaluwen en het aanvullend voorzien in kunstmatige nestgelegenheden voor deze dieren als beleidsmaatregel voorstelt;

Gelet op het milieubeleidsplan 2005-2009, waarin de uitwerking van zwaluwbeschermingsmaatregelen als actiepunt opgenomen is (actiepunt 114);

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen;

Gelet op het gunstig advies van de gemeentelijke milieuraad van 27 januari 2005;

Gelet op de bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet;

Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;

B e s l u i t :

Artikel 1. - Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten kan het College van Burgemeester en Schepenen een betoelaging verlenen ter bevordering van het broedsucces van zwaluwen, met name huiszwaluw (Delichon urbicum), boerenzwaluw (Hirundo rustica) en gierzwaluw (Apus apus) op het grondgebied van de stad.

Artikel 2. - Gierzwaluw.

§1. Voor het aanbrengen van kunstnesten voor gierzwaluwen bij nieuwbouw of restauratie van grote gebouwen bedraagt de toelage € 50 per nestgelegenheid. Deze kunstnesten bestaan uit inbouwstenen, dakpannen of nestkasten die geconcipieerd zijn voor de huisvesting van gierzwaluwen. De toelage wordt aan de bouwheer verstrekt.

§2. De toelageaanvraag is vóór de plaatsing door de bouwheer schriftelijk te richten aan het College van Burgemeester en Schepenen. De aanvraag bevat gegevens over plaats, aantal, aard, uitvoeringstijdstip van de bedoelde nestgelegenheden, alsook de identiteit van de aanvrager.

§3. De plaatsing van de nestgelegenheden moet in overeenstemming zijn en verlopen met de van toepassing zijnde regelgeving.

§4. Het College oordeelt over toekenning van de toelage op advies van de stedelijke groendienst. Ze kan de toelage weigeren wanneer zij van oordeel is dat de voorgestelde plaatsing onvoldoende geschikt is voor de huisvesting van gierzwaluwen. De toelage kan steeds worden beperkt tot 250 euro per aanvraag.

§5. De aanvrager wordt van de beslissing van het College schriftelijk in kennis gesteld. Nadat de nestgelegenheid conform de goedgekeurde aanvraag aangebracht is, kan de aanvrager een uitbetalingsaanvraag indienen.

§6. De verkrijger van de toelage verbindt zich ertoe de aangebrachte nestgelegenheid ten minste 10 jaar te behouden in een staat die geschikt is als nestplaats voor gierzwaluwen.de toelage kan teruggevorderd worden wanneer de verkrijger deze verbintenis niet nakomt.

Artikel 3. - Huiszwaluw en boerenzwaluw.

§1. Volgende toelagen worden verstrekt voor goede zorg voor huis- of boerenzwaluwnesten .

1-3 nesten : 25 euro;

4-10 nesten : 50 euro;

meer dan 10 nesten : 100 euro.

§2. De toelage wordt verstrekt aan de bewoner van het pand waar de nesten aanwezig zijn. De bewoner die de toelage wenst te verkrijgen meldt het voorkomen van bewoonde nesten vóór 30 juni aan de stad.

De toelage kan jaarlijks worden aangevraagd. Ze wordt telkens bepaald à rato van het aantal bewoonde nesten.

§3. Na melding wordt de aanwezigheid van de bewoonde nesten in de daaropvolgende maand juli bij een plaatsbezoek geverifieerd door een medewerker van de groendienst of door een persoon die daartoe door het College van Burgemeester en Schepenen gemandateerd is. De aanvrager verschaft de toegang tot het pand die nodig is om de vaststelling te kunnen doen.

§4. Na deze vaststelling dient de aanvrager een uitbetalingsaanvraag in bij het College middels het daartoe ter beschikking gesteld formulier. Deze uitbetalingsaanvraag bevat: de identiteit en adresgegevens van de aanvrager, de plaats van de nesten, de identiteit van de afgevaardigde van de stad die het plaatsbezoek gedaan heeft, het aantal bewoonde nesten en de datum van de vaststelling. Dit formulier dient geviseerd te zijn door de aangestelde persoon die het aantal bewoonde nesten geverifieerd heeft .

§6. De verkrijger van de toelage verbindt zich ertoe de nesten na het broedseizoen niet te verwijderen en in het algemeen zorg te dragen voor het behoud van de nestgelegenheid.De toelage kan teruggevorderd worden wanneer de verkrijger deze verbintenis niet nakomt.

Artikel 4. - Het reglement treedt in werking vanaf datum van goedkeuring door de gemeenteraad.

Aldus vastgesteld in door de Gemeenteraad in zitting van 22 februari 2005

Terug naar overzicht artikels


  • Terug naar de
    startpagina