Pagina in opbouw
| Inleiding | Natuurgebieden in de regio Knokke - Oostende - Koekelare - Wingene | Overige natuurgebieden bezocht tijdens NP excursies |
1. Inleiding:
Bedoeling van deze pagina is om van de natuurgebieden (in ruime zin) in de regio Knokke - Oostende - Koekelare - Wingene de verzamelde informatie weer te geven die kan teruggevonden worden in diverse boeken, folders en op specifieke internetsites. Onder iedere afgedrukte tekst staat de bron vermeld zodat men daar steeds kan op terugvallen. Dit kan heel nuttig zijn, omdat foto's en tekeningen hier doelbewust niet werden overgenomen. Bovendien werden hier slechts de belangrijkste passages van de originele tekst overgenomen.
In een aantal gevallen treden tegenstrijdigheden op tussen de teksten; deze zijn te wijten aan de uiteenlopende publicatiedata van de bronnen. Dit betreft meestal oppervlakten die naarmate bijkomende aankopen gebeuren in de loop van de tijd ook toenemen. Dit doet evenwel weinig af van de waarde van het gebied en van de weergeven teksten.
Sommige gebieden zijn een onderdeel van een groter geheel (bv. Het Oostends krekengebied omvat o a de Grote en Kleine Keignaert en de Zwaanhoek) en komen bijgevolg twee keer voor in onderstaande tabel.
Van een aantal gebieden is nog geen informatie beschikbaar. Momentel wordt daar nog aan gewerkt.
2. Natuurgebieden in de regio.
|
Natuurgebieden, bossen, landschappen, enz. in regio Knokke - Oostende - Koekelare - Wingene |
|
| Assebroekse Meersen | Baai van Heist |
| Beisbroek Sint Andries | Beverhoutsveld Oedelem |
| Binnenduinen v o Hazegraspolder Knokke | Blauwe Sluis (NP)Lapscheure-Damme |
| Blauwe Torre Varsenare | Blinkaartbos Knokke |
| Bourgognepolder (NP), Oudenburg | Brugse stadsparken |
| Brugse vestingen | Bulskampveld/Lippensgoed Beernem |
| Bultige ganzenweiden Vlissegem | Cadzandduintjes Knokke |
| Cuesta van Oedelem | Damse Vaart |
| Damse stadswallen (NP), Damme | De Kluiten Oudenburg |
| De magere bulte Bekegem | De Mote Koekelare |
| D'Heye (NP), Bredene | Dievegat Knokke |
| Doeveren (NP), Zedelgem | Domein d'Aertrycke Wijendale/Aartrijke |
| Duinbossen De Haan | Flaminckapark Jabbeke |
| Fonteintjes (NP), Zeebrugge/Blankenberge | Fort St.-Donaas Lapscheure |
| Fort van Beieren Koolkerke | Gemene en Loweiden Assebroek |
| Gemene Weidebeek Assebroek/Brugge | |
| Gevaerts-Noord (NP), Oostkamp | Golfterrein(Brabantse Panne) Knokke |
| Groenhove Torhout | Grote Keignaert (NP), Oostende |
| Gulke Putten (NP), Wingene | Heidereservaat militair domein Ursel |
| Heideveld Bornebeek (NP), Beernem | Historische polders Oostende |
| Hoge Dijken - Roksemput Oudenburg/Jabbeke | Hooggoed Maria Aalter |
| Jobeekbos (NP), Wingene | Kampveld Oostkamp |
| Kanaal Gent-Brugge | Kanaalberm (NP), Lissewege |
| Kanaalreservaat Knesselare | Kasteelpark Loppem |
| Kasteelpark Rooigem Sint-Kruis/Brugge | Kijkuit (NP), Den Haan |
| Kleiputten Heist | Koekelarebos |
| Koningsbos Knokke | Koninklijk domein Raverszijde |
| Kreken van Lapscheure (NP), Damme | Kwetshage Jabbeke |
| Lakebossen Wingene | Lappersfortbos - Sint Michiels |
| Lapscheurse Gat | Leiemeersen (NP), Oostkamp |
| Leiemeersen-Noord (NP), Oostkamp | Lindeveld Beernem |
| Maandagsche Oedelem/Beernem | Maldegemveld |
| Maleveld Sint-Kruis/Brugge | Maskobossen (NP), Jabbeke |
| Maria Hendrikapark Oostende | Meetkerkse Moeren |
| Meer van Heist | Meikensbossen, Tielt |
| Miseriebocht (NP), St.-Joris | Merkemveld Zedelgem |
| Munckebossen Wingene | Moubekevallei Veldegem |
| Oudlandpolder Oudenburg/Bredene | Nieuwenhovebos Oostkamp |
| Paddegat (NP) , Jabbeke | Oude Hazegraspolder |
| Palingpotweiden Ramskapelle | Paelsteenpanne (NP), Bredene |
| Park van Loppem | Park 58 (NP), Knokke |
| Pilse (NP), Zedelgem | Parochieveld Ruiselede |
| Plaisiersbos Veldegem | Platte Kreek (NP), Lapscheure-Damme |
| Polderwind Zuienkerke | Pompje (NP), Oudenburg |
| Puidenbroeken (NP), Slijpe | Put De Cloedt Heist |
| Reigerie Westkerke | Reygaertsvliet De Vrede Knokke |
| Rijckevelde Sijsele | Rode Dopheide (NP), St Andries |
| Romboutswerve (NP), Damme | Rooiveld Waardamme |
| Ruidenberg Koekelare | Sashul Zeebrugge |
| Schobbejak Jabbeke |
Schobbejakshoogte (NP), St Kruis |
| Schorreweide Jabbeke | St.-Donaaspolder (NP), Knokke |
| St.-Pietersplas Brugge | St.-Pietersveld Wingene |
| Smisjesbos Sint Michiels | Stationsput Eernegem |
| Stokerijbos Koekelare |
Ter Doest ( NP) Lissewege |
| Tillegembos Sint Andries | Torrebos Maldegem |
| Tudor Sint Andries | Uitkerkse polders (NP), Uitkerke |
| Vagevuurbossen Beernem | Vleermuizenreservaat Middelburg |
| Vloetemveld Zedelgem | Vorte bossen (NP), Wingene |
| Vrijgeweid Torhout | Vuurtorenweiden Zeebrugge |
| Warandeduinen (NP) Middelkerke | Warandeputten (NP), Oostkamp |
| Waggelwater Brugge | Wijnendaelebos Torhout |
| Wildenburg Wingene | Willemspark Heist |
| Zandpanne (NP), De Haan | Zeebos Blankenberge |
| Zevenkerke heide (NP) Sint Andries | Zorgvliet (NP), Ruddervoorde |
| Zwaanhoek (NP), Oudenburg | Zwin Knokke |
| Zwinbosjes Knokke | |
Op datum van 19 november 2001 werd het Meersengebied, gelegen te Oedelem (deelgemeente Beernem), Assebroek (deelgemeente Brugge ) en Oostkamp, bij Ministerieel Besluit definitief (?) (her)beschermd als landschap.
Gezien er geen zekerheden meer zijn in ’t leven is het (?) hier zeker niet misplaatst.
1. Wat voorafging.
De wagen ging aan het rollen in 1989 toen illegale werken werden uitgevoerd voor de ontginning van 25ha in de zgn. Chartreuzen, een deelgebied van het huidige ‘Meersengebied’. Ten behoeve van industriële akkerbouw werd zonder enige toelating grasland gescheurd, verdwenen bomenrijen, werden reliëfwijzigingen uitgevoerd en werd er drastisch ontwaterd.
In het najaar wilde men nog eens 20ha aanpakken, precies in één van de landschappelijk en biologisch meest waardevolle laaggelegen delen.
Aangezien Stedebouw zijn verantwoordelijkheid niet nam, was slechts redding mogelijk door een rangschikking (klassering) als landschap. Een dossier daarover was overigens reeds jaren daarvoor ingediend door de administratie van Monumenten en Landschappen. Deze voorlopige klassering voor een gebied van ca. 325ha, op het grondgebied van Assebroek (Brugge ) en Oostkamp werd aan de eigenaars betekent op 5 oktober 1989 (geantedateerd op 7 augustus). Ondertussen bleven de verminkingen doorgaan, zodat tijdens de voorlopige rangschikking nog eens 30ha vernietigd worden.
Op 22 mei 1991 volgde dan de definitieve klassering, iets waarmee de landbouwsector absoluut geen vrede kon nemen.
Na heel wat strubbelingen werd het beschermingsbesluit, naar aanleiding van een arrest van de Raad van State, zeven jaar later (29 juni 1998) vernietigd. Dit omwille van het feit dat het besluit geen beslissing was van de voltallige Vlaamse regering.
2. Nieuwe klassering.
Op 25 februari 1999 werd door Monumenten en Landschappen een nieuw ‘Voorstel tot klassering’ ingediend.
De afbakening van het beschermde gebied werd op voorstel van de Koninklijke Commissie uitgebreid met als doel de landschapsgenetische samenhang van het meersengebied met de hoger gelegen zandruggen te omvatten.
De uitbreidingen zijn:
het parkgebied aan de Olmendreef met o.m. de Bergskens (P-gebied op het gewestplan);
een landschappelijk waardevolle strook naar de Legeweg (Oostkamp) toe;
een landschappelijk waardevolle strook naar het oosten (Beernem) toe, die een aanzet is van de overgang naar de hoger gelegen gronden richting Rijkevelde en Oedelem;
ook het reeds in 1976 gerangschikte wallen- en grachtencomplex is in de nieuwe bescherming opgenomen, om aldus van een meer geïntegreerde bescherming te genieten dan oorspronkelijk het geval was.
De nieuwe voorlopige bescherming werd van kracht voor 1 jaar op datum van 12 juli 1999.
Met een Ministerieel Besluit van 7 juni 2001 werd de geldigheidsduur nadien verlengd voor 6 maanden, tot de definitieve bescherming in november van vorig jaar een feit werd.
3. Situering en omschrijving.
Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 420ha en strekt zich uit ten zuidoosten van Brugge.
Het bestaat voornamelijk uit grote graslandcomplexen, afgezoomd door knotbomen en verdeeld door hoogstamdreven. De oude spoorwegbedding Brugge-Eeklo en de voormalige tramlijn van Ver-Assebroek naar Oedelem en Knesselare zorgen voor een recreatieve ontsluiting t.b.v. fietsers en wandelaars. Voor de afwatering zorgen het Sint-Trudoledeken, de Hoofdsloot, de Mazelbeek en tal van afwateringssloten.
Binnen de perimeter van de afbakening onderscheiden we een 6-tal deelgebieden:
1) het kasteeldomein Bergskens, relict van een stuifduinengebied gelegen op een dekzandrug die zich uitstrekt van Oudenburg tot Stekene (Oost-Vlaanderen). De toegangsdreef tot het kasteeldomein was reeds eerder beschermd als landschap (K.B. 05.05.1959);
2) de Gemene Weiden die begrensd worden en gelegen zijn ten noorden van het Sint-Trudoledeken. Ze worden doorsneden door de oude spoorwegbedding;
3) de Chartreuzemeersen die geheel gelegen zijn op het grondgebied van Oostkamp. Ze worden doorkruist door de Hoofdsloot en de Marelbeek;
4) de Assebroekse meersen, nabij het kerkplein van Ver-Assebroek, met in het noorden de circulaire site die reeds vroeger beschermd was (K.B. 13.09.76). Deze pas in 1950 ontdekte cirkelstructuur wordt doormidden gesneden door de voormalige tramlijn Assebroek - Oedelem – Knesselare.
5) de noord-zuid verlopende pleistocene zandrug, die als het ware de scheiding vormt tussen de deelgebieden 3 en 4. De Michel Van Hammestraat en de Koeiedreef vormen de begrenzing.
6). de Steenbrugse bosjes, die op de Biologische waarderingskaart als ‘Biologisch zeer waardevol’ staan aangeduid. De oude spoorwegbedding loopt dwars door deze natte loofbossen heen.
4. Doelstellingen van het toekomstig beheer
Volgens de bepalingen van het Ministerieel Besluit is het hoofddoel van het beheer het treffen van maatregelen om de historische authenticiteit en grote gaafheidswaarde van het gebied te bewaren, en waar nodig te herstellen. Dit betekent op termijn de herontwikkeling naar een natuurlijk vochtig graslandgebied geënt op de specifieke bodemgesteldheid, waterhuishouding en de voormalige en actuele natuurwaarden.
Inzake dit beheer voorziet artikel 16 van het ‘Decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen’ dat in elk beschermd landschap het beheer geregeld wordt via een beheerscommissie, waarin zowel eigenaars, met inbegrip van pachters en huurders, de verenigingen die het herstel en het beheer van het natuurlijk milieu en/of betrokken landschap tot doel hebben, alsook de betrokken administraties (Vlaams Gewest en betrokken gemeenten) in vertegenwoordigd zijn.
Deze commissie wordt hierbij gelast met het opmaken van een beheersplan, waarin bestemmingen en beheersdoelstellingen voor het gebied op lange termijn dienen te worden bepaald.
5. In goede handen
De broosheid van beschermingsbesluiten is niet vreemd aan onze Vlaamse mentaliteit. Bovendien laat de deklassering, onder druk van landbouworganisaties en de negatieve reacties van het Bestuur van de ‘Gemene- en Loweiden’ en van de ‘Polder Sint-Trudoledeken’, nog heel wat problemen vermoeden voor de toekomst.
6. Gelukkig zijn er ook heuglijke feiten.
Zo is het Vlaams Gewest vanaf 2000 gestart met de aankoop van percelen grasland in de Assebroekse meersen (momenteel ca. 47ha) en van een populierenbosje in de Chartreuzemeersen, langsheen de Mazelbeek (ruim 4ha). Het is de bedoeling - althans in de Assebroekse meersen - van door ‘herstelbeheer’ het oorspronkelijke uitzicht zo goed mogelijk terug te benaderen. Dit betekent ondermeer dat de percelering in stand wordt gehouden en dat de bestemming hooilanden (ev. met nabegrazing) of weilanden wordt. Op één van de verworven percelen (in de scherpe hoek gevormd tussen de oude trambedding en het Sint-Trudoledeken) was de aanblik in 2001 in elk geval reeds spectaculair noemen.
Enkele kleinere percelen worden beheerd door ARSBROEK, kring Hervé Stalpaert:
de Kleyne Assebrouckmeersch, gelegen aan de toegang tot de Assebroekse meersen, ontleent zijn naam aan een grotere meers, gesitueerd op dezelfde plaats en reeds vermeld in documenten uit 1337. Vanaf 1997 is het perceel in precairen titel door de stad in gebruik gegeven aan Arsbroek, om het te beheren als schraal grasland. Zo konden voorstellen tot bestemming als parking of mini-containerpark verijdeld worden.
de Ghemene weede is gelegen in de Gemene weiden, langsheen de oude spoorwegbedding. Een eerste stukje werd eind de jaren zeventig door de JNM (Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie) in gebruik genomen om het te beheren als vochtig hooiland. Dat beheer werd in 1995 overgenomen door Arsbroek. Door uitbreiding met de rest van het perceel het jaar daarop bedraagt de totale oppervlakte heden 24are. Als relict van de eertijds algemeen voorkomende bloemrijke hooilanden van weleer, heeft het een idee van hoe schitterend het Meersengebied een aantal decennia terug er elk voorjaar moet uitgezien hebben. Bij de laatste inventarisatie door Arnoud Zwaenepoel in 1998 werden niet minder dan 67 plantensoorten aangetroffen. Waar het aantal exemplaren Brede orchis in 1985 slechts 10-15 stuks betrof, zijn het er de laatste jaren meer dan 200!
een totaal andere vorm van beheer heeft plaats in de kerktorenspits van Ver-Assebroek. In 1996 werden er twee broedbakken aangebracht voor Kerkuilen. Het jaar nadien reeds was één van de bakken bewoond, door Kauwtjes wel te verstaan. Vanaf 1998 hadden we echter wel prijs, met vier uitgevlogen jongen als resultaat. Dat deze vreemde kerkgangers zich bijzonder in hun sas voelen op Ver-Assebroek bewijzen de sindsdien jaarlijkse broedgevallen. Zo hebben in 1999, 2000 en 2001 respectievelijk 4, 3 en nogmaals 4 jongen het ouderlijk optrekje verlaten. De ligging vlakbij het Meersengebied zal daar niet vreemd aan zijn.
Roland Dufoort
Status: Vlaams natuurreservaat sinds 1996
Domeinen van: Het Vlaamse Gewest
Ligging: Assebroek (Brugge)
Juridische toestand: Op het gewestplan Brugge -Oostkust hebben de
Assebroekse Meersen de bestemming van landschappelijk waardevol agrarisch
gebied.
Oppervlakte: 7 ha
Landschap/biotoop:
De Assebroekse Meersen vormen een vochtig graslandencomplex met talrijke sloten.
Fauna en flora:
Tot het broedbestand behoren een aantal karakteristieke water- en weidevogels
zoals kievit, waterhoen en wilde eend. Van de dagroofvogels is de torenvalk de
meest algemene en er komen regelmatig broedgevallen voor van steenuil en soms
van ransuil. De vegetatie, die varieert naar gelang van de bemestingsgraad, is
deze van de natte weiden, met o.a. geknikte vossestaart, pinksterbloem,
mannagras, greppelrus en veldrus.
Beheer:
Voornamelijk hooilandbeheer wordt hier toegepast.
Wandelen:
Wandelingen kunnen aangevraagd worden (050-45 41 65) (natuur.wvl@lin.vlaanderen.be)
Folder: Er is nog geen folder over het gebied beschikbaar.
Meer info: bij de afdeling Natuur West-Vlaanderen, Zandstraat 255, bus 3,
8200 Sint-Andries-Brugge (050-45 41 65) (natuur.wvl@lin.vlaanderen.be)
Bron: www.mina.vlaanderen.be/wiedoetwat/aminal/taken/natuur/natuurgebiedeninkaart.htm
Ten zuidoosten van Brugge, in het grensgebied Assebroek, Oedelem en Oostkamp,
situeert zich een oud kultuurlandschap dat bekend staat als de Assebroekse
Meersen. Het omvat een kompleks van laaggelegen weiden, die deel uitmaken van de
polder van het St.Trudoledeken. Het gebied laat zich in een drietal eenheden
opdelen: de eigenlijke meersen aan de bovenloop van het St.Trudoledeken
(geklasseerd landschap), de Chartreuzen langs de Hoofdsloot en de Mazelbeek, en
de Gemene Weiden aan weerszijden van de voormalige spoorlijn Brugge-Eeklo.
Aan de oorsprong van de Assebroekse Meersen ligt een ondiep moeras. Door een
betere waterafvoer slaagde men erin dit moeras om te vormen tot grasland, dat
echter periodiek onder water liep. In de Middeleeuwen liet men op deze
waterzieke gronden - "meersen" of "broeken" genaamd -
vooral paarden grazen. De naam "Assebroek" houdt trouwens een
verwijzing in naar het gebruik: "asse" vormt immers een afleiding van
het middelnederlandse "ars" of "ors" en betekent
"paard". Door verdere ontwatering en bemaling evolueerde het gebied
tot een slotenrijk weidelandschap, waarin karakteristieke knotwilgformaties en
populierenrijen de perceelsgrenzen markeren. Toch herinnert het voorkomen van
veen en moeraskalk in de bodem aan de voorgeschiedenis van het gebied.
Westwaarts van de meersen liggen de "Chartreuzen". Tot aan de Franse
revolutie behoorden deze gronden tot de goederen van het Kartuizerinnenklooster
Sint-Anna-in-de-Woestijne te Sint-Andries. Het gebied kenmerkt zich door
uitgestrekte weilanden - sommige werden recentelijk omgevormd tot akkers -
waarin verspreid enkele bosjes voorkomen.
Ten noorden hiervan bevinden zich de "Gemene Weiden", een mozaiëk van
kleine akkers, hooi- en weilandjes, die naar aloud gebruik door
"aanborgers", afstammelingen van de oorspronkelijke boerenfamilies,
worden beheerd. Vroeger kwamen dergelijke gemene gronden veelvuldig voor.
Doorgaans betroffen het minder vruchtbare terreinen (heiden, meersen, schorren)
die gemeenschappelijk door de plaatselijke bevolking werden gebruikt.
Het landschap van de Assebroekse Meersen met zijn talrijke sloten, hooilanden,
natte weiden en houtkanten bezit ontegensprekelijk een grote aantrekkelijkheid.
Tot de belevingswaarden van het gebied dragen niet enkel ruimtelijke
kwaliteiten, maar ook een aantal flora- en fauna-elementen bij. Zo herbergt het
meersenlandschap een grote verscheidenheid aaan oever- en waterplanten (Gele
lis, Grote egelskop, Oeverzegge, Moerasscherm, Poelruit, Penningkruid,
Waterviolier, Klimopwaterranonkel e a). Tot voor kort leverden ook de hooi- en
weilanden soortenrijke graslandvegetaties op. Door intensieve ontwatering en
bemesting hebben veel graslanden nu aan belang ingeboet. Toch bleven op een
aantal plaatsen reliktvegetaties bewaard met o m Breedbladige rietorchis, Grote
ratelaar, Valse vossezegge en Dwergbies. Floristisch interessant zijn ook een
aantal kleinere bospercelen aan de zuid- en westzijde van het gebied. Men vindt
er o m heel wat voorjaarsbloeiers (Muskuskruid, Bosanemoon, Speenkruid, Grote
keverorchis).
Een aparte charme heeft de verlaten spoorlijn Brugge-Eeklo, waarvan de bedding
na de ontmanteling (1962) tussen Steenbrugge en Sijsele als wandel- en fietspad
werd ingericht. Op veel plaatsen is de oude spoorwegberm omsloten door elzen- en
wilgenopslag, waartussen Hop en Wilde kamperfoelie zich moeiteloos omhoogwerken.
In de winter zal men in dit struweel ook dikwijls gemengde troepjes Mezen,
Vinken, Kepen en Sijsjes aantreffen. Tijdens het voorjaar wordt hun plaats
ingenomen door kleine zangertjes als Winterkoning, Roodborst, Heggemus, Zwartkop
en Fitis.
De meersen zelf trekken vooral water- en waadvogels (Waterral, Wilde eend,
Wintertaling, Smient) aan, naast typische weidevogels als Kievit. Verder zoeken
ook prooivogels graag dit halfopen landschap op. Voor een heel eigen biotoop
zorgen de knotbomen, die in de meersen nog massaal aanwezig zijn. Hun
ingerotte kop vormt een ideale kiemplaats voor zwammen (Zadelzwam), mossen,
varens en zaadplanten als Bitterzoet, Vlier en Braam. Ook holenbroeders
(Pimpelmees, Gekraagde roodstaart, Holenduif, Steenuil) vinden er vaak een
geschikte nestgelegenheid.
Daarbij vormen de voormalige oude spoorlijn en de oude trambedding tussen
Ver-Assebroek en Oedelem ideale ontsluitingswegen.
Ligging: bereikbaar via de Baron Ruzettelaan (nabij kerk van)
Steenbrugge, Michel van Hammestraat en Kerklaan Assebroek
Oppervlakte: ca 300 ha
Eigenaar: overwegend partikulier bezit
Beheerder: Polderbestuur van het St.Trudoledeken
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op openbare wegen en dreven
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geprangd tussen de
oostelijke strekdam van Zeebrugge en de zeedijk ligt de ‘Baai van Heist’.
Een strandvlakte van 36 hectare, eigendom van het Vlaamse Gewest. De voorbije
jaren ontwikkelde zich hier een uitermate interessant natuurterrein met
embryonale strandduinen die doort Biestarwegras gekoloniseerd worden. Verder
vinden we ook slikken en schorren met o.a. Klein schorrenkruid en Zeekraal. De
brede overgangszone van duintjes naar laagstrand heeft de best ontwikkelde
schelpenvloeren van de Vlaamse kust. Deze laag schelpen(gruis) net boven de
hoogwaterlijn is een zeer geschikt broedgebied voor zeldzame strandvogels zoals
Strandplevier, Dwergstern en Bontbekplevier. In de strandduintjes broedden
Kuifleeuwerik en Tapuit, wij vinden er ook bijzondere plantensoorten als
Selderij, Schorrenzoutgras en Zeeweegbree. Om voldoende rust te garanderen is
het strand niet vrij toegankelijk van 15 april tot 15 augustus. Het
strandreservaat is voorzien van een wandelpad informatieborden en een
vogelkijkhut. In het winterhalfjaar kunnen hier soorten als Drieteenstrandloper,
Bonte strandloper, Strandleeuwerik, Sneeuwgors en Frater worden geobserveerd.
Verantwoordelijk ambtenaar: ir. Jean-Louis Herrier, coördinator
kustzonebeheer, Afdeling Natuur, Graaf de Ferraris-gebouw, Emile Jacqmainlaan
156 bus 8, 1000 Brussel, tel. 02/553.76.83
Voor strandwandeling in de Baai van Heist:
Biotoop: Strand, schorre en embryonale duintjes.
Periode: Voor strand- en duinvegetatie: juni, juli, augustus. Overigens
volledige zomerhalfjaar.
Winterhalfjaar interessant voor foeragerende steltlopers: ruiters, Scholeksters
en tal van strandlopers. Tevens kans op overwinterende Strandleeuweriken,
Sneeuwgorzen of IJsgorzen.
Tijdens het broedseizoen van 01 april tot 01 augustus enkel gedeeltelijk
toegankelijk onder begeleiding van een gids van Natuurpunt vzw of AMINAL - afd.
Natuur.
Volledige jaar: schelpen, fossiele schelpen en ander aanspoelsel.
Niet toegankelijk van 01 april tot 01 augustus (broedseizoen
grondbroeders).
Duur: 1½ à 3 uur.
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Vlak tegen de oostelijke strekdam van de haven van Zeebrugge ontstond op het
verbrede strand van Heist een uniek gebied. De afdeling Natuur en de Afdeling
Waterwegen en Kust van de Vlaamse Gemeenschap richtten het gebied in als het
Vlaamse natuurreservaat "De Baai van Heist". Het is immers één van
de weinige plaatsen aan de kust waar de zeldzame Strand plevier
en de Dwergstern nog een geschikte biotoop vinden om te
broeden.
Het gebied is toegankelijk - ook in het broedseizoen - via een
pad dat centraal door het gebied loopt vanaf de zeedijk tot op het strand.
Daarnaast is ook een permanent wandelpad voorzien langs de
strekdam. Op het einde van dit pad bevindt zich ook een vogelkijkhut.
Je kunt er allerlei zee- en watervogels waarnemen, alsook verschillende
strandlopers. Planten zoals Zeekraal, Zeepostelijn
en Zeeaster komen hier voor. Maar ook meer bedreigde soorten
zoals o.a. de Zeeweegbree zijn hier te vinden.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Baai%20van%20Heist/
STRANDWANDELING IN 'DE BAAI VAN HEIST'.
Biotoop: Strand, schorre en embryonale duintjes.
Periode: Voor strand- en duinvegetatie: juni, juli, augustus. Overigens
volledige
zomerhalfjaar.
Winterhalfjaar interessant voor foeragerende steltlopers: ruiters, Scholeksters
en
tal van strandlopers. Tevens kans op overwinterende Strandleeuweriken,
Sneeuwgorzen of IJsgorzen.
Tijdens het broedseizoen van 01 april tot 01 augustus enkel gedeeltelijk
toegankelijk
onder begeleiding van een gids van Natuurpunt vzw of AMINAL - afd. Natuur.
Volledige jaar: schelpen, fossiele schelpen en ander aanspoelsel.
Niet toegankelijk van 01 april tot 01 augustus (broedseizoen grondbroeders).
Duur: 1½ à 3 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De oorsprong van het domein gaat terug tot Boudewijn met het Hapken, eerste
graaf van Vlaanderen, die in het begin van de 12e eeuw het
"Bencebruch" schonk aan de pas opgerichte abdij van Sint-Andries. Het
gebied omvatte 115 ha vochtige gronden en moerassen.
Zowat een eeuw later breidde de abdij haar bezittingen uit door aankoop van een
400 ha groot heidegebied, dat bekend stond onder de naam "Het
Panneelveld". Dit veld vormde samen met Bencebruch één geheel en kreeg
later de naam "Biesbroeck" of "Beisbroek" (= vochtig terrein
waar biezen groeien).
Dit vrijwel onontgonnen gebied werd door de Franse bezetter in 1798
gekonfiskeerd en openbaar verkocht. Zo kwam het Beisbroekdomein in handen van de
families de l'Espée en van Outryve d'Ydewalle, die de ontginning van de heide
inzetten. Tegen 1820 was nagenoeg alle heide in akkerland en bos (naaldhout)
omgezet. Omstreeks 1830 bouwde J.Nieulant, een neef van baron de l'Espée, het
huidige landhuis en legde errond het park aan. Nadien resideerden er nog
verschillende adellijke families, tot de stad Brugge in 1975 het domein aankocht
en voor het publiek openstelde.
Het 98 ha grote stadsdomein bestaat voor ongeveer de helft uit park en bos; de
rest van het terrein wordt ingenomen door akkers, weiland en heide. Het
beisbroekkasteel werd ingericht als natuuredukatief centrum.
Het bos is opgebouwd uit loof- en naaldhoutbestanden (middel- en hooghout).
Overheerste vroeger het naaldhout met Douglasspar, Corsicaanse en Grove den, dan
kiezen de beheerders vandaag voor meer inheemse loofbomen zoals Zomereik en
Beuk. Tegelijk probeert men de natuurlijkheid van het bos te verhogen door veel
dood hout te laten liggen en te streven naar ongelijkjarige bestanden.
In het beisbroekdomein zijn vooral park- en bosvogels goed vertegenwoordigd (o m
Goudhaantje, Matkopmees, Zwartkop, Grasmus, Fitis, Houtduif, Grote en Kleine
bonte specht, Boomkruiper, Tuinfluiter, Torenvalk, Ransuil). De laatste jaren
doken zelfs Zwarte specht, Boomklever, Bosuil en Buizerd op. Goed ingeburgerd is
inmiddels de Eekhoorn. Het gebied wordt overigens ook aangeprezen omwille van de
grote verscheidenheid aan zwammen die men er in het najaar kan aantreffen.
Vermeldenswaardig is de aanwezigheid van een 2 ha groot heideveldje op een oude
kapvlakte. Men tracht er door aangepast beheer (beweiding met geiten en schapen)
het vroegere heidelandschap te rekonstrueren. Typische heideplanten als
Struikheide en Pijpestrootje koloniseerden inmiddels het terrein. Floristisch
belangrijk is eveneens een heiderelikt langsheen de zuidgrens waar o m Grauwe
dopheide voorkomt.
Langs de zuidoost rand sluit het Tudorpark aan.
Ligging: aan de Diksmuidse Heerweg, Zeeweg en Doornstraat te
Sint-Andries/Brugge
Oppervlakte: 98 ha
Eigenaar: Stad Brugge
Beheerder: Stedelijke Groendienst Brugge (050/31.33.97)
Toegankelijkheid: vrije toegang op wegen en paden - geleide bezoeken op
aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Heide in Beisbroek
In 1973 vernielde een zware storm een perceel Douglassparren, op de plaats waar
nu het heideveld gelegen is (2 ha groot).
In 1974-75 werd het stuk herbebost. Het jaar daarop verschenen opvallend veel
jonge kiemplantjes van Rode dopheide en Struikheide. Vanaf 1977 besloot men de
herbebossing weer ongedaan te maken. In mart 1977 werd een bodemonderzoek
verricht: sterk zuur - zeer laag gehalte aan fosfor - zeer laag gehalte aan kali
(potas) - hoger dan middelmatig gehalte aan koolstof (humus) - zeer laag gehalte
magnesium - laag gehalte calcium. Besluit: uitermate geschikt om als heideveld
inte richten, wegens sterk zure bodem en zeer arm aan voedingsstoffen.
In de zomer van 1978 had Rode dopheide en Struikheide zich over het gehele
perceel uitgebreid? Van 15 juli tot 14 augustus werd het stuk gemaaid (bamen,
Wilgeroosje, Pijpestrootje, biezen) en afgevoerdDe heide werd gespaard, het
resterende stukje douglasbos werd nu ook geveld.
In 1978-79 werd het vennetje uitgegraven. In de zomer van 1979 werd het
volledige percel opnieuw gemaaid en afgevoerd. Vanaf 1980 werd er niet langer
gemaaid. In 1982 vangt begrazing aaan met Kempische heideschapen en ook met
enkele geiten. De twee daaropvolgende jaren werd de heide aangetast door het
heidehaantje. Vanaf 1985 werden alleen schapen gehouden om de heide in stand te
houden; de geiten werden verwijderd.
Op de biologische waarderingskaart staat het heideveld aangeduid als "biologisch zeer waardevol gebied".
Bron: biotoopstudie Beisbroek - Martine Somers Groendienst stad Brugge
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Zoals het toponiem "veld" laat vermoeden, vormde het gebied vroeger
heide. De ontginning ervan werd in de tweede helft van de voorgaande eeuw
aangevat. In tegenstelling tot de eeste heidegebieden kwam echter geen bos in de
plaats. De heide werd zonder tussenfase van bebossing onmiddellijk in weide- en
akkerland omgezet. De late ontginning verklaart ook de grote, regelmatige
kavelstruktuur die aan het gebied een relatieve openheid geeft.
De oorsprong van de naam "Beverhoutsveld" is niet duidelijk. Sommigen
zien er een verwijzing in naar de vele Ratelpopulieren of espen (=beverhout) die
vroeger aspektbepalend waren voor het terrein. Anderen daarentegen zochten een
verklaring in de overlevering die wil dat een "Vrouwe van Beveren" aan
de laten van Oostkamp de gronden van het latere Beverhoutsveld schonk. Hoe dan
ook, het gebied vormde tot in de 19e eeuw eeen vrijgeweide, een soort
onverdeeldheid waarvan de omwonenden gemeenschappelijk het weiderecht bezaten.
Wellicht is hierin de reden te vinden waarom dit uitgestrekt gebied nagenoeg
vrij van bebouwing is gebleven. Tegenwoordig oefenen de gemeenten Oostkamp en
Beernem het eigendomsrecht uit over de gronden.
Over de geschiedenis van het Beverhoutsveld is weinig met zekerheid bekend. Vast
staat enkel dat de Gentenaren, aangevoerd door Filips van Artevelde, er in 1382
slag leverden tegen de Bruggelingen, waarbij deze laatsten het onderspit dolven.
Het vroegere veld vormt op vandaag een lappendeken van akkers en weiden, waarin
nauwelijks nog een spoor van de vroegere heidevegetatie te herkennen valt (op
enkele bermen groeit spaarzaam nog Koningsvaren, Valse salie en wat Brem). Toch
gaat van dit harmonieus agrarisch gebied met zijn vele dreven, lange bomenrijen,
ondiepe greppels en veedrinkputten een grote bekoorlijkheid uit. Echt
zeldzame planten of spektakulaire vogels hoeft men er niet te zoeken. De natuur
lijkt er zich te vergenoegen in een eerder latente dan nadrukkelijke
aanwezigheid onder de vorm van een vlucht Patrijzen, een wegrennende Haas, een
vissende Blauwe reiger of een door Eendekroos en Waterranonkel versluierde
waterspiegel.
Aan de westrand van het gebied, langsheen de Beernemstraat, prijkt een
monumentale linde die tot Vlaanderens meest merkwaardige bomen wordt
gerekend. Een andere blikvanger vormt de middeleeuwse omwalde hoeve "
't Blauw Kasteel", waarrond zich ooit het mysterieuze leen van Beverencourt
uitstrekte.
Ligging: bereikbaar via de Beekstraat (baan Moerbrugge-Oedelem),
Beverhoutsveldstraat Oedelem
Oppervlakte: 456 ha
Eigenaar: gemeente Beernem (354 ha) en Oostkamp (102 ha)
Beheerder: gemeenten Beernem en Oostkamp
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op openbare dreven en paden
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Blauwe Sluis is een sluiscomplex te Lapscheure. De sluis deed vroeger dienst als ontwateringspunt voor de polder. Sinds de onafhankelijkheid van België heeft de sluis geen waterfunctie meer. Op het vlak van natuur is er bij het complex van de Blauwe Sluis een smalle kreek te zien met rietvegetatie, die echter vrij abrupt overgaat in hoger gelegen graslanden en akkers. Op de perceelsgrenzen komen vaak zeer oude knotwilgen en restanten van polderheggen voor.
Het perceel weiland bevindt zich in een waardevol graslandcomplex met restanten van meidoorn heggen en een vrij oorspronkelijk reliëf. In het kader van het boomkikkerplan werden ook hier twee poelen aangelegd als stapstenen voor de verdere verspreiding van deze zeldzame amfibieën in de Zwinstreek.
De krekenresten en de Blauwe Sluis zijn goed zichtbaar van op de Zeedijk te Lapscheure. Vandaar is ook een goed zicht op de stadswallen het Nederlandse Sluis gegarandeerd.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Blauwe%20Sluis%20/
Wanneer je de natuur rond Lapscheure verkent, kom je onvermijdelijk een aantal historische plaatsen en gebouwen tegen. We denken hierbij aan het fort St.-Job, de grondvesten van de oude kerk, enz. De Blauwe Sluis is ook zo'n monument. Volg de Zeedijk en waar de weg het Lievegeleed (riviertje) kruist, rij je over de Blauwe Sluis. Aan de overkant van de dijk ligt het "Lapscheurse Gat", dat de grens vormt tussen België en Nederland. Vanop de dijk heb je een prachtig zicht op Sluis.
De Blauwe Sluis werd gebouwd in 1746 op last van zes Wateringen, namelijk Zuid-over-de-Lieve, Noord-over-de-Lieve, de Broek, Stampershoeke, de Maldegemse Polder en de Sint-Jobspolder. Die wateringen hebben samen een oppervlakte van 5228 ha waar het regenwater opgevangen wordt en langs verschillende kreken, die aan de Blauwe Sluis uitmonden, in het Lapscheurse Gat naar het Zwin geleid werd. De sluis heeft 2 kokers van 12,5 m lang, 2 m breed en 2,5 m hoog. Aan de westzijde is in de blauwe arduin het wapen van het Brugse Vrije gebeiteld tussen de letters SP en QB (= Senatus Populus Que Brugii). Daaronder lezen we: "De ses gheunieerde wateringhen 1746". Dit stevig kunstwerk zou eeuwen meegaan.
Helaas, toen de zuidelijke Nederlanden zich in 1830 van het Koninkrijk der Nederlanden afscheurden, weigerden de Noorderlijken het Belgisch water over hun grondgebied naar de zee te laten stromen. Gevolg: overstromingen. Het nieuwe Belgische bestuur heeft dan het Leopoldkanaal (1847) laten graven, dat het water te Heist naar zee afleidt. De Blauwe Sluis ligt er nu treurend en verlaten bij. Gelukkig werd het bij decreet van 30 juli 1976 als monument erkend en enkele jaren later gerestaureerd.
Bron: www.damme-online.com/nl/gebouwen/andere/blauwesluis.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
WANDELING DOOR HET BLINCKAERTDUINBOS.
Biotoop: Duinbos.
Periode: Interessantste periode is het voorjaar (maart tot half mei) of het
najaar
(specifiek voor paddestoelen).
Voorjaar: Voorjaarsbloeiers (Maarts viooltje, Speenkruid) en vogels (spechten,
Wielewaal, Fluiter, enz...). Voormiddag is de beste periode.
Duur: 2 à 3 uur.
Makkelijk te combineren met een wandeling door de Kalfsduinen.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Bourgognepolder is een nieuw project te Gistel-Oudenburg.
Natuurpunt kocht er 5 hectaren drassige weiden. Het gaat om voormalige
hooilanden die de laatste jaren als extensieve weiden gebruikt werden. Het
hele gebied bestaat vooral uit een graslandencomplex met hier en daar
bomenrijen. De typische poldergraslanden rijk aan microreliëf maken de
Bourgognepolder ecologisch bijzonder waardevol.
De aangekochte gronden zijn volgens de bodemkaart overdekte poelgronden. Dit
zijn kleigronden rustend op veen. Dergelijke gronden lenen zich vooral als
hooiweide met nabegrazing.
Het gebied dat in de winter grotendeels blank staat, wordt vaak bezocht door Wulpen,
Watersnippen, eenden, kiekendieven enz. Zeldzamere planten als Tweerijige
zegge, Wilde bertram, Trosdravik en Grote ratelaar zouden er nog voorkomen.
Met een aangepast beheer zal ongetwijfeld een snel natuurherstel mogen
verwacht worden.
Ligging: bereikbaar via de Meersenstraat Gistel
Oppervlakte: 5 ha
Aard: drassige weiden
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w Gistel-Oudenburg
Conservator: Koenraad Blontrock, 059/25.06.97, 0495/24.08.99, koenraad.blontrock@village.uunet.be
Toegankelijkheid:
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Elke fragment van de vesting bevat puzzelstukken uit het bewogen verleden van
de stad: wallen en grachten, stadspoorten, molens en moten, resten van bastions,
stukken vestingmuur en andere merkwaardige bouwwerken.
Vandaag zijn de vesten, dank zij het samenspel van water, glooiende gazons,
slingerende wandelpaden, dichte beplantingsmassieven en volwaardig uitgegroeide
bomen, een attraktief wandel- en rustgebied.
Grote verscheidenheid aan boomsoorten: ongeveer 75 inheemse en vooral uitheemse
soorten waaronder Moerascypres, Moseik, Honingboom, Amberboom en Japanse
noteboom.
Ligging: rondom de Brugse binnenstad
Oppervlakte: 23 ha
Eigenaar: Stad Brugge
Beheerder: Stedelijke Groendienst Brugge (050/31.33.97)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk - op aanvraag geleide wandelingen
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Van Boeveriepoort tot Smedenpoort.
In het Middeleeuws Latijn betekent "boveria" een veld waarop koeien
grazen, dus weiland. Langs deze zijde van de stad lag inderdaad een groot veld
dat zich uitstrekte van de Vrijdagmarkt tot aan het grondgebied van
Sint-Michiels. De naam Boeverie herinnert daar nog aan.
De Boeverievest heeft samen met de Smedenvest het meest oorspronkelijke
middeleeuws profiel bewaard: een hoge binnenwal, een brede binnenste
vestingsgracht, een lage buitenwal en een smalle buitenste vestingsgracht. Bij
lage waterstand in de binnengracht zijn de fundamenten van de in 1863 gesloopte
Boeveriepoort nog zichtbaar.
We volgen de Boeverievest langs het wandelpad tussen de twee vestingsgrachten
in. Deze is beplant van 1879 tot 1880 en is zeer rijk aan honderdjarige bomen
zoals Canadese populier, Moerascypres, Blauwe ceder, Treurbeuk, Plataan en
Paardekastanje. Het eindresultaat is - vooral op de binnenwal - een schaduwrijk
parcours. De heestermassieven werden aangebracht bij opschikkingswerken na WO
II.
Net voorbij het Waterhuis, op de uitsprong van een bastion, waar de buitengracht
een grote bocht naar buiten maakt, werden hier in 1980 op de restanten van een
bastion en na het slopen van vervallen pakhuizen, wandelpaden, gazon en
heeesterbeplanting aangelegd.
Verder loopt het pad tussen twee rijen Zomerlinden. Nabij het water van de
binnengracht staat een mooi groepje Moerascypressen, en dicht tegen de
Smedenpoort aan, twee struikvormige Gezaagde elzen. Op de glooiing naar de
binnengracht toe: Hemelboom, Plataan, Witte paardekastanje, Zilveresdoorn.
Van Smedenpoort tot Bloedput.
De Smedenvest werd beplant van 1895 tot 1898. Ze is rijk aan zeer prachtige bomen. Langs deze wandelweg staan achtereenvolgens: Valse kristusdoorn, Witte paardekastanje, Moerascypressen beneden aande waterkant), Ginkgo's, Esdoorn, Paardekastanjes, Zomerlinden, Beuken, Platanen, Haagbeuk (met merkwaardig silhouet), Essen (begroeid met Klimop), Taxussen, Berken en verschillende eikensoorten (Moseik, Amerikaanse eik, Moeraseik, Zomereik), Zilveresdoorn, Haagbeuk, Rode paardekastanje, Trompetboom.
Van Bloedput tot Ezelpoort.
We volgen het pad langs de ringlaan: op de middenberm enkele Linden, langs het fietspad afwisselend Zomerlinde en Zilveresdoorn, langs het water Taxus, Bruine beuk, Magnolia, Trompetboom en Valse kristusdoorn, tussen de struiken Gedraaide wilg, Meidoorn en Amberboom. Aan de afdamming volgen we het Stil Ende aan de buitenzijde van de vestingsgracht: Moerascypressen, Boomhazelaar, Trompetboom, dreef van Noorse en Gewone esdoorn, Tulpenboom en bij de stadspoort Treurwilg, Zachte berken en Boomhazelaar. Langs het Stil Endez ijnin het winterhalfjaar watervogels te zien (meeuwen, Meerkoeten, eenden,...).
Van Ezelpoort tot Dampoort.
Rond de Ezelpoort staan enkele oude Schietwilgen, een Boomhazelaar en een
Trompetboom.
De vestingsgrachten werden hier in 1899 gedempt en bebouwd. Aan de Dampoort
bevonden zich vroeger 3 poorten op de plaats waar de Reie de stad verliet.
Van Dampoort tot Kruispoort.
De Kruisvest is met Esdoornen, Linden, Populieren, Wilgen en Paardekastanjes beplant. De eerste aanplantingen dateren uit 1876. In 1915 werden veel bijkomende beplantingen verricht en kreeg meer een parkuitzicht. Tussen de Dampoort en de Kruisvest zijn de beide vestingsgrachten nog terug te vinden als de ringvaart en het Zuidervaartje. Op deze binnenwal staan er nu nog 3 molens.
Van Kruispoort tot Gentpoort.
De Kazernevest werd beplant in 1892 en ingrijpend heraangelegd in 1937. Vanaf
de Kruispoort leidt het pad ons tussen bomenrijen vazn afqwisselend Gewone
esdoorn en Es. De vestingswallen werden hier in de vorige eeuw genivelleerd om
als oefenterrein te dienen voor de soldaten uit de nabijgelegen kazerne.
Verderop heeft de Kazernevest meer parkallures: nabij de straat een rij
Zomerlinden, verop Bruine beuk, Hemelboom, Berk, Treurbeuk, Es.
Op het einde staan we voor een waterloop: de Coupure die in 1751 werd gegraven
om de scheepvaart ongehinderd dwars door Brugge te laten varen. Hierlangs vinden
we Italiaanse populieren en Paardekastanje.
Van Gentpoort tot Katelijnepoort.
De Gentpoortvest heeft niet veel overgehouden van haar middeleeuws profiel:
de binnengracht is verbreed tot kanaal en in de jaren 1960 werd de buitengracht
(het Zuidervaartje) overwelfd voor de verbreding van de ringlaan. Enkel de
binnenwal heeft voor een deel haar oorspronkelijk reliëf behouden.
De Gentpoortvest is het oudst beplante stuk van de vesten (1853-1855). Vooraan
een groepje Bruine beuken, daarachter Groene Beuk, verder drie Zilverlinden,
langs de straatkant Platanen. De watertoren is omgroeid door Bruine beuken,
Vederesdoorn, Linden en Italiaanse populieren. Verderop: Haagbeuk, Hemelboom,
Bruine beuken, Platanen, Witte paardekastanje, Honingbomen, Canadese populieren.
Van Katelijnepoort tot Boeveriepoort.
De Katelijnevest werd beplant tussen 1881 en 1890. Langs de vestingen zien we
nog een gedeelte van de versterkingsmuur uit 1662 en een oude kuiperij. We
vervolgen onze weg langs de Begijnevest tussen de Zomerlinden en Esdoornen,
aangeplant in 1881 tot 1890. Op het gazon staan Paardekastanjes, Zilverlinden en
een Oosterse plataan (tegenover de straat).
We volgen het smalle wandelpad tussen de twee vestingsgrachten in. Bij de
binnengracht: Treurbeuk, Schietwilg, Zomerlinde, Paardekastanje, een groepje
pijnbomen en Moerascypressen. Op de buitenwal: Grootbladige en Canadese
populieren. Tussen de spoorlijn en de vestingsgracht: Rode beuken, Honingbomen,
Chinese balsempopulier, Japanse notebomen, Zilveresdoorn, Acacia, Judasboom en
diverse naaldbomen.
Bron: Wandelen op de Brugse vestingen Stadbestuur van Brugge Groendienst 1988
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek
Het provinciedomein Lippensgoed-Bulskampveld (220 ha) maakt deel uit van het grootste openbaar groengebied van West-Vlaanderen. Aansluitende bij het domein bezit het Vlaamse Gewest iets meer dan 280 ha die dezelfde naam dragen (of als de Vagevuurbossen, nl. het gedeelte aan de overkant van de weg Beernem-Wingene), aangeduid worden.
Natuur - Cultuur
Het Lippensgoed-Bulskampveld biedt ruime mogelijkheden voor diverse recreatievormen zoals wandelen, fietsen, joggen, wandelruiterij, natuurobservatie, hengelen ... Uitgestrekte loof- en naaldbossen, heiderestanten, akkers en weiden vormen de onderdelen van een gevarieerd geheel. Het kasteel in neo-gotische stijl wordt omgeven door een park met indrukwekkende bomen.
Bron: www.west-vlaanderen.be/upload/domeinen/Lippensgoed-Bulskamp.htm
Geschiedenis.
Het prachtige bos was ooit een woest gebied met arme bossen, moerassen en
vooral heidevelden. De naam dateert van 1149 en zou afgeleid zijn van het
Germaanse "bulnas kampa" = het veld van de stierenkamp.
Monniken trachten hier een daar wat landbouwgrond te winnen en enkele bossen aan
te planten. De omwonenden staken turf op de heidevelden, plagden ze af voor het
winnen van strooisel voor het vee, lieten er hun dieren op grazen en sprokkelden
een voorraadje hakhout bijeen.
Vanaf ong. het midden van de 18e eeuw nam de behoefte aan voedsel snel toe door
de bevolkingsdruk en men begon steeds meer woeste grond te ontginnen. Er werden
dreven en een afwateringsnet aangelegd en stroken heide werden deels omgeploegd
voor akkerbouw, deels beplant met (loof)bomen. Pas in 1772 liet graaf de Mérode
de eerste naaldbomen planten.
In 1800 bouwde Lambertus Joseplus Malfait zijn hoeve om tot kasteel.
In 1819 waren de meer dan 1300 ha heide al geslonken tot 206 ha; het bosareaal
bedroeg reeds 1431 ha.
Omstreeks 1874 kreeg het kasteel zijn huidige aanblik. Het lag in een
uitgestrekt domein van 415 ha, het Lambertsgoed. Later werd het kasteel met de
landerijen aangekocht door verschillende vermogende families, o.a. de familie
Lippens, die het Lippensgoed in eigendom had van 1904 tot 1969. In 1906 liet
deze familie een groots park aanleggen met zoveel mogelijk boomsoorten
(notelaars, moseiken, tulpebomen en magnolia's). In 1964 verwierf het
Westvlaamse provinciebestuur 202 ha van het landgoed. In 1981 kocht de staat 108
ha. In 1994 werd het bos uitgebreid met ruim 6 ha.
Flora.
In de prille lente bloeien hier grote groepen knolgewassen: Wilde narcis,
Witte narcissen, Wilde hyacinten, Lelietje-van-dalen. Vanaf mei: rododendron en
azalea.
Nabij de Bornebeek groeit vochtiger loofbos met Zwarte els, Zachte berk,
Lijsterbes, Gewone esdoorn en Grauwe els. Naar het noorden toe prijken
honderdjarige Douglassparren.
In het loofbos bevinden zich eveneens: Zomereik, Ruwe berk, Amerikaanse eik,
Tamme kastanje, Beuk en Valse acacia. Meer inheemse soorten in de struiklaag:
Sporkehout, Hazelaar en Wilde kamperfoelie.¨Plaatselijk voert Amerikaanse
vogelkers de boventoon.
Naaldbomen: Grove den, Europese en Japanse lork, Douglasspar.
In de greppels langs de dreven: Mannetjes- en Wijfjesvaren, Brede stekelvaren,
Dubbelloof en op een enkele plaats Gebogen beukvaren.
Van de heide bleven nog enkele relicten over o.a. de Eendeputten. In de meest
lichtrijke padranden tussen het bouwland en de bossen: Struikheide,
Pijpestrootje, Tandjesgras, Schapegras, Liggende vleugeltjesbloem, Liggend
walstro en Hondsviooltje.
Ligging: langs de baan Beernem-Wingene rechts af Het Aanwijs - Lippensgoed-Bulskampveld
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk
Bezoekerscentrum met permanente (en tijdelijke) tentoonstelling. Geopend in jan, febr, maart, nov en dec op zon- en feestdagen van 14 tot 17 u, in april, mei, juni, sept en okt op woensdag, zaterdag en zon- en feestdagen van 14 - 18 u en in juli en aug dagelijks van 14 tot 18 u - 050/78.91.76 en 050/40.31.11.
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het Lippensgoed-Bulskampveld ligt centraal in wat eens een desolaat heide- en
veengebied was. De naam Bulskampveld duikt een eerste maal op omstreeks 1149,
waarbij sprake is van "Bulnas Campa", wat zoveel als "Veld van
Stieren" betekent.
In de 17e eeuw was het Bulskampveld ruim 10 000 ha groot en strekte zich uit van
Bellem en Lotenhulle, over Aalter, Beernem, Wingene en Ruddervoorde tot op het
grondgebied van Lichtervelde, Zwevezele en Torhout. Alleen kleine gemeenschappen
van bezembinders en turfstekers hielden zich in het gebied op. Tot halfweg
de 18e eeuw bleef de heide rond Beernem nagenoeg onontgonnen. Slechts een 6-tal
hoeven (Reigerlo, Hulstlo, ...) hadden verspreid enkele stukken veld in kultuur
gebracht. Aangespoord door het sukses van deze bescheiden ondernemingen kocht
Lambert Malfait omstreeks 1750 een groot aantal heidegronden rond het
Bulskampveld en startte de ontginning ervan. Tevens bouwde hij een riant
buitengoed op de plaats van het huidige kasteel. Na zijn dood zette zijn
schoonzoon E.Bulteau de ontginning op systematische wijze voort. Weldra bleef
van het eens uitgestrekte veld slechts 75 ha over: vijvers waren gedempt, de
heide omgeploegd en in akkers of bossen omgezet. Het Bulskampveld was het
Lambertsgoed geworden.
In 1904 kwam het goed in het bezit van de adellijke familie Lippens, die het
fraaie omringende kasteelpark liet aanleggen.
In 1970 verwierf de provincie West-Vlaanderen het kastele en 201 ha park,
bos- en landbouwgronden van het Bulskampveld. In 1973 werd het geheel als
provinciedomein voor het publiek opengesteld. Tien jaar later verwierf de
Vlaamse Gemeenschap 108 ha bos, palend aan het provinciedomein. Sinds 1984 is
ook dit domeinbos opengesteld voor het publiek. Nadien kocht de provincie nog
een aantal akkers aan, die ze liet bebossen.
Behoudens een aantal homogene naaldhoutbestanden (Lork, Douglasspar, Grove den),
is het bosgebied samengesteld uit gemengd naald- en loofhoutpercelen (Fijnspar,
Sitkaspar, Zomereik, Amerikaanse eik en Beuk). Bij recente verjongingen en
herbebossing werd ook gebruik gemaakt van Els, Berk en Boswilg. Afhankelijk van
de bodem en het hooghout vertoont de struik- en kruidlaag een meer monotoon
(Braam, Adelaarsvaren) of gevarieerd (Tormentil, Valse salie) karakter. Sporen
van de vroegere heidebegroeiing treft men vooral aan langs de lichtrijke paden
en op kapvlaktes (Struikheide, Dopheide, Pijpestrootje).
In het domeinbos ligt tevens een 25 ha groot veengebied (de Eendeputten) waar o
m Kleine zonnedauw groeit. Gezien de kwetsbare vegetatie is dit gedeelte van het
domein niet vrij toegankelijk.
Het kasteelpark herbergt een fraaie verzameling inlandse en uitheemse loofbomen
(Moseik, Tulpenboom, Magnolia) aangevuld met een groot assortiment Rododendrons
en Azaleastruiken. Centraal ligt een hengelvijver. De open ruimtes achter het
kasteel zijn rijk aan stinzeplanten (Wilde hyacint, Sneeuwklokje, Sterhyaint,
Kleine maagdenpalm e a). Plantenliefhebbers kunnen ook terecht in de vroegere
moestuin, die tot kruidentuin werd omgevormd.
Het domein bezit tevens heel wat waardevolle fauna-elementen. Tot de
karakteristieke vogels van het gebied behoren o m Grote en Kleine bonte specht,
Groene specht, Zwarte specht, Boomklever, Boomvalk, Bosuil enWespendief. Vrij
algemeen is ook de Eekhoorn. Onder de predatoren valt vooral de aanwezigheid van
de Vos te vermelden.
Ligging: bereikbaar via Reigerlostraat (parking Aanwijs) en
Wellingstraat (parking Drie Koningen) te Beernem
Oppervlakte: 327 ha waarvan 219 ha provinciedomein en 108 ha domeinbos
Eigenaar: provincie West-Vlaanderen en Vlaams Gewest
Beheerder: provincie West-Vlaanderen en Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op dreven en paden
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
DE CADZANDDUINTJES EN STRANDVLAKTE ZWINMONDING.
Biotoop: Oude en jonge duinen, slik en jonge schorre, strand.
Periode: Interessantste periode is augustus - september: aanwezigheid van
talrijke
steltlopers en eventueel Lepelaar of Kleine zilverreiger in de Zwinmonding. In
deze periode tevens duinflora en bloei van schorre (vooral augustus).
Winter: Kans op roofvogels (o.m. slaapplaats Blauwe kiekendief), Velduil,
Strandleeuweriken, zaagbekken, eendachtigen en steltlopers.
Duur:.1½ tot 3 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
"Oedelemberg" behoort tot de meest fraaie hoekjes van de
Westvlaamse zandstreek. Hiertoe dragen naast het reliëf, vooral de schaarse
bebouwing en de aanwezigheid van beekbegeleidende bosjes en natte weiden
bij. De berg zelf vormt in feite weinig meer dan een glooiing (23 m). De zachte
heuvelrug heeft haar ontstaan te danken aan een langdurig proces van
sedimentatie en erosie. Gedurende het Eoceen werden door de zee grote
hoeveelheden klei afgezet. Tijdens het Kwartair verzamelden zich hierboven
dekzanden onder invloed van de wind. Nog later vielen die zandlagen ten prooi
aan de erosie van nieuw gevormde stromen en rivieren in het Noordzeebekken.
Buiten het bereik van de grote rivieren konden zich een aantal kleiruggen
handhaven, waaronder ook de Oedelemberg. Ze leggen getuigenis af van het
oorspronkelijk reliëf (zgn. getuigeheuvels).
De oedelemberg vormt een typische cuesta met een lange zwakke zuidhelling en een
iets steilere zijde aan de noordkant. De ondergrond bestaat uit Bartoonse klei,
die in de streek vooral voor de aanmaak van bakstenen werd gebruikt. Oedelem
kende tot in de jaren 1960 een aktieve steenbakkerij. Ook waren vroeger tal van
veldovens in gebruik.
Op de kleilaag rust lichter materiaal zoals lemig zand en zandleem. Het
landschapsbeeld wordt gedomineerd door weiden en akkers, die in een zachte
glooiing aflopen naar het bomenrijk valleigebied van de Bergbeek. In deze vallei
situeren zich dan ook een aantal bospercelen bestaande uit gemengd loofhout en
enkele populierenaanplantingen. Naast Grote keverorchis en Stengelloze
sleutelbloem groeit er o m het zeldzame Heelkruid.
Ligging: bereikbaar via Sijselestraat en Bergstraat te Oedelem
Oppervlakte: ca. 500 ha
Eigenaar: privaat
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op openbare wegen
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Damme is niet alleen een liefdevol te koesteren historisch stadje,
het heeft ook een schat aan natuur in huis.
Met de Oude Stadswallen beschikt het beroemde oord immers over een
natuurreservaat dat zich in heel Vlaanderen en ver daarbuiten op heel wat
belangstelling kan verheugen. En terecht, want de natuur die zich gedurende
vele eeuwen in en rond dit voormalig bouwwerk heeft ontwikkeld, vindt in de
verre omgeving zijn gelijke niet.
In het begin van de zeventiende eeuw werd Damme tijdens de Tachtigjarige
oorlog door de Spaanse bezetter uitgebouwd als garnizoenstad. Dit gebeurde in
de vorm van een zevenster met wallen en een dubbele gracht.
Nadat het militair belang verdween evolueerden de grachten tot een diversiteit
aan moerasbiotopen. Momenteel treffen we er moerasbos, rietkragen, ondiepe
waterpartijen en hooiland aan.
De moerassen herbergen unieke moerasplanten zoals het Blaasjeskruid en de
Moerasvaren en typische rietvogels ( ondermeer de Waterral, de Kleine karekiet
en de Dodaars ).
Daar waar het historisch uitzicht van de zeventiende-eeuwse omwalling teloor
ging lopen er plannen om de wallen en de grachten te restaureren. Naast het
historisch herstel streeft dit project terzelfdertijd een stuk
natuurontwikkeling en een educatieve uitbouw na.
Recent werden in de omgeving verschillende natte weilanden verworven.
In de winter pleisteren er duizenden "vriezeganzen". Het betreft
voornamelijk Kolganzen en Kleine rietganzen. In het voorjaar vormen deze
percelen uitgelezen broedplaatsen voor weidevogels zoals de Grutto en de
Kievit.
Kwetsbare aarden omwallingen
Op verschillende plaatsen zijn onderdelen van de oude grachten en wallen van
de zevenster verdwenen. Aarden omwallingen zijn immers gemakkelijk te
nivelleren. In een vrij recent verleden werd ook deze gracht nog opgevuld en
omgevormd tot een akker. De historische contouren waren nog nauwelijks te
herkennen als een ondiepe depressie in het landschap.
Doelstelling van het project
In oktober 1999 startten de herstelwerkzaamheden aan de zeventiende-eeuwse
stadswallen te Damme. Daarbij werd geopteerd voor een restauratie naar de
beginsituatie. Daartoe diende de oude stadsgracht terug uitgedolven te worden
en met de bekomen grond werd de buitenwal ( het glacis ) heraangelegd.
Bij dergelijke herstelwerkzaamheden streeft onze vereniging een drieledig doel
na:
- Het creëren van een waterpartij biedt de natuur nieuwe kansen. Tal van
waterinsecten en amfibieën zijn aangewezen op dergelijke biotopen. De
herstelde wal is ingezaaid als grasland wat, naast het oorspronkelijk uitzicht
en de stabiliteit van de site, ook de natuurwaarde ten goede komt. Door de
vrij grote vochtigheidsgradiënt vinden heel wat andere plantensoorten er een
geschikte stek.
- De restauratie van een uniek monument in Vlaanderen. Net zoals bij het
beheer van het ganse reservaat wordt maximaal rekening gehouden met de
historische matrijs die ten grondslag ligt aan dit gebied. Het project toont
aan dat natuurwaarde en cultuur-historisch belang van de stadswallen kunnen
samengaan en in dit geval elkaar versterken.
- De herstelwerkzaamheden werden uitgevoerd langsheen de Damse Vaart die een
belangrijke recreatieve functie vervult. Dit verhoogt de educatieve waarde van
het project. Een wandelpad biedt de mogelijkheid om het reservaat van naderbij
te bekijken.
In de toekomst worden op andere locaties rond Damme gelijkaardige
herstelwerkzaamheden voorzien.
Uitvoering van het project
Naast eigen middelen konden we voor de financiering van het project rekenen op
een ruime betoelaging vanwege de provincie West-Vlaanderen via het Provinciaal
natuurfonds en op steun van het Europees project Euregio Scheldemond /
Grensoverschrijdend Krekengebied. In dit verband werd het project verbonden
aan de restauratie van de Stenen Beer , een zeventiende-eeuwse versterkte
sluis in Hulst ( Nederland ).
Het project is bekroond door de Koning Boudewijnstichting in het kader van een
campagne voor de educatieve ontsluiting van natuurgebieden.
De opmaak van de plannen en de technische begeleiding van de werken nam de
Technische dienst van de provincie West-Vlaanderen voor zijn rekening.
De werken werden uitgevoerd door Eco Engineering uit Knokke-Heist.
Ligging: achter de molen te Damme, ten westen van het kanaal van
Brugge naar Sluis
Oppervlakte: 46,3 ha in eigendom
Aard: verveende oude vestingswallen en polderweidencomplex
Bescherming: erkend reservaat / beschermd landschap/ natuurgebied
Eigenaar:
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Damme
Conservators: Robrecht Pillen, Braambos Oost 11, 8200 St-Andries,
050/39.06.34,
e-mail: familie.pillen@pi.be en
Rudy Deplae, Schrijfstraat 90, 8310 Assebroek, 050/37.50.73
Toegankelijkheid: toegankelijk tijdens geleide wandelingen +
vogelkijkhut
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Omstreeks het begin van de 17e eeuw werd Damme tot gebastionneerde
vestingplaats uitgebouwd. Daarbij werd omheen de stad een aarden omwalling met
dubbele gracht in de vorm van een zevenster aangelegd. In de loop der eeuwen
verloor Damme echter zijn betekenis als vestingstad, waardoor de wallen niet
langer werden onderhouden. Toch bleven gedeelten van de hoofd- en buitengracht
bewaard. Het huidige natuurreservaat omvat het gaafste restant daarvan.
Weliswaar is door het proces van verlanding het oorspronkelijk open water
omgevormd tot een drijftil van riet, struweel en broekbos. Voor de polderstreek
zeldzame planten zoals Moerasvaren, Kamvaren en Blaasjeskruid hebben er zich
weten te handhaven. In het broekbos zijn de Pluimzegge-horsten aspektbepalend.
De oude stadswallen vormen ook een geschikt broedterrein voor tal van riet- en
moerasvogels (Rietzanger, Kleine karekiet, Rietgors, Waterral). Tenslotte biedt
het verveende milieu van grachten, houtwallen en bermen levensruimte aan een
uitgebreide insektenfauna.
Het beheer van het gebied wordt bewust zeer terughoudend opgevat om ongewenste
ontwikkelingen te voorkomen. Men hoopt door geregelde maaibeurten wel een
verjonging van de rietvegetatie tot stand te brengen. Het moerassig karakter van
het terrein laat overigens geen bezoek toe. Vanaf de oeverwal kan niettemin aan
observatie van vogels en planten worden gedaan. Het zuidelijk gedeelte is
via de Polderstraat goed te overschouwen.
Ligging: langsheen het kanaal Brugge-Sluis, deels achter de molen van
Damme, deels ten westen van de stadskern - bereikbaar via het oeverpad (Vaart
Noord) en de Polderstraat
Oppervlakte: 38 ha
Eigenaar: Natuurpunt vzw
Beheerder: Natuurpunt vzw
Status: 27 ha erkend reservaat (1998)
Konservator: R. Pillen 050/39.06.84
Toegankelijkheid: niet toegankelijk - geleide bezoeken op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek
De provincie West- Vlaanderen beheert de Damse Vaart sinds 1819. Ingevolge een beslissing van de Bestendige Deputatie dd.23 december 1971 werd de Damse Vaart als open recreatiezone voor het publiek aangezien. Dit kanaal is als dusdanig bezit van het Vlaamse Gewest.
Natuur - Cultuur
De Damse Vaart is ongeveer 14 km. lang (van Brugge tot aan de Nederlandse grens) en bestaat uit een kunstmatig gegraven kanaal en met populieren beplante oevers.
De Damse Vaart is een open domein met een uitgeproken landschapelijk karakter. Als lineair element ligt het in een uniek polderlandschap, waarin de vaart de vroegere bedding van het Zwin volgt. Als dusdanig is het een uniek hengelwater dat tot buiten de provinciegrenzen bekend is.Verscheidene historische plaatsen als Damme, Oostkerke, Hoeke en Lapscheure bezorgende wijde omgeving een meer dan regionale vermaardheid.
Bron: www.west-vlaanderen.be/upload/domeinen/Damse_vaart.htm
De Damse vaart (13.5 km), ook wel Napoleonvaart genoemd, is een overblijfsel
van een groots opgezet waterwegenprojekt uit de Franse tijd. Bedoeling was om
Brugge met de Schelde (Breskens) te verbinden. Nu eens werd gegraven (vanaf
1811) in een verlaten bedding van een vroegere waterloop (de oude Reie vanaf
Brugge), dan weer in een volledig nieuwe bedding (vanaf Damme). Verderop gaf dit
aansluiting op een oude zeearm van het Zwin. Verder dan in Sluis (in 1824) is
men nooit geraakt. In 1830 maakte de Belgische Omwenteling een einde aan de
plannen. Het kanaal kreeg nooit enige betekenis als scheepvaartweg.
Het visrijke water (Paling, Zeelt, Snoek, Baars, Pos, Rietvoorn, Blankvoorn,
Kolblei, Brasem, Karper, ...) maakt van het kanaal ook een druk bezochte
hengelplaats. Men treft er ook heel wat oever- en waterplanten aan: Gele plomp,
Waterlelie, Gele lis, Zwanebloem, Grote egelskop, Kalmoes, Grote lisdodde,
Waterweegbree, e a.
Wie in het winterhalfjaar in het Damse polderland komt kan niet naast de ganzen
kijken: duizenden Kolganzen en Kleine rietganzen; ook vele eenden: Wilde
eend, Wintertaling, Slobeend, Smient. Ook Kievit en Watersnip vertoeven vaak in
dit milieu.
Ligging: tussen Brugge en Sluis - bereikbaar via de Damse Vaart Zuid
te Brugge en Damme en de Damse steenweg te Damme.
Oppervlakte: ca. 20 km²
Eigenaar: kanaalbedding = Vlaamse gewest
Beheerder: provincie West-Vlaanderen
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op de openbare wegen
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
D’Heye werd in 1997 in beheer gegeven aan Natuurpunt
Middenkust. De 20 ha die eigendom is van de Vlaamse Maatschappij voor
Watervoorziening grenst aan nog eens 30 ha die werden gekocht door AMINAL
afdeling Natuur (Vlaams Gewest). Het gebied is gelegen op de grens van Bredene
en De Haan en is te bereiken door vanaf tramhalte Bredene-Renbaan een halve
kilometer landinwaarts te rijden, wandelen of fietsen.
Het is een middeloud duingebied daterend uit de Romeinse periode. Sinds hun
ontstaan zijn deze duinen niet meer door de zee overspoeld geweest. Ze
ontsnapten dus aan de grote overstromingen van bijvoorbeeld de derde en
zevende eeuw. Voor de derde eeuw denkt men dat er slechts op heel beperkte
schaal bewoning is geweest. Na de derde eeuw is er quasi zeker een permanente
aanwezigheid geweest van mensen (vissers, jagers, strandjutters of
schaapherders).
In het begin van de zestiende eeuw werd het Jacobinessenhof gebouwd - de
boerderij in het gebied - door de monniken van het Sint-Janshospitaal in
Brugge. De oorspronkelijke gebouwen werden verwoest door een brand. Er werd
vooral aan schapenteelt gedaan. De arme, schrale duingronden lieten immers
geen andere landbouwactiviteiten toe. In de achttiende eeuw werd een grote
schaapsstal gebouwd. Tot omstreeks 1950 was er in het gebied een schaapskudde
aanwezig.
Tijdens de eerste wereldoorlog bouwden de Duitsers in het gebied hun grote
geschutsbatterij Deutschland. De Koerslaan werd in deze periode door de
Duitsers aangelegd. Andere toponiemen zoals de Batterijstraat verwijzen nog
naar die Duitse bezetting. In 1920 werd er massaal aan zandwinning gedaan in
het gebied, gevolgd door de aanleg van de paardenrenbaan in de periode
1921-1923 die op 24 juni 1923 in gebruik werd genomen. Op het terrein van
Aminal afdeling Natuur vind je nog relicten van de tribune van de
paardenrenbaan.
Vanaf 1925 begonnen de eerste verkavelingen; tot 1940 werden er slechts een
tiental villa's gebouwd, maar vanaf 1960 werd alles stilaan volgebouwd.
Op het gewestplan staan grote delen van het gebied ingekleurd als woongebied,
maar dankzij het Duinendecreet is er hier een bouwverbod gekomen.
Oorspronkelijk hadden we voor dit gebied de naam "Blutsyde"
in petto, de naam van een gehucht dat tussen de 14e en 16e eeuw zou gelegen
hebben aan de huidige havengeul van Oostende. Maar aangezien Blutsyde op deze
plaats geen enkele historische betekenis heeft en deze naam gegeven werd aan
het vakantiedorp dat ten noorden van het reservaat gelegen is, werd er gekozen
voor de naam "D'Heye" naar het toponiem dat toendertijd voor
dit duinengebied in gebruik was.
Kenmerkend voor dit gebied is het feit dat de grond kalkarm is en dit heeft
dan ook zijn weerslag op de flora.
De percelen van de waterwinning werden 40 jaar niet beheerd, er werd niet
gemaaid of begraasd, waardoor de diversiteit van de plantengroei verminderde
en het terrein sterk vergrast is met Genaald schapegras (enige vindplaats in
ons land!), Zandzegge, Geknikt zwenkgras, Echte witbol en Duinriet. Het
graasbeheer werd door Natuurpunt vzw uitbesteed aan een kudde Galloways; en
met succes! Een aantal planten zoals Zandblauwtje, Geel walstro, Rolklaver,
Duinreigersbek, Hazenpootje en Klein tasjeskruid nemen weer toe. Rond de
relicten van Struikheide werd geplagd. Het succes van dit plagbeheer is
werkelijk enorm: in september 2002 telden we al ruim 350 nieuwe plantjes
Struikheide. Dit beheer, dat erin bestaat de bovenste graslaag te verwijderen,
wordt onverminderd voortgezet. Niet alleen de Struikheide zelf profiteert
daarvan, ook Schapezuring waarop de Kleine vuurvlinder haar eitjes legt,
Zandhaarmos, Zandblauwtje en Vogelpootje komen er massaal te voorschijn.
Op die Struikheide komen heel wat vlinders hun nectar zoeken; een daarvan is
het Bruin blauwtje, in Vlaanderen staat ze op de Rode Lijst. In de struwelen
broeden Braamsluiper, Grasmus, Roodborsttapuit, Spotvogel en Ransuil. Ook
Patrijs, Groene specht en Steenuil staan op de broedvogellijst van d’Heye.
In de winter is d’Heye een rustgebied voor de zeldzaam geworden Houtsnip, en
een jaaggebied voor Sperwer, Blauwe kiekendief en Slechtvalk. Op d’Heye
overleeft nog een aanzienlijke populatie Levendbarende hagedis.
Het graasbeheer had nog verrassingen in petto: sedert 2000 bezit d’heye
percelen die we de leuke naam Hygrocybe-weiden mogen noemen. In dat jaar
kwamen op laaggevreten stukken grasland een 100-tal wasplaten te voorschijn.
Deze donkergele tot oranjerode paddestoelen worden wel eens als de orchideeën
onder de zwammen beschouwd. Waarschijnlijk gaat het om de Duinwasplaat en het
Gevlekt Sneeuwzwammetje.
Naast het V.M.W. terrein kocht AMINAL afdeling Natuur de overige stukken van d’Heye, die een sterk landbouwverleden meedroegen. Daarom werden deze percelen afgeplagd, en worden nu ook door Galloways begraasd. In de poelen komen nog Kamsalamanders voor. Ook hier werden mooie beheerssuccessen genoteerd: Grote ratelaar en Blauwe bremraap breiden uit door een goed maaibeheer; de Rietorchis en Bronkruid zijn terug van weggeweest.
Ligging: deels in Bredene, deels in De Haan. Bereikbaar
vanaf tramhalte Bredene-Renbaan een halve kilometer landinwaarts.
Aard: middeloud binnenduingebied
Eigendom: Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en Vlaams
Gewest (Aminal afd Natuur)
Beheerder: Natuurpunt v z w Middenkust
Oppervlakte: 18 ha te Bredene op de grens met De Haan (Blutsyde) in
huur van de VMW
Conservator: Dirk Vanhoecke, G.Gezellestraat 13, 8450 Bredene
059/32.29.29
e-mail: Dirk.Vanhoecke@village.uunet.be
Toegankelijkheid: alleen tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Status: Vlaams Natuurreservaat
Domeinen van: Het Vlaamse Gewest
Ligging: Bredene
Oppervlakte: 13 ha
Over een oppervlakte van 2 hectare is (in uitvoering van het beheersplan) de
voedselrijke bovenlaag afgeschraapt en zijn enkele poelen uitgegraven. De
vrijgekomen aarde is gebruikt om een terrein met veel bunkerrestanten op te
hogen. Hier zijn streekeigen struiken aangeplant. Op een deel van het
natuurreservaat grazen nu Galloways.
Folder: Er is nog geen folder over het gebied beschikbaar.
Meer info: bij de afdeling Natuur West-Vlaanderen, Zandstraat 255, bus 3,
8200 Sint-Andries-Brugge (050-45 41 65) (natuur.wvl@lin.vlaanderen.be)
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Dievegatkreek Knokke
Hier geldt alleen de bescherming als Vogelrichtlijngebied, ondanks dat het een zeer interessante waterpartij is.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Doeveren Oostkamp/Zedelgem
Doeveren is op heden bekend als een 44 ha groot natuurgebied in een
groter geheel van bossen, weilanden, akkers en drevenstelsels met bomenrijen.. Dit
terrein werd begin 2002 door de natuurvereniging Natuurpunt vzw aangekocht.De
aangekochte percelen maken deel uit van een mozaïek vormig landschap waarbij
beboste bestanden onderbroken worden door boomloze open ruimtes. Deze half
ingesloten akkers en graslanden zijn een geliefkoosde habitat voor diverse
roofvogels zoals Boomvalk, Buizerd, Havik, Sperwer
De natuurwaarden bevinden zich voornamelijk in de relicten van aan heide
verwante vegetaties die hier en daar nog voorkomen. In bermen en dreven worden
droge vegetaties gevonden.. De vegetatie van enkele dreven heeft een vochtig,
heischraal aspect
De bossen bestaan hoofdzakelijk uit loofhout (eik en beuk ) en kleine
bestanden naaldhout met vooral Spar, Grove den, Lork. In de struiklaag staat Ruwe
en Zachte berk, Sporkehout, Zwarte els, Hazelaar. Rododendron en de
pestsoorten Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik staan een natuurlijke
bosontwikkeling in de weg. De kruidlaag bevat bossoorten zoals Bosviooltje, Salomonszegel,
IJle zegge, bramen, Brede stekelvaren en Dubbelloof.
Beheersdoelstellingen:
Behoud en ontwikkeling van een gevarieerd halfopen bos- en heidelandschap, met
enkele venachtige vijvers (wastine - landschap). Behoud historisch
ontginningspatroon met drevenstelsels, bomenerijen. Er is ruimte voor spontane
processen zoals verbossing en het ontstaan van open plekken. Een natuurlijke
soortensamenstelling wordt nagestreefd. De overgangen tussen bos en niet - bos
zijn nu erg scherp maar moeten op termijn vervagen.
In het bos en op de hei
Hier klieft de Nachtzwaluw door de lucht boven een uniek heidelandschap.
Daarnaast komen ook zijn bijzondere broertjes van het bos voor: Houtsnip en Zwarte
specht.
In het bos
Het gebied sluit aan bij het gemeentelijk domein Merkemveld en bestaat
grotendeels uit bossen. Naast enkele naaldhoutaanplanten komen er mooie
loofbossen voor. Deze laatste bestaan vooral uit Zomereik en Beuk. Verder
vinden we er ook weilanden en enkele akkers. Samen met de bossen wordt het
landschap bepaald door dreven en bomenrijen. De aanleg van de A17 in het
verleden zorgde voor een verdeling van het gebied. Het oostelijke deel sluit
aan bij de kasteelparken rond de kastelen Breidels en Hoesten. Het gebied is
nu reeds biologisch van grote waarde. Bijzondere bosvogels zoals de Houtsnip
of de Zwarte specht komen er voor.
Op de hei
Wat het domein Doeveren zo uniek maakt, is de aanwezigheid van relicten
van heidevegetaties. Dit bleek uit onderzoek van Natuurpunt in het kader van
het Europese Life-project ‘Vlaamse Heide’. Heidevegetaties zijn in
West-Vlaanderen zeldzaam. In Doeveren vinden we op drogere plekken onder
andere Struikheide en Rode dopheide. Op en rond de vochtige, heischrale dreven
vinden we dophei. Zelfs de geheimzinnige Nachtzwaluw, een zeldzame vogel van
heidebiotopen, zou hier de voorbije jaren gesignaleerd zijn.
Ligging: aan beide zijden van de A17 t h v de Sijslostraat Oostkamp
en Zedelgem, aansluitend bij Merkenveld (Leliestraat Loppem)
Oppervlakte: 44.34 ha
Aard: bossen met stukjes heiderelicten
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdelingen Oostkamp en Zedelgem
Conservator: Marc Van Achter, 050-24 03 61
Toegankelijkheid: op de wandelpaden van het provinciaal Doeveren
wandelpad en tijdens geleide excursies
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Aan “d’oevers van een voormalige
vijver” is volgens Karel De Flou een mogelijke verklaring voor het
toponiem Doeveren. Op "het Goet genaemd d' Ouveren, den busch
aen Douveren" gelegen op Waardamme waar nog putten aanwezig waren
(1820), toebehorende jonker Ernest Rotsaert-d'Hertaing.
Gaan we even kijken op de kaart van Ferraris en vergelijken we met de
historische heidevelden dan blijkt dit gebied te liggen aan de noordrand van het
vroegere Hamersveld. Samen met de Loovelden, Vrijgeweid en Lichterveldeveld
vormde dit een van noord naar zuid langgerekt uitgestrekt heidegebied.
In de 18de eeuw vormde de weg Loppem-Ruddervoorde de grens tussen een
heidegebied met moerassen en vijvers aan de westzijde en een uitgestrekt bos aan
de oostzijde. Te midden van dit bos lag nog een 50-tal ha heide bestaande uit
moeras en twee grote vijvers.
Bij de 18de - 19de eeuwse ontginning ontstonden
boslandschap, landbouwgrond en kasteelparken. We vinden er momenteel nog
de domeinen Baasveld, Breidels, Croisnies en De Hoesten.
Het Douverkasteeltje langs de Rijselstraat 194 ligt grotendeels op grondgebied Waardamme, maar het neerhof, of de vroegere hoeve, gedeeltelijk op Loppem. Een kaart uit de 19de eeuw beschrijft het als: "een speelgoet genaemt Douver, competerende jonker Rotsaert d'Hertaing. groot 111 gemeten met boomgaerd en huysinge, queeckerie, masterie, sayland, taillie ende sparrebosch". De "Rysselschen heerwech" ook vaak de "Roesselaere heerwech genoemd was eeuwen lang de voornaamste weg van Brugge naar het zuiden. Het was in Loppem de enige verharde weg en dan nog met veldstenen (kwartsieten), die men hier en daar in de omgeving op geringe diepte aantrof. Deze weg, nauwelijks één wagen breed, liep over Torhout, Roeselare, Izegem en Kortrijk naar Rijsel, tot in 1315 een Vlaamse stad. ( Uit het boek Geschiedenis van Loppem van A Vervenne en A. Dhont)
Doeveren is op heden bekend als een 44 ha groot
natuurgebied in een groter geheel van bossen, weilanden, akkers en
drevenstelsels met bomenrijen.. Dit terrein werd begin 2002 door de
natuurvereniging Natuurpunt vzw aangekocht. De aangekochte percelen maken deel
uit van een mozaïek vormig landschap waarbij beboste bestanden onderbroken
worden door boomloze open ruimtes. Deze half ingesloten akkers en graslanden
zijn een geliefkoosde habitat voor diverse roofvogels zoals boomvalk, buizerd,
havik, sperwer.
De natuurwaarden bevinden zich voornamelijk in de relicten van aan heide
verwante vegetaties die hier en daar nog voorkomen. In bermen en dreven worden
droge vegetaties gevonden. De vegetatie van enkele dreven heeft een vochtig,
heischraal aspect.
De bossen bestaan hoofdzakelijk uit loofhout (eik en beuk ) en kleine bestanden
naaldhout met vooral spar, grove den, lork. In de struiklaag staat ruwe en
zachte berk, sporkehout, zwarte els, hazelaar. Rododendron en de pestsoorten
Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik staan een natuurlijke bosontwikkeling in
de weg. De kruidlaag bevat bossoorten zoals bosviooltje, salomonszegel, ijle
zegge, bramen, brede stekelvaren en dubbelloof.
Beheersdoelstellingen:
Behoud en ontwikkeling van een gevariëerd halfopen bos- en heidelandschap, met
enkele venachtige vijvers (wastine - landschap). Behoud historisch
ontginningspatroon met drevenstelsels, bomenrijen. Er is ruimte voor spontane
processen zoals verbossing en het ontstaan van open plekken; een natuurlijke
soortensamenstelling wordt nagestreefd. De overgangen tussen bos en niet - bos
zijn nu erg scherp maar moeten op termijn vervagen.
Specifieke vegetatietypes.
Intermediair - Atlantische variant van vochtige heide van het
dopheide verbond (Ericio Tetralicis) en eventueel de pioniersgemeenschappen
(Rynchosporion) ervan.
Enkele doelsoorten: dopheide, trekrus, kleine en ronde zonnedauw, gagel.
Intermediair atlantische variant van droge heide (Calluno -
Ulicetea) met veel structuur
Enkele doelsoorten: struikheide, rode dopheide, kruipwilg, stekelbrem,
kruidbrem, tweenervige zegge, tormentil, pilzegge, pijpestrootje, tandjesgras en
met soorten zoals brem, spork, gaspeldoorn, en berk als structuurbepalende
elementen.
Heischrale grasland (Nardetalia) en verwante vegetaties in
dreven en open plekken in het bos.
Doelsoorten zijn borstelgras, liggend walstro, hazezegge, bleke zegge,
dichtbloemige veldbies, geelgroene zegge, hondsviooltje, zachte berk, blauwe
zegge, muizeoortje, gewoon biggenkruid, veldrus, tormentil, mannetjesereprijs.
Vegetaties verwant aan de Oeverkruid - orde ( Littorelletalia)
in eventueel tijdelijk droogvallensde, ondiepe waters.
Doelsoorten zijn oeverkruid, knolrus, duizendknoopfonteinkruid,
veelstengelige waterbies, zomprus, gewone waterbies, veenmossen, waternavel,
egelboterbloem, moeraswalstro.
Vegetaties van droge graslanden op zandgrond ( Koelerio -
Corynephoretea)
Enkele doelsoorten zijn muizeoortje, vogelpootje, hazepootje, schapezuring,
gewoon biggekruid, klein tasjeskruid, duizendblad, smalle weegbree, gewone
veldbies, reukgras, kleine ooievaarsbek, st. janskruid.
Goed ontwikkelde zure eikenbossen (Fago - Quercetum) en eiken -
berkenbos ( Quercobetuletu) met zoom - en mantelvegetaties op
respectievelijk wat rijkere en meer voedselarme zure zandgrond.
Doelsoorten zijn onder meer valse salie, dalkruid, pijpestrooitje, spork, brede
en smalle stekelvaren, hulst, liggend walstro, struikheide, echte guldenroede,
salomonszgel, fraai hertshooi, gewoon bosviooltje, hazelaar, grootbloemige muur.
Elzenbroekbos (Alnion Glutinnnnosea) op natte zure bodem.
Doelsoorten zijn zwarte els, geoorde wilg, wolfspoot, gele lis, zachte berk,
gewone wederik, echte valeriaan, scherpe zegge, veenmossen.
Doelsoorten fauna:
Voor de avifauna zijn de doelsoorten vooral soorten gebonden aan een
halfopen landschap. Ze gebruiken de overgangen tussen bos en heide als jacht -
en broedgebied.
Een aantal soorten is verder gebonden aan vegetaties waar open bodem, korte
vegetaties en struweel elkaar afwisselen.
Soorten van open bos en bosranden.
Zwarte specht, wespendief, boomvalk, ransuil, houtsnip, groene specht.
Soorten van struweelrijke heide:
Boompieper, boomleeuwerik, nachtzwaluw.
Overige relevante doelsoorten:
Reptielen: levendbarende hagedis, hazelworm
Amfibieën: kleine groene kikker, vinpootsalamander
Zoogdieren: natuurlijke poulaties van vos, bunzing, wezel, hermelijn,
boommarter, vleermuizen.
natuureducatieve redenen het wenselijk om de plaatselijke bevolking en de
(natuur)verenigingen mee te laten genieten van de aanwezige natuurrijkdom
Oppervlakte: 44.34 ha
Aard: bossen, dreven, akkers en weiland
Ligging: deels op Loppem aansluitend bij het Merkenveld (6,34 ha), deels op
Waardamme ten oosten van A17 (38 ha).
Eigenaar: Natuurpunt vzw
Beheer: Natuurpunt inZICHT
Vrij toegankelijk op de dreven en paden
Conservator: Marc Van Achter Elzenhoek,4 8210 Loppem050/24.03.61 ntp.marc.vanachter@skynet.be
Visie op beheer:
Op korte termijn is een omvormingsbeheer noodzakelijk. Dat
betekent het verwijderen van rododendron en Amerikaanse vogelkers.
Verwijderen van Amerikaanse eiken is eveneens wenselijk wegens
hun nefaste invloed op spontane bosverjonging omwille van de
slecht verterende humuslaag. Deze ingreep zal gefaseerd gebeuren, vooral
door dunningen.
Verder is het ontwikkelen van een natuurlijk ven op huidige landbouwpercelen, door
opstuwen van water, grondverzet, plaggen op de meest geschikte plaatsen
aangewezen.
Op lange termijn wordt gedacht aan vooral integraal beheer door een extensieve
begrazing over voldoende grote oppervlakten, waarbij weilanden, akkers en
bos in één geheel worden begraasd.
Het aanvullend beheer, zal onder meer een plaatselijk maai - en kapbeheer zijn,
in functie van bijzondere vegetaties
Bron: users.pandora.be/andre.vanhevel/Doeveren.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek
Het domein d’Aertrycke te Torhout is slechts gedeeltelijk eigendom van de Provincie West-Vlaanderen. Het provinciebestuur was wel de initiatiefnemer voor de openstelling van dit unieke kasteelpark en bos. Hiertoe werden een ruime parking en de nodige recreatieve voorzieningen aangelegd.
Natuur - Cultuur
Met zijn 45 ha heeft d’Aertrycke heel wat te bieden : een prachtig kasteel, diverse bijgebouwen die harmoniëren met het kasteel, een landschapspark met een grote vijver, weiden en bossen. Het in 1869 gebouwde kasteel werd ontworpen door de architect Schadde; voor het park tekende de landschapsarchitect L. Fuchs.
Bron: www.west-vlaanderen.be/upload/domeinen/d'Aertrycke.htm
Geografisch aanleunend bij het "plateau van Wijnendaele" (40 m),
maakt het domein d'Aertrijcke, in de volksmond "de Maere" genoemd, de
l uit van een van oudsher bosrijke streek. Over de landschapsontwikkeling van
vóór 1700 is weinig geweten. Aangenomen wordt dat het terrein oorspronkelijk
een heide vormde, waarin tengevolge van turf- en veldsteenwinning, talrijke
ondiepe vijvers waren gelegen. Omstreeks 1770 kwam het gebied in handen van de
familie de Pottere d'Indoye, die grote delen ervan in kultuur bracht en beboste,
waarbij ook een "maison de campagne", later bekend als
"d'Aardenhutte", midden het nieuwe landgoed werd opgetrokken. Een
kleine 100 jaar later verwierf de Waaslandse ingenieur en vooraanstaand
politicus Baron Auguste de Maere het domein. Hij liet het oude landhuis slopen
en bouwde er in 1869 het huidige in neogotische stijl opgetrokken kasteel. Rond
het kasteel werd tevens een park in Engelse stijl aangelegd.
Medio 1991 nam het Westvlaamse provinciebestuur het initiatief om het landgoed
een publieke bestemming te geven als wandelgebied.
Met zijn 32 ha heeft het domein heel wat te bieden: naast het bos is er het
prachtige kasteelpark, dat een gevarieerd geheel vormt van water, open ruimten,
boomgroepen en oude dienstgebouwen (ook duiventoren en ruïne ijskelder).
Merkwaardige bomen in het park: Moerascypres (luchtwortels), Treures,
Treurbeuk, Japanse esdoorn, Tulpenboom, Mammoetboom (of Reuzensequoia), Witte
paardekastanje en Plataan. Het bos zelf bestaat uit loofhoutbestanden (o m
Linden) op de rijkere bodems langsheen de vallei van de Moebeek en naaldhout op
de hoger gelegen zandgronden. Aan de west- en zuidkant wordt het domein begrensd
door een mooi halfopen landschap van weiden met bomenrijen en verspreide
bebossing. Mede hierdoor herbergt het gebied ook een rijke fauna. Vooral
in de wintermaanden zijn bv. prooivogels als Buizerd en Torenvalk nooit uit de
lucht.
Ligging: aan de Zeeweg Zuid tussen Aartrijke en Wijnendale/Torhout
Oppervlakte: 32 ha
Eigenaar: privaat eigendom
Beheerder: provinciebestuur West-Vlaanderen
Toegankelijkheid: tijdens de vakantieperiodes, de weekends en op
feestdagen toegankelijk voor wandelaars
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis.
De eerste aanplantingen in de duinen tussen Bredene en Wenduine vonden plaats
in 1838 met Gewone den en loofhout, dat werd beheerd als hakhout, doch met
weinig resultaat. In 1880 ging men opnieuw aan het werk met loofhout doch gezien
WO I en de grote droogte van 1921 moest men in 1922 de bebossing hervatten,
aanvankelijk met naaldhout.
Deze bebossingen moesten voorkomen - en dit geld nog steeds - dat de
landbouwgronden, onmiddellijk achter de duinen, werden bedolven onder stuifzand.
De structuur van het bos heeft alles te maken met het feit dat binnen een zone
van 500 m, te rekenen van de hoogwaterlijn, het zoutgehalte in de lucht zó hoog
is, dat er alleen maar resistente grassen (bv. Helm- en Roodzwenkgras), kruiden
en struiken (Duindoorn, Kruipwilg) kunnen overleven. Pas buiten die zone kan men
loofbomen als eik, Gewone esdoorn, Gewone es, wilg, Amerikaanse vogelkers, abeel
en populier aanplanten en die bomen vormen dan weer een overgangsgebied,
waarbuiten pas dan naaldbomen in leven kunnen blijven.
Het bos groeit op een bodem van duinzand en droge tot zeer frisse zandgrond. Het
vertoont een golvend reliëf met duintoppen tot 24 m hoogte.
Flora.
Naaldboomsoorten: Oostenrijkse en Corsicaanse den, Zeeden
Loofboomsoorten: Gewone esdoorn, Zomereik, Grauwe en Witte abeel, Gewone es,
populier, Gewone robinia, Beuk, Grauwe en Zwarte els, Noorse esdoorn,
Zilveresdoorn, Boskers en linde.
Duinvegetatie: Helm, Reukgras, Duindoorn, Rimpelroos, Winterpostelein, Zeewinde,
Blauwe zeedistel, Bokken- en Keverorchis.
Fauna.
Konijn, Bunzing, Wezel, Ransuil, Nachtegaal, en de meest voorkomende zangvogels.
Ligging: Copmanlaaan Klemskerke-De Haan
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het gebied, ca. 150 ha groot, werd halverwege de 19e eeuw bebost om
zandverstuivingen te voorkomen. Mede door de ligging op
nauwelijks 150 tot 700 m van de zeehoogwaterlijn, was dit een moeilijke
onderneming. Veel bosplantsoen bleek niet bestand tegen de invloeden van de
zilte zeewind. De beplantingen dienden dan ook diverse malen herhaald, o m in
1890 en 1922. Na minder goede ervaringen met loofhoutsoorten werd vooral
pijnhout aangeplant. Uiteindelijk echter slaagde men er in een gevarieerd
bos te kreëren.
Momenteel kunnen een drietal zones in het terrein worden onderscheiden. Tegen de
zeereep aan ligt een struweelrijk gebied met vooral Kruipwilg, Duindoorn, Vlier
maar verspreid ook Oostenrijkse den en Grauwe abeel (in dwergvorm). Dit
terreingedeelte fungeert grotendeels als natuurlijk windscherm voor de
achterliggende gronden. Op de struweelzone volgt een brede strook met loofhout
(midden- en hooghout); men treft er o m Berk, Zomereik, Es, Gewone esdoorn,
Robinia, Grauwe wilg, Witte en Grauwe abel, Zwarte els en Beuk aan. Op hun beurt
vormen deze loofbomen en buffer voor de dominerende dennebestanden: Grove den,
Corsica-den, Oostenrijkse den en Zeeden.
De duinbossen herbergen ook een waardevolle flora en avifauna. Als kruiden vindt
men er o m Duinreigersbek, Winterpostelein en Heggerank. In de ondergroei komt
tevens veel Eikvaren, Rode aalbes, Kruisbes, Eglantier en de uit Ameika
afkomstige Mahonie voor.
Tot de karakteristieke broedvogels behoren Ransuil, Nachtegaal, Wielewaal en de
diverse soorten Mees.
Doorheen de domeinduinen loopt een net van verharde en onverharde paden.
De hoge rekreatiedruk zorgde er voor dat een aantal kwetsbare terreingedeelten
in funktie van plantenherstel werden afgesloten.
Ligging: langs de Koninklijke baan en de Driftweg tusen Wenduine en De
Haan
Oppervlakte: 150 ha
Eigenaar: Vlaamse gewest
Beheerder: Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op wegen en paden voor wandelaars
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Rond 1355 werd uit het adellijke geslacht van Straten, Iwein van Straten geboren, "Burchtheer van Jabbeke", waaruit men kan besluiten dat er in die tijd een versterkte burcht of vesting in het Flaminckapark stond. Na de dood van Iwein van Straten hertrouwde zijn weduwe met Lodewijk van Haveskerke. In 1571 was er sprake van "Het kasteel van Haveskerke". Dit kasteel zou gebouwd zijn in de jaren 1445-1450. In de 2e helft van de 17e eeuw werd Petrus van Caloen eigenaar van het domein. Hij bleef er wonen tot aan zijn overlijden in 1722. De nieuwe eigenaar, de familie van Hamme verpachtte het domein als hoeve. Dit leenhof bleef men in de volksmond Haveskerke noemen. Het ging om een opperhof met kasteel omgeven door een dubbele walgracht, een neerhof met schuur, duivenhok, stallingen en een woonhuis met veel land en bos. Het leenhof groeide uit tot een grote hoeve en op het einde van de 18e eeuw erfde de familie van Larebeke het kasteel. In 1860 werd het kasteel afgebroken en bouwde men een derde kasteel op de binnenkoer van het vroegere gebouw. Door de schade opgelopen in beide wereldoorlogen werd het domein verkocht en verkaveld in 1966.
Bron: www.jabbeke.be/www_extra/flaminckapark.pdf
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Fonteintjes zijn een serie van deels kustmatige, deels natuurlijke duinplassen, duinrietlanden en duinstruwelen gelegen langs een 4 km lange strook tussen de duinengordel en de kustbaan van Zeebrugge tot Blankenberge. De zes thans nog overblijvende depressies zijn van elkaar gescheiden door dwarsdijkjes die tegelijk als toegangsweg tot de zeereepduinen fungeren. Vanaf het wandelpad op de 5e eeuwse Graaf Jansdijk heeft men een goed overzicht over het gebied. De vier depressies vanaf Zeebrugge vormen het eigenlijke reservaat in beheer van Natuurpunt vzw. Ze zijn enkel toegankelijk onder begeleiding van een gids. Opvallend is de afwisseling van biotopen binnen het toch relatief kleine gebied.
Een wandeling start aan de eerste vijver, het Eendefonteintje,
te Zeebrugge. Deze plas is kunstmatig uitgegraven. Enkele aan de landzijde
is nog een rietkraag aanwezig. Tussen de vijvers en de kustbaan ligt een
wilgenbosje. De oever aan de duinzijde was door overbetreding totaal geërodeerd
en de begroeiing was vrijwel volledig verdwenen. Om dit proces definitief om
te keren werd het gebied afgesloten. Nu is het herstelproces volop bezig: de
rietkragen herstellen zich, moerasvegetatie en zelfs orchideëen ontwikkelen
zich op oevers.
Dat kustverdediging en natuurbeheer perfect kunnen samengaan wordt
onmiddellijk duidelijk bij het eerste 'Fonteintje'. De duinhellingen zijn
veel hoger en aan de duinvoet heeft zich een echt bos ontwikkeld. Dit Orchisfonteintje
(zie foto winterlandschap *) dankt haar naam en faam aan de
bijzondere rijke vegetatie: Vleeskleurige Orchis, Rietorchis,
Moeraswespenorchis en de bijzonder zeldzame Bijenorchis (zie foto's)
spreken tot de verbeelding. Minder opvallend, maar waar plantenliefhebbers
voor likkebaarden, zijn ondermeer Padderus, Addertong en
Weegbreefonteinkruid. Een begeleide lentewandeling is een ware aanrader. 's
Winters komen grote delen van deze relatief droge kruidenrijke en
oorspronkelijk kalkrijk duingrasland onder water. 's Zomers blijft alleen in
het oostelijk deel een kleine ondiepe plas over.
Het Bosfonteintje biedt een heel ander beeld: in de oostelijke helft vind je open water omgeven door rietveldjes met in de hoek een wilgenbosje. De westelijke helft biedt enerzijds een droger gedeelte met voornamelijk een kruidenrijke duinrietvegetatie en anderzijds een ondoordringbaar moerasbosje met Wilg en Sleedoorn. De duinvoet is dicht begroeid met Vlier en Witte Abeel en in mindere mate met Duindoorn.
De Rietfontein, het laatste afgesloten reservaatgedeelte, bestaat uit uitgestrekte rietvelden met in het centrum twee vlekken open water omgeven door Kleine Lisdodde. Typische rietvogels, rietgors en blauwborst geven elke seizoen present. Aan de duinvoet groeien terug Wilg en Vlier, hogerop overgaand in Duindoornstruweel.
De laatste twee vijvers zijn in gebruik als visvijvers. Beide werden
uitgegraven rond 1860 ter versteviging van de Graaf Jansdijk waarop toen de
spoorweg naar Knokke werd aangelegd. Ze bestaan uit open water met langs de
oevers rietkragen en kleine veldjes Lisdodde, langs de duinvoet struweel met
Vlier en Wilg.
We klimmen nu lang het dwarspad boven op de duinenrij. Hier wordt het heel
duidelijk dat de Fonteintjes eigenlijk een lange strook moerassen vormen
achter de smalle duinenrij. Aan de zeekant wordt het zand vastgelegd door
het stevige Helmgras. Op de landinwaartse zijde van de duinenrij is de
invloed van de wind al veel geringer. Hierdoor kon zich op veel plaatsen een
dicht Duindoornstruweel ontwikkelen, vooral ter hoogte van de Orchisfontein,
gemengd met de uit China afkomstige maar in onze duinen ingeburgerde
Rimpelroos. Deze laatste is te herkennen aan de grote helrode bloemen en de
gerimpelde blaadjes, in de nazomer aan de grote rozenbottels. Trekvogels
vinden er een uitgelezen dis. In de zeereepduinen moet je uitkijken voor de
zeewinde die met zijn grote roze-witte bloem voor kleur zorgt.
Bovenop de duinenrij kun je bij helder weer de Brugse torens ontwarren. Het is één van de enige plekjes aan onze Vlaamse Kust waar strand-duin-polder nog een min of meer aaneengesloten geheel vormen. Dit stuk open ruimte betekent bovendien een buffer tussen de haven van Zeebrugge en Blankenberge. Via haar beleidswerking ijvert Natuurpunt vzw ervoor dat dit zo blijft.
Bescherming: erkend reservaat / EG-vogelrichtlijngebied
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De Fonteintjes zijn deels kustmatige, deels natuurlijke duinplassen,
duinrietlanden en duinstruwelen gelegen langs
een 4 km lange strook tussen de duinengordel en de kustbaan van Zeebrugge tot
Blankenberge. Vanop het wandelpad op de 5de eeuwse Graaf
Jansdijk heeft men een goed overzicht over het gebied. Beter zicht heb je
natuurlijk vanop de duinen, waar je bij helder weer ook de Brugse torens kunt
zien. In 2000 werd het gebied ook ingericht voor de wandelaar. Informatieborden
en gepaste afsluiting loodsen je nu door het gebied.
Het gebied is grotendeels natuurgebied. Twee vijvers zijn in
gebruik als visvijver. De Fonteintjes hebben een zeer rijke vegetatie met
orchideeën: Vleeskleurige Orchis, Rietorchis,
Moeraswespenorchis en de zeldzame Bijenorchis
spreken tot de verbeelding. Op verschillende plaatsen zien we ook Wilg,
Vlier, Slee- en Duindoorn.
Aan de zeekant wordt het zand vastgelegd door het stevige Helmgras.
Een begeleide lentewandeling is een ware aanrader.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Fonteintjes/
Geschiedenis.
Net achter de duinen van de zeereep liggen een reeks plassen
en depressies die gedeeltelijk verland en verzand zijn. Ze zijn in de 15e eeuw
ontstaan door uitgravingen bij de aanleg van de Graaf Jansdijk, die de
zuidelijke grens van het reservaat vormt.
Vanaf de zestiger jaren ondergingen de Fonteintjes een hele reeks aanslagen. Zo
gingen uiterst waardevolle stukken verloren bij de aanleg van een recreatiepark
en kwam pas, vanaf de officiële erkenning van het natuurreservaat (1982) een
einde aan de massale toeloop van toeristen.
De Fonteintjes met een totale oppervlakte van 15 ha, zijn staatseigendom en
sinds 1978 in medebeheer van de BNVR.
Aard van de biotopen.
De duinhellingen zijn begroeid met struweel, in de depressie komen afwisselend hooilanden, duinmoerassen en rietvelden voor.
Flora.
Een schommelend waterpeil in de plassen en depressies doet een zeer gevarieerde plantengroei ontstaan. Het reservaat is vooral rijk aan orchideeën (Rietorchis, Gevlekte orchis, Keverorchis, Bijenorchis). Het struweel is samengesteld uit Duindoorn, Sleedoorn en Gewone vlier. Langs de oevers van de plassen heeft zich een rietkraag ontwikkeld, terwijl in en langs de duinmoerassen de voor de kuststreek algemeen voorkomende Lidsteng groeit. In de hooilanden vindt men ook de Addertong terug.
Fauna.
Het Rietfonteintje en het Bunkerfonteintje zijn uiterst belangrijk als broed-, doortrek- en slaapplaats voor Roerdomp, Woudaapje, Waterral en verschillende zangvogels. In de winter pleisteren er tal van Duikers, Futen en eendachtigen.
Ligging: langs de Koninklijke baan Zeebrugge-Blankenberge, 3 km ten oosten van Blankenberge-centrum (nabij parking Nordic).
Toegang: niet vrij toegankelijk voor het publiek. Waarnemingen kunnen echter goed verricht worden vanaf de dwarsdijken en de voorziene wandelpaden op de zeereep. Geleide bezoeken aan te vragen bij de conservator Dirk Content 050/41.62.39.
Bron: Beschermde gebieden in Vlaanderen, AROL Brussel 1988
De plassen ontstonden door graafwerken n a v de aanleg van de
Graaf Jansdijk (15e eeuw). Vermoedelijk werd hierbij een dubbel
bedijkingssysteem met "waker" (zeewerende dijk) en "slaper"
(achterligggende keringsdijk) gekonstrueerd. Tussen beide dijken in werden later
dwarsdijkjes aangelegd, die de ooorspronkelijke kompartimenteerden. Op die
manier ontstonden afgesloten kommen, in de volksmond "fonteintjes"
genoemd wegens de natuurlijke stuw van het grondwater.
Het onderling verschil in waterpeil tussen de vijvers zorgde voor een
uitenlopende ontwikkeling, die mettertijd resulteerde in een gevarieerd biotoop
met open water, rietland en dicht struweel. Een aantal laagten werd in de loop
der jaren echter opnieuw opgevuld. Uiteindelijk bleven een zestal depressies
bewaard. De meest diepe vijvers aan de oost- en westzijde worden thans als
hengelwater (zoet water!) gebruikt.
De drie centrale depressies, het riet-, het bos- en het orchideeënfonteintje
vormen sinds 1978 het natuurreservaat "de Fonteintjes". Het reservaat
geniet vooral in botanisch opzicht grote vermaardheid. Ondanks de relatief
beperkte omvang (15 ha) leverde de aanwezigheid van diverse gradiënten
(zout/zoet, hoog/laag en droog/nat) zeldzame, voor onze kust vaak unieke
plantengemeenschappen op. Vooral het orchideeënfontein, met o m Rietorchis,
Vleeskleurige orchis, Bijenorchis en Addertongvaren, geldt hierbij als bijzonder
waardevol. Het riet- en bosfontein zijn rijk aan waterplanten (o a Bronmos,
Ongedoornd hoornblad en Weegbreefonteinkruid).
Behoudens voor planten, zijn de Fonteintjes ook belangrijk als broed- en
refugiumgebied voor vogels als Roerdomp, Bruine Kiekendief en Waterral.
Oppervlakte: 15 ha
Eigenaar: Vlaamse Gewest - Dienst der Kusthavens
Beheerder: Natuurpunt vzw
Status: 12 ha erkend reservaat (1998)
Konservator: J. Van Gompel 050/41.55.41
Informatie: Dirk Content,
050 41 62 39
Toegangsbepalingen: de omheinde gedeelten zijn niet toegankelijk; alleen
dwarsdijken en langsliggend dijkpad kunen vrij worden betreden - geleide
bezoeken op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Fort Sint Donaas - Lapscheure
Vlakbij het Oud Fort Sint-Donaas en op een steenworp van de Damse Vaart ligt het nieuwe natuurreservaat 'De Sint-Donaaspolder'. Het reservaat is 2,3 ha groot en is voornamelijk poldergrasland dat gelegen is op een punt waar natuur en cultuur optimaal met elkaar verweven liggen.
Het Oud Fort Sint-Donaas en de Cantelmolinie zijn sporen uit de Tachtigjarige Oorlog. De vele dijken en de Blauwe Zwarte Sluis doen terug denken aan de inpoldering en de omgang van de mens met het water. Het is een vrij stil gebied dat ook van op de Damse Vaart zichtbaar is. Dit gebied trekt dan ook heel wat weidevogels aan. De Grutto is er een geliefde gast. Daar wordt ook verder aan natuurontwikkeling en natuurbeheer gedaan. Voor de Boomkikker werd er een poel uitgegraven en één van de bunkers uit de WO II werd ingericht als vleermuizenkelder.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Sint%2DDonaaspolder/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek
Het provinciedomein "Fort van Beieren" is een klein domein dat zich in een groter landschapelijk geheel situeert. Het ligt tussen de Brugse deelgemeente Koolkerke en de Damse Vaart.
Natuur - Cultuur
Met zijn 26 ha heeft het Fort van Beieren heel wat te bieden: een aarden fort uit 1702 en de site van een in 1956 afgebroken kasteel vormen de cultuurhistorische elementen waarop de natuur kon inspelen. Een structuurrijk landschap met dichtgegroeide grachten, open waterpartijen, kromgewaaide Marlandica-populieren, een oude kasteeltuin, gesloten bos en open weiden nodigen uit tot gezellig kuieren. Een grotere wandeling is mogelijk: langs twee zijden is het Fort met de Damse Vaart verbonden; dus mogelijkheden te over.
Bron: http://www.west-vlaanderen.be/upload/domeinen/Fort_van_Beieren.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Gemene en Loweiden Assebroek/Brugge
Eigenaar: aanborgers
Beheer: Arsbroek
Ligging: langs de vroegere spoorwegbedding Brugge-Eeklo
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Gemene Weidebeek Assebroek/Brugge
In 1999 besloot het stadsbestuur, in uitvoering van het GNOP, een groene en
natuurgerichte toekomst te geven aan het komgebied rond de Gemene Weidebeek. Het
deel waar de stad werk van maakt is ca. 40 ha groot. 31 ha daarvan is in handen
van de stad. Het overgrote deel daarvan, 25 ha, werd eind de jaren 1970
aangekocht, de overige 6 ha werden in 2002 aangekocht.
In de voorbije twee jaar (2000-2002) gebeurden de inrichtingswerken in het
noordelijk deel. In de hogere randzone, die aansluit bij de bestaande bebouwing
langs de Zomerstraat, Vossensteert, Zuiderakker en Gemene Weideweg, werd 6 ha
bos aangeplant. Graafwerken aan de grachten en sloten maakten deze beter
geschikt als biotoop voor waterplanten en -dieren. Aansluitend daarbij werden
ook een vijftiental poelen gegraven en een netwerk van paden aangelegd. In
november 2002 startte de bebossing van de zuidelijke randzone (4 ha). Het
wandelpadennet in het gebied zal bij volledige realisatie vanuit een tiental
punten in de omgevende straten toegankelijk zijn.
Het centrale, lage deel blijft een weilandencomplex, met knotwilgenrijen, kleine
bosjes, houtkanten en struwelen. In de graslanden zelf is al voor een groot deel
overgegaan naar een natuurgericht gebruik (nul bemesting). Een deel hiervan is
als louter hooiland in gebruik. Het vochtig karakter en de latere maaidata
moeten ervoor zorgen dat hier op termijn natuurrijk en bloemrijk hooiland tot
ontwikkeling komen.
Voor de hoeve Hangerijn is een renovatie gepland om ze als gemeenschapsruimte
ter beschikking te stellen (educatieve mogelijkheden).
Ligging: bereikbaar via Zomerstraat, Vosensteert, Zuiderakker, Gemene
Weideweg te Assebroek/St Kruis bij Brugge
Oppervlakte: ca. 40 ha
Eigenaar: stadsbestuur Brugge
Beheerder: groendienst Brugge
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op de paden
Bron: losse bladen Groendienst Brugge
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De voedselarme zandige tot lemig-zandige bodem zorgt voor een zeldzame vegetatie met brem- en gaspeldoornstruwelen. Niet alleen de planten profiteren van deze bodem, ook de Hazelworm, een pootloze hagedis, is er te vinden. Het 7 ha grote gebied wordt beheerd door extensieve begrazing met Gallowaykoeien en schapen. Het gebied is vrij toegankelijk.
Bron: losbladige info van NP Oostkamp
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Golfterrein(Brabantse Panne) Knokke
Het Golfterrein is partikulier eigendom van de Compagnie du Zoute en de stukken die niet als een biljartlaken gemaaid worden hebben idderdaad zeer grote natuurwaarden.Er wordt momenteel een studie afgewerkt die onderzoekt in hoeverre die natuurwaarden kunen bestendigd worden.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Oorspronkelijk was Groenhove een nat heidegebied, dat later werd bebost. Rond
de 7e eeuw maakte het deel uit van het "Woud zonder genade", dat zich
over het grootste gedeelte van West-Vlaanderen uitstrekte. Archeologische
vondsten (Romeinse munten) en de blootlegging van graven uit de tijd van Keizer
Nero (54 - 68 n C) wijzen op een vroege bewoning van het gebied.
De naam Groenhove verwijst naar het gelijknamige "chalet forestier"
dat de Brugse grootgrondbezitter Anatole Van de Walle hier in 1870 liet
optrekken. Na WO II werd dit landhuis afgbroken en op dezelfde plaats werd later
het klooster "Virgo Fidelis" gebouwd. Het huidige bosdomein is sterk
versnipperd: een gedeelte behoort toe aan de kloostergemenschap, een stuk werd
verkaveld en de resterende oppervlakte (13 ha) werd in 1972 door de stad Torhout
aangekocht en als wandelbos opengesteld.
Groenhove is samengesteld uit een verzameling loof- en naaldhoutbestanden, die
rond de (19 - 20e) eeuwwisseling werden aangeplant. Naast Zomereik, Beuk,
Grove den en Fijnspar vinden we er ook enkele merkwaardige boomsoorten als
Vleugelnootboom, Hickorynoot, Wilde kerselaar en Thuya. Door de sterke
verschillen in bodemtypes herbergt het domein tevens een grote soortenrijkdom
aan kruiden, mossen, varens en paddestoelen. We treffen er o m Dalkruid,
Tormentil, Blauw glidkruid en Veenmos aan. In het bos ligt ook een heideveldje
(ca. 3 ha) waarvan het beheer door de Houtlandse Milieugroep wordt waargenomen.
Naast de meest algemene vogelsoorten als Tjiftjaf, Houtduif, Vlaamse gaai en
verschillende mezen, houden ook Grote bonte specht, Vink, Boomkruiper,
Wielewaal, Goudhaantje en Ransuil zich in het gebied op.
Ligging: bereikbaar via Bosdreef en Groenhovestraat te Torhout
Oppervlakte: 120 ha, waarvan 13 ha stadsdomein
Eigenaar: stad Torhout, private eigenaars
Beheerder: technische dienst stad Torhout
Toegankelijkheid: vrije toegang op wegen en paden (voor wandelaars)
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Keignaert is geologisch gesproken erg jong; nauwelijks 400 jaar. Het is
een overblijfsel uit de geschiedenis van Spanjaarden, Geuzen, hun oorlog en de
doorgestoken Oostendse zeewering waardoor de Keignaert als een kreek met eb- en
vloedwerking ontstond ... en later weer werd getemd.
Het reservaat is actueel gesproken ook erg jong : eind 1996 werd eerst 3 ha en
half mei nogmaals 6 ha aangekocht. Dit maakt een totaal van 9 ha open en blote
akkergrond. Dit is echter niet altijd akkergrond geweest. Eeuwenlang vormden
deze gronden een prachtig weidegebied. Het voorbije decennium werden deze weiden
gescheurd, het reliëf plat gebuldozerd en koning maïs deed zijn intrede.
In het voorjaar van 1998 werd het reliëf hersteld; quasi doorheen de hele
lengteas van het reservaat, evenwijdig met de Keignaert, werd een ondiepe
depressie aangelegd. Hier verzamelt zich dan ´s winters water dat met het
naderen van of vorderen van de zomer helemaal uitdroogt. In het voorjaar zullen
de lichtglooiende oevers voor een rijkgedekte tafel zorgen voor steltlopers en
weidevogels. De vlug opwarmende waterpartijen leveren een ideaal biotoop voor
amfibieën. De resterende grond werd ingezaaid met een grasmengsel waardoor weer
aantrekkelijke graasweiden ontstaan voor de zolang verwachte vriezeganzen. Voor
het onderhoud zorgen runderen : koeien zijn nu eenmaal onovertroffen als het er
op aankomt om grazige velden te beheren. Door hun specifieke handel en wandel
zorgen zij voor een grillig patroon van verschraalde graasplaatsen, paadjes,
modderplekken, ... Langzame verschraling is het hoofddoel.
Tussen het gras werden ook klavers ingezaaid. Klaver is een grondbedekker die
ervoor zorgt dat in de beginfase distels onderdrukt worden en dat er via de
nectarproductie een bont insectenleven aangetrokken wordt.
Grachten werden grillig verbreed en helemaal achteraan werd een kreekrestant
uitgegraven waardoor een stuk grond weer een eiland werd. Omdat vee graag riet
eet, moeten de rietkragen afgeschermd worden. Kastanjehouten paaltjes en
prikkeldraad moeten het vee binnen houden en riet en alles er op, rond en in
volop kansen bieden aan de waterkant.
Tenslotte werden verspreid over het terrein nog vier veedrinkpoelen gegraven met
beperkte toegankelijkheid voor het vee, maar hopelijk des te meer voor amfibieën.
In feite zijn er twee Keignaertkreken.
De Grote Keignaertkreek is gelegen naast Zandvoorde, een deelgemeente van
Oostende. De ene kant van de kreek is parkgebied en de andere kant bevindt zich
het eerste natuurreservaat van Oostende. De Grote Keignaert is dieper dan de
Zoute kreek zodat men hier meer duikeenden aantreft. De vogels die hier ´s
winters waargenomen worden zijn : Kuifeend, Bergeend, Tafeleend, Aalscholver,
Grote Zaagbek, Toppereend, Fuut en in strenge winters ook Nonnetjes en
Roodkeelduiker.
De Kleine Keignaert ligt in Oudenburg en wordt vooral gekenmerkt door
rietkragen. Broedvogels zijn : Bruine kiekendief, Kuifeend en Blauwborst.
Langs de Keignaert bevinden zich nog enkele grasveldjes die interessant zijn op
het gebied van de flora (Klavervreter, Pinksterbloem, Bolletjesraket) en
vlinderfauna (Bruin blauwtje, Hooibeestje, Bruin en Oranje zandoogje).
[ deze tekst komt uit de website van natuurreservaten "middenkust" ]
Ligging: ten
westen van Zandvoorde, langs de Grote Keygnaert (kreek), bereikbaar via
Kapittelstraat en Grintweg Zandvoorde
Aard: graslanden met hersteld microreliëf
Oppervlakte: 8.7 ha
Eigenaar: stad Oostende
Beheerder: Natuurpunt afdeling Middenkust
Conservator: Pascal Louage, 0486/56.46.93, pascal.louage@hotmail.com
Toegankelijkheid: enkel toegankelijk tijdens geleide wandelingen, maar
aan de overzijde van de kreek staat een kijktoren die vrij toegankelijk is.
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het natuurgebied de Gulke Putten, gelegen op de gronden van het Radiozendstation te Wingene, wordt beheerd door Natuurpunt vzw en groeide sinds 1969 aan van 1,5 ha tot 16 ha. In 2001 gebeurde de eigendomsoverdracht van Belgacom naar de Krijgsmacht; tegelijk werd aan Natuurpunt het beheer over de aansluitende natuur- en reservaatpercelen toevertrouwd, waardoor de totale oppervlakte van de Gulke Putten momenteel meer dan 99 ha bedraagt.
Het reservaat is een uniek relict van de vroegere uitgestrekte 'woeste
gronden' van het Bulskampveld. Het gebied is rijk aan natte en droge heide,
heischrale graslanden, hakhout met bloemrijke paden en open plekken met
orchideënrijk hooiland.
Na ruim 30 jaar ervaring wordt momenteel een optimaal beheer gevoerd van
plaggen, maaien, kappen, begrazen en nietsdoen. Dit leidt tot het herstel en
het instandhouden van zeldzame relictsoorten en vooral van schrale
(voedselarme) habitats.
Het reservaat is een schoolvoorbeeld van natuurbeheer en krijgt dan ook veel belangstelling uit de wetenschappelijke wereld. Het gebied is niet vrij toegankelijk (functioneert als zendstation) wat een beperkte verstoring garandeert. Het gebied is in dat opzicht een schitterend voorbeeld van het samengaan van techniek en natuur. De oude zendinstallaties zijn trouwens officieel beschermd als industrieel patrimonium.
De recente reservaatsuitbreiding tot 99 ha betekent een unieke kans om via herstelbeheer op een aantal marginale landbouwgronden opnieuw een hoge biodiversiteit tot ontwikkeling te laten komen (het betreft voormalige schapenweiden die deels tot akkers en productiegrasland waren omgezet). De relictvegetaties met heide-elementen, de natte percelen met biezen en Pinksterbloem, de oude drevenpatronen en spontane struwelen bieden een grote variatie aan biotopen, die hoge potenties voor natuurontwikkeling inhouden.
| De Gulke Putten maken deel uit
van het Europese Natura 2000-netwerk van belangrijke
natuurgebieden. Het beheer en de uitbouw van het reservaat worden ondersteund door de Europese Unie, in het kader van Life-Natuurproject 'Intermediair Atlantische Heide'. |
Het gebied de Gulke Putten bestaat uit een zeer grote verscheidenheid:
1. Venige heide
Op de venige heide groeien Dopheide, Ronde en Kleine zonnedauw,
Veenpluis, Beenbreek, Heidekartelblad, Moeraswolfsklauw, Gagel en Gevlekte
orchis. Levendbarende hagedis en de rups van de Veelvraat zijn
voorbeelden van zeldzame en bedreigde soorten die hier door intens beheer
weten te overleven.
2. Hakhoutgedeelte
In het hakhoutgedeelte met open plekken en paden met lichtrijke plaatsen
groeien Tormentil, Vleugeltjesbloem, Struikheide, Gevlekte orchis,
Egelboterbloem, Welriekende nachtorchis, Breedbladige Wespenorchis en Blauwe
Knoop. De fauna wordt aangevuld met Groentje, Groene zandloopkever,
Citroentje, Doorntje, Wielewaal, Staartmees en Boompieper.
3. De 'gazon'
De gazon rond het zendstation is een heischraal hooiland, zorgvuldig en
duurzaam beheerd met als resultaat honderden Gevlekte orchis, Grote
keverorchis, Maanvarentje, Geelhartje, Stijve ogentroost. In het najaar volgt
een rijkdom van een tiental soorten zeer zeldzame wasplaten (kleurrijke
paddestoelen). Ook de vlinderrijkdom , met onder andere Aardbeivlinder en het
Groentje is indrukwekkend.
4. Het schapenstuk
Het schapenstuk wordt gedomineerd door dichte vegetatie van Pijpenstrootje en
wordt van voorjaar tot herfst begraasd door schapen. Daardoor ontstaat
plaatselijk een mozaïekpatroon in de vegetatie met Dopheide, Tormentil ,
Vleugeltjesbloem. Hier zijn Boompieper en Gouden sprinkhaan bijzondere
soorten, met de Tijgerspin als nieuwkomer.
5. Uitbreidingspercelen
De voormalige bemeste landbouwgronden (akker, grasland), met heiderelicten en
spontane struwelen van wilg, berk, eik, brem, braam en krenteboompje worden
sedert voorjaar 2001 jaar rond begraasd door een kudde Galloway-runderen. Deze
ontwikkelen een spontaan gebruikspatroon waardoor de variatie aan
vegetatietypes kan toenemen. Enkele percelen worden met de inzet van
plaatselijke landbouwers als hooiland beheerd; hierop volgt nog nabeweiding
met Galloways om de bloemrijke graslanden te herstellen.
Ligging: radiozendstation: Predikherenstraat te Wingene (voorbij
Sint-Pietersveld langs de weg Beernem-Ruiselede)
Oppervlakte: 31 ha eigendom en 65 ha in concessie
Aard: venige heide, hakhout, struweel, dreven, bloemrijk schraal
grasland, voormalige weiden en akkers, naaldbos en loofbos.
Eigenaar: Krijgsmacht en Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w
Conservators: Christine Verscheure & Eckhart Kuijken, Lindeveld 4,
8730 Beernem (tel. en fax 050/78 94 63) e-mail:
christine.verscheure@scarlet.be
Toegankelijkheid: De Gulke Putten zijn wegens het speciaal statuut
van zendstation niet vrij toegankelijk. Wel is er een ca. 5 km lang
bewegwijzerd wandelpad rond het gebied . De Predikherenbossen zijn
toegankelijk langs de dreven.
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De Gulke Putten vormen een struweelrijk heiderelikt, op de
grens van de zand- en de zandleemstreek. Het reservaat is een overblijfsel van
het massieve heideveld dat zich eertijds tussen Beernem, Aalter en Lichtervelde
uitstrekte en als "Bisschops -" of "Bulskampveld"
bekend stond.
Natuurlijke laagten in dit gebied werden vaak afgdamd en omgevormd tot ondiepe
vijvers ten behoeve van visteelt. Vermoedelijk waren ook de Gulke Putten - op
oudere kaarten tevens als "Gullicke Putten" aangeduid - oorspronkelijk
zo'n visvijvers. Het terrein ligt immers in een brede ondiepe depressie, die
aansluit bij de vallei van de Blauwhuisbeek. Met de ontginning en bebossing van
de heide op het einde van de 18e eeuw raakten de putten echter in onbruik.
Sommige werden drooggelegd, andere gingen gedeeltelijk verlanden.
Toen de RTT in 1927 een deel van het gebied aankocht voor het plaatsen van
zendmasten, was nauwelijks nog sprake van vijvers. Eerder stond men voor een
venig moeras met verspreide houtopslag; het terrein bleek echter door de hoge
grondwatertafel uitermate geschikt qua reflektie voor overzees radioverkeer. Ook
na de uitbouw van het RTT-antennenpark bleef het gebied, mede door het
handhaven van het waterpeil, zijn waardevol karakter behouden. Onbewust werd
trouwens door het weghakken van het struweel het herstel van de heide bevorderd.
Sinds 1970 is het domein natuurreservaat. Hakhoutbestanden (Zomereik, Ruwe berk,
Ratelpopulier, Vuilboom en vooral Krenteboompje) wisselen er af met percelen
droge en vochtige heide. Het beheer is er nu op gericht de heidevegetaties
verder te differentiëren. Daartoe worden nattere terreingedeelten geplagd of
als schraal hooiland aangewend; drogere stukken worden beweid (schapen).
Tot de karakteristieke flora behoren o m Kleine en Ronde zonnedauw, Veenpluis,
Heidekartelblad, Klein Glidkruid, Dopheide, Beenbreek, Gagel en diverse soorten
orchideeën. De talrijke poelen en slootjes zorgen tevens voor een opmerkelijke
herpetofauna met o m Vinpootsalamander.
Een bedreiging voor het gebied vormt eutrofiëring: intensieve bemesting van de
aangrenzende landbouwgronden zorgt voor aanrijking van het van nature uit
voedselarme heidemilieu.
Ligging: baan Beernem-Ruiselede (Bruggesteenweg) - rechts af
Sint Pietersveldstraat Wingene
Oppervlakte: 13 ha
Eigenaar: Belgacom
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: C. Verscheure 050/78.94.63
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - geleide wandelingen op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Conservator: Erik Blondia (09/374 49 47)
Bron: users.skynet.be/fa302024/paginas/home.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Ligging: Beernem
Oppervlakte: 17 ha
Aard: heideveld
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Beernem
Conservator: Luc Vanpaemel 050/79.05.58
Toegankelijkheid:
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Deze zijn ontstaan vanaf 1584. Ze worden "historisch"
genoemd omdat hun ontstaansgeschiedenis in nauw verband staat met de
Vrijheidsoorlog tussen de Noordelijke Nederlanden en Spanje. Bovendien zijn ze
veel jonger dan de omgevende Oud- en Middellandpolders die in de middeleeuwen
ontstonden. Omwille van strategische redenen werden de duinen ten oosten van de
stad doorgestoken door de Geuzen. Het binnenstromende zeewater zette heel het
omgevende polderland onder water: het dorp Sint-Katharina verdween van de kaart
en Zandvoorde, Snaaskerke en Stene werden bedreigd. Dank zij deze overstromingen
zouden de Geuzen het Beleg van Oostende drie jaar kunnen weerstaan (1600-1603).
Door de getijdewerking werd de doorsteek door de duinen zo diep en breed
uitgeschuurd dat zich naderhand daar de Oostendse haven ontwikkelde. In het
achterland ontstond een reusachtig slikke- en schorregebeid dat enkele eeuwen
als een natuurlijke spuikom fungeerde en de verzanding van de havengeul belette.
Toen dit getijdegebied zo hoog opgeslibd was dat het niet langer als spoelpolder
kon gebruikt worden, werd het stap voor stap ingepolderd en in landbouwgrond
omgezet.
Dit recente kultuurland vertoont het moderne dambordpatroon met rechthoekige en
vierkante kavels. Het wordt ontsloten door kaarsrechte wegen
(Snaaskerkepolder). De diepst uitgeschuurde delen van de polder bleven als
kreken bewaard: Gauwelozekreek, Sluiskreek, Zoutekreek, Oude Straatkreek, Grote
en Kleine Keignaert (gerangschikt als landschap sinds 1983). Sommige dijken uit
de inpolderingsfase zijn nog duidelijk herkenbaar, zoals de Gemene Dijk. Op deze
dijk bevindt zich ook het "Geodetisch signaal" (basisreferentiepunt
voor kartografen om de waterpassing en hoogtelijnen te situeren).
De vele kreken en de erop aansluitende graslanden herbergen heel wat vogels
zoals Zomertaling, Tapuit, Koekoek, Kluut, Kuifeend, Tafeleend, Kiekendief en
Blauwe reiger. In de rietkragen die op enkele kreken nog zeer mooi ontwikkeld
zijn, kan men alle klassieke rietvogels (Rietgors, Rietzanger, Kleine en Grote
karekiet) verwachten. En na al die eeuwen zijn er zelfs nog planten die naar het
zoute verleden van de kreken verwijzen (Zeeaster). Recente kleiwinning gaf ook
het ontstaan aan een aantal vijvers en plassen (Snaaskerkse kleiputten), die
vooral in wintermaanden veel vogels aantrekken.
De Historische polders van Oostende worden aan de zuidwestzijde doorsneden door
de spoorwegberm van de voormalige lijn Oostende-Torhout (Lijn 62 afgeschaft in
1967). Vanop het verhoogde talud (ca. 6 m) heeft men een ideaal uitzicht op het
omgevende landschap. Als lijnelement in het landschap herbergt de oude
spoorwegbedding ook heel wat flora-elementen. Vooral planten van droge,
voedselarme gronden (de berm bestaat uit opgevoerd zand waarop een laag sintels
werd aangebacht) zijn er goed vertegenwoordigd (o m Zandblauwtje, St- Janskruid,
Grijskruid, Vijfvingerenkruid, Vroegling, Hazepootje, Vlasleeuwebek, Gele
morgenster, Wilde peen, Wilde reseda).
Ligging: te bereiken via de dorpskernen van Stene,
Zandvoorde en Snaaskerke.
Oppervlakte: ca. 850 ha
Beheerder: polderbestuur "polder van Zandvoorde"
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk langs openbare wegen en dreven
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het natuurreservaat 'De Hoge Dijken' wordt door de afdeling
natuur, AMINAL beheerd. Binnen het reservaat bevindt zich het bezoekerscentrum
'De Grote Zaagbek'. Het centrum biedt de vereniging 'De Vrienden van de
Hoge Dijken' de mogelijkheid om een programma rond natuureducatie
uit te bouwen.
De Hoge Dijken vormden tot in de jaren '70 een restant van een oud
binnenduin die boven de lagergelegen polders lag. Bij de aanleg van de
autosnelweg tussen Brugge en Veurne werd het zand tot op een diepte van 15 tot
20 m ontgonnen waardoor een kunstmatige vijver ontstond. Het grote
wateroppervlak trekt jaarlijks enorme aantallen
watervogels aan. Jaarlijks zijn er zo'n 120 tot 130
vogelsoorten te observeren.
Smient, Wintertaling, Wilde eend,
Kuifeend, Tafeleend, Aalscholver
en Grote Zaagbek komen er vrij talrijk voor.
Tijdens de trekperiode in het voor - en najaar valt een grote verscheidenheid aan vogels te noteren. De Oeverzwaluw, de Bergeend, de Fuut, de Grauwe gans en de Kuifeend behoren tot de jaarlijks terugkerende broedvogels.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/De%20Hoge%20Dijken/
Het domein de Hoge Dijken, beter bekend als de Roksemput, dankt zijn ontstaan
aan zandwinning voor de aanleg van de autosnelweg Jabbeke-Veurne. De uitzanding
greep plaats tussen 1973 en 1976. Na het beëindigen van de werkzaamheden
werd het terrein afgesloten. Watervogels vonden er een geliefd toevluchtsoord.
In 1983 werd het domein overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap. Aanvankelijk
zag het er naar uit dat het gebied als watersportcentrum zou worden uitgebouwd,
maar in 1986 besliste de overheid het terrein een natuuredukatieve bestemming te
geven.
Het domein omvat een 32 ha grote vijver (tot 14 m diep) waarrond zo'n 20 ha
weiland is gelegen. Een gedeelte hiervan werd met bosplantsoen beplant.
De herkomst van de naam Hoge Dijken is niet duidelijk. Wellicht houdt het
toponiem verband met een reeks vroeg-middeleeuwse overstromingen waarbij de hoge
zandrug te Roksem als natuurlijke zeewering fungeerde. Hoe dan ook markeert het
gebied de scheidingslijn tussen polders en zandstreek.
Vooral in de winter houden zich op het water grote concentraties eenden op (o m
Smient, Wintertaling, Slobeend, Tafeleend en Kuifeend). Ook ganzen, duikers en
waadvogels zoeken graag de rust van de Roksemput op. Hieronder bevinden zich
soms zeldzame gasten zoals Grote zaagbek, Nonnetje en Lepelaar. Opmerkelijk is
ook de aanwezigheid van een grote kolonie Oeverzwaluwen die in de steile oever
aan de oostzijde is gehuisvest. Botanisch herbergt het gebied vooral planten van
schraal grasland en zandige bodems, o m Zandblauwtje, Hardbloem en Hazepootje.
In functie van natuurgerichte rekreatie werd het terrein toegerust met o m een
natuureducatief centrum, observatiehutten en een wandelpad. Eén van de
observatiehutten is permanent toegankelijk.
Ligging: toegang via de Oude Brugseweg (parkeergelegenheid Korte
Vijfwegstraat) Roksem/Oudenburg
Oppervlakte: 52 ha
Eigenaar: Vlaamse gewest
Beheerder: Aminal
Toegankelijkheid: gedeeltelijk vrij toegankelijk - geleide wandelingen op
aanvraag bij Gaby Synaeve 050/81.20.79
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Historie.
Bij de aanleg van de autoweg E40 van Jabbeke naar Veurne (1973-76) zochten de wegenbouwers zand. De zandrug die op de grens van Roksem en Jabbeke boven het omliggende poldergebied opduikt, in feite een oud binnenduin, was een geschikte locatie voor zandwinning. Na de exploitatie ontstond een grote 8-vormige plas (40 ha, gemiddeld 5 tot 6 m diep). In het begin van de jaren 1980 werd het gebied gebruikt door BLOSO voor waterrecreatie. Na acties van locale natuurbeschermers nam de Vlaamse overheid in 1986 het besluit om het gebied in te richten voor natuurontwikkeling, -educatie en natuurgerichte recreatie. Op 3 oktober 2000 is De Hoge Dijken bij ministerieel besluit opgericht als Vlaams natuurreservaat (52.28 ha).
Vogels.
Het natuurgebied is vooral belangrijk als pleisterplaats tijdens de vogeltrek en als overwinteringsgebied. Er overwinteren vaak vijf- tot zesduizend watervogels (Smient, Wintertaling, Wilde eend, Slobeend, Pijlstaart, Meerkoet, Aalscholver, Brilduiker, Grote zaagbek). Ook Grauwe gans, Kolgans en Kleine rietgans zoeken de Hoge Dijken op. Bij de pleisteraars zijn nogal wat steltlopers zoals Grutto, Wulp, Zwarte ruiter, Groenpootruiter, Bosruiter, Kluut, Kleine plevier, enz. Bij de broedvogels horen o a Oeverzwaluw, Bergeend, Kuifend, Fuut, Rietgors, Braamsluiper en Spotvogel.
Bezoekerscentrum De Grote Zaagbek open op woensdag van 14 tot 17 u en op zondag van 10 tot 12. www.dehogedijken.yucom.be
Bron: Tweemaandelijks nieuwsbrief van de afdeling Natuur, jrg 3 nr 5
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het Hoogveld, wordt reeds in 1687 vermeld als een op cijnsgrond gebouwde hofstede. De naam Hooggoed of Hoogveld verwijst naar de hoge ligging van het bosgebied. In 1722 kochten de Jezuïeten van Antwerpen het domein, doch na opheffing van de Orde werd het opnieuw aan partikulieren verkocht. In 1985 verwierf het Vlaams gewest ca. 67 ha van het Hooggoed in eigendom (links van de dreef) en stelde het als wandelbos open voor het publiek.
Bron: www.beernem.be/PDFfiles/bulskampveld%20fietsroute.pdf
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het Jobeekbosje is een piepkleine snipper waardevolle natuur (nog geen
hectare groot), temidden een zeer natuurarm gebied, gelegen op de grens van
Zwevezele en Koolskamp.
Het Jobeekbosje is een nat beekbegeleidend bosje. Ondanks zijn kleine
oppervlakte bevat het bosje zowat alle typische plantensoorten van dit
bostype. Zowat het volledige gamma aan voorjaarsbloeiers en andere soorten van
de kruidlaag is hier aanwezig. Ook de struiklaag bestaat uit heel wat
verschillende soorten.
Beheer
Bedoeling is het beekbegeleidende bos in zijn volle ontwikkeling te
herstellen. Daarvoor zijn in het bos niet veel ingrepen nodig: voor de
vegetatie is het zelfs best dat je zo weinig mogelijk verstoringen doorvoert.
Niets doen is dan ook op korte termijn de doelstelling.
Nu is het zo dat de boomlaag momenteel volledig wordt gedomineerd door de
Populieren, die zeer weinig licht doorlaten. Hierdoor kan de natuurlijke
boomsoortensamenstelling, die vooral uit Es, Olm en Eik bestaat zich niet
ontwikkelen. Indien het bos uit die boomsoorten zou bestaan zou het nog veel
rijker zijn dan nu, met veel meer insektensoorten en een rijkere structuur,
waardoor het ook voor vogels nog interessanter wordt.
Daarom is beslist om de boomlaag van populier te doorbreken door plaatselijk
een aantal bomen te ringen (dat is een ring van schors verwijderen, waardoor
de boom langzaam afsterft). Op die manier is er ruimte voor andere boomsoorten
om de vrijgekomen plaats in te nemen. Het is echter geenszins de bedoeling om
alle populieren uit het bos te elimineren: zeker de zeer oude populieren
hebben een belangrijke structuurvormende functie en hebben een grote
ecologische waarde.
De dode bomen zorgen tijdelijk ook voor veel dood hout, wat ook weer door een
groot aantal diersoorten, waaronder de Kleine bonte specht, wordt
geapprecieerd. Daarnaast werden nog eens een 20-tal volgroeide populieren
gekapt langs de ingang van het bos. Deze kapping werd omwille van
veiligheidsredenen uitgevoerd: de bomen begonnen gevaarlijk over te hellen in
de richting van het aangrenzende woonhuis. Bovendien zat in een aantal ervan
al wat rot aan de stamvoet. De vrijgekomen strook werd heraangeplant met Els,
Meidoorn en Sleedoorn.
Ligging: ten oosten van de weg Zwevezele - Koolskamp
Oppervlakte: 0.8 ha
Aard: vochtig bos
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: De Torenvalk
Conservator: Kris Vandekerckhove, Smidsestraat 196, 9000 Gent 09/245.61.72
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Door een nieuwe aankoop van gronden krijgt Oostkamp het grootste
domeinbos van West-Vlaanderen. Vlaams milieuminister Dua besliste om de 62
hectare grond van het Kampveld te verwerven en te herbebossen.
In 2001 kocht het Vlaams Gewest al eens 175 ha in Oostkamp. Met de nieuwe
aankoop van het Kampveld wordt dit meteen het grootste herbebossingsproject van
de provincie. Beide aankopen vormen bijna 240 hectare en dat is te vergelijken
met 475 voetbalvelden. De gronden zullen in de komende jaren beplant worden om
dan tegen 2020 een groot bos te vormen.
Welkom in het domeinbos Kampveld - folder Bos en Groen
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De geschiedenis van het kanaal Gent-Brugge gaat terug tot de
13e eeuw en het is daarmee één van de oudste kanalen van Vlaanderen. Het
kanaal ontstond door de verbinding tussen de rivier de Zuidleie (ook wel Brugse
Leie of Reie genoemd die in het Zwin uitmondde) en de Hoge Kale (de historische
bovenloop van de Durme). Dit verklaart - in tegenstelling tot kanalen van
recentere datum - het kronkelend verloop, vooral in de zone Aalter-Brugge.
Karakteristiek zijn ook de hoge zandruggen die moesten doorgraven worden,
waardoor het kanaal daar nu diep verzonken ligt in het landschap.
Het waren de Bruggelingen die met de kanaliseringswerken startten, in eerste
instantie om (overigens tevergeefs) hun aan verzanding onderhevige Zwingeul te
spuien. Men zocht aanvankelijk een verbinding met de Leie te Deinze, maar dit
stuitte herhaaldelijk op hevig verzet van de Gentenaars. In 1382 werd hierrond
zelfs een kleine veldslag geleverd in het Beverhoutsveld, waarbij de
Bruggelingen het onderspit delfden. Pas toen in 1604 de Westerschelde als
scheepsroute door de Hollanders werd geblokkeerd, ontstond eensgezindheid tussen
de Vlaamse steden over een kanaal dat Gent, Brugge en Oostende met elkaar en de
zee zou verbinden. Pas in 1625 kon het kanaal Gent-Brugge (42 km) worden
opengesteld.
Tot op vandaag is in verschillende fasen gewerkt aan de verbreding, verdieping
en rechttrekking van het kanaal. Tussen Brugge en Beernem werden op regelmatige
afstanden kruisingsplaatsen voorzien voor de grotere containerschepen. Zo blijft
de aantasting van het waardevolle kanaallandschap beperkt.
Natuur aan de voet van de Hoge Katelijnebrug te Brugge: een
opgespoten terrein met ontwikkeling van diverse interessante biotopen:
bloemenrijke ruigte, rietland, wilgenbos, bremstruweel en schrale graslanden.
Ten Briele (Vaartdijkstraat Sint Michiels) is de naam van een historische
hofstede, gelegen aan de monding van de Leiselebeek en de Zuidleie (tegenwoordig
Zuidervaartje). In de vallei is de oude meander van de Zuidleie prachtig
bewaard. Op de valleirand ligt een fraai bospark (Lappersfortbos) met schrale
graslanden en een oude ijskelder. Het gebied is door uitbreiding van industrie
bedreigd.
Langs de Rivierbeek beheert Natuurpunt v z w de Warandeputten (Moerbrugge
Oostkamp), een deels opgespoten terrein, eigendom van de Administratie
Waterwegen en Zeewegen. Het gebied is in volle ontwikkeling (moeras, droge en
natte graslanden).
De Leiemeersen (Gevaerts Zuid Oostkamp). De naam van deze kwetsbare
natuurparel verwijst naar de historische Zuidleie, waarvan een oude arm in
het gebied is bewaard.
De "Gentse Vaart" te Oostkamp (Gevaerts Zuid) is beroemd omwille van
zijn monumentale rijen kromme populieren van bijna 100 jaar oud. De
Watervleermuis komt hier talrijk voor; boomholten, bunkers, ijskelders en oude
zolders zijn voor deze soort belangrijk. Aan beide zijden van het kanaal liggen
waardevolle meersen met verspreide historische relicten, zoals bunkers, oude
meanders van de Zuidleie en oude hoeven.
Bij de aanleg (1995 - 1998) van de keersluis te Beernemontstond de oude
kanaalarm van de Gevaerts.
Eén van de mooiste trajecten van het kanaal is te vinden tussen Gevaerts en de
Beernembrug. De oude kanaaltaluds zijn biologische n landschappelijk zeer
waardevol. In de afgekalfde oevers broeden Oeverzwaluwen en sporadisch ook een
IJsvogel. Delen van de kanaaltaluds en het aanpalende fort (verwijzend naar een
verdedigingslinie van forten uit de eerste helft van de 17e eeuw) worden als
natuurgebied beheerd.
Bij de bochtafsnijding tussen Beernem en Sint-Joris (1983-1987) ontstond een ca.
2 km lange, oude kanaalarm de Miseriebocht, beheerd door Natuurpunt v z w. De
arme, zandige taluds herbergen dankzij het goede beheer (o a extensieve
schapenbegrazing) een schat aan planten (Struikheide) en dieren
(Hazelworm).
De taluds van het nieuwe kanaaltracé tussen Beernem en Sint-Joris zijn
bijzonder schraal en zeer zonnig. Allerlei warmteminnende planten en dieren
komen reeds voor, zoals de Gaspeldoorn die hier zijn noordelijke
verspreidingsgrens bereikt.
Bron: kaart-folder Het kanaal Gent-Brugge
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Bij de aanleg van het Boudewijnkanaal begin deze eeuw werden langs de oevers tonnen zand opgespoten. Te Lissewege kreeg Natuurreservaten VZW hiervan 1 ha in beheer. De vegetatie vertoont grote gelijkenis met een oude duinenvegetatie.
De jongste jaren werd het vroegere duingraslandje opengekapt en kreeg het regelmatig een maaibeurt. Bovendien werd in het struweel een tweede plaats opengemaakt. Deze werken hadden reeds enig resultaat : enkele orchissen bloeiden tussen de snelopschietende ruigtevegetatie. Om één en ander onder controle te krijgen worden regelmatig werkdagen in het reservaat georganiseerd.
Ligging: op de westelike oever vanhet Boudewijnkanaal te Lissewege
Oppervlakte: 4 ha
Aard: opgespoten terrein
Eigenaar: Maatschappij der Brugse Zeevaartinrichtinge
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Brugge
Conservator: Peter Taillaert Lange vesting 24 8000 Brugge 0479/89.06.76
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Ook de berm van het Boudewijnkanaal herbergt een typische flora. Daar hebben we te maken met een vegetatie die veel weg heeft van die in de duinen. Een deel van de kanaalberm kreeg de vereniging Natuurreservaten van het havenbestuur in beheer. De jongste jaren werd het vroegere duingraslandje opengekapt en kreeg het regelmatig een maaibeurt. Om één en ander onder controle te krijgen worden regelmatig werkdagen in het reservaat georganiseerd. De kanaalberm is ook te bekijken van op het Ter Doestpad.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Kanaalberm%20Lissewege/
Dit eerder kleine reservaat bestaat uit een struweelrijke kanaalberm met
enkele kalkrijke graslandjes. Hoewel ook het struweel (overwegend oude
Duindoorn) niet onbelangrijk is, o m als roestplaats voor Ransuilen, ontleent
het terrein zijn betekenis vooral aan het voorkomen van de Bijenorchis in de
open gedeelten. Deze kalkminnende orchidee behoort tot de inlandse beschermde
flora. In Vlaanderen zijn slechts enkele groeiplaatsen van de soort bekend.
Enkele jaren terug werden door onbekenden tientallen exemplaren uit de
groeiplaats te Lissewege ontvreemd. Het bestand is hierdoor zwaar verminkt en op
termijn wellicht onherroepelijk verloren. Mede door deze negatieve ervaringen
worden geen faciliteiten voor bezoek aan het terrein geboden.
Ligging: langsheen het Boudewijnkanaal Lissewege
Oppervlakte: 1 ha
Eigenaar: privaat Maatschappij der Brugse Zeevaartinrichtingen
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: Daniël Taillaert 050/54.54.72
Toegankelijkheid: niet toegankelijk
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het kanaalreservaat, dit zijn de bermen en taluds langsheen het kanaal Gent-Brugge tussen Aalter en de kanaalbrug van St.Joris-ten-Distel, is het oudste reservaat dat door Natuurreservaten vzw wordt beheerd in ons werkingsgebied. Reeds vanaf 1985 was Quercus vragende partij om de kanaalberm te Bellem te beheren. Dit was toen qua flora en fauna onze interessanste wegberm omdat deze ooit door boeren deels werd gemaaid Bruggen en Wegen stond hier zeer argwanend tegenover De ommekeer kwam er in 1989. Via een WWF-project, dat scholen motiveerde om een terrein als schoolreservaat te beheren, richtte de lagere jongensschool te Knesselare, met Jacques Cleppe op kop, een aanvraag bij Bruggen en Wegen voor een deel van de kanaalbermen te Knesselare. Natuurbeleving- en behoud op een tastbare manier aanleren kan maar best op jonge leeftijd beginnen. Dit jeugdig enthoesiasme zien we vaak verlengd in de Jeugdbond voor Natuurstudie en natuurverenigingen allerhande. Er werd een aanvullende beheersovereenkomst gesloten met Natuurreservaten vzw omdat niet alle beheer door kinderhanden kan worden uitgevoerd. De plantenrijkdom van dit reservaat is zeer gevarieerd. Op de stenige oeverversterking groeien immers vaak andere planten dan op het jaagpad en de steile bermen. Ongeveer 200 soorten werden daar reeds opgetekend. Vooral sedert het oorspronkelijk reservaat, dat reikte vanaf de kanaalbrug te Knesselare tot de grensscheiding met St.Joris-ten-Distel, werd uitgebreid met beide oevers vanaf de zwaaikom te Aalter tot de kanaalbrug te St.Joris .Vooral het deel op West-Vlaams grondgebied is een echt plantenparadijs. Sedert de grandiose sensibilisatiecampagne 'Natuur en Landschap langs het kanaal Gent-Brugge'van 1998 zijn andere natuur reservaten-afdelingen werkzaam in kanaalgemeenten vragende partij om met beheer langs het kanaal te starten. Een fietkaart uitgegeven ter gelegenheid van deze campagne is nog altijd gratis verkrijgbaar.
Conservator: Etienne Vanaelst (09/374 59 86)
Bron: users.skynet.be/fa302024/paginas/home.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het neogothisch kasteel dateert van 1859, het omringende park werd in 1873
aangelegd. Het kasteelpark werd uitgebouwd in een zwierige Engelse
landschapsstijl, waarbij zowel inheemse als exotische boomsoorten zijn
aangewend. Bij de aanleg werden ook tal van wilde planten als bodembedekkers
gebruikt. Deze stinseplanten bestaan vnl uit voorjaarsbloeiers. Benevens
Lelietje-van-dalen, Sneeuwklokje en Bosanemoon, is vooral de aanwezigheid van
Stengelloze sleutelbloem merkwaardig. Deze Atlantische plantensoort bereikt hier
in het Brugse zowat de oostelijke grens van zijn verspreidingsgebied. Het
zuidelijk gedeelte is samengesteld uit diverse oude bomen. Het is een restant
van het "Balander Bosch" dat zich eeuwen geleden in de vallei van de
Marsbeek uitstrekte. Hier vind men nog een aantal oude Zomereiken met een
stamomtrek van ca. 5 m. Gezien het voorkomen van tal van zeldzame plantensoorten
(Keverorchis, Heelkruid, Vogelmelk, Eenbes e a) kreeg dit bosgebied een
natuurbehoudsfunctie en is derhalve niet vrij toegankelijk.
Aan de rand van het kasteelpark situeert zich tevens en labyrint, dat in 1873
aangelegd werd.
Ligging: bereikbaar via de Steenbrugsestraat te Loppem
Oppervlakte: 20 ha
Eigenaar: Stichting Jean van Caloen
Beheerder: gemeente Zedelgem
Toegankelijkheid: kasteelpark vrij toegankelijk op wegen en paden -
zuidelijk bosgebied (10 ha) niet vrij toegankelijk
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het domein werd in 1720 gekocht door Hendrik Van Susteren, bisschop van Brugge, die het als bisschoppelijk buitenverblijf liet ombouwen. Hij had een voorliefde voor pracht en praal en hield er een vrij luxueuze levensstijl op na. Hij verbouwde het versterkte kasteeltje tot een fraai landhuis en plantte tussen 1722 en 1725 tweehonderd olmen en 60 eiken aan. Ook zijn opvolgers verfraaiden het domein. Bisschop Caïmo liet een franse formele tuin aanleggen en verrijkte het domein met 14 beelden van Pieter Pepers. Ook tuinpaviljoenen werden toen opgetrokken. In de 19e eeuw werd de formele tuin gedeeltelijk omgebogen tot landschapstuin. Het domein met de oude boerderij en het kasteel is momenteel in restauratie. Een bezoek meer dan waard.
Toegankelijkheid: niet toegankelijk - uitsluitend op Open Monumentendag
Terug naar Tabel Natuurgebieden
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Natuurreservaat 'De Kijkuit' is het oudste duinreservaat in beheer van
Natuurpunt vzw. Reeds in de jaren zeventig werd het gebied tegen overbetreding
beschermd en kreeg de natuur er de kans om zich ongestoord te ontwikkelen.
Ondanks de kleine oppervlakte biedt het gebied een verrassende rijkdom. We
vinden er verschillende stadia van duinvorming: helmduinen, struwelen van
Duindoorn en Vlier, mosduinen en een beginnend duinbos. Op enkele hellingen
groeit de zeldzame Cypreswolfsmelk. De struwelen zijn een geliefkoosde plaats
voor Nachtegalen en andere zangvogels.
Ligging: naast het Astmacentrum-Zeepreventorium, langs de Koninklijke
Baan richting De Haan, te De Haan, 1 km ten zuidwesten van De Haan-centrum
Oppervlakte: 8 ha
Aard: zeereepduinen
Eigenaar: privaat
Beheerder: Natuurpunt v z w
Conservator: Patrick Bultinck en Els Van Den Balck, 09/227.04.07
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Het natuurreservaat vormt een stuk gefixeerd stuifduin onmiddellijk tegenaan
de zeereep. Het terrein herbergt karakteristieke planten van droge zandbodems
(Hondstong, Duinviooltje, Kromhals en Kandelaartje). Merkwaardig is ook het
voorkomen van typische pioniersoorten als Blauwe zeedistel, Zeeraket en
Biestarwegras. Het duinstruweel is rijk aan zangertjes, o m Kneu, Braamsluiper,
Fitis en Nachtegaal.
Het beheer is erop gericht erosie van het bestaande duinmassief te voorkomen
(helmgrasaanplantingen) en de vorming van nieuwe duinhoofdjes te bevorderen. Het
vrij betreden van het terrein is daarom niet toegestaan.
De Kijkuit sluit aan bij het Zeepreventorium van De Haan en de Koninklijke
Golfclub. Door de grote recreatieve druk in de omgevende duingebieden heeft het
reservaat ook een belangrijke uitwijkfunctie voor kultuurvlieders (o m
predatoren).
Ligging: Koninklijke Baan De Haan naast Zeepreventorium - op 1 km ten
westen van het centrum van de Haan
Oppervlakte: 16 ha
Eigenaar: Stichting Koninklijke Schenking
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: T.De Brandt 050/41.36.13
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - geleide wandelingen op
aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Dit natuurgebied is gelegen in de Middelland-polders. De Middelland-polders vormen een gedeelte van de polders die, beschermd door de in de omstreeks de 10-de en 11-de eeuw aangelegde Evendijk, niet meer is overstroomd gedurende de 13-de eeuwse stormvloed en zeedoorbraak die aanleiding gaven tot het ontstaan van de zeearm van het Zwin, die ooit tot Damme reikte. De Middelland-polders zijn dus sinds de 10-de eeuw onafgebroken gebruikt geweest door de mens.
In de loop der eeuwen werden hier ondiepe veenlagen en dagzomende klei ontgonnen ten behoeve van respectievelijk brandstofvoorziening en potten- alsook steenbakkerij. Deze ondiepe ontginningen herschiepen het landschap van de Middellandpolders tot een mozaïek van microreliëfrijke weiden en ondiepe rietmoerassen.
Bron: kust.netpoint.be/NL/bezoeker/badplaatsen/heist/bezienswaardigheden/kleiputten/
Het West-Vlaamse natuurreservaat 'De Kleiputten van
Heist' bestaat uit ondiepe plassen, rietland en reliëfrijke graslanden. Om de
bijzondere natuurwaarde van de zilte graslanden te behouden wordt gekozen voor
begrazing met runderen van het West-Vlaams rood ras. Dit traditionele ras wordt
steeds meer verdrongen door andere runderrassen. Er zijn nog slechts 200
stamboekdieren over. Toch zijn er heel wat argumenten die pleiten voor het
behoud van dit runderras: de dieren zijn vrij zelfredzaam en goed aangepast aan
vochtige graslanden. Met de inzet van dit West-Vlaams rood ras wil de afdeling
Natuur de natuurwaarde van de graslanden behouden en een bedreigd, streekeigen
runderras nieuwe kansen geven. De dieren worden opzettelijk laat ingeschaard, na
15 juli, om verstoring van broedende weidevogels te vermijden.
Meer informatie: Jean-Louis Herrier (kustcoördinator), afdeling Natuur
West-Vlaanderen, Zandstraat 255, 8200 Brugge (Sint-Andries), tel. 050-45 41 83,
fax 050-45 41 75, e-mail: vera.depickere@lin.vlaanderen.be
Voor geleide wandeling in de Kleiputten:
Biotoop: Oude kleiputten, rietmoeras, vochtige en zilte weilanden. Graasbeheer
met runderen of Shetlandpony's.
Periode: Voorjaar (talrijke water- en rietvogels) en nazomer (doortrek van
talrijke steltlopers).
Aanrader: Vroegemorgen- of avondwandeling in het voorjaar voor de zang van de
Blauwborst én talrijke andere rietvogels (vroegemorgen) of roep Waterral
(avondwandeling).
Duur: 2 uur.
Bron: www.mina.be/wiedoetwat/aminal/taken/natuur/westvlaamsrood.htm
Het Vlaamse natuurreservaat ‘De kleiputten van Heist’ is een gebied van bijna 35 hectare groot, gedeeltelijk in eigendom en beheer van AMINAL dienst natuur. De kleiputten leunen aan tegen de 'Sasheul'. Tezamen vormen deze 2 gebieden een groene 'vinger' richting baai van Heist. Deze enclave verbind het achterliggend poldergebied dwars door het geïndustrialiseerd landschap met de kust. Natuurpunt Knokke-Heist heeft jarenlang gestreden om dit gebied te redden van de uitbreiding van de aanpalende campings en het havengebied. Ondanks het feit dat de kleiputten tussen haven en toerisme geklemd zitten is het een zeer vogelrijk gebied, naast talrijke rietvogels broeden er onder ander Bruine kiekendief, Blauwborst, Rietzanger, Snor, Tureluur, Grutto en Slobeend. Dankzij zoute kwel groeien er onder andere Zeekraal, Zeeaster en Aardbeiklaver. Vanop de oude spoorwegbermen kan men bovendien deze soorten gemakkelijk observeren. Er zijn uitgestippelde wandelpaden en een kijkhut aanwezig.
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/seite8.htm
Het nieuwe Vlaamse natuurreservaat 'De kleiputten van Heist' is bijna 9
hectare groot. De Kleiputten zijn brakke, ondiepe
plassen met brede rietkragen, waarin rietvogels als Blauwborst,
Rietzanger en Bruine kiekendief
broeden. Het is ook een pleisterplaats voor verscheidene soorten doortrekkende
of overwinterende steltlopers en watervogels.
Het natuurtechnisch beheer van dit gebied is ook toevertrouwd
aan de afdeling Natuur van de Vlaamse Gemeenschap. Ten zuiden ligt nog een
gebied van 16 hectare dat eigendom is van verschillende particuliere eigenaars
en waarvan 4 hectare door de afdeling Natuur aangekocht werd. In totaal wordt
hier nu 27 hectare als natuurgebied beheerd.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Baai%20van%20Heist/
HET VLAAMS NATUURRESERVAAT 'DE KLEIPUTTEN VAN HEIST'.
Biotoop: Oude kleiputten, rietmoeras, vochtige en zilte weilanden. Graasbeheer
met runderen of Shetlandpony's.
Periode: Voorjaar (talrijke water- en rietvogels) en nazomer (doortrek van
talrijke
steltlopers).
Aanrader: Vroegemorgen- of avondwandeling in het voorjaar voor de zang van de
Blauwborst én talrijke andere rietvogels (vroegemorgen) of roep Waterral
(avondwandeling).
Duur: 2 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis.
De heerlijkheid Koekelare bestond reeds in de 9e eeuw en was eigenares van de
bossen in de omgeving. Deze bossen groeiden op fijne, glauconiet houdende
zandgrond: scherp zand dat in de jongste ijstijd, ongeveer 15 000 jaar geleden,
door de winden was opgewaaid uit de toen droog liggende Noordzee.
In 1914 was het domein nog 342 ha groot, waarvan 142 ha bebost. Tijdens WO I
werd 116 ha naaldhout gekapt en wat overbleef was zwaar beschadigd; het jonge
loofhout bleef gespaard. De eigenaar was toen Charles d'Arenberg, een Duitser.
Na WO I werden zijn bezittingen onder sekwester geplaatst (= opgeëist door de
Belgische staat). In 1929 werd ca. 70 ha bos toevertrouwd aan Waters en Bossen.
Momenteel telt het bos 34 ha loofbos, 24 ha naaldhout, 8.5 ha arboretum en 2 ha
boomkwekerij. Het bos is geen aaneengesloten gebied; dat komt omdat in het
oorspronkelijke bos de beste gronden omgevormd werden tot landbouwgrond.
Flora.
Zomereik is hier heer en meester (100 tot 200 jaar oud). Het oorspronkelijk
middelhout evolueert naar hooghout. Het loofhout wordt om de 9 jaar gedund.
Het naaldhout (Koekelare den, Grove den, Corsicaanse den en Lork) wordt om de 3
tot 6 jaar gedund.
In de domeinkwekerij worden planten gekweekt voor zowat alle domeinbossen van
het Vlaamse Gewest. De lichtere zandgronden lenen zich daar uitstekend toe. De
kwekerij is tot ver over onze grenzen bekend om haar Koekelare dennen; het
zaadbestand is geklasseerd.
Het arboretum werd aangelegd in 1945-46 ter vervanging van dit van Vloetemveld
dat tijdens WO II werd vernield.
Ligging: ter hoogte van de Bovekerkestraat te Koekelare langs de N363 Torhout-Diksmuide het pijltje "parkeerplaats" volgen
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk. Het arboretum kan alleen tijdens een rondleiding en in groep worden bezocht; aan te vragen bij Houtvesterij Brugge 050/45.41.52. Plaatselijke boswachter: H.Van den Bosch 051/58.81.77
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het domeinbos van Koekelare maakt deel uit van van de "Heerlijkheid van
Koekelare" die reeds in de 9e eeuw wordt vermeld. Na een opeenvolging van
Vlaamse en Franse leenheren, kwam het gebied in 1773 in het bezit van de
Duitse adeellijke familie d'Arenberg.
Het domein had in 1914 nog een oppervlakte van 342 ha, waarvan 200 ha akkers en
weiden en 142 ha bos. Gedurende WO I werden evenwel grote delen naaldhout
kaalgekapt; de overblijvende bosbestanden werden ernstig beschadigd. Na de
oorlog werden de bezittingen van de Duitse eigenaar in bewaring gesteld en door
de Dienst van het Sekwester beheerd. Een deel van de gronden werd voor
landbouwdoeleinden verhuurd. In 1929 werd het resterende bos overgedragen aan
het toenmalige Bestuur van Waters en Bossen. In 1938 verkocht prins Charles
d'Arenberg zijn inmiddels teruggekregen landbouwgronden aan de landbouwers die
ze in gebruik hadden. Van de vroegere Heerlijkheid van Koekelare bleef amper 70
ha bos bestaan.
Het huidige domein is samengesteld uit 28 ha loofhoutbos, 31 ha naaldhoutbos, 8
ha arboretum en 2 ha kwekerijen. Als gevolg van de perceelsgewijs ontbossingen
vormt het gebied geen aaneengesloten geheel. Het loofhout bestaat hoofdzakelijk
uit Zomereiken, waarvan sommige exemplaren tot 200 jaar oud zijn. Interessant is
ook een kleiner terrein met heide dat zich op een door windval geteisterd
perceel spontaan ontwikkelde.
In bosbouwmiddens geniet het Koekelarebos echter vooral vermaardheid
omwille van de Koekelare-den; een snelgroeiende ondersoort van de Corsica-den.
Deze cultivar werd voor het eerst in 1882 in het domein aangeplant.
Oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, is de
Koekelare-variëteit met sukses in onze streek gekultiveerd en op vele plaatsen
in ons land aangeplant. Het domein herbergt dan ook de belangrijkste
zaadbestanden van deze soort (Pinus caorsicana var. Koekelare).
Het arboretum van Koekelare werd in 1945-46 aangelegd ter vervanging
van het arboretum van Vloetemveld te Zedelgem, dat tijdens WO II vernietigd
werd. Zowat 140 verschillende boomsoorten zijn hier verzameld. In het arboretum
wordt niet enkel geëxperimenteerd met onderlinge kruising van de diverse
variëteiten, tevens worden onderzoekingen verricht naar de geschiktheid van de
onderscheiden boomsoorten voor bebossing van verschillende milieus. In de
kwekerij tenslotte worden de planten gekweekt, dienstig voor de bevoorrading van
alle domeinbossen in het land.
Ligging: bereikbaar via de Bovekerkestraat te Koekelare
Oppervlakte: 67 ha
Eigenaar: Vlaams Gewest
Beheerder: Aminal (050/45.41.58)
Toegankelijkheid: domeinbos is vrij toegankelijk - arboretum: geleide
wandelingen op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Op kaarten uit de 17e en 18e eeuw wordt het grootste duin van Knokke als
"Blinckaert" aangeduid. Om verstuiving van dit duinmassief te
voorkomen ging men in de loop van de 19e eeuw over tot het aanplanten van
Helmgras. Deze maatregel volstond echter niet om het zand vast te leggen en
omstreeks 1865 en 1880 werd de Blinckaert met bomen beplant. Een deel hiervan
werd later verkaveld voor woningbouw. In 1981 kocht het gemeentebestuurvan
Knokke-Heist 10 ha van het resterende duinbos aan. Dit bos kreeg zijn naam naar
aanleiding van het 25 jaar koningschap van Boudewijn.
Het Koningsbos is grotendeels samengesteld uit loofbos (Esdoorn, Zomereik) en
deels uit naaldhout (Zeeden). De ondergroei is rijk aan bessendragende heesters:
Vlier, Liguster, Sleedoorn, Lijsterbes en Gelderse roos. De kruidlaag
bestaat o m uit Winterpostelein, Duinkervel, Speenkruid, Hondsdraf en Maarts
viooltje. Een opvallende bewoner van het duinbos is de Wielewaal. Daarnaast
vinden we er de typische soorten van het bosmilieu (Goudhaantje, Pimpelmees,
Koolmees, Koekoek, Vink, Gaai, Grote bonte specht, Grote lijster, Zwartkop,
Roodborst, e a). Het domein sluit aan bij het 75 ha grote golfterrein van
Knokke, een gebied gevormd door een uitgestrekt duingrasland met verspreid
liggende dennenaanplantingen.
Ligging: bereikbaar via Eikenlaan en Boslaan te Knokke
Oppervalkte: 10 ha
Eigenaar: gemeente Knokke-Heist
Beheerder: gemeente Knokke-Heist - Milieudienst
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op de paden
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De kern van het "Domein Prins Karel" vormt een voormalig landgoed
van de koninklijke familie. Het terrein bestaat uit zeereepduinen, waarbij in
het zuiden een 9 ha groot park en een ruimere zone met weilanden aansluiten. De
zeereepduinen herbergen een reeks bunkerkonstrukties uit de beide wereldoorlogen
en een aantal gebouwen van de prins, die een museumfunktie kregen.
De betekenis van het domein dient vooral in een historisch-didaktische kontekst
gesitueerd. Toch kunnen een aantal natuurwaarden in het gebied worden onderkend.
Zo vormt het terrein één van de zeldzame groeiplaatsen langsheen de kust van
Blauwe zeedistel. Verder vindt men er ook typische duinplanten (Boksdoorn,
Hondstong, Hertshoornweegbree) naast soorten die goed op oude muren gedijen
(Kandelaartje, Muurvaren).
Ligging: bereikbaar via de Duinenstraat Raverszijde/Oostende
Oppervlakte: ca. 40 ha
Eigenaar: Vlaams Gewest, Provincie West-Vlaanderen,
Commissariaat-Generaal voor Toerisme
Beheerder: Dienst der Kusthavens
Toegankelijkheid: parkgedelte is vrij toegankelijk op de dreven
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Platte Kreek is een moerasgebied dat zijn oorsprong vindt tijdens de
overstromingen van de Zwinvlakte in de twaalfde eeuw. Stelselmatige
inpoldering en ontwatering veranderden het uitzicht van de streek sterk. De
historische geulen en kreken zijn echter nog steeds herkenbaar in het
landschap en vormen vaak zeer waardevolle biotopen.
Tussen de weg en de polderwaterloop de Zevengemete treffen we een verruigd
rietland aan met uiteraard veel Riet maar verder ook soorten zoals de Gele
lis, de Waterzuring, de Zeegroene rus en de Zwanebloem. In het rietveld
broeden een groot aantal typische vogels zoals de Rietgors, de Rietzanger en
de Blauwborst.
Aan de overzijde van de Zevengemete bevindt zich een slikplaat en een zilt
grasland. De slikplaat wordt het ganse jaar door bezocht door tal van
steltlopers; de Kluut en de Kleine plevier komen er regelmatig broeden. Het
zilte grasland bestaat uit een open vegetatie met ondermeer de Zilte
schijnspurrie, het Melkkruid, het Moeraszoutgras en de Aardbeiklaver. In het
najaar pleisteren er vaak tientallen Watersnippen.
Ligging: ten oosten van de baan Lapscheure-Hoeke, nabij Vlienderhaag
Oppervlakte: 0.9 ha
Aard: kreekcomplex met zilt grasland
Bescherming: EG-Vogelrichtlijngebied/Beschermd Landschap
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Damme
Conservators: Rudy Deplae, 050/37.50.73, 0476/88.71.33 en Piet Lozie,
050/37.08.92 en Robrecht Pillen, 050/39.06.84
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen, goed te
overzien vanaf de weg
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
KREKEN VAN LAPSCHEURE: Platte Kreek
De Platte Kreek is een moerasgebied dat
zijn oorsprong vindt tijdens de overstromingen van de Zwinvlakte in de twaalfde
eeuw. Stelselmatige inpoldering en ontwatering veranderden het uitzicht van de
streek sterk. De historische geulen en kreken zijn echter nog steeds herkenbaar
in het landschap en vormen vaak zeer waardevolle biotopen.
Tussen de weg en de polderwaterloop de Zevengemete treffen we een verruigd
rietland aan met uiteraard veel Riet maar verder ook soorten zoals de Gele lis,
de Waterzuring, de Zeegroene rus en de Zwanebloem. In het rietveld broeden een
groot aantal typische vogels zoals de Rietgors, de Rietzanger en de Blauwborst.
Aan de overzijde van de Zevengemete bevindt zich een slikplaat en een zilt
grasland. De slikplaat wordt het ganse jaar door bezocht door tal van
steltlopers; de Kluut en de Kleine plevier komen er regelmatig broeden. Het
zilte grasland bestaat uit een open vegetatie met ondermeer de Zilte
schijnspurrie, het Melkkruid, het Moeraszoutgras en de Aardbeiklaver. In het
najaar pleisteren er vaak tientallen Watersnippen.
KREKEN VAN LAPSCHEURE: Blauwe Sluis
Het complex van de Blauwe Sluis bestaat uit een smalle
kreek met oevervegetaties, die vrij abrubt overgaan in hoger gelegen graslanden
en akkers. Op de perceelsgrenzen komen vaak zeer oude knotwilgen en restanten
van polderheggen voor.
De oevervegetatie bestaat uit een ruige rietvegetatie met hier en daar
onbegaanbare drijfzomen.
Naast de typische rietlandsoorten noteren we ook de voor de streek zeldzame
Waterpunge en de Smalle stekelvaren.
Baggerwerken enkele jaren terug hebben zware vernielingen aangebracht aan deze
zeer waardevolle drijftilvegetaties .
Het perceel weiland bevindt zich in een waardevol graslandcomplex met restanten
van polderheggen ( Eenstijlige meidoorn ) en een vrij oorspronkelijk reliëf.
Het is een typisch kamgrasland dat extensief beweid wordt. We treffen er
ondermeer het Kamgras, de Grote vossenstaart, de Veldgerst en de Aardbeiklaver
aan. In de overgangszone met de kreek komen meer zilte planten voor zoals de
Zeebies en de Zilte rus.
In het kader van het boomkikkerplan werden in 1998 twee poelen aangelegd als
stapstenen voor de verdere verspreiding van deze zeldzame amfibieën in de
Zwinstreek.
Bron: users.pandora.be/lito/kreken%20van%20Lapscheure.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het is een zeer gevarieerd biotoop van 20 ha groot. Wanneer we het domein betreden vanaf het kanaal (Vaartdijkstrat) gaan we eerst door een Wilgentronkendreef die zich door een vochtig grasland slingert aan de ene zijde en een distelveld met een 30-tal oude beuken en eiken aan de andere kant. Op het einde van deze weg komen we aan een brug over het Zuidervaartje, dit is de oorspronkelijke bedding van de Zuidleie, die samen met de Leiselebeek door dit gebied loopt. Aan de overzijde van de brug bevinden we ons in een verwilderd parkbos. Hier staan tal van prachtige parkbomen. Eeuwenoude beuken en eiken, maar ook tamme en wilde kastanjes, platanen, lindes, haagbeuken, taxussen, buxussen, notelaars, hemelboom, thuya, zwarte den, ...Dit bos is de laatste dertig jaar niet meer beheerd waardoor er veel dood hout ligt en er een dicht struikgewas is ontstaan. Een uitstekend onderkomen voor tal van vogels, knaagdieren en amfibieën. We lopen het parkbos door richting spoorweg en komen aan een lager gelegen gebied, een moerasland beplant met populieren. De bodem is er veel te vochtig voor dit soort bomen waardoor ze afsterven en omvallen. Hierdoor ontstaan er poelen en krijgen we meer lichtinval, de natuurwaarde verhoogt. Verschillende moerasplanten en dieren zijn hier al terug van weggeweest. We klimmen op de oude spoorwegberm. Het spoor dat zich herop bevind is buiten gebruik, het liep vroeger over het kanaal richting Maldegem (door de Assebroekse meersen). Van op deze talud hebben we een prachtig gezicht op het moeras aan de ene kant en de Leiselebeek met poelen en rietvelden aan de andere kant. In de verte zien we de oude watertoren (intussen gesloopt ?) en de stelplaats van de spoorwegen. Dit gebied, met uitzondering van een gedeelte van het parkbos is bedreigd (verbreding kanaal - nieuwe weg - nieuwe industrie).
Ligging: langs het kanaal Brugge-Gent t h v de Vaartdijkstraat (voorbij Bombardier BN) Sint Michiels.
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - wekelijkse geleide wandelingen iedere zondag om 10.30 u - voor bezoek en info: Peter Mahieu 050/677.277.
Bron: losbladige tekst SOS Lappersfortbos
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Bij de verbreding van het kanaal in het begin van deze eeuw verdween 1,5 ha onder een dikke laag grond. In de jaren zestig kregen de Leiemeersen een gemeentelijk huisvuilstort te verduren en werd een groot deel van het natuurgebied met baggerspecie opgespoten. In 1982 kon Natuurpunt vzw uiteindelijk 3 ha van het resterend gebied in beheer krijgen.
Door het stimuleren van natuurontwikkeling wordt gepoogd om het gebied terug in zijn oude glorie te herstellen. Met de steun van het Vlaams Gewest, (Administratie Waterwegen en Zeewezen, afdeling Bovenschelde) werd vanaf 1992 een begin gemaakt om de baggerspecie weer af te graven, zodat de oude veenlaag weer bloot kwam te liggen. En daar hebben massa's planten en dieren heel snel van geprofiteerd. In totaal werden op de herstelde percelen reeds meer dan 130 plantensoorten vastgesteld. Het aantal libellensoorten is opgeklommen tot 22 soorten en het herstel van het oorspronkelijke landschap heeft ook de aantrekking vergroot op vogels zoals Slobeend, IJsvogel, Watersnip, Zomertaling en andere moerasvogels. Het wemelt er ook van de Groene kikkers.
In de maand juli en september worden grote delen van de Leiemeersen
gehooid. Sinds enkele jaren helpen ook Galloway koeien mee aan het
beheer, vooral voor nabegrazing na het hooien. Er is een actieve
beheerswerkgroep die regelmatig activiteiten in het reservaat, uitstappen en
gezellige samenkomsten organiseert. Iedereen is van harte welkom.
Voor meer informatie : Peter en Bea Dias (tel. 050/82 32 82) en Frank Vanhove
(tel. 050/82 23 77).
U kunt de Leiemeersen zien vanaf het jaagpad langs het kanaal. Het reservaat is niet vrij te bezoeken, maar er zijn wel regelmatig geleide wandelingen. Groepen die het gebied willen bezoeken nemen best contact met de conservator.
Ligging: deels in Beernem, deels in Oostkamp, langsheen het kanaal
Brugge-Gent, ongeveer 0,5 km oostwaarts van de brug te Moerbrugge, te bereiken
via Gevaerts-Zuid Oostkamp
Aard: valleihooi- en rietlanden
Oppervlakte: 36 ha
Bescherming: erkend reservaat
Eigenaar: 1.8 ha Natuurpunt v z w + 34 ha van het Vlaams Gewest en van
de gemeente Oostkamp
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Oostkamp
Status: 3 ha erkend reservaat (1998)
Conservator: Kris Decleer, Ganzendries 118, 9000 Gent tel.09/220.47.80,
0476/50.50.11email: kris.decleer@instnat.be
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen en
te bekijken vanop de kanaalberm
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De Leiemeersen vormen een laatste overblijfsel van de hooilanden die vroeger
de vallei van de Zuidleie domineerden. De Zuidleie was een natuurlijke waterloop
met sterk meanderende loop, die te Brugge aansloot op de Reie en het Zwin. In
1615 werd in haar bedding een nieuw kanaal uitgegraven, dat later de vaart
Brugge-Gent is geworden. Het is zelfs niet uitgesloten dat het afsluiten van een
oude Zuidleie-meander aan de oorsprong ligt van de Leiemeersen.
Hoe dan ook, tot vóór een twintigtal jaren waren de meersen nog in gebruik als
hooi- en weiland. Op het einde van de jaren zestig werden grote gedeelten van
het terrein voor het storten van baggerspecie aangewend. Daaraan werd later in
het oostelijk gedeelte een gemeentelijk stort voor huisvuil toegevoegd. Wat op
vandaag van het gebied nog rest is een 4 ha groot moeras- en hooilandrelikt.
Recentelijk kon het terrein worden uitgebreid door het opnieuw afgraven van het
eerder gestorte baggerslib.
Het reservaat heeft vooral botanische belang. Het terrein herbergt inzonderheid
planten van matig voedselrijke bodems en waterzieke gronden. Opmerkelijke
soorten zijn er Dotterbloem, Breedbladige orchis, Waterdrieblad, Holpijp,
Moeraskartelblad en Kalmoes. Een aantal recent verdwenen soorten van onbemeste
hooilanden zoals Blauwe zegge, Kleine valeriaan en Gevlekte orchis kunnen mits
efficiënt maaibeheer eventueel terug verwacht worden.
Een aantal nattere enclaves wordt door rietland, met o m Zwarte bies en
Moeraskruiskruid beheerst. De overgang van riet- naar hooiland wordt gevormd
door een brede strook Scherpe zegge.
Vaste broedvogels in de Leiemeersen zijn o a Waterral en Kleine karekiet. In het
winterhalfjaar pleisteren vaak Watersnippen en Bokjes in het gebied. Niet
onbelangrijk is ook het voorkomen van de fraaie Moerassprinkhaan, naast vele
andere ongewervelden van het blauwgraslandmilieu.
Een potentiële bedreiging voor het gebied vormen de plannen voor de verbreding
van het kanaal Brugge-Gent.
Ligging: langsheen het zuidelijk jaagpad van het kanaal Brugge-Gent
ong. 0.5 km zuidoostwaarts van de brug van Moerbrugge (Oostkamp).
Oppervlakte: 5 ha
Eigenaar: Vlaamse Gewest - Gentse Zeevaartdienst
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: K. Decleer 050/35.88.22
Toegankelijkheid: geen vrije toegang - geleide wandelingen op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
De Leiemeersen is een uiterst waardevol laagveenmoeras. Hier komen nog tal van planten en dieren voor die elders in de provincie uitgestorven zijn: 13 ha laagveen en nat, bloemrijk hooiland vol wilde orchideeën, Grote ratelaar, Moeraskartelblad en meer van dat fraais. De zeer grote natuurwaarde heeft dit gebied te danken aan de venige bodem en licht kalkrijke kwel.
Bron: Losbladige info van NP Oostkamp
Terug naar Tabel Natuurgebieden
In het gebied Leiemeersen-Noord (8 ha) zijn op verschillende plaatsen de restanten van de Zuidleie duidelijk in het landschap op te merken. Het gebied is vrij toegankelijk.
Bron: losbladige info van NP Oostkamp
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Lisjemorre
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
In het Maandagsche komt een verruigd dottergrasland (Dotterbloem, Tweerijige zegge) voor, met elementen van grote zeggenvegetaties, Rietmoeras en natte ruigte met Moerasspirea en Poelruit. Voor vlinders, sprinkhanen, muizen en insectenetende vogels vormt het Maandagsche een uitgelezen biotoop. Uit oude excursieverslagen blijkt dat ook de zeldzame Blaaszegge, Schildereprijs, Stijve zegge en Zeegroene muur er algemeen voorkwamen, hoewel niet met stellige zekerheid te zeggen is of het gepresenteerde plantenlijstje betrekking heeft op het Maandagsche of enkele belendende percelen. Dit plantenlijstje bewijst dat in deze omgeving reeds lange tijd dottergrasland van een voedselrijk type voorkomt. De ganse omgeving is uitgesproken rijk aan waardevolle knotwilgenrijen. Verspreid komen nog overhoekjes voor met sleedoornstruweel. Het Maandagsche wordt uitstekend beheerd door Natuurpunt, maar heeft alsnog niet de status van natuurreservaat hoewel het die zeker verdient.
Ligging: bereikbaar via de Bruggestraat Oedelem
Bron: Ontwerp van ecologische gebiedsvisie voor het landinrichtingsproject Brugse veldzone, Tim Adriaens, 2002
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het natuurgebied 'Het Maldegemveld' is gelegen in het zuiden van de gemeente Maldegem, aan de noordoostelijk rand van het Drongengoedbos. Dit 36 ha groot gebied ligt net ten noordwesten van het kasteel 'Prinseveld' en behoort tot het Houtland van Binnen-Vlaanderen. Het is eigendom van Natuurreservaten vzw en is sinds juli 1998 erkend als een volwaardig natuurreservaat. In het Drongengoedbos zijn er slechts nog enkele kleine heidepercelen o.a. in de natuurreservaten 'het Maldegemveld' en op het militair NAVO-vliegveld te Ursel.Ze zijn uniek gezien hun bijzonder verspreidingsgebied dat gelegen is tussen deze van de Noord Atlantische heiden (Kempen tot Noord Duitsland) en de Atlantische heiden (Zuidwest Engeland - West Frankrijk). Hierdoor geniet dit reservaat via het Life-project 'Vlaamse Heide' een Vlaamse en Europese ondersteuning voor het herstel van deze heide biotopen. Echter worden deze heide habitats sterk teruggedrongen door de jonge eiken-berkenvegetatie of krijgt de Adelaarsvaren en het Pijpenstrooitje op het terrein de bovenhand. Het tegengaan van de successie en het voedsel arm houden van dit heide milieu van Struikhei en Gewone Dophei zijn dus de voornaamste beheersactiviteiten. Daarnaast omvat het beheer ook het openmaken van het jonge eiken-berken bos en het afschrapen van de bovenste gras- en humuslaag, plaggen genoemd. Hierdoor tracht men de zaadbank van de heide die enkele tientallen jaren in deze klei-zand bodem kan bewaard blijven, te doen ontkiemen. Het beoogde landschap in het natuurreservaat 'Het Maldegemveld' is een open bos- en heidelandschap. Heidepercelen wisselen elkaar af met bos en struikstruwelen, graslanden, … Bos en heide behouden ieder hun eigen aard maar gaan als vanzelf in elkaar over. Dit vooral komt ten goede aan zoogdieren zoals ree en vos, aan prooivogels die een afwisselend landschap nodig hebben, maar ook aan insekten die vanuit het bos in de heide migreren. Men streeft daarbij ook naar een voldoende heterogeniteit in de vegetatie. Dit betekent dat er een voldoende afwisseling moet zijn tussen droge, vochtige of natte heide en boomopslag. Meestal is deze heterogeniteit het resultaat van variaties in het fysisch milieu en slecht in minder mate van het gevoerde beheer. Door het herstel van de heiderelicten krijgen typische doelsoorten nieuwe levenskansen. Deze soorten zijn: Nachtzwaluw, boompieper, boomleeuwerik, roodborsttapuit, grauwe klauwier en klapekster Het groentje en aardbeivlinder : deze vlinders voelen zich het best thuis op plaatsen waar heide te vinden is, met hier en daar een struik van geoorde wilg en sporkehout. Levend barende hagedis en heikikker Planten van vochtige en droge zure gronden zoals heides, varens, zonnedauw, wollegras, veenbies, klokjesgentiaan en beenbreek Zeldzame pioneersplanten: grondster, waterpostelein, borstelbies, knolrus, veenwortel en heidekartelblad Veenmossen en korstmossen Na zes jaar beheer zijn de eerste resultaten heel positief te noemen. Momenteel ontkiemen struikheide, gewone dopheide, veenmos, verschillende soorten zegges en gagel op de verschillende plag- of maai percelen. Tevens werd reeds het groentje, de levendbarend hagedis en boomleeuwerik opgemerkt. Omwille van een minimale verstoring en betreding van het reservaat zal in de toekomst een wandelpad gemaakt worden zodat iedereen vrij het reservaat kan bezoeken en genieten van een oud stukje ' Maldegem Veldt' van weleer
Conservators: Steven De Bruycker (050/30 02 05), Kurt De Kesel (09/374 71 16)
Bron: users.skynet.be/fa302024/paginas/home.htm
Tot in de 18de eeuw bevond zich hier een uitgestrekte zone met 'woeste' gronden, het historische Maldegemvelddat naar schatting 2000 hectaren groot was. Net zoals het zeer grote Bulskampveld en andere kleinere veldgebieden ten zuidwesten van Brugge, was het Maldegemveld vermoedelijk ontstaan na degradatie van het oorspronkelijk Atlantisch eikenwoud. Vanaf de 18de eeuw werd het Maldegemveld stelselmatig ontgonnen en omgezet in akkers, weilanden en bosaanplanten waardoor vooral in de dreven relicten van de vroegere heide enkel bewaard bleven.
Door zijn geografische ligging staat het Maldegemveld onder invloed van een mild en vochtig zeeklimaat. Dankzij dit Atlantisch karakter komen er bijzondere soorten voor zoals gaspeldoorn en tweenervige zegge. Daarnaast groeien hier tal van plantensoorten die we vooral kennen uit de Kempense heide. In de vochtige heide vind je ronde en kleine zonnedauw, moeraswolfsklauw, dopheide, veenmos en gagel. Op drogere plekken groeien struikheide, stekelbrem en gewone brem. Dit is het ideale biotoop voor de levendbare hagedis, die hier nog in redelijke aantallen voorkomt. Typische vogels van het Maldegemveld zijn boompieper, boomleeuwerik en nachtzwaluw. Zij broeden op de heide en in bosranden. In het open bos broeden dan weer de zwarte specht en verschillende roofvogels zoals buizerd, sperwer, ransuil en bosuil. De houtsnip is een regelmatige wintergast in het gebied. Op termijn wordt het Maldegemveld ook geschikt voor de aardbeivlinder en het groentje. Deze zeldzame vlindertjes zijn typisch voor schraal grasland en heide maar komen momenteel slechts in kleine aantallen voor in de omgeving van het reservaat.
Door Natuurpunt en haar plaastelijke afdeling Maldegem-Knesselare wordt dit uniek stuk natuur veilig gesteld voor de toekomst. Dit heideherstel nam in 1993 een voorzichtige start met de aankoop van de eerste percelen van het natuurreservaat Maldegemveld. Ondertussen is dit natuurgebied uitgegroeid tot ruim 80 hectaren en is een actieve vrijwilligersgroep betrokken bij het beheer.
Dit jaar is het 10 jaar geleden dat het eerste perceel van het Maldegemveld aangekocht werd en in beheer werd genomen. Deze verjaardag vieren we graag samen met jou op zaterdag 6 en zondag 7 september. Je bent van harte welkom. Op het programma staan rondleidingen, workshops en een spetterende fuif.
Bron: www.natuurpunt.be/default.asp?ID=802
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het Maleveld heeft - op een laatste polletje Struikhei onder een prikkeldraad en enkele bremstruiken na - zowat alle veldkarakter verloren. Het gebied vormt momenteel een grasland- en akkergebied. Ecologisch interessant zijn de graslanden tussen het verkavelde Sijseleveld en het Maleveld. Deze graslanden komen in het winterhalfjaar regelmatig onder water. Mogelijks betreft het stuwwatergronden. Stormmeeuw, Bergeend, Slobeend en grote groepen Kievit komen er pleisteren en foerageren. Op de terreinen aan de stortput Dekeyser herinnert de vondst van een overwinteringsgroep Levendbarende hagedis aan de verdwenen heidevegetatie. Of deze populatie nog levensvatbaar is valt te betwijfelen. De dichtsbijzijnde komt voor in de Schobbejakshoogte, op slechts enkele kilometer in vogelvlucht maar aan de overkant van de drukke Maalse steenweg.
Op de stortput zelf worden veel pleisterende doortrekkers en watervogels gezien, o a Zwarte stern en Kwak. 's Winters zijn er grote aantallen Kuifeend en occasioneel ook Smient waar te nemen. De libellenfauna is er marginaal, met Grote keizerslibel, Gewone oeverlibel en Kleine roodoogjuffer als belangrijkste vertegenwoordigers. De ruige akkertjes in de directe omgeving waar nog Akkerdistel groeit en de struweelrijke opgeworpen zandige dijk aan de steenweg op Vijvenkapelle vormen een aantrekkingspool voor groepen Putter, Groenling, Keep en Vink.
De natuurwaarde van de bossen rond de abdij van Male is hoog. Zure eiken- en beukenbossen wisselen er af met banalere partijen naaldbomen, waaronder Lork. In de bosrand komt één van de weinige groeiplaatsen in Vlaanderen van de zeer zeldzame schermbloemige Franse aardkastanje voor. Watervleermuizen hebben op de slotgracht van de abdij hun jachtgebied en overwinteren in de nabijgelegen vleermuizenkelder.
Bron: Ontwerp van ecologische gebiedsvisie voor het landinrichtingsproject Brugse veldzone, Tim Adriaens, 2002
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Mascobossen (Moordenaarsbossen) Jabbeke
1 Situering van de Maskobossen:
De Maskobossen liggen op ongeveer 1 kilometer ten zuiden van het centrum van
Jabbeke ten westen van de Aartrijksesteenweg (verbinding Jabbeke-Aartrijke)
vlak achter de gemeentelijke begraafplaats. De beste plaats voor een wandeling
te starten is dan ook vanaf de parkingplaats van de begraafplaats (ruime
parking).
De Maskobossen is eigenlijk een verzamelnaam van (momenteel) drie
afzonderlijke (voornamelijk) bosgebieden waarbij het grootste gebied wordt
doorsneden door een wandelpad. De wandellus zoals verder beschreven
loopt deels door de Maskobossen en deels langs andere dreven en straten.
De twee noordelijke delen van het gebied zijn ingekleurd als Natuurgebied
terwijl het meest zuidelijke gedeelte ingekleurd is als Landschappelijk
Waardevol Agrarisch Gebied op de gewestplannen (let op: deze gewestplannen
zullen de volgende jaren worden vervangen door RUP’s, zijnde ruimtelijke
uitvoeringsplannen).
Het grootste gedeelte van de Maskobossen alsook de gebieden rondom de
Maskobossen hebben een zandige bodem. In het zuidelijke gedeelte merken we
echter wat lemig zand op. Dit vertaalt zich ook in een natterig gebied (o.a.
voorkomen van Dubbelloof) vergeleken met de rest van het gebied.
Wat onmiddellijk opvalt is dat het gebied - van bijna 11 ha groot - zeer
verschillend is ingekleurd (gaande van biologisch minder waardevol - in het
wit - tot biologisch zeer waardevol – in het licht groen). Als we enkel de
bosgebieden beschouwen dan treffen we nog 5 verschillende types aan.
Ook als we het gebied betreden merken we duidelijk de verschillen in bostypes:
* Complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen is het
perceel met voornamelijk Japanse Lork. Op de kaart vinden we Pms als code wat
duidt op gesloten naaldhoutaanplant met een specifieke ondergroei van lage
struiken (braam, varens, brem, heide). Vooral de eerste twee struiken vinden
we daar ook massaal terug.
* Complex van biologisch minder waardevolle en zeer waardevolle elementen zijn
de percelen met Zomereiken, Japanse lorken, Douglassparren en Amerikaanse Eik.
Op de kaart staat Qs wat overeenkomt met een zuur eikenbos (eikenbossen en
eiken-beukenbossen) maar waar er toch blijkbaar heel wat minder waardevolle
bomen tussen staan.
* Biologisch waardevol zijn de 2 percelen met hakhoutbeheer waar we
voornamelijk Tamme Kastanje, Amerikaanse Eik, Berk en Amerikaanse Vogelkers
(op sommige plaatsen voor meer dan 50%) vonden. Voor beide percelen vonden dan
ook het symbool Se wat wil zeggen kapvlaktestruweel.
* Complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen zijn de
percelen met enkel Zomereiken met toch wel veel Japanse lorken. Op de kaart
vinden we de symbolen Pm QS wat wil zeggen gesloten naaldhoutaanplant met een
specifieke ondergroei en zuur eikenbos.
* Biologisch zeer waardevol zijn de percelen met voornamelijk Zomereiken en
ook wat beuken. Deze staan dan ook beschreven als Qs wat overeenkomt met een
zuur eikenbos (eikenbossen en eiken-beukenbossen
2 Geschiedenis van de Maskobossen:
“De geschiedenis van het door ons beschouwde gebied is onlosmakelijk
verbonden met die van de zogenaamde veldzones in de Vlaamse zandstreek.
Jabbeke ligt dan ook juist op de grens van de Vlaamse zandstreek en de polders
(oude polders). Deze veldgebieden ontstonden wellicht door degradatie van het
Atlantische eikenwoud onder vooral menselijke beïnvloeding. Deze velden
vormden ongeperceelde landschappen en bestonden vermoedelijk uit heideachtige
vegetaties afgewisseld met struwelen en bosjes. Ze werden pas veel later
ontgonnen dan het omliggende landschap, waar de oudste ontginningsgebieden
gekenmerkt worden door kleinschalige, sterk geperceleerde landbouwcomplexen.
Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw kan de geschiedenis van het door
ons bekeken landschap gereconstrueerd worden aan de hand van historische
kaarten.
We kunnen dus wel stellen dat de Maskobossen eigenlijk al meer dan 100 jaar
een productiebos zijn met voornamelijk Eiken, Lorken en Beuken maar dat er ook
enkele percelen productiebossen zijn met enkel hakhout. Enkel ten zuiden van
de Maskobossen zijn er de afgelopen 150 jaar heel wat bossen verdwenen en
liggen er nu weiden en staan er huizen. Het “gat” tussen de Maskobossen en
de bossen van het Vloethemveld is dus steeds groter geworden waar het lang
geleden een bijna aaneensluitend geheel was.
Tot vlak na de tweede wereldoorlog was het ganse gebied eigendom van de
adellijke familie della Faille d’Huysse (tot 1948). Het werd op dat moment
verkocht aan een andere adellijke familie Gillès de Pélichy (van 1948 tot
2000). Na de dood van Baron Baudouin Gillés de Pélichy werden zijn
bezittingen verdeeld tussen de vier kinderen. De Maskobossen werden toegewezen
aan de oudste zoon zijnde Baron Gaëtane Gillés de Pélichy.
Toen eind 1999 de mogelijkheid bestond dat het gebied zou verkocht worden,
werd alles in het werk gesteld om deze bossen aan te kopen door Natuurpunt. De
hele procedure zou uiteindelijk meer dan één jaar duren zodat de
uiteindelijke akte op 23 december 2000 zou worden getekend. Naast het Vlaams
Gewest en de Provincie heeft ook de gemeente Jabbeke deze aankoop gesteund op
voorwaarde dat er een publiek wandelpad zou worden voorzien waar dan ook de
nodige aandacht is aan besteed.
Aanleg van de wandelpaden:
Wat onmiddellijk opvalt bij de eerste wandelingen door het gebied waren de
prachtige dreven (toen nog slecht betreedbaar) met Douglassparren en de
zomereiken maar vooral de dreven met de beuken. Op bepaalde plaatsen sta je
precies in een kerk of een gelijkaardig gebouw waarvan de beukenstammen de
steunende kolommen zijn. Wat we wel onmiddellijk opmerkte waren de vele
beschadigingen aan de onderkant van de stammen op die plaatsen waar een
graafmachine jaarlijks voorbij reed voor het reinigen van de beken.
Bij de aankoop van het gebied was er op dat moment reeds sprake om de
bestaande dreven terug te herstellen. De voorbije jaren waren deze dreven
gebruikt door tractoren en andere voertuigen en waren er diepe kuilen en
plassen gekomen. Ook waren er verschillende dreven overwoekerd met bramen.
Door de fantastische inzet van één man, Cyriel Maertens, werden al deze
dreven terug geëffend en geruimd en mogen we nu spreken van een mooi, breed,
effen en DROOG wandelpad dat uitnodigt voor een wandeling of een jogging
(hopelijk niet teveel door fietsers en brommers).
Momenteel is er slechts één wandelpad aangelegd maar bij eventuele
toekomstige uitbreidingen zal dit wandelpad nog uitgebreid kunnen worden.
Ligging: op ongeveer 1 kilometer ten zuiden van het centrum van Jabbeke ten
westen van de Aartrijksesteenweg (verbinding Jabbeke-Aartrijke) vlak achter de
gemeentelijke begraafplaats
Aard: bossen
Oppervlakte: 11 ha
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w Jabbeke
Conservator: Joeri Van Bijlen, 050/81.47.81
Toegankelijkheid: op wandelpad
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Bron: www.vlm.be/pdf/oo/020615+moeren/rapportOO.pdf
ca. 470 ha
Het studiegebied is gelegen op het grondgebied van de gemeenten Zuienkerke, Jabbeke en de stad Brugge. Het gebied ligt ten noorden van het kanaal Brugge - Oostende, ten noorden van de Brugse deelgemeente Sint - Andries en ten Z -W van Meetkerke.
De Meetkerkse Moeren zijn als voormalig hoogveengebied afwijkend van de rest
van de polders. Het gebied waar de huidige moeren zich bevinden bestond namelijk
uit een uitgestrekt veenmoeras, dat in de middeleeuwen werd uitgeveend. Pas na
de 17e eeuw werd het gebied in cultuur gebracht.
Vandaag de dag bestaat het projectgebied uit laaggelegen weiden die door tal van
slootjes en beekjes doorsneden zijn. De lage ingesloten ligging (komgebied) van
de gronden en de openheid kenmerken het gebied.
Dit gebied vormt als het ware één groot graslandcomplex. Binnen dit geheel van
graslanden vinden we weilanden terug met veel microreliëf en hooilanden.
De weiden met veel microreliëf, sloten en bulten herbergen vele zeldzame planten. De soortenrijkdom in deze weilanden hangt nauw samen met de vochtigheid in het gebied. Deze natte graslanden oefenen ook een grote aantrekkingskracht uit op weidevogels.
De vroeger zeer bloemrijke hooilanden zijn verarmd. Vele interessante
plantensoorten als bvb Echte koekoeksbloem, Egelboterbloem,… vinden we enkel
nog terug in de randen van de percelen. Toch wijst het voorkomen van deze
soorten in de perceelsranden op grote herstelkansen.
De uitgestrekte open weidegebieden vormen ook een belangrijke pleisterplaats
voor ganzen (vnl Kol-en Rietganzen). Daarnaast vinden we in de Meetkerkse Moeren
ook een grote verscheidenheid aan broedvogels terug.
Naast het open uitzicht komen er ook polderbosjes voor. Sommige van deze bosjes zijn tot 200 jaar oud.
Het projectgebied is gelegen in groengebied op het gewestplan. Ondanks de bestemming natuur zijn er in de laatste decennia echter nog heel wat werken met een grote impact op de hydrologische toestand en grondgebruik (omzetting grasland naar akkerland) uitgevoerd.
Zo werd in 1986 een belangrijk deel van het projectgebied opgenomen in de ruilverkaveling Houtave. Op de grens van de ruilverkaveling (gelegen binnen het projectgebied) werd een nieuw pompgemaal gepland. Zo ontstond een groot ontwateringkanaal dat nu door het hart van het projectgebied loopt.
Wat moest voorkomen worden, een algehele verdroging van het projectgebied, gebeurde toch. De verdroging van het gebied bracht een intensivering van de landbouw op gang, die resulteerde in de volledige teloorgang van bloemrijke natte hooilanden en de voor natuurbehoud eveneens waardevolle vegetatietypes die in mozaïekverband samen voorkwamen. Door de verdroging konden ook een aantal graslandpercelen omgezet worden tot akkerland.
Talrijke natuurwaarden in het gebied zijn ook juist gebonden aan vochtige omstandigheden en staan als gevolg van deze verdroging onder grote druk.
Een verhoging van de grondwaterstand en een vermindering van de kwelafvoer
behoren dus tot de centrale doelstellingen van het project.
Binnen het projectgebied worden natuurstreefbeelden afgebakend.
Natuurstreefbeelden geven weer in welke richting de planten vermoedelijk zullen
evolueren. Binnen dit open polderlandschap wordt gestreefd naar herstel van de
bloemrijke hooilanden en natte graslandpercelen.
Een hoger waterpeil schept ook gunstige voorwaarden voor weidevogels. Zo moet het aantal weidevogels dat in de Meetkerkse Moeren leeft of komt broeden of overwinteren behouden blijven en toenemen.
De landbouwgebruikers hoeven voor de ontwikkeling van dit natuurstreefbeeld, een minder intensief landbouwgebruik, geen belemmering te vormen.
Bron: www.vlm.be/Projecten/Natuurinrichting/Projecten/Meetkerkse+moeren.htm
De Meetkerkse Moere is een gebied dat vroeg werd drooggemalen
met een molen. Dit was nodig aangezien dit gebied duidelijk
lager ligt dat het zeeniveau. Het is ook gekend onder de naam de Lage
Moere. De veenlaag die in dit gebied aanwezig was werd
actief ontgonnen en afgegraven. Dit geeft ons op dit moment hooiweiden en reliëfrijke
weilanden.
In het gebied is ook een eendekooi gelegen, de functie om
eenden te vangen verviel echter in de loop van de jaren. Momenteel is het een
natuurgebied.
Voor de Meetkerkse Moeren wordt gewerkt aan een plan voor herstel van de
natuurwaarden. Dit gebeurt door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse
Landmaatschappij. Hiertoe is een natuurinrichtingsproject gepland.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Meetkerkse%20Moeren/
De "lage moere" vormde ooit een uitgestrekt moeras,
waarbij een dikke laag veen werd gevormd. In de middeleeuwen werd dit veen
uitgegraven en als brandstof aangewend door de Brugse bevolking. Als gevolg van
het jarenlange "turfsteken" kwam de bodem lager dan de zeespiegel te
liggen (- 1.5m) en ontstond een ondiepe waterplas.
In het begin van de 17e eeuw deed de nood aan nieuwe landbouwgronden zich voelen.
In navolging van de drooglegging van de Moeren te Veurne, werd omstreeks 1622
ook de ontwatering van de Lage Moere aangevat. Hierbij wierp men rond het gebied
een dijk op, de zgn. "Moerdijck". Op de langsgracht bouwde men twee
windmolens met schepraderen die het water in de Blankenbergse Vaart overpompten.
De als monument geklasseerde "Grote Poldermolen" ter hoogte van de
Kapellebrug herinnert aan deze bemaling met windmolens. De taak van de molens
werd intussen overgenomen door een elektrische pomp.
De systematische ontwatering wijzigde wel gevoelig het landschapsbeeld: in
plaats van moeras en water, kwam vochtig wei- en hooiland. Een- of tweemaal per
jaar werd er gehooid en in de zomer liet men er ook runderen grazen. Tussen het
gras groeiden ook allerlei wilde planten die aan de weiden een kleurige aanblik
gaven: Koekoeksbloem, Ratelaar, Pinksterbloem, wilde orchideeën,...De Moere
werd niet alleen een plantenparadijs, maar ook een uitgelezen broedterrein voor
erg kieskeurige weidevogels zoals Grutto, Tureluur, Kemphaan, Slobeend en
Zomertaling. Akkerbouw was in die tijd onmogelijk, omdat de bodem te vochtig
bleef. Ook werden er nooit huizen gebouwd, want het gebeurde 's winters wel
vaker dat grote delen toch onder water kwamen te staan.
Na WO II tekende een nieuwe trend zich af. De boeren namen niet langer genoegen
met de karige opbrengst van de gronden en wensten de hooi- en weilanden
ten dele als akkers aan te wenden. Voor akkerbouw was echter een intensievere
bemaling van de waterzieke gronden nodig. De Moere werd opgenomen in een projekt
van ruilverkaveling en begin de jaren 1980 verscheen aan de zuidgrens langsheen
de Oostendse vaart een nieuw, krachtig pompgemaal. En nogmaals veranderde het
landschap van aanschijn: de hooilanden werden graasweiden, terwijl de vroegere
weilanden als akkers gingen fungeren. Een en ander bleef niet zonder gevolg voor
de natuurwaarden van het gebied. Veel vogels bleven achterwege en de
verspreiding van de zeldzame hooilandvegetatie werd teruggedrongen naar de
greppels en de wegzomen.
Niettegenstaand deze ontwikkelingen blijft dit landschap aantrekkelijk. Hiertoe
dragen o m het slotenrijk karakter van het gebied en de afwezigheid van
bebouwing (met uitzondering van een storende betonfabriek aan de zuidkant) in
belangrijke mate bij. Bovendien biedt het gebied de gelegenheid om een aantal
karakteristieke weidevogels, die het met minder water kunnen stellen, van nabij
te observeren: Kievit, Scholekster, Smient, Wulp, Blauwe reiger (die is er
trouwens vrijwel altijd te zien). Het centraal gelegen populierenbosje rond de
Eendenkooi herbergt immers sinds jaar en dag een grote kolonie van deze
sierlijke polderbewoners. De Eendenkooi werd vroeger gebruikt om eenden te
vangen. De "kooi" bestond uit een open waterplas, waarop een viertal
evenwijdig uitgegraven grachten aansloten. Over die grachten was een net
gespannen in de vorm van een fuik. Eenden werden in de vangpijp gelokt met
behulp van een afgerichte hond.
Langs de zuidrand van het gebied sluit het schilderachtige landschap van het
kanaal Brugge-Oostende aan. Prachtige bomenrijen sieren de beide oevers en maken
hem tot een fraai lineair element in het polderlandschap.
Ligging: bereikbaar via de Steenkaai te Brugge langs het
kanaal Brugge-Oostende
Oppervlakte: ca. 500 ha
Eigenaar: hoofdzakelijk privaat
Beheerder: polderbestuur van de Nieuwe polder van Blankenberge.
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op openbare wegen - geleide
wandelingen Stedelijke Groendienst Brugge 050/31.33.97
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen in West-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
bron: WMF Nieuwsbrief 07 sept 11
De naam Meikensbossen wordt nog maar sinds kort gebruikt en is afgeleid van het toponiem het Meike dat in de buurt goed gekend is (grens Tielt-Dentergem). Vroegere namen waren onder andere het Vijversbos, de Bunders en de Sperrebossen.
Op de Ferrariskaarten (1871) kan men zien dat de omgeving van het huidige Meikensbos meer dan 200 jaar geleden nog een bosrijke omgeving was, het zogenaamde Dendrombosch. Een paar honderd hectare groot ! In de 19de eeuw raakten deze bossen versnipperd. Door de gestage kap voor brandhout tijdens de twee wereldoorlogen en ontginningen ten voordele van landbouwgronden daarna, slonk het bosgebied tot een schamele 5 hectare. In 1981 konden we met de Torenvalk, dankzij een petitie actie, nog verhinderen dat nog eens 2 hectare zouden gerooid worden.
Daarna bleef het vele jaren stil in en rond het oude Vijversbos.
Maar wonderen geschieden. In 2000 kocht het Agentschap voor Natuur en Bos enkele percelen landbouwgrond. Op vandaag bezit ANB in deze omgeving 46 hectare gronden, waarvan 3,5 ha van het oude Vijverbos. Dat is de oppervlakte van bijna 100 voetbalvelden! Asjeblief!.
Jaarlijks wordt het domein verder ingericht en bebost. Met de vrijwilligers van Natuurpunt de Torenvalk werkten we hier graag aan mee en ook in de toekomst zullen we verder blijven meewerken.Vier reuze plantdagen hebben we ondertussen achter de rug, meestal op onze Dag van de Natuur, goed voor 20 hectare nieuw bos. Veel zweet, blaren, dreupels en leute later kijken we met trots terug op ons werk.
Het jonge Meikensbos biedt nu al een landschappelijk verrassende afwisseling van oud en jong bos, natuurweilanden en zaadboomgaarden.
Zoals de naam Vijverbos doet vermoeden, zijn de meeste gronden hier vochtig tot zeer nat. Het zeer natte populierenbos wordt omgevormd naar het meer natuurlijke elzen-vogelkersbos.
In het iets hoger gelegen Oude Eikenbos vind je typische plantensoorten zoals de gele dovenetel. Maar ook in de graslanden, de dreven, houtkanten, het nieuw aangeplante bos en de veedrinkpoelen wemelt het van het leven.
Dit jaar wordt de Week van het Bos ook gevierd in en rond de Meikensbossen aan de grens van Dentergem en Tielt, aan de voet van de Poelberg.
Het domein Merkemveld ontstond op de leengronden van de familie
van Outryve d'Ydewalle. Deze leengronden maakten deel uit van een groter
heidegebied, dat aanleunde bij het Veld van Lichtervelde. Omstreeks het einde
van de 18e eeuw werd ca. 400 ha hiervan ontgonnen, waarbij het overgrote deel in
bos werd omgezet. Centraal in het domein liet de familie van Outryve een
buitenverblijf optrekken. Na de Belgische onafhankelijkheid bouwde ze er ook een
kasteel.
Later kwam het domein in handen van baron Aloïs de Vrière. Rond het kasteel
liet hij een groot park aanleggen. Onder het beheer van baron de Kerckhove
d'Ousselghem kreeg het domein vaste vorm, met ruim 50 ha park en bos. In 1984
wist de gemeente Zedelgeem hiervan 12 ha te verwerven. Door deze aankoop kon de
verdere aantasting van het gebied voorkomen worden.
Ondanks de beperkte afmetingen vormt het gemeentelijk domein een biologisch en
landschappelijk waardevolle entiteit. Hieraan is de specifieke samenstelling van
de bodem, waarbij zandgrond rust op een oppervlakkige laag klei en zandleem,
niet vreemd.
Het bomenbestand vertoont in soort en leeftijd een grote verscheidenheid.
Het bos bestaat overwegend uit gemengd loof- en naaldhout. In de
ondergroei en langs padranden treft men o m Bosaardbei, Zenegroen, Tormentil,
Kantig hertshooi en Boswederik aan. Een kleiner terrein met vijver ('t Open
Veldje) herbergt een rijke herpetofauna en heel wat libellensoorten. Tot de
broedvogels van het gebied behoren diverse soorten mezen (Staartmees), kleine
zangertjes (Grauwe vliegenvanger, Gekraagde roodstaart, Spotvogel) en
prooivogels (Torenvalk, Ransuil).
Bij het gemeentelijk domein leunen een aantal partikuliere bospercelen aan,
naast een 18 ha groot speelbos en het Baasveldkasteel met park dat eigendom is
van de familie Joly-Janssens de Bisthoven.
Ligging: bereikbaar via Zeedijkweg en Leliestraat
Loppem/Zedelgem
Oppervlakte: 12 ha
Eigenaar: gemeente Zedelgem
Beheerder: gemeente Zedelgem i s m Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op dreven en paden
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Begin 1987 werd een nieuw stuk kanaal Gent-Brugge te Beernem ingevaren. De
achtergebleven oude bocht (ruim 2 km lang) door moelijke graafwerken ('Miserie'
met veldstenen) tot stand gekomen omstreeks 1620, kreeg een nieuwe bestemming
als natuurreservaat.
Het kanaal werd enkele meters diep uitgegraven in een onvruchtbare streek
('Miserie' voor de boer!).
Op de zandige bermen vestigde zich een typische flora van heide, heischrale
graslanden, struikgewassen met Brem en Gaspeldoorn. Sommige delen werden
tijdelijk als moes- en fruittuin in gebruik genomen en verruigden later o.a.
met opslag van Sleedoorn.
Zo'n rijkdom aan biotopen zorgt vanzelfsprekend voor een gevarieerde
dierenwereld. De overvloed aan konijnen trekt veel roofdieren aan. De oude
kanaalbocht lokt veel watervogels en zet Oeverzwaluw en IJsvogel aan tot
nestelen op de steile oevers.
Het reservaat vormt ook een geschikte schuilplaats voor Kleine hagedis en Hazelworm.
En in de zomer wemelt het hier nog van de dagvlinders.
Beheer
Zonder beheersmaatregelen groeien de droge voedselarme graslanden op deze
bermen helemaal dicht met struiken en bomen. Hierdoor verliezen de typische
planten en dieren van deze graslanden hun geschikte leefomgeving.
Om dit te voorkomen worden gepaste beheersmaatregelen genomen. Hier worden de
bermen door schapen begraasd. Op andere plaatsen worden de bermen gemaaid.
Regelmatig wordt een deel van het struikgewas gekapt.
Zo houdt de 'Miseriebocht' een afwisselende begroeiing.
Ligging: 4 km kanaaldijk tussen Bernem en Sint-Joris, bereikbaar via
Vaart Zuid Beernem
Aard: oude kanaaldijken
Oppervlakte: 8 ha
Eigenaar: AWZ, afdeling Bovenschelde (Gent)
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Beernem
Conservators: Filip JONCKHEERE, Legeweg 27, 8020 Oostkamp
(050/82.51.89) en
Gabriel WIEME, Elzenstraat 15, 8730 Beernem (050/78.94.85)
Toegankelijkheid: de zuidelijke oever is toegankelijk op de paden. De
noordelijke oever is voor werken afgesloten, maar is toegankelijk tijdens
begeleide natuurwandelingen.
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Onderhandelingen tussen het Bestuur der Waterwegen en
Natuurreservaten vzw resulteerden eind 1987 in een beheersovereenkomst waarbij
de voormalige kanaalsektie (afgesneden kanaalarm van de vaart Brugge-Gent) als
natuurreservaaat ging functioneren.
Voor het natuurbehoud zijn vooral de vaarttaluds van het oude kanaal van
betekenis. Het betreft sterk hellende gronden, waarop zich eeuwenoude gras- en
struweelvegetaties op spontane wijze hebben ontwikkeld. De aanleg van deze
kanaalsektie datert immers uit het begin van de 17e eeuw. De graafwerkzaamheden
werden trouwens op levensechte wijze op doek vastgelegd door J.Garemijn
(Groeningemuseum Brugge).
De aanwezigheid van een brede zandrug (pleistocene dekgronden van Aalter)
maakte het noodzakelijk de vaart in diep verzonken profiel uit te graven,
wat brede taluds opleverde. Het gradiëntrijke karakter van deze taluds (droog
naar vochtig, schraal naar voedselrijk) werkte een grote verscheidenheid aan
planten in de hand. Merkwaardige soorten hierbij zijn: Wilde tijm, Marjolein,
Grote ratelaar, Klein tasjeskruid, Stinkende ballote en Kruipend stalkruid.
Aspektbepalend voor het gehele gebied is ook de massale aanwezigheid van
Gaspeldoorn, een stekelige struik met goudgele bloemen. Hoewel over de fauna nog
maar weinig gegevens beschikbaar zijn, wijzen een aantal waarnemingen op het
potentieel zeer waardevolle karakter van het terrein. Zo zijn Kneu, Geelgors,
Roodborsttapuit en Oeverzwaluw vaste broedvogels in het gebied; zo ook maken
Levendbarende hagedis en Hazelworm deel uit van het lokale reptielenbestand. Het
insektenvolkje is er eveneens goed vertegenwoordigd met o m 21 soorten
dagvlinders.
De afgelopen jaren had het gebied te lijden onder de werkzaamheden voor de
nieuwe kanaalsektie. Te intensieve begrazing van de bermen in het verleden bleek
eveneeens weing opportuun voor de vegetatie. Toch hoopt men door een passend
beheer het gebied in zijn oorspronkelijke staat terug te kunnen herstellen. Het
verbeteren van de waterkwaliteit staat hierbij voorop.
Ligging: tussen de brug van Beernem en
St.Joris-ten-Distel - bereikbaar vanuit Beernem via de Oude Vaartstraat - vanuit
St.Joris-ten-Distel via Vaart Zuid
Oppervlakte: 4.5 ha
Eigenaar: Vlaamse Gewest - Gentse Zeehavendienst
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: F.Jonckheere 050/78.17.85 en G.Wieme 050/78.74.85
Toegankelijkheid: vrije wandeling op de paden - de bermen zelf mogen niet
betreden worden, behalve in de hengelzone
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Het ca. 14 ha groot natuurreservaat is eigendom van AWZ
(Administratie Waterwegen en Zeewezen) en wordt beheerd door Natuurpunt vzw. Het
behelst de beide oude kanaalbermen (bochtafsnijding 1983 - 87), de dienstweg
vanaf St.Joris tot aan de Jachthaven van Beernem, enkele percelen en de oude
afgesloten dienstweg aan de kant van het slibstort tussen het oude en het nieuwe
kanaal Gent-Brugge.
Het fietspad (Vlaanderen fietsroute) en de wandelweg is vrij toegankelijk op de
zuidelijke oever (dienstweg). De noordelijke (rechter) oever aan de kant van de
werf van het slibstort is afgesloten en enkel toegankelijk op de geleide
wandelingen iedere eerste zondag van de maand (uitgezonderd januari) met
trefpunt einde Smissestraat (Ramatex) te St.Joris (of op aanvraag bij de
conservator).
De Miseriebocht is vooral kenmerkend voor zijn biologische verscheidenheid. De
floralijst (bomen, struiken, bloemen, planten, grassen) telt méér dan 300
soorten. Kenmerkende plant is de talrijk aanwezige gaspeldoorn (zeldzaam in
Vlaanderen). Andere zeldzame planten zijn: kattedoorn, liggend walstro, liggende
vleugeltjesbloem, liggend hertshooi, wilde tijm, echte guldenroede,, echt
duizendguldenkruid, dwergviltkruid, onderaardse klaver, ruige klaver,
hertshoornweegbree, hondstong, oranje havikskruid, enz. Paddestoelen, mossen en
korstmossen zijn met tientallen soorten aanwezig, maar nog onvoldoende
geïnventariseerd net zoals de insecten: sprinkhanen, mieren, kevers (o.a.
groene zandloopkever), wespen (o.a. hoornaar), nachtvlinders (o.a.
St.Jansvlinder), enz. Er werden reeds 12 soorten libellen en 27 soorten vlinders
(o.a. kleine vuurvlinder, gelsprietdikkopje en bruinblauwtje) geïnventariseerd.
In het kanaalwater zijn 13 soorten vis aanwezig (kanaalwater is geen reservaat).
Er zijn 32 soorten zoogdieren (o.a. dwergspitsmuis, dwergmuis, hermelijn, wezel,
vunzing, vos en 7 soorten vleermuizen) en 5 soorten amfibieën (o.a.
alpenwatersalamander in april/mei) opgemerkt. Onder de reptielen werd de
levendbarende hagedis en de hazelworm, wellicht één van de grootste populaties
in Vlaanderen, opgemerkt. Deze laatste is bijna altijd te zien op de geleide
wandelingen in de maanden april tot september.
Jaarlijks zijn ongeveer 100 verschillende soorten vogels aanwezig, waaronder een
30 tot 35 soorten als broedvogel (ijsvogel, braamsluiper, zomertortel,
torenvalk, staartmees, patrijs, groene specht, enz). Op het overzichtelijk
aanpalend slibstort (eiland) zijn maandelijks nog verschillende soorten
watervogels te zien.
De maandelijkse natuurwandelingen (9 u tot 11 u45) zijn gratis voor
Natuurpuntleden. Niet-leden betalen 2.5 euro per persoon of 5 euro per gezin.
Bij droog weer mogelijk voor rolstoelgebruikers en kinderwagens.
Bron: brief van de conservator
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Nieuwenhovebos - Oostkamp
* enkel toegankelijk voor voetgangers tussen
zonsopgang en -ondergang. Verboden voor fietsers, bromfietsers, ruiters,
auto’s, enz...
* honden aan de leiband
* toegang enkel op de paden, de percelen mogen niet betreden worden zonder
toelating
* afwijkingen op deze bepalingen voor wandeltochten, organisaties in het bos
kunnen toegestaan worden door het schepencollege
* een beschrijving van het bewegwijzerd natuurleerpad "Michiel
Zwaenepoelpad" is te koop
tegen 1,25 EUR
De naam verwijst naar de Heerlijkheid
Nieuwenhove, waartoe de gemeente Oostkamp en delen van Waardamme behoorden.
Oorspronkelijk vormde het gebied een heideveld, dat echter al vroeg ontgonnen
werd. Een landmeter van het Brugse Vrije maakte reeds in 1661 melding van de
aanwezigheid van talrijke boerderijen. De vroege ontginning verklaart ook het
bostrijk karakter van de streek. De heide op de minst vruchtbare gronden werd
immers in bos omgezet. Die bossen maken nu deel uit van diverse kasteeldomeinen
(o m Kampveld, Rooiveld, Erkegem, Breidels). Ook het Nieuwenhove bos behoorde
tot het landgoed vande adellijke familie van der Plancke. Einde jaren zestig
werd een deel van het bos door het W I H onteigend in functie van sociale
woningbouw. Hiervan kon de gemeente op de valreep 36 ha bos voor verkaveling
behoeden. Het werd als wandeldomein in 1980 voor het publiek opengesteld.
Het bos bestaat overwegend uit middel- en hooghout (vooral Eik en Gewone den) op
een zure zandbodem. De ondergroei is rijk aan varens: Dubbelloof, Mannetje-
enWijfjesvaren, Brede stekelvaren. Opmerkelijk zijn ook een aantal oude
Beukedreven. In het domein liggen tevens een aantal weiden, waardoor het gebied
visuele afwisseling biedt. Aan de oostzijde van het domein situeert zich
overigens het valleilandschap van de Rivierbeek.
Regelmatige broedvogels van het bos vormen Sperwer, Ransuil, Kuifmees, Zwartkop,
Tuinfluiter;, Steenuil en Wielewaal. Op doortocht vertoeven er ook vaak Sijsjes,
Kramsvogels en Kruisbekken. Doorheen het bos werden een tweetal wandelroutes
uitgezet: het Schandpaalpad en het M.Zwaenepoelpad (natuurleerpad).
Ligging: bereikbaar via Legendaledreef
en Waterstraat te Oostkamp.
Oppervlakte: 36 ha
Eigenaar: gemeente Oostkamp
Beheerder: milieudienst Oostkamp i s m Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijkop drevenen paden
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
10 april 2003: instelling project
630 ha
Het gebied is gelegen in de provincie West-Vlaanderen op het grondgebied van de steden Oostende, Oudenburg en Gistel. Het gebied wordt in het noorden begrensd door de E40 en de spoorlijn Brugge-Oostende; in het westen door de Gauwelozekreek; in het oosten en het zuiden door het Plassendalegeleed
Het gebied bestaat voor klein deel uit Oudlandpolders (Zwaanhoek) en voor een groot deel uit Nieuwlandpolders (Keignaartkreek, Zoute kreek). Om strategische redenen werden deze polders in de 16e eeuw overstroomd, waardoor een krekensysteem ontstond. Het studiegebied heeft 5 deelgebieden: de Zwaanhoek; de Grote Keignaart; het gebied met de Zoutekreek, de Sluiskreek en de Straatkreek; de Kleiputten van Snaaskerke; en het bosuitbreidingsgebied.
De Zwaanhoek bestaat hoofdzakelijk uit graasweiden met een uitgesproken microreliëf als gevolg van vroegere uitveningen en door het uitbrikken van klei. Het landschap van de Grote Keignaart en de Zoutekreek is een afwisseling van weiden met microreliëf en akkers die doorsneden worden door de kreken. De putten van Snaaskerke zijn voormalige klei- ontginningen.
De Zwaanhoek is een weilandgebied, daarom zal getracht worden de aanwezige akkers terug om te zetten naar grasland. Op de lager gelegen stukken vinden we zilverschoongraslanden en dotterbloemhooilanden, vegetaties die grondwaterafhankelijk zijn. Een aangepast waterpeilbeheer in functie van deze vegetaties is wenselijk.
Het Nieuwland ligt hoger dan het Oudland en het ligt ook dichter bij het afwateringspunt. Dit zorgt ervoor dat de gronden in het Nieuwland veel minder vochtig zijn. Kenmerkend voor dit landschap zijn de kreken: Grote en Kleine Keignaart, Zoutekreek, Sluiskreek, Straatkreek…. De meeste oevers van de kreken waren vroeger weilanden. Om de kreken te herstellen zal een bufferstrook aangelegd worden langs de oevers, waarbij akkerland terug omgezet wordt naar grasland en rietland.
In het Nieuwland komen nog twee deelgebieden voor waar gekozen is voor een grotere menselijke ingreep die het landschap volledig doet veranderen: de aanleg van een stadsrandbos. In stedelijke gebieden zoals Oostende is er immers een grote behoefte aan recreatiemogelijkheden in een bos. Er werd gekozen voor een stadsrandbos aan de zuidrand van de A10 tussen Oostende en Zandvoorde.
Ook de kleiputten van Snaaskerke ogen niet meer als polders. Rond de plassen staan rietkragen en wat struiken. Dit gebied moet vooral ingericht worden in functie van fauna. De moeraszones met brede rietkragen kunnen uitgebreid worden door de oevers wat af te graven.
Het krekengebied is een belangrijk gebied voor weidevogels en rietvogels. Voor weidevogels speelt een aangepast beheer een grote rol in het broedsucces. Door laantjes terug te ruimen en een aantal plassen te graven wordt het voedselaanbod en de nestgelegenheid vergroot. Voor rietvogels zijn vooral de buffers rond de kreken en waterlopen belangrijk.
Bron: http://www.vlm.be/Projecten/Natuurinrichting/Projecten/oostends+krekengebied.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Oude Hazegraspolder - Knokke
Meer land inwaarts komen we vanuit de kuststreek in de echte polders terecht. Gebieden als de Korte duinen, de Kalfsduinen en het Blinkaertduinbos komen we onderweg naar de Oude Hazegraspolder tegen.
In deze gebieden vinden we een interessante plantengroei. In het voorjaar is het gebied ook aangewezen om naar verschillende zangvogels te luisteren. Tegen de zomer aan kun je in dit gebied ook de Boomkikkermannetjes horen roepen. Voor vogels zoals Steenuil en Nachtegaal is dit in deze periode een uitgelezen gebied.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Oude%20Hazegraspolder/
DOOR DE KORTE DUINEN, OUDE HAZEGRASPOLDER, KALFSDUINEN EN HET
BLINCKAERTDUINBOS.
Biotoop: Binnenduinrand, duinpolders en duinbos.
Periode: Zomerhalfjaar.
Voorjaar: doortrek zangvogels.
Zomermaanden: Duinflora.
Aanrader: Avondwandeling in de loop van de maand mei, juni of eerste helft van
juli: zang van de Boomkikker, Steenuil, Nachtegaal en eventueel waarnemingen
van kleine zoogdieren. Deze wandeling kan tevens in combinatie met een klein
deel van de Zwinbosjes.
Duur: 3 à 4 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
De binnenduinen van de oude Hazegraspolder zijn in partikulier bezit en daar geldt alleen de bescherming als Vogelrichtlijngebied.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Oudlandpolder - Oudenburg/Bredene
Ingepolderd gebied: de Oudlandpolder is gelegen tussen de Blankenbergse Dijk en de Zydelinge, tussen Oudenburg en Bredene. Ten Noorden is het gebied afgezoomd door de duinengordel en de kust, ten zuiden door het kanaal Brugge-Oostende. Via verschillende indijkingen werd ook hier het land op de zee gewonnen. Geulen werden afgedamd en dijken werden opgeworpen. Het gebied van de Oud land polder is - samen met de oude polder van Veurne Ambacht één van de oudste ingepolderde gebieden van West-Europa.
Ontstaan landschap: ook hier ontstond het landschap dus
door de wisselwerking van het water van de zee en de mens uit het poldergebied.
Dit polderlandschap werd door het opkomende en af trekkende zeewater
geboetseerd. Ook de kleiontginningen voor het bakken van stenen
of de turfwinning lieten hun sporen na. Het microreliëf dat
ontstond door de wisselwerking van mens en natuur is nog duidelijk te zien in de
poldergraslanden. Later werden ook verschillende gebieden ontgonnen voor zandwinning.
Afwatering: voor een ingedijkt gebied waren ook oplossingen nodig voor de afwatering. Het water moest op een efficiënte manier naar de zee gevoerd worden. In een poldergebied, dat lager ligt dan het hoogwaterpeil van de zee was dit niet zo evident. Er werden dan ook talrijke sloten en kanaaltjes aangelegd om het gebied te ontwateren. Een systeem van stuwtjes en sluizen regelen het waterpeil in het gebied.
Verschillende dorpen: de relatie met de zee zien we ook in de verschillende dorpen, in hun naam of in hun ligging. Het mooiste voorbeeld hiervan is Stalhille of de stal op de hille «Eng. hili, > NI. heuvel). Maar ook Uitkerke verwijst naar het schijnt naar de 'kerke die net buiten de dijk lag' of kortweg Uitkerke. Zuienkerke kan ook gelinkt worden met Suwenkerke of Zwinkerke. Ook hier is de link met de zee snel gelegd.
De dijken: belangrijke elementen in dit gebied zijn de dijken, Het kanaal Brugge-Oostende, de Blankenbergse Vaart (en zijn aftakkingen) en de Noordede. Het zijn structurerende elementen in landschap die in belangrijke mate het uitzicht van het gebied bepalen.
Grote delen van de Oudlandpolder zijn van nature laaggeleven en doorgaans vrij nat. Ze herbergen dan ook heel wat natuurwaarden. De meeste natuurwaarden liggen in de historische poldergraslanden met microreliëf, die doorsneden worden door talrijke sloten. Deze historische graslanden in de Oudlandpolder zijn van internationaal belang als overwinteringsgebied voor ganzen, Kolgans en vooral Kleine rietgans.
Grote delen van dit gebied zijn dan ook internationaal beschermd. Daarnaast is dit gehele complex ook een belangrijk weidevogelgebied, met broedvogels als Grutto, Kievit, Slobeend en pleisterende of overwinterende Goudplevieren, Wulpen, Kleine zwanen... Ook voor de specifieke plantengroei die gebonden is aan het zoute water uit de bodem is erg bijzonder. Ook hier staan soorten die normaal enkel buitendijks - zoals bijvoorbeeld in het Zwin - te vinden zijn.
Het noorden: het noorden van het gebied, dichter bij de kust, is een vrij open gebied met weinig beplanting in het landschap. Groepen van bomen en struiken beperken zich bijna hoofdzakelijk tot de boerderijen en de hoeves. In het zuiden van het gebied merken we meer polderhagen met meidoorn. We merken ook opvallend meer hogere bomen. Ten zuiden van kanaal komen we onmiddellijk in de zandstreek en dus ook in het Houtland terecht.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/De%20Oudlandpolder/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Paddengat - Jabbeke
Deze waterrijke polderweiden liggen tussen de beide autosnelwegen (A10 –
E40) in. Vroeger waren deze weiden eigendom van het OCMW. Van rechtswege
behoorden deze weiden toe aan de hele gemeenschap, vandaar dat deze weiden in de
volksmond nog altijd ‘de gemene weiden’ genoemd worden.
Vanaf de twaalfde eeuw tot eind 19e eeuw werden deze gebieden ontturfd. Hier
ontwikkelde zich een typische flora en fauna. Dit gebied is een van de laatste
polderhooilandrelicten van de Vlaamse kust.
Dit zeer waardevolle gebied wordt momenteel op een ecologisch verantwoorde
manier door een landbouwer beheerd.
Hier broedt de grutto en bloeit Pijptorkruid, Blaartrekkende boterbloem, Lidsteng,
Ratelaar en het Heelblaadje.
Dit gebied is enkel te bezoeken op afspraak.
Een afspraak kan gemaakt worden met Boudewijn De Graeve: 050/38.12.92.
Ligging: tussen A10 en E40, bereikbaar via Paddegatstraat Jabbeke
Aard: polderweiden
oppervlakte: 1 ha (in huur)
Eigenaar:
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Jabbeke
Conservator: Boudewijn De Graeve: 050/38.12.92.
Toegankelijkheid: op afspraak
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Het Paddegat is een ruilverkavelingsgebied van ongeveer 1400
ha. Door het gebied liepen tal van paden die ter
hoogte van een pont over het kanaal samenkwamen. Deze samenkomst van paden gaf
dan ook aanleiding voor een naam als 'Paddegat', of een plaats waar veel paden
elkaar kruisten.
In het gebied werden gronden geruild en heringericht om de landbouw optimaler te
laten gebeuren. In dit project werd echter ook rekening gehouden met de
natuurwaarden. In het gebied werden de gebieden van de Schobbejak
en de Zilte weiden gevrijwaard voor natuur. In
het gebied werd ook aandacht besteed aan landschappelijke beplantingen langs
wegen. Ook bij de landbouwers werden in het verleden aanplantingen uitgevoerd om
het hele landschap aangenamer te maken. Voor de vissen werd aan het
Schobbejakgebied een paaiplaats aangelegd. Voor wandelaars,
hengelaars en fietsers is het gebied recreatief ingericht met enkele routes,
hengelinfrastructuur, en een picknick-plaats.
Het provinciebestuur, het polderbestuur en de gemeenten werken samen voor het
onderhoud van het landschappelijk groen en voor het onderhoud van de recreatieve
infrastructuur. Door het gebied lopen onder andere de Paddegat
fietsroute en de Bredunia-route.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Paddegat/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Paelsteenpanne vormt een relatief grote duindepressie tegen
de zeereep aan. Het gebied wordt gedomineerd door duindoornstruwel, waartussen
zich een aantal kleinere graslandjes bevinden. Verschillende oude
stuif-paraboolduinen, die nu vrijwel volledig begroeid zijn, kunnen nog in het
landschap herkend worden.
Het struweel herbergt eeen rijke zangvogelpopulatie met o a Fitis,
Braamsluiper, Nachtegaal, Grasmus en Kneu. De graslandjes zijn vooral botanisch
interessant. Ze vertonen evenwel een nogal verruigd karakter door gebrek
aan maaibeheer. Men vindt er o m Kromhals, Hondstong, Geel walstro en Kruipend
stalkuid. Tot de zeldzamere soorten behoren Walstrobremraap, Zeewinde,
Bokkenorchis en Gestippeld zonneroosje.
Het beheer is thans gericht op het herstel en de instandhouding van de
verscheidenheid. Dit houdt o m in het vrijmaken van een oude poel, het maaien
van de grazig gedeelten en het inperken van de duindoornaanwas.
De nabijgelegen waterwinning beïnvloedt het reservaat op negatieve wijze. Ook
de sterke recreatiedruk in de omgevende duinen zorgt voor een storend
randeffekt.
Ligging: tussen de zeereepduinen en de Koninklijke Baan
Bredene, nabij de grens met De Haan (tramhalte Bredene renbaan)
Oppervlakte: 11 ha
Eigenaar: Vlaamse Gewest - Dienst der Kusthavens
Beheeerder: Natuurpunt vzw
Konservator: P. Lingier 059/33.18.79
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - jaarlijks een aantal geleide
wandelingen
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Palingpotweiden - Ramskapelle
* zijn nagenoeg volledig in partikulier bezit. Vlaamse Gemeeschap afd Natuur heeft in september 2003 één perceel ca. 3 ha aangekocht.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Park 58 - Knokke-Heist
Park 58 is een gebied van de Gemeente Knokke-Heist die de vereniging Natuurpunt in beheer heeft. In het gebied bevinden zich oude, kalkrijke duintjes. Het gaat om één van de plantenrijkste duingebieden van de Oostkust met talrijke zeldzamere soorten, die elders verdwenen zijn.
In het gebied zijn geleide wandelingen mogelijk. In de
periode van juni, juli en augustus. Op dat moment is de zeer rijke duinflora
immers op zijn best waar te nemen.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Park%2058/
Ligging: omgeving Elizabethlaan Knokke/Duinbergen
Oppervlakte: 7 ha (in huur)
Beheerder: Natuurpunt v z w
Informatie: Patrick Demaecker,
050 51 91 01, 0475 40 79 29
Toegankelijkheid: enkel tijdens geleide wandelingen
Bron: www.natuurpunt.be/default.asp?ID=821
WANDELING DOOR PARK 58.
Biotoop: Oude, kalkrijke duintjes.
Natuurgebied in beheer van Natuurpunt vzw. Conservator: Patrick Demaecker.
Periode: Juni, juli en augustus: zeer rijke duinflora met soorten die elders aan
de
Oostkust nagenoeg volledig verdwenen zijn.
Duur: 1 à 2 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het park van Loppem is eigendom van de Stichting van Caloen maar wordt beheerd door de gemeente.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het Parochieveld situeert zich in het uiterste noorden van
Ruiselede. Dit deel van de gemeente behoort tot de zandstreek. De naam vormt een
plaatselijk toponiem, dat verwijst naar een vroeger heidegebied.
Het terrein werd omstreeks 1750 ontgonnen, waarbij de armste gronden werden
bebost. In het gebied vestigde zich een kleinere gemeenschap van boeren en
bezembinders. Plaatselijk stak men er ook turf.
Op vandaag wordt het gebied gedomineerd door bos. Het Parochieveldbos bestaat
vooral uit naaldhoutbestanden (Coriscaanse den). Het dichte pijnhout laat weinig
ondegroei toe (Brede stekelvaren). Door de kleine oppervlakte en de
versnippering van het bos biedt het terrein slechts beperkte
wandelmogelijkheden. Interessanter lijkt het om via het Woudloperspad (8 km
start Kruiskerkestraat) het domein en het omgevende gebied te verkennen.
Ligging: bereikbaar via de Krommekeerstraat
Oppervlakte: 8 ha
Eigenaar: gemeente Ruiselede
Beheerder: technische dienst Ruiselede i s m Aminal
Toegankelijkheid: vrije toegang op paden en dreven
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Overgang gradieert van vochtig tot zeer vochtig. Permanente watertafel is er niet, wel 2 kwelbronnen en een beek die voor watertoevoer zorgt, in de zomer valt er telkens één kwelbron droog.
De Pilse bestaat uit een nat graslandje, een moerasgedeelte, een poel en een hooilandje.
PLANTENRIJKDOM: dotterbloem, pinksterbloem, holpijp, gele waterkers, gele lis, blaartrekkende boterbloem, echte koekoeksbloem, waterviolier, waterranonkel, zegge, moerasspirea, speenkruid, lisdodde, kattestaart, kleine egelsknop.
Beheer afgestemd op insekten
Ligging: bereikbaar via de Berkenhagestraat Zedelgem
Oppervlakte: 0.571 ha
Aard: moeras
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Zedelgem (inZICHT)
Conservators: Philip RECOUR, Fazantenlaan 4, 8210 Zedelgem
(050/20.80.55)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html op basis van tekst Andre Vanhevel en mail van Philip Recour NP inZICHT
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek:
Het Plaisiersbos is een jong ontginningsgebied.
Tot voor een paar eeuwen bestond het gebied nog uit woeste, onbewerkte (niet
gecultiveerde) gronden. Het "Veldt" of "Bruyère" zoals
de streek genoemd werd was een uitloper van het grote Bulskampveld dat zich
over een breedte van ongeveer 3 km uitstrekte van Torhout tot Loppem.
Op de kaart van Ferraris (ca 1775) wordt het noordelijk gedeelte naar Loppem
toe, aangegeven als het 'Haemersveld' en het meer zuidwaarts gelegen deel als
de 'Loovelden'. Het veldt bestond uit verspreid bos en was doorspekt met
talrijke vijvers en moerassen. Er waren uitgezonderd de paden, geen wegen,
waardoor het moeilijk toegankelijk was en praktisch onbewoond. De schaarse
bevolking bewoonde de randen en de twee primitieve kernen, het 'Lepegat' en 't
Hoge veldt'.
Het gebruik van sommige delen van het veldt was onderworpen aan een
"cijns", dit is een soort erfpacht of vergoeding (in geld of natura)
tegenover de eigenaar. Voornoemde velden vielen binnen de Heerlijkheid Den
Houtschen op Lophem, die ongeveer 25 cijnzen telde. De naam
"cijnsdreef" (grens tussen Torhout en Veldegem) is mogelijks een
verwijzing naar de tijd van toen. Op het einde van de Cijnsdreef heeft ooit
een afspanning " De Cijns" gestaan. De "Herderinnedreef"
kruist de Cijnsdreef en geeft zuidoostelijk toegang tot het Plaisiersbos. Op
de kaart van Van der Maelen (1845) komt een "Herderinne Cabaret"
voor. Deze namen verwijzen naar de grazige heideachtige toestand van het
veldgebied tijdens de achttiende en negentiende eeuw.
De veel voorkomende struikheide (calluna vulgaris) op het veldt werd door de
bewoners 'krakke' genoemd. Het werd in de herfst gekapt, getrokken of gemaaid
en na droging gebruikt als brandstof, strooisel en zelfs als dakbedekking op
de schamele lemenhuisjes. De dopheide (erica cinerea) is minder ruig en werd
'heed' genoemd. Zowel krakke als heed leenden zich uitstekend voor het
vervaardigen van veegbezems en pottebezems. De benamingen 'Bezembinderstraat'
en 'wijk Pottebezem' getuigen nog van deze activiteit. De inwoners van
Veldegem zijn heden ten dage nog bekend als het 'krakkevolk'.
Reeds tijdens de Oostenrijkse tijd drong de ontginning van veldgebied zich op
en dat mede door de stijgende vraag naar hout en de behoefte aan meer voedsel.
Het in productie nemen van woeste gronden werd door de opeenvolgende
machthebbers (Oostenrijkers, Fransen, Hollanders en Belgen) aangemoedigd via
vrijstellingen van belasting. Op het einde van het ancien regime waren grote
delen van het "veldt in het bezit van de adellijke familie van Outryve
uit Brugge. Ridder Jean-Jaques van Outryve de Merckem (1740-1815) vatte het
plan op om deze veldgebieden, voornamelijk op Lophem en op het latere Veldegem
te ontginnen en te bebossen. Dit was voornamelijk het werk van zijn pachter
Pieter Maertens. Na ontwatering en drooglegging werd er gekozen voor een
rationele methode voor bebossing. Er werden veel rechtlijnige dreven aangelegd
in dambordstructuur, omzoomd met hoogstammige bomen. De zijden van de percelen
hadden een lengte van ongeveer 200 tot 250 meter. Deze dambordstructuur is nog
altijd te onderscheiden in het stratenplan van Veldegem. Enkele namen
verwijzen nog naar de tijd van een paar eeuwen geleden. We noteren: Bosdreef,
Klaverdreef, Belledreef, Bosserij, Boswegel, Halfuurdreef, Cijnsdreef,
Herderinnedreef, Acaciastraat die vroeger Acaciadreef heette. De Halfuurdreef
was een halfuur gaans lang en liep van op het grondgebied Loppem tot in
Torhout.
In de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen de meest zuidelijk gelegen
bossen in het bezit van de familie de Crombrugge-Matthieu. In de
boswachtershoeve, die op de gevel het jaartal 1840 draagt, werd August
Plaisier (1855-1933) als opzichter geïnstalleerd. August , voorzien van een
Leopold II baard, was een opmerkelijk ondernemende persoon. In februari 1890
diende hij bij het Torhouts stadsbestuur een aanvraag in voor de installatie
van een permanente steenoven langs de Herderinnedreef.. Door zijn uiterlijk
was August Plaisier een ontzag afdwingende verschijning. Als toeziener,
boswachter en beheerder van de steenoven was hij de aanleiding tot de
naam "Plaisiersbos".
In 1975 werden het Plaisiersbos, de omringende landerijen en de pachthoeven
door de erfgenamen van de laatste adellijke eigenaar verkocht. Het bos, nog 22
hectaren groot, werd samen met nog wat aanliggend weiland aangekocht door de
nv Roodaerd uit Waardamme. Het werd strikt privé gehouden en als
jachtgebied uitgebaat. Talrijke lage volières getuigen nu nog van de tijd dat
honderden gekweekte fazanten werden uitgezet. Tengevolge jarenlange
jachtpractijken vertonen veel bomen, vooral beuken, aanzienlijke hagelschade.
De positieve kant van deze periode is het feit dat het waardevolle bos voor
verdere verloedering en verkaveling gespaard bleef.
Eind 1999 werd het Plaisiersbos door de gemeente Zedelgem aangekocht.
Het beheer werd contractueel toevertrouwd aan de plaatselijke natuurvereniging
Natuurpunt inZICHT.
Natuurwaarde:
Het Plaisiersbos is een oud, gemengd loofbos met overwegend inheemse bomen en
struiken in een gevarieerde structuur. Gedurende decennia is het afgesloten
geweest waardoor spontane regulierende processen hun gang konden gaan. Op de
biologische waarderingskaart is het gebied donkergroen ingekleurd, wat
betekent biologisch waardevol. Bij een inventarisatie door Thomas Defoort werd
het bos gekarakteriseerd als een zuur eiken-beukenbos, met een zeer
interessante zone met eiken-haagbeukenbos, het meest soortenrijke type bos van
alle bostypes.
Zuur eikenbos en eiken-beukenbos.
Het grootste deel van het bos behoort tot het zuur eikenbos-type (Qa),
met plaatselijk dominantie van beuk in de boomlaag (Fs), es, haagbeuk en
esdoorn komen regelmatig voor.
Het bos werd vroeger beheerd als als een middelhoutbos, met voornamelijk
zomereik, soms Amerikaanse eik en plaatselijk ook beuk in de boomlaag en met
een hakhoutlaag van esdoorn. Op verschillende percelen werd tussen de
aanwezige eiken en beuken tevens lork en soms ook populier ingeplant.
In de struiklaag vinden we lijsterbes, spork, ruwe berk, esdoorn, tamme
kastanje en hulst, aangevuld met es en vlier op wat rijkere en nattere
plaatsen. De talrijkste soorten in de ondergroei zijn braam, wilde
kamperfoelie, adelaarsvaren en brede stekelvaren. Dubbelloof groeit vooral
langs de grachtkanten. Op enkele plaatsen komt hop voor. De kruidlaag is best
ontwikkeld in de dreven en bosranden en bevat zachte witbol, pijpestrooitje,
valse salie, witte klaverzuring, boszegge, veelbloemige salomonszegel, gewone
wederik, bleeksporig bosviooltje, wijfjesvaren, nagelkruid.
Eiken-haagbeukenbos
In het noordoostelijk deel van het bos komt op de laagste en natste delen van
de vallei een ecologisch zeer interessant bostype voor. Het gaat hier om het
eikenhaagbeukenbos (Qa). Belangrijke soorten in de boom- en struiklaag zijn
veldiep, meidoorn en zwarte els. Het uitgesproken voorjaarsaspect is hier
opvallend met soorten als speenkruid en bosanemoon. Ook de in deze regio zeer
zeldzame kleine maagdenpalm is hier sterk vertegenwoordigd, naast
dalkruid en enkele exemplaren gevlekte orchis. Het eiken-haagbeukenbos is
gebonden aan iets rijkere bodems dan het zuur eikenbos en is zeldzaam in de
Vlaamse zandstreek. De aanwezigheid van dit bijzondere bostype en de gradiënten
naar het aangrenzende bos op basis van verschillen in bodemvochtigheid,
bodemtype en reliëf zijn van groot belang voor de natuurwaarde van het
Plaisiersbos.
Beheer
De algemene doelstelling is het behoud en ontwikkeling van een gevarieerd,
gesloten tot halfopen boslandschap afgewisseld met enkele schrale graslanden
en struweelrijke ruigtes en met goed ontwikkelde zoom- en mantelvegetaties. De
nadruk ligt voornamelijk op patroonbeheer.
Een grote structuurrijkdom en een natuurlijke soortensamenstelling van bomen
en struiken staat hier voorop. De structuurrijkdom wordt hierin vooral bepaald
door de aanwezigheid van open plekken, de ongelijkjarigheid van de boomlaag en
de aanwezigheid van zowel liggend als rechtopstaand dood hout, naast spontane
verjonging.
Specifieke doelstellingen naar vegetatie en fauna
De ontwikkeling van volgende vegetatietypen wordt beoogd:
zuur eikenbos en eiken-beukenbos met als specifieke soorten o.a.
pijpestrootje, adelaarsvaren, valse salie, pilzegge, wilde kamperfoelie,
dalkruid, ruige veldbies, guldenroede. (Fago-Quercetum)
eiken-haagbeukenbos met voorjaarsaspect en als specifieke soorten o;a.
haagbeuk, speenkruid, bosanemoon, gele dovenetel, donker en bleeksporig
bosviooltje, klein maagdenpalm, witte klaverzuring (stellario-Carpinetum)
De doelstellingen met betrekking tot de fauna zijn vooral soorten gebonden aan
bossen en bosranden.
avifauna: buizerd, ransuil, gekraagde roodstaart, zwarte specht, houtsnip.
zoogdieren: vleermuizen gebonden aan rechtopstaande dode of holle bomen,
vos, ree, wezel, bunzing, eekhoorn.
insecten: eikepage, bont zandoogje, citroenvlinder, hoornaar.
Toegankelijkheid: niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer
Openstelling: Het gebied wordt gratis opengesteld voor wandelen, zachte
recreatie en natuurbeleving. Fietsers kunnen gebruik maken van de dreven rond
het bos. Geleide bezoeken worden op vraag georganiseerd. Het meest zuidelijk
deel zal ingericht worden als natuureducatief bos. Een ruiterpad wordt
aangelegd.
Ligging: toegang via de Belledreef en de Herderinnedreef Veldegem
Oppervlakte: 28 ha
Aard: eiken- enbeukenbos
Eigenaar:
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Zedelgem
Conservator: André Vanhevel, 050/27.78.73
Toegankelijkheid: opengesteld voor wandelen, zachte recreatie en
natuurbeleving, niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html op basis van tekst Andre Vanhevel NP inZICHT
Het Plaisiersbos situeert zich in de zuidoostelijke hoek van de deelgemeente Veldegem, op een boogscheut van het driegemeentenpunt, gevormd door Veldegem (Zedelgem), Ruddervoorde (Oostkamp) en Torhout. Het nagenoeg 22 ha groot loofbos is een relict van het bossencomplex dat zich rond de vorige eeuwwissling nog uitstrekte ten zuiden van de dorpskern van de parochie Veldegem.
Op de topografische kaart draagt dit gebied het toponiem 'Bosserij'. Hiertoe behoorden de 'Twaalf gemete- en de Steenovenbossen'. Aansluitend lagen meer westelijk deTsoengelbossen langs de spoorlijn Torhout-Brugge. Een groot deel van deze bossen, waaronder het huidig Plaisiersbos situeerden zich tot aan de officiele erkenning (1920) van de gemeente Veldegem op Torhouts grondgebied.
Het Plaisiersbos is een jong ontginningsgebied.
Tot voor een paar eeuwen bestond het gebied nog uit woeste, onbewerkte (niet
gecultiveerde) gronden. Het "Veldt" of "Bruyère" zoals de
streek genoemd werd was een uitloper van het grote Bulskampveld dat zich over
een breedte van ongeveer 3 km uitstrekte van Torhout tot Loppem.
Op de kaart van Ferraris (ca 1775) wordt het noordelijk gedeelte naar Loppem
toe, aangegeven als het 'Haemersveld' en het meer zuidwaarts gelegen deel
als de 'Loovelden'. Het veldt bestond uit verspreid bos en was doorspekt
met talrijke vijvers en moerassen. Er waren uitgezonderd de paden, geen wegen,
waardoor het moeilijk toegankelijk was en praktisch onbewoond. De schaarse
bevolking bewoonde de randen en de twee primitieve kernen, het 'Lepegat'
en 't Hoge veldt'.
Het gebruik van sommige delen van het veldt was onderworpen aan een
"cijns", dit is een soort erfpacht of vergoeding (in geld of natura)
tegenover de eigenaar. Voornoemde velden vielen binnen de Heerlijkheid Den
Houtschen op Lophem, die ongeveer 25 cijnzen telde. De naam
"cijnsdreef" (grens tussen Torhout en Veldegem) is mogelijks een
verwijzing naar de tijd van toen. Op het einde van de Cijnsdreef heeft ooit een
afspanning " De Cijns" gestaan. De "Herderinnedreef" kruist
de Cijnsdreef en geeft zuidoostelijk toegang tot het Plaisiersbos. Op de kaart
van Van der Maelen (1845) komt een "Herderinne Cabaret" voor. Deze
namen verwijzen naar de grazige heideachtige toestand van het veldgebied tijdens
de achttiende en negentiende eeuw.
De veel voorkomende struikheide (calluna vulgaris) op het veldt werd door de
bewoners 'krakke' genoemd. Het werd in de herfst gekapt, getrokken of
gemaaid en na droging gebruikt als brandstof, strooisel en zelfs als
dakbedekking op de schamele lemenhuisjes. De dopheide (erica cinerea) is minder
ruig en werd 'heed' genoemd. Zowel krakke als heed leenden zich
uitstekend voor het vervaardigen van veegbezems en pottebezems. De benamingen
'Bezembinderstraat' en 'wijk Pottebezem' getuigen nog van deze activiteit. De
inwoners van Veldegem zijn heden ten dage nog bekend als het 'krakkevolk'.
Reeds tijdens de Oostenrijkse tijd drong de ontginning van veldgebied zich op en dat mede door de stijgende vraag naar hout en de behoefte aan meer voedsel. Het in productie nemen van woeste gronden werd door de opeenvolgende machthebbers (Oostenrijkers, Fransen, Hollanders en Belgen) aangemoedigd via vrijstellingen van belasting. Op het einde van het ancien regime waren grote delen van het "veldt in het bezit van de adellijke familie van Outryve uit Brugge. Ridder Jean-Jaques van Outryve de Merckem (1740-1815) vatte het plan op om deze veldgebieden, voornamelijk op Lophem en op het latere Veldegem te ontginnen en te bebossen. Dit was voornamelijk het werk van zijn pachter Pieter Maertens. Na ontwatering en drooglegging werd er gekozen voor een rationele methode voor bebossing. Er werden veel rechtlijnige dreven aangelegd in dambordstructuur, omzoomd met hoogstammige bomen. De zijden van de percelen hadden een lengte van ongeveer 200 tot 250 meter. Deze dambordstructuur is nog altijd te onderscheiden in het stratenplen van Veldegem. Enkele namen verwijzen nog naar de tijd van een paar eeuwen geleden. We noteren: Bosdreef, Klaverdreef, Belledreef, Bosserij, Boswegel, Halfuurdreef, Cijnsdreef, Herderinnedreef, Acaciastraat die vroeger Acaciadreef heette. De Halfuurdreef was een halfuur gaans lang en liep van op het grondgebied Loppem tot in Torhout.
In de tweede helft van de negentiende eeuw kwamen de meest zuidelijk gelegen bossen in het bezit van de familie de Crombrugge-Matthieu. In de boswachtershoeve, die op de gevel het jaartal 1840 draagt, werd August Plaisier (1855-1933) als opzichter geïnstalleerd. August , voorzien van een Leopold II baard, was een opmerkelijk ondernemende persoon. In februari 1890 diende hij bij het Torhouts stadsbestuur een aanvraag in voor de installatie van een permanente steenoven langs de Herderinnedreef.. Door zijn uiterlijk was August Plaisier een ontzag afdwingende verschijning. Als toeziener, boswachter en beheerder van de steenoven was hij de aanleiding tot de naam "Plaisiersbos".
In 1975 werden het Plaisiersbos, de omringende landerijen en de pachthoeven door de erfgenamen van de laatste adellijke eigenaar verkocht. Het bos, nog 22 hectaren groot, werd samen met nog wat aanliggend weiland aangekocht door de nv Roodaerd uit Waardamme. Het werd strikt privé gehouden en als jachtgebied uitgebaat. Talrijke lage volières getuigen nu nog van de tijd dat honderden gekweekte fazanten werden uitgezet. Tengevolge jarenlange jachtpractijken vertonen veel bomen, vooral beuken, aanzienlijke hagelschade. De positieve kant van deze periode is het feit dat het waardevolle bos voor verdere verloedering en verkaveling gespaard bleef.
Eind 1999 werd het Plaisiersbos door de gemeente Zedelgem aangekocht. Het beheer werd contractueel toevertrouwd aan de plaatselijke natuurvereniging Natuurpunt inZICHT.
Het Plaisiersbos is een oud, gemengd loofbos met overwegend inheemse
bomen en struiken in een gevarieerde structuur. Gedurende decennia is het
afgesloten geweest waardoor spontane regulierende processen hun gang konden
gaan. Op de biologische waarderingskaart is het gebied donkergroen ingekleurd,
wat betekent biologisch waardevol. Bij een inventarisatie door Thomas Defoort
werd het bos gekarakteriseerd als een zuur eiken-beukenbos, met een zeer
interessante zone met eiken-haagbeukenbos, het meest soortenrijke type bos van
alle bostypes.
Zuur eikenbos en eiken-beukenbos.
Het grootste deel van het bos behoort tot het zuur eikenbos-type (Qa), met
plaatselijk dominantie van beuk in de boomlaag (Fs), es, haagbeuk en esdoorn
komen regelmatig voor.
Het bos werd vroeger beheerd als als een middelhoutbos, met voornamelijk
zomereik, soms Amerikaanse eik en plaatselijk ook beuk in de boomlaag en met een
hakhoutlaag van esdoorn. Op verschillende percelen werd tussen de aanwezige
eiken en beuken tevens lork en soms ook populier ingeplant.
In de struiklaag vinden we lijsterbes, spork, ruwe berk, esdoorn, tamme kastanje
en hulst, aangevuld met es en vlier op wat rijkere en nattere plaatsen. De
talrijkste soorten in de ondergroei zijn braam, wilde kamperfoelie,
adelaarsvaren en brede stekelvaren. Dubbelloof groeit vooral langs de
grachtkanten. Op enkele plaatsen komt hop voor. De kruidlaag is best ontwikkeld
in de dreven en bosranden en bevat zachte witbol, pijpestrootje, valse salie,
witte klaverzuring, boszegge, veelbloemige salomonszegel, gewone wederik,
bleeksporig bosviooltje, wijfjesvaren, nagelkruid.
Eiken-haagbeukenbos
In het noordoostelijk deel van het bos komt op de laagste en natste delen van de
vallei een ecologisch zeer interessant bostype voor. Het gaat hier om het
eikenhaagbeukenbos (Qa). Belangrijke soorten in de boom- en struiklaag zijn
veldiep, meidoorn en zwarte els. Het uitgesproken voorjaarsaspect is hier
opvallend met soorten als speenkruid en bosanemoon. Ook de in deze regio zeer
zeldzame kleine maagdenpalm is hier sterk vertegenwoordigd, naast dalkruid
en enkele exemplaren gevlekte orchis. Het eiken-haagbeukenbos is gebonden aan
iets rijkere bodems dan het zuur eikenbos en is zeldzaam in de Vlaamse
zandstreek. De aanwezigheid van dit bijzondere bostype en de gradiënten naar
het aangrenzende bos op basis van verschillen in bodemvochtigheid, bodemtype en
reliëf zijn van groot belang voor de natuurwaarde van het Plaisiersbos.
De algemene doelstelling is het behoud en ontwikkeling van een gevarieerd,
gesloten tot halfopen boslandschap afgewisseld met enkele schrale graslanden en
struweelrijke ruigtes en met goed ontwikkelde zoom- en mantelvegetaties. De
nadruk ligt voornamelijk op patroonbeheer.
Een grote structuurrijkdom en een natuurlijke soortensamenstelling van bomen en
struiken staat hier voorop. De structuurrijkdom wordt hierin vooral bepaald door
de aanwezigheid van open plekken, de ongelijkjarigheid van de boomlaag en de
aanwezigheid van zowel liggend als rechtopstaand dood hout, naast spontane
verjonging.
Specifieke doelstellingen naar vegetatie en fauna
De ontwikkeling van volgende vegetatietypen wordt beoogd:
zuur eikenbos en eiken-beukenbos met als specifieke soorten o.a. pijpestrootje,
adelaarsvaren, valse salie, pilzegge, wilde kamperfoelie, dalkruid, ruige
veldbies, guldenroede. (Fago-Quercetum)
eiken-haagbeukenbos met voorjaarsaspect en als specifieke soorten o;a. haagbeuk,
speenkruid, bosanemoon, gele dovenetel, donker en bleeksporig bosviooltje, klein
maagdenpalm, witte klaverzuring (stellario-Carpinetum)
De doelstellingen met betrekking tot de fauna zijn vooral soorten gebonden
aan bossen en bosranden.
avifauna: buizerd, ransuil, gekraagde roodstaart, zwarte specht, houtsnip.
zoogdieren: vliermuizen gebonden aan rechtopstaande dode of holle bomen, vos,
ree, wezel, bunzing, eekhoorn.
insecten: eikepage, bontzandoogje, citroenvlinder, hoornaar.
Oppervlakte: 23.62 ha
Aard: Zuur eiken-beukenbos
Ligging: zuidoosten van Veldegem
Eigenaar: gemeente Zedelgem
Beheer: Natuurpunt inZICHT
Vrij toegankelijk op de dreven en paden. Opengesteld voor wandelen, zachte
recreatie en natuurbeleving, niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer.
Conservator: André Vanhevel Belledreef,4 8210 Zedelgem 050/27.78.73 andre.vanhevel@advalvas.be
Aanvragen voor geleide wandelingen en/of wandeltochten die het domein
doorkruisen doe je bij Natuurpunt vzw, afdeling inZICHT, p/a Marc Vanachter,
Elzenhoek 4, 8210 Loppem, tel. 050/24.03.61;
Bron: users.pandora.be/andre.vanhevel/Plaisiersbos.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Platte Kreek is een moerasgebied, gelegen in
Lapscheure. De kreek is een overblijfsel van het netwerk van kreken en geulen.
Door de aanleg van dijken bij de verdere inpoldering veranderde het uitzicht van
het geulen landschap. Hier zijn de historische geulen en kreken echter nog
herkenbaar in het landschap en ze vormen vaak zeer waardevolle biotopen.
In een deel van het gebied zien we uiteraard veel riet, maar
vinden we ook soorten zoals de Gele lis, de Waterzuring,
de Zeegroene rus en de Zwanebloem.
In het rietveld broeden een groot aantal typische vogels zoals de Rietgors,
de Rietzanger en de Blauwborst.
Verder vinden we in het gebied ook een slikplaat en zilt
grasland. De slikplaat wordt het hele jaar door bezocht door
tal van steltlopers. Zo komen de Kluut en de Kleine
plevier er regelmatig broeden. Het zilte grasland bestaat uit
een open vegetatie met ondermeer de Zilte schijnspurrie, het Melkkruid,
het Moeraszoutgras en de Aardbeiklaver. In het
najaar pleisteren er vaak tientallen Watersnippen.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Platte%20Kreek/
Ligging:
Oppervlakte: 2 ha
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Damme
Informatie: Rudy Deplae, 050/37.50.73, 0476/88.71.33, Piet Lozie, 050/37.08.92,
Robrecht Pillen, 050/39.06.84
Toegankelijkheid:
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
vzw Natuurpunt was dus de eerste organisatie die de financiële steun
kreeg van vzw Pacha Mama. 2500 euro werd geschonken voor de verdere aankoop van
9 hectare waardevol natuurgebied te Oudenburg, “ ’t Pompje” genaamd.
Dit natuurgebied is een verzameling van weiden achter de oude steenbakkerij langs de vaart Oostende-Brugge. Deze weiden bieden al jaren een plaats om te overwinteren aan de vele kolganzen, kleine rietganzen, wulpen en goudplevieren. Roofvogels zoals de buizerd, de torenvalk, de jaarlijks overwinterende slechtvalk en de zeldzame ruigpootbuizerd zoeken er hun prooi en diezelfde weiden bieden een ideale broedplaats voor o.a. de kievit, kluut, grutto, slobeend en tureluur. Voor deze vogels is het uitermate belangrijk dat dit gebied beschermd blijft. Mede dankzij vzw Pacha Mama is deze garantie er.
Bron: users.pandora.be/pachamama/nl/framesets/content/04_projecten.htm#sch1
Ligging: bereikbaar via Clemensheulestraat Oudenburg
Oppervlakte: 8 ha
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Oudenburg-Gistel
Conservator: Koen Vanhalst, 0475/34.20.30
Toegankelijkheid:
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Ecologische waarde
Kort na de eerste wereldoorlog werd het gebied afgegraven om klei te winnen
voor de productie van baksteen. De niet gebruikte bovenlaag werd op hopen
gelegd. Deze hopen zijn nu nog steeds herkenbaar in het landschap.
Deze afgravingen evolueerden tot drassige weiden.
Vochtige weilanden van dergelijke omvang worden steeds zeldzamer.
Nog meer water
Na de ruilverkavelingen van 1971 werd dit een jachtgebied.
Omwille van de jacht op waterwild werd het gebied dikwijls volledig onder
water gezet via een pijpleiding vanuit het nabijgelegen kanaal Passendale -
Nieuwpoort.
Het reservaat "De Puidenbroeken" verzamelt gedurende de
wintermaanden massa's regenwater dat enkel verdwijnt door verdamping..
Door de onderliggende kleilagen kan het water niet weg.
De voedselrijke natte wei- en hooilanden trekken tal van weidevogels
aan zoals Grutto, Kievit, Tureluur, Wulp,...
Naast de weidevogels profiteren ook kikkers en insecten van deze oase.
Koeien zorgen voor planten
De plantengroei is al evenzeer de moeite waard: Pijptorkruid, Lidsteng,
Aardbeiklaver, Zeegroene rus, ...
Het beheer wordt overgelaten aan grazend vee. Het effect ervan wordt
nauwlettend opgevolgd. Door begrazing van weinig vee op een grote weide-
oppervlakte ontstaat een rijke variatie van kort afgegeten tot ongemoeid
gelaten stukken met als gevolg een grotere verscheidenheid aan leefgebieden
voor planten en dieren.
Toegang
Omwille van de kwetsbaarheid en de te kleine oppervlakte is het reservaat
niet vrij toegankelijk.
Er worden geregeld geleide wandelingen georganiseerd die worden aangekondigd
in het ledenblad van Natuur.blad.
Ligging: Ten zuiden van de dorpskern van Middelkerke, ten noorden
van het kanaal Nieuwpoort naar Plassendale (Vaartdijk Noord)
Oppervlakte: 11.1 ha
Aard: vochtige graslanden
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w
Conservator: Patrick Deknudt, 058-23 63 15, patrick.deknudt@yucom.be
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het reservaat omvat een klein landgoed met oude eiken en beuken,
gelegen op de grens van Polders en Zandstreek te Westkerke. Zoals de naam laat
uitschijnen is het gebied vooral belangrijk als broedterrein van de Blauwe
reiger. In de hoge bomen nestelen jaarlijks een 100-tal paartjes. De kolonie
heeft zich doorheen de jaren weten te handhaven en zelfs uit te breiden, mede
door de nabijheid van een uitgestrekt fourageergebied gevormd door de Moere van
Gistel en de Historische polders van Oostende.
Hoewel het terrein zelf niet toegankelijk is, kan het aan- en afvliegen van de
reigers goed worden waargenomen vanaf de parking te Gistel (tussen afrit 5 en 6)
langs de autosnelweg Jabbeke-Veurne E40.
Naast de Blauwe reigers houden nog tal van andere vogels zich in het gebied op,
o m Torenvalk en Steenuil.
Ligging: ten noorden van de baan Brugge-Gistel - tussen
autostradeparking, Noordstraat en Oude gistelseweg te Westkerke
Opervlakte: 2 ha
Eigenaar: privaat
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: G.Burggraeve 050/60.70.86
Toegankelijkheid: gesloten reservaat - geen bezoekersfaciliteiten
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Reygaartsvliet (De Vrede) Knokke
Vogelrichtlijngebied zonder statuut als reservaat; zeer interessante waterpartij.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Rijckevelde - Sint Kruis/Brugge
Geschiedenis.
De naam Rijckevelde komt van het Oudengels "ryge" =
rogge. De Rijckeveldelanderijen werden vroeger met rogge bebouwd. Andere bronnen
beweren dat "rycke" eerder rug zou betekenen. het domein ligt immers
op eeuwenoude zandruggen, binnenduinen, die ooit gevormd zijn door verstuiving
van quartair zand, dat in het Plistoceen - ongeveer 10 000 tot 18 000 jaar
geleden - door de overheersende noordwestelijke winden werd afgezet vanuit het
Noordzeebekken, dat toen nog een uitgestrekte, droge zandvlakte was. De zandlaag
kan plaatselijk tot 5 m dik zijn.
In de 6de eeuw waren de landerijen eigendom van een Frankische boer, ene Siedsu
- vandaar Siedsele en later Sijsele. Onder de eerste graaf van Vlaanderen
(864-879) werd het domeingrafelijk bezit.
In de 16de eeuw werd er een hoeve en een herenhuis gebouwd. In die tijd was het
domein grotendeels bebost, met hier en daar een stuk heide of woeste grond.
Aan het eind van de 18de eeuw werd het bos deels ontgonnen voor
landbouwdoeleinden en in 1864 was het bos voor de helft verdwenen.
Aan het eind van de 19de eeuw werden nieuwe beplantingen uitgevoerd op
heidegronden. Het domein werd vervolgens doorsneden door de spoorweg
Brugge-Maldegem, die rond 1960 werd opgebroken en nu dienst doet als fiets- en
ruiterpad.
In 1979 werd 76 ha aangekocht door Waters en Bossen en opengesteld voor het
publiek.
het domein is tegenwoordig nog voor 65 % bebost. Rijckevelde ligt in het zuiden,
aan de Meersbeek, ongeveer 7 m boven de zeespiegel. In het noorden, 10 m boven
de zeespiegel, liggen bij de oude spoorwegberm nog overblijfselen van oude
binnenduinen.
De bodem bestaat uit zeer arme en droge tot matig natte zandgrond, die
"podzol" wordt genoemd (overblijfsel van de vroegere uitgestrekte
heidevegetaties).
Rijckevelde heeft nu, dankzij de grote variatie van landschapsvormen, een
belangrijke landschappelijke waarde. Kasteeldomeinen, akkers, weiden en loof-
(Amerikaanse eik, Zomereik, Beuk) en naaldboombossen (Douglasspar, Europese
lork, Grove den, Corsicaanse den) wisselen elkaar af.
Flora: door de afwisseling van bos, akker, weiland en heide vindt men een grote diversiteit van soorten, maar de plantengemeenschappen zijn evenwel weinig ontwikkeld en de meeste soorten zijn vrij algemeen, behalve de Rankende helmbloem.
Fauna: op ornithologisch gebied geniet Rijckevelde al sinds lange tijd bekendheid als slaapplaats van duizenden kraaiachtigen en 's winters, als rustplaats van tientallen Ransuilen.
Ligging: langs de Maalse steenweg (Baan Brugge - Maldegem) te Sint Kruis, ter hoogte van de St Trudoabdij, rechts af door een prachtige beukendreef (Holleweg)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk. Tijdens weekends is het aanpalende militaire domein opengesteld voor het publiek.
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Een 18e eeuwse bron omschrijft het gebied als "eene
uitgestrekte, dorre en onbeploegde vlakte van alle zijden door speereboschjens
omringd".
Sommigen menen dat de naam afgeleid is van het oud-Engelse woord
"ryge" (= rogge), wat een verwijzing inhoudt naar het oorspronkelijk
gebruik van de landerijen als roggevelden. Anderen zijn van oordeel dat
"rijk" staat voor rug, waarmee een verhevenheid in de plaatselijke
zandbodem wordt aangeduid. In die zin zou Rijckevelde verwijzen naar oude
landduinen, die door de wind tijdens de ijstijden werden gevormd (zgn.
pleistocene dekzanden). En inderdaad vindt men de resten van een duinachtig
microreliëf aan de westzijde van het domein ('t Wit zand).
Gedeelten van het gebied werden al vroeg in gebruik genomen: Rijckevelde zou al
in de prehistorie tot woonplaats gediend hebben. Met zekerheid is bekend dat in
de 6e eeuw een erfpachthoeve van Saksische Franken er gevestigd was. In de 16e
eeuw liet "monsieur Wautelet" in Rijckevelde een herenhuis met hoeve
oprichten. Het kasteel, voltooid in 1929, werd opgetrokken in neogotische
stijl en omgeven door een park met vijver. Het kasteel met het aangrenzende park
is eigendom van de stad Brugge.
Westwaarts sluit een militair oefenterrein aan. Men treft er naast coniferen,
veel Tamme kastanje aan. Het militair domein herbergt ook de oudste boom van het
bos: Dikke Bertha, een majestueuze boom waarvan de ouderdom op 250 jaar wordt
geschat. Tot het militair domein behoort ook een heiderelikt. Vooral planten van
het droge heidemilieu en grazige zandbodems groeien er: Zandblauwtje, Glad
walstro, Grasklokje, Liggend hertshooi, Struikheide, Dwergviltkruid e a. Bij dit
gebied leunt ook een struweelrijk (Kruipwilg) enigszins geaccidenteerd terrein
aan dat het voorwerp uitmaakt van een experimenteel begrazingsprojekt door
Shetlandponies. Hun aanwezigheid moet het dichtgroeien van het gebied voorkomen
en nieuwe kansen geven aan de heide.
Het domeinbos bestaat overwegend uit naaldhoutbestanden (Grove den, Douglasspar
en Japanse lork) met een schaarse ondergroei waaronder Braam, Adelaarsvaren en
Rankende helmbloem. Opmerkelijk is de rijkdom aan zwammen in het domeinbos.
Bij vogelliefhebbers geniet het domein vooral bekendheid als slaapplaats voor
kraaiachtigen en als roest- en broedplaats van Ransuilen. De aanwezigheid van
diverse prooivogels (Sperwer, Boomvalk en Torenvalk) en voorkomen van soorten
als Zwarte specht, Barmsijs en Kruisbek bevestigen de grote waarde van het
domein. Voor kinderen vormen de Eekhoorns een boeiende attraktie.
Toch lijkt meer afwisseling aangewezen: er werd nieuw loofbos aangeplant op
verlaten landbouwgronden langsheen de zuidgrens.
Tot de aantrekkelijkheid dragen ook een aantal externe landschapselementen bij:
de bedding van de voormalige spoorlijn fungeert als fietspad, de Gemene en
Loweiden, de Assebroekse Meersen, het Maleveld, de cuesta van Oedelem en het
landgoed Ter Torre.
Ligging: bereikbaar via de Lorreinendreef en de
Rijckeveldeweg te Sint Kruis
Oppervlakte: 131 ha
Eigenaar: stad Brugge (5 ha), Vlaams gewest, Aminal, Ministerie van
Landsverdediging
Beheerder: domeinbos: Aminal, kasteelpark: stad Brugge, Militair domein
Toegankelijkheid: domeinbos vrij toegankelijk - militair domein:
toegankelijk enkel op feestdagen en in weekends
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Rode dopheidereservaat Sint Andries/Brugge
De naam laat zondermeer weten welke plant hier de hoofdakteur is. In ons land heeft deze felgekleurde en aantrekkelijke soort heide een erg beperkt verspreidingsgebied : enkele vlekjes ten zuiden van Brugge, en voorts ook in enige mate in de de oostelijke Kempen. Dit heidereservaatje behoort samen met de heidestukjes in het reservaat Zevenkerken en het nabijgelegen stadsdomein Biesbroek, tot de belangrijkste groeiplaatsen van deze plant in ons land.
In het reservaat zelf heeft zij het gezelschap van nog twee andere heidesoorten nl. gewone dopheide en struikheide. Daarnaast vinden we er nog een greep andere planten eigen aan schrale bodems : Tormentil, Brem, Stekelbrem, Pijpestrootje, Pilzegge,... Onder de dieren kan zeker de Levendbarende hagedis niet onvermeld blijven.
Het heidestukje hoort toe aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening die er pompinstallaties in de grond zitten heeft. Natuurpunt VZW beheert het als natuurterrein. Gezien de waterwinning is de toegang strikt beperkt.
In de voorbije jaren werd er al flink wat werk verzet om het met boomopslag toegroeiende terrein weer open te maken, zodat de hei er verdere kansen behoudt. Er werden ook stukken met Pijpestrootje geplagd om nieuwe kiemingskansen aan de heideplanten te geven. In het najaar en het vroege voorjaar worden regelmatig beheerswerken uitgevoerd.
Door Luc Maene
Wie ’s zomers langs de E40 rijdt, heeft ter hoogte van Brugge misschien
al eens de kleurige heidevegetatie opgemerkt er op verschillende plaatsen
bermen en bosranden siert. Een markante soort van deze heiderelictjes is Rode
Dopheide. Natuurpunt beheert hier het Rode Dopheide reservaat, dat zich over
een paar honderd meter langsheen de autosnelweg uitstrekt. Andere belangrijke
groeiplaatsen van deze soort vinden we in het nabijgelegen stadsdomein
Beisbroek en in het natuurpunt-reservaat Zevenkerken. Deze heideveldjes
herinneren aan een verleden waarin de Brugse zandstreek verschillende
omvangrijke heidegebieden telde.
Rode Dopheide bereikt in Vlaanderen de noordgrens van haar
verspreidingsgebied. Ze komt slechts voor op een paar plaatsen ten zuiden van
Brugge en hier en daar in de Limburgse Kempen. In het reservaat deze
heidesoort rijkelijk aanwezig; vooral het centrale deel wordt van half juni
tot een eind in oktober mooi lila-rode gekleurd door de ontelbare
bloemtrosjes.
In het reservaat is ook Gewone Struikheide volop aanwezig. In een ietwat
vochtiger zone, is eveneens Gewone Dopheide te vinden. Daarmee herbergt amper
2 ha grote reservaat maar liefst 3 heidesoorten.
In de voorbije jaren werd er al flink wat werk verzet om het met boomopslag
toegroeiende terrein weer open te maken, zodat de hei er verdere kansen
behoudt. Er werden met succes ook stukken met Pijpestrootje geplagd om nieuwe
kiemingskansen aan de heideplanten te geven. In het najaar en het vroege
voorjaar worden regelmatig beheerswerken uitgevoerd.
Ligging: in de hoek van de E40 en de Diksmuidse heirweg
Aard: heiderelict
Oppervlakte: 2.4 ha
Eigenaar: Nationale Maatschappij der Waterleidingen
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Brugge
Conservators: Luc Maene, 050/27.86.45, 0486/63.46.68 en Thomas Defoort,
09/232.23.78
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Noordelijk Binnen-Vlaanderen werd in de late middeleuwen door
een brede gordel van woeste gronden in oostwestelijke richting doorsneden.
Tussen deze "velden" (wastinas) lagen uitgestrekte eiken-berkenbossen
en verspreide woonkernen.
Het Rode Dopheidereservaat vormt een restant van het zgn. Panneelveld, dat deel
uitmaakte van het St.Andriesveld. Rond 1775 bestond het Panneelveld uit een
mengeling van heide en hakhout. Het was samen met het domein "den
Beysbroeck" eigendom van de abdij van St.-Andries. Met de konfiskatie van
kerkelijke goederen onder het Franse bewind kwam het gebied in handen van
adellijke families, die het ontgonnen en bebosten. Zo bleef het terrein met bos
bezet tot 1960, toen in het kader van waterwinning boorputten dienden aangelegd,
waarbij het dennenbestand werd gerooid.
Op de kapvlakte ontwikkelde zich op relatief korte tijd een nieuw heideveld,dat
in 1978 door Natuurrreservaten vzw in beheer werd genomen. Het vormt één der
belangrijkste groeiplaatsen van Rode (Grauwe) dopheide in Vlaanderen.
Vergelijkbare vegetaties worden pas ten zuiden van Boulogne in Frankrijk
en aan de zuidkust van Engeland aangetroffen.
Het reservaat kent drie vegetatieypes: vochtige heide, gedomineerd door Gewone
dopheide, droge heide, overwegend bezet met Struikheide, en grazige
overgangszones met Rode dopheide. Andere interessante soorten in deze
plantengemeenschappen zijn o a Kruip- en Stekelbrem. Het gehele terrein, maar
vooral het westelijke gedeelte, draagt veel houtopslag met Zomereik en in
mindere mate Ratelpopulier en Grove den. Dit struweel wordt nu regelmatig gekapt
om de heide in stand te houden. Avifaunistisch is het gebied belangrijk als
broedplaats van Boompieper en Geelgors. Verder komen Boom- en Torenvalk er vaak
een prooi slaan. Ook entomologisch is het terrein niet onbelangrijk, met soorten
als Schildrups, Eikepage, Grote vos en tal van graafwespen. Overigens bereikt de
verspreiding van de Levendbarende hagedis er plaatselijk een hoge dichtheid.
Ligging: langsheen de autosnelweg Oostende-Brussel t h v
de Diksmluidse Heerweg St. Andries (duiker onder autostrade)
Oppervlakte: 2.5 ha
Eigenaar: Vlaamse Maatschappij der Waterleidingen
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: Luc Maene 050/27.86.45
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis Romboutswervedijk
Damme is in veel opzichten één van onze mooiste hoekjes in het
polderlandschap. Dit voormalig havenstadje was historisch van groot
strategisch belang, zowel economisch als militair. Het verloor zijn positie
als 'Brugse voorhaven' door de verzanding van zijn verbindingsweg met de
open zee. Die toeslibbing van de Zwingeul was in grote mate het gevolg van
dijkenbouw.
Vandaag ligt Damme vredig temidden van het netwerk van oude zeedijken,
waaronder de Romboutswervedijk één van de meest opvallende is.
Ganzen
In dit gebied verblijven 's winters regelmatig grote groepen wilde ganzen.
De Noord-Westvlaamse kustpolders in het algemeen en Damme in het bijzonder,
zijn enorm belangrijk als overwinteringsplaats voor wilde ganzen, vooral
kolganzen en klein rietganzen. Deze situatie is zelfs uniek te noemen
volgens Belgische en West-Europese normen. Het gebied kreeg dan ook het
predikaat "Internationaal belangrijk" als pleisterplaats van
ganzen.
Ook voor talrijke doortrekkende en overwinterende watervogels is dit gebied
de uitverkoren plek.
Ligging: bereikbaar via Romboutswervedijk Damme
Oppervlakte: 13 ha
Aard: oude zeedijk
Eigendom: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Damme
Conservators: Rudy Deplae, 050/37.50.73, 0476/88.71. 33 en Piet
Lozie, 050/37.08.92 en
Robrecht Pillen, 050/39.06.84
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - enkel met geleide bezoeken
en op afspraak
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Door zijn 'scheve' populieren
is de Romboutswervedijk in Damme één van de meest opvallende dijken
uit de streek. Het Romboutswerve-reservaat maakt deel uit van een groot weidecomplex
dat rond het jaar 1200 op de zee werd veroverd. Het gebied ligt ongeveer op
vloedhoogte of amper 4 meter boven de ebstand van de zee.
Door het bultig grasland snijden de Romboutswerveader en nogal
wat afwateringssloten. Ze zijn begrensd door moerassige stroken. De vzw De
Wielewaal, vereniging voor natuurstudie en natuurbehoud, is eigenaar en
beheerder van dit gebied.
Dit gebied is één van de gebieden in de polders die als overwinteringsplaats voor wilde ganzen fungeert. In de Romboutswerve werden Rotgans, Brandgans, Roodhalsgans, Kleine en Gewone Rietgans en Grauwe Gans waargenomen. Het is ook zeer belangrijk voor de grote aantallen Kolganzen die er komen pleisteren en dient ook als overwinteringsplaats voor de Kleine Rietgans. Hiermee heeft het gebied ook een internationaal belang.
In De Romboutswerve broeden ook typische weidevogels zoals: Kievit, Grutto, Slobeend en Scholekster. Ook de Torenvalk, Steenuil en Bosrietzanger zijn er vaste broedvogels.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Romboutswerve/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Ruidenberg (45 m) - in de volksmond Rumberg" - maakt
samen met de nabijgelegen Belhutteberg, deel uit van de noordelijke steilrand
van het Plateau van Wijnendale. Dit plateau, met een hoogteligging tussen de 25
en 50 m, scheidt de Polders van de Vlaamse zandstreek. De bodem bestaat er
overwegend uit lemig zand met een kleiige ondergrond (Paniseliaan, afgezet
tijdens het Tertiair). Net als de Kemmelberg en de Cuesta van Oedelem vormt ook
de Ruidenberg een zgn. getuigeheuvel, die wijst op een hogere ligging van het
landschap vele duizenden jaren terug. Tijdens de ijstijden van het kwartair
daalde het zeewaterpeil spectaculair. Rivieren en stromen schuurden toen brede
valleien uit, waarbij zachtere bodemlagen werden weggeërodeerd. Meer duurzame
lagen, zoals het Paniseliaan, boden beter weerstand. Zo ontstonden glooiingen en
heuvels zoals de Ruidenberg. De hoge ligging en de bijzondere geologische opbouw
met doorlatende en watervoerende bodemlagen, zorgen voor het ontspringen van
diverse bronnen, waarvan de St.Maartensbron (Bergstraat) en de Fonteine
(Wijnendalebos) wellicht de bekendste zijn.
De omgeving van Ruidenberg is vooral landschappelijk bijzonder waardevol.
Het vormt een uitgesproken agrarisch gebied met enkel wat landelijke bewoning.
Bomenrijen en kanthagen benadrukken er de contouren van wegen en
perceelsgrenzen. Verspreid in de periferie situeren zich ook wat struweel en bos
(o m de domeinbossen van Koekelare).
Ligging: bereikbaar via de Ruidenbergstraat en de
Steenstraat te Edewalle-Koekelare
Oppervlakte: ca. 100 ha
Eigenaar: privaat
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op openbare wegen
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Sashul Heist
De sashul is eigenlijk een restant van het vroeger stapelterrein
van steenblokken die men nodig had voor de bouw van de strekdammen van de haven.
Oorspronkelijk was gans de site tussen de zeesluizen en Heist voorbestemd om als
buffergebied tegen de haven ingericht te worden. Eenmaal de havenwerken voltooid
trok het havenbestuur zijn belofte in en werd het buffergebied als
industrieterrein heringericht. Uiteindelijk kon er na diverse tussenkomsten toch
nog een derde gevrijwaard worden waarna dit door de dienst AMINAL als een
natuurpark ingericht werd. De 'sashul' vormt een schakel tussen de baai van
Heist en de kleiputten. Door het feit dat men deze vroegere polder met
schelpenrijk zand opgespoten heeft is er een zeer interessante kalkminnende
vegetatie ontstaan. Er zijn diverse wandelpaden aangelegd en in de schuilhut kan
men genieten van steltlopers die op de aanwezige plassen fourageren. De riet- en
weilanden rond de vuurtoren vormen ook een deel van het gebied.
Voor meer informatie: ir. Jean-Louis Herrier, coördinator
kustzonebeheer, Afdeling Natuur, Graaf de Ferraris-gebouw, Emile Jacqmainlaan
156 bus 8, 1000 Brussel, tel. 02/553.76.83
Voor wandeling in het natuurreservaat 'SASHUL'.
Biotoop: Oud opgespoten terrein, ingericht als natuurreservaat met duintjes en
vochtige weilanden en rietdepressies. Graasbeheer met Shetlandpony's.
Periode: Interessants in het voorjaar en het zomerhalfjaar. Broedende
weidevogels zoals Kievit en Scholekster, en waterwild. Tevens broedgebied van de
Kleine plevier.
Van half mei tot juni ook interessant voor de bloei van orchideeën.
Duur: 1½ à 3 uur.
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/seite8.htm
De Sashul: een kunstmatig kalkrijk duinlandschap.
De opgespoten bodem van de Sashul bestaat voornamelijk uit schelpen en dus kalkrijk zand. Het, weliswaar kunstmatig, fysisch milieu van de Sashul vertoont bijgevolg veel gelijkenis met het natuurlijk fysisch milieu van de jonge, kalkrijke kustduinen. Dit komt duidelijk tot uiting in de begroeiing. De ondiepe depressies, die tijdens winter en lente meestal blank staan maar tijdens de latere zomer droog vallen, herbergen pioniervegetaties die in vochtige duinvalleien thuishoren. Zo kun je er o.a. Sierlijke vetmuur, Fraai duizendguldenkruid en Waterpunge aantreffen, alsook soorten die herinneren aan de zoute oorsprong van het opgespoten zand: Zeevetmuur, Aardbeiklaver, Hertshoornweegbree en Zeeaster. De matig tot zeer droge ruggetjes zijn bedekt met duingraslandvegetaties van o.a. Kandelaartje, Scheve hoornbloem, Kleine leeuwetand, Duinlangbaardgras, Knolbeemdgras, Gewone rolklaver, Scherpe fijnstraal, Ruwe klaver en Blauw walstro. Deze matig vochtige tot droge duingraslandjes bezitten ook al een aardige paddestoelenflora met o.a. verscheidene soorten fel gekleurde wasplaten. Een buitenbeentje is het Kaal breukkruid, een kalkminnend plantje dat wellicht met het kalksteenpuin vanuit de Waalse steengroeven werd ingevoerd en waarvan de Sashul en de oude spoorwegberm tussen Heist en Zeebrugge tot nog toe de enige groeiplaats aan de Vlaamse kust vormen. Het opvallendst in de droge duingraslandjes zijn de forsere kalminnende ruigtekruiden Slangenkruid, Jacobskruiskruid, Gewone en Kleine teunisbleom. Langs de dijkbermen staat de voor kalkrijke bodems kenmerkende Bijenorchis en Wilde kaardebol. Bij de inrichting als natuurdomein werden ook duintjes aangelegd en beplant met Helm. Aan de voet van de Sashul, langs het Barns vaartje, kwelt het kalk- en ijzerrijke grondwater vanuit het zandlichaam op. In deze natte kwelzone staat een belangrijke populatie Rietorchis. Op het plateau van de Sashul ontspruiten spontaan Duindoorn- en wilgenstruwelen.
Fauna.
De Sashul geeft tijdens de wintermaanden een eerder desolate
aanblik. Door de stenige zandbodem zijn de plassen hier dan immers te voedselarm
om veel watervogels en steltlopers aan te treffen. Niettemin pleistert hier dan
vaak het onopvallende Bokje, terwijl zijn veel forsere neef, de Houtsnip, rust
in de struwelen en bosjes. Vanaf de vroege lente tot midden de zomer kennen de
ondiepe plassen en omringende kort grazige open terreinen een uitbarsting van
insectenleven dat op zijn beurt heel wat vogels antrekt. De keienstrandjes zijn
dan erg in trek bij Kleine plevier en Witte kwikstaart, terwijl de kort
begroeide oevers en ondiepe plassen een aantrekkingspool vormen voor de
weidevogel Kievit, de kustvogelsoorten Scholekster en Tureluur en de
watervogels Wilde eend en Meerkoet. Daarnaast houden meeuwen ervan zich te komen
poetsen in de talrijke plassen. Met wat geluk kun je er naast de algemene
soorten Kokmeeuw, Zilvermeeuw en Kleine mantelmeeuw, ook wel de schaarsere
Zwartkopmeeuw waarnemen. Maar ook de Duindoorn- en wilgenstruwelen zijn in trek.
Hier broeden o.a. Zomertortel, Kneu, Roodborsttapuit, Nachtegaal, Grasmus,
Fitis, Sprinkhaanzanger, Bosrietzanger en Spotvogel. In de duinrietruigten
broedt steeds vaker de Graszanger, een oorspronkelijk zuidelijke soort.
Tenslotte is ook de Patrijs een vaste broedvogelsoort.
Doordat de Sashul op de belangrijke kustvogeltrekroute ligt, vormen zijn
struwelen en bosjes tijdens de voor- en najaarstrek ideale rustplaatsen voor
heel wat zangertjes. In de struwelen en bosjes worden dan regelmatig Bonte
vliegenvanger, Vuurgoudhaantje en zelfs Draaihals waargenomen terwijl de open
terreinen het bezoek krijgen van kleine lijsterachtigen zoals Tapuit en Paap.
Op de Sashul gedijt nog een vitale populatie van het Konijn, die een aardige
bijdrage levert aan het kort houden van de graslanden. Ook zijn natuurlijke
vijand, de Wezel, is hier van de partij. Reeds aangetroffen amfibieënsoorten in
het Barnse vaartje, de plassen van de Vuurtorenweiden en de Sashul zijn Gewone
pad, Bruine kikker, Groene kikker en Kleine watersalamander.
Bron: folder "Welkom in het natuurdomein de Sashul en de Vuurtorenweiden" Ministerie v d Vlaamse Gemeenschap afdeling Natuur
Tussen de twee gebieden - naast het oude vuurtorentje van Heist
- vinden we - het gebied 'Sashul'. Het is een opgespoten terrein dat momenteel
ingericht wordt als natuurgebied. Het gebied is goed ingericht voor de wandelaar
en er is een heuse - als duin gecamoufleerde - vogelkijkhut.
Het gebied is een stapsteen tussen de kust en de polder waar door de opgespoten
gronden vooral duinplanten voorkomen.
De drie gebieden vormen samen met de Palingpotweiden bij
Ramskappele een buffer tegen de verdere uitbreiding van de haven.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Baai%20van%20Heist/
Deze bufferzone is eigendom van het Vlaams gewest (AWZ, afd. Waterwegen Kust) en kreeg de naam 'De Sashul'. Sas slaat op het in de buurt gelegen oude Sas van Heist, de sluizen op de monding van Leopold- en Schipdonkkanaal. Het opgehoogd terrein zelf vormt een heuveltje, een hul in het West-Vlaams. Het terrein heeft een aantal bijzondere natuurwaarden: hier broeden Kleine plevier, Scholekster, Patrijs, Graszanger en Roodborsttapuit. Bijzondere plantensoorten zijn onder andere Sierlijke vetmuur en Strandduizendguldenkruid.
Bron: Natuur daar zorgen wij voor, nov-dec 1999.
WANDELING IN HET NATUURRESERVAAT 'SASHUL'.
Biotoop: Oud opgespoten terrein, ingericht als natuurreservaat met duintjes en
vochtige weilanden en rietdepressies. Graasbeheer met Shetlandpony's.
Periode: Interessants in het voorjaar en het zomerhalfjaar. Broedende
weidevogels zoals Kievit en Scholekster, en waterwild. Tevens broedgebied van
de Kleine plevier.
Van half mei tot juni ook interessant voor de bloei van orchideeën.
Makkelijk te combineren met wandeling 6 'de Kleiputten van Heist' en/of
wandeling
7 'de Baai van Heist'
Duur: 1½ à 3 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
De schobbejak (20 ha) is een laaggelegen wedegebied waarin de waardevolle schorrevegetatie wordt gehandhaafd. Saardoor worden een aantal zeldzame weide- en rietvogels aangetrokken. Mits specifieke beheersvoorwaaren in acht te nemen, kunnen landbouwers gratis vee laten grazen.
Bron: www.jabbeke.be/www_extra/stalhille.pdf
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De Schobbejakshoogte, gelegen in het bosgebied Ryckevelde te St Kruis, Brugge, is een overblijfsel van een heide- en stuifzandgebied. Het beslaat 6 ha en is eigendom van het Ministerie van Landsverdediging. De legeroverheid heeft welwillend een beheerscontract gesloten met Natuurpunt. Dit laat Natuurpunt toe, door aangepaste beheersmaatregelen, het gebied te herstellen tot het oorspronkelijk milieu van de heivlinder. De heivlinder is een vrij zeldzame vlinder in Vlaanderen. Zijn verspreiding is beperkt tot droge graslanden, heidegronden en duinen. Ooit werd hij waargenomen op de Schobbejakshoogte.
Ligging: in het bosgebied Ryckevelde ten zuidoosten van St-Kruis,
nabij Engelendale, bereikbaar via de Lorreinendreef Sint-Kruis/Brugge
Oppervlakte: 6 ha
Eigenaar: Ministerie van Landsverdediging
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Brugge
Aard: landduinen en heiderelicten
Conservators: Arnout Zwaenepoel, 050/82.26.97 en Filip Roos, 050/37.76.01
Toegankelijkheid: slechts toegankelijk tijdens weekend en tijdens geleide
wandelingen. De militaire overheid laat geen toegang tijdens de week toe.
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Oppervlakte: 8.7 ha
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w Middenkust
Status: erkend reservaat
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Aard: poldergraslanden
Oppervlakte: 2.3 ha in eigendom
Ligging: ten noorden van Oud Fort Sint-Donaas Knokke
Conservator: Luc van Rillaer, N.Detièrestraat 21, 8300 Knokke-Heist
tel.: 050/40.32.70
Toegankelijkheid: uitsluitend toegankelijk tijdens geleide
wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
NAAR HET NATUURRESERVAAT 'ST-DONAASPOLDER'.
Biotoop: Weidegebied met enkele poelen.
Natuurreservaat in eigendom van Natuurpunt vzw.
Periode: Januari tot eind juni: eind winter: overwinterende ganzen: Kolgans en
Kleine en Grote rietgans.
Voorjaar: weidebroedvogels, zoals Kievit, Grutto en Scholekster, en waterwild,
o.m. Slobeend, Zomertaling, Wilde eend en Kuifeend. In de rietkragen Kleine
karekiet, Rietzanger en Blauwborst.
Enkel toegankelijk onder begeleiding van een gids van Natuurpunt vzw.
Natuurgebied in eigendom van Natuurpunt vzw. Conservator: Luc Van Rillaer - tel.
050/62.35.69
Duur: 1½ à 3 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis.
Het bos heeft zijn naam te danken aan het café "Smisje" dat ooit
in deze buurt stond maar nu verdwenen is.
Het bos was lange tijd eigendom van het Brugse OCMW, maaar in 1990 kocht de
Vlaamse Gemeenschap het bos aan. Het ongeveer 8 ha grote bos kan worden
bewandeld via de bestaande wegen.
Flora.
Het bos is hoofdzakelijk beplant met Corsicaanse den (20 m hoog). In de vrij
soortenarme ondergroei treft men massaal Braam aan, maar ook steeds meer Gewone
vlier en Adelaarsvaren.
Het is de bedoeling het bos geleidelijk aan te verjongen met loofbomen (Tamme
kastanje, Zomerlinde, Zomereik).
Fauna.
Aangezien de jacht verpacht is en het gehele jaar door op konijnen mag worden gejaagd is het mogelijk dat men jagers tegenkomt in het bos.
Ligging: toegang op kruispunt van Heidelbergstraat en Stuivenbergstraat Loppem, nabij de spoorwegoverweg lijn Brugge-Kortrijk
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Terug naar Tabel Natuurgebieden
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
In de weiden rond Ter Doest voelen ZeeasterZ zeekraal, Zilte spurrie en Zeebies zich prima in hun sas. Hun benaming maakt meteen duidelijk dat het zout van de zee nooit ver weg is. Oorzaak hiervan is de doorsijpeling van brak water uit het Boudewijnkanaal. De pollen- en bultenrijke zilte vegetaties vormen voor de Tureluur, de zoutliefhebber onder de weidevogels, een waar paradijs. Jaarlijks komen er zo'n 15 koppels tot broeden. In totaal broeden er slechts een 270-tal in ons land.
Een smeltkroes van natuur en cultuur
Natuur en cultuur zijn te Lissewege bovendien sterk verweven. De zilte
weilanden doen terugdenken aan het oorspronkelijk schorremilieu waarin de
Cistercienzers zich vestigden toen ze in de 13e eeuw met de ontginning van
het polderland begonnen. Het laaggelegen karakter van de huidige
reservaatspercelen zijn bovendien aan de Cisterciënzers te danken. In deze
percelen werd namelijk klei gewonnen voor het bakken van stenen voor de bouw
van de abdij Ter Doest. De laaggelegen moerassige plek kreeg door
deze kleiwinning dan ook de naam 'Meunikkenmoere'.
Uitbreiding :
De huidige 9,1 ha werd uitgebreid met twee mooie percelen van
respectievelijk 3,8 ha. en 2,2 ha. In totaal is het weidevogelreservaat 16
ha groot. Momenteel zijn nu onderhandelingen gestart om ook andere percelen
te kunnen aankopen. Wij hopen op een goed resultaat. Het is uiteraard de
bedoeling om tot een mooi aaneengesloten stuk te komen, waar de plaatselijke
fauna en flora in het kader van de historische achtergrond van Lissewege
goed tot hun recht komen.
Monitoring :
Het is belangrijk voor het te voeren beheer dat jaarlijks alle planten geïnventariseerd
worden, vogels geteld worden, zoogdieren bekeken worden, insecten gevangen
(en terug vrijgelaten) worden, ….. Soms word er daarvoor beroep gedaan op
een expert of op vrijwilligers die uit hun interesse willen meewerken.
De planten van het weidevogelreservaat :
De recent aangekochte stukken zijn Kamgrasweiden, waarvan de weide grenzend
aan de eendenkooi ook veel Moeraszoutgras herbergt en een aantal zilte
plantensoorten zoals bv. Zeeaster. Het is opvallend dat het aantal soorten
zilteplanten van de recente aangekochte percelen zeer beperkt is in
vergelijking met de overige percelen. Het stukje grond dat in 1999
aangekocht werd en die dichter bij het Boudewijnkanaal ligt, heeft meerdere
zilte soorten. Zo staat er bijvoorbeeld veel Dunstaartje, Zilte rus, Zilte
greppelrus en Zeebies. Wellicht is de kweldruk groter in de percelen dicht
bij het kanaal.
De vogels van het weidevogelreservaat :
In ons reservaat broedde: 11 koppel Grutto, 6 koppel Tureluur, 11 koppel
Kievit, 3 koppel Waterhoen, 2 koppel Meerkoet, 1 koppel Kuifeend, 1 koppel
Slobeend, minstens 10 koppel Wilde Eend en een aantal zangvogels zoals bijv.
een Kleine Karekiet (2 koppels), 2 kp. Waterral, 1 kp. Bruine Kiekendief en
6 zp. van Rietzanger. Naast de broedvogels zijn er ook veel vogels die hun
eten of rust komen opzoeken, het zijn meestal : Scholeksters, Witgatjes,
Zwarte Ruiters, Watersnippen, Smienten, Wulpen en zeker Kleine
Zilverreigers, een soort die dagelijks (de maanden april tot augustus niet
meegerekend) aanwezig is in het weidevogelreservaat.
Leuke waarnemingen dit voorjaar (2003) waren een Rode Wouw, 36 Kleine
Zilverreigers, een slaapplaats van Waterpiepers en Graspiepers, drieduizend
Kolganzen en meerdere Brandganzen.
Omdat het weidecomplex van Ter Doest een mooi aaneengebreid gebied is, van
weiden met één of meerdere poelen, van zilte bultenrijke weiden, van mooie
rietkragen(veld) en van een eendeplas, wordt het complex aangedaan door veel
vogelsoorten. Het is zeer leuk turen naar de vogels van op de opgehoogde
oever van de kanaalberm.
Beheer :
De gevoerde beheersmaatregelen kaderen in het natuurherstel van Ter Doest,
gelinkt aan de historische achtergrond van het gebied. De beheerscommissie
is tweemaal samengekomen.
Dankzij de inzet van vele vrijwilligers (waarvoor nogmaals dank) en de
terreinploeg van Natuurpunt werden volgende werken uitgevoerd: het
aanplanten van knotwilgen, het snoeien van wilgen, het herstellen van
omheiningen, maaien,……. Het zijn veelal de jaarlijkse terugkerende
beheerswerken. Om de kweldruk vanuit het nabijgelegen kanaal na te gaan en
om uiteraard het gevoerde beheer beter te kunnen afstemmen op de
doelstellingen heeft een Nederlands Onderzoeksinstituut een 8-tal peilbuizen
gestoken. Wekelijks wordt de grondwaterstand en de kweldruk nagegaan. Bij
wijze van experiment werden een aantal depressies uit het eerste stukje
reservaat 40 à 50 cm. uitgediept. Daarvoor werd een betoelaging gekregen
van de Provincie West-Vlaanderen.
Iedere eerste zaterdag van de maand (niet van maart tot juli) is er een
beheerswerkdag in het weidevogelreservaat. Om 9h00 spreken we af aan de kerk
van Lissewege, het einde is steeds voorzien rond 12h00, uitgezonderd 3
februari want dan wordt er doorgewerkt tot 17h00. Gelieve steeds laarzen en
werkhandschoenen mee te brengen.
Voor meer info over de beheerswerkdagen kan je terecht bij Paul D'hoore,
Leliestraat 12 8310 Assebroek, 050/38.77.89
Naar aanleiding van het Europees project "doelstelling 2 -
heropwaardering van de kust" werd er vorig jaar bij het
Provinciebestuur van West-Vlaanderen een aanvraagdossier ingediend voor de
uitbouw van een natuur-historisch educatief wandelpad, gekoppeld aan een
reliëfherstel op een drietal percelen van het reservaat. Eind vorig jaar
werd het project definitief goedgekeurd.
Partners binnen het project zijn: Provincie West-Vlaanderen, Havenbestuur
Zeebrugge, Stad Brugge, West-Vlaamse Vrijetijdsvereniging, Europa en
uiteraard Natuurpunt afdeling Brugge. Hun inbreng betreft: verlenen van een
bouwvergunning, principiële akkoorden, praktische regelingen, financiële
inbreng, ...
Het project omhelst twee grote luiken:
Luik 1: uitstippelen van een wandelroute.
Dankzij de nieuwe route (ca. 8 km. lang) zullen alle geïnteresseerde
recreanten het reservaat kunnen bezoeken. Het vertrek- en eindpunt is de
kerk van Lissewege, waarbij een mooie lus gemaakt wordt rond de historische
weiden van Ter Doest. Het parcours snijdt niet door het reservaat, maar wel
er langs. Langsheen het pad zullen een vijftal informatieborden staan, die
vooral het verband cultuur/historiek en natuur zullen aantonen.
Eveneens is het de bedoeling een vogelobservatiehut te plaatsen op de oever
van de kanaalberm, met uitzicht op het reservaat. Hiervoor werd momenteel
nog geen toestemming verleend van het Havenbestuur.
Luik 2: herstel historisch reliëf.
Gedurende de laatste decennia werden veel grachten toegemaakt, werden
percelen opgehoogd, kleine landschapselementen weggewerkt,... ten gunste van
de landbouw.
Met dit project willen we echter onze reservaatspercelen herstellen in hun
oorspronkelijke vorm, gebaseerd op oude kaarten (van rond de jaren 1700).
Dat wil zeggen dat alle irrigatiekanaaltjes uitgeplagd zullen worden en dat
een tweetal hoger gelegen stukken integraal zullen afgegraven worden tot op
het maainiveau. De graafwerken zullen in augustus van dit jaar starten.
Voor dit alles werd uiteraard een bouwvergunning verkregen. Daar ons
reservaat in het Gerangschikt landschap Ter Doest bevindt, moeten wij
rekening houden met de historische context van het gebied.
De officiële opening van het parcours is voorzien in het voorjaar van 2004.
Meer nieuws hierover zult u op deze site alsook in ons plaatselijk
tijdschrift De Spille (ex-Wietsjoe) kunnen terugvinden.
Ligging: bereikbaar via de Ter Doeststraat Lissewege
Oppervlakte: 18 ha
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Brugge
Toegankelijkheid: enkel toegankelijk tijdens geleide wandelingen, ook
te overzien vanaf de weg
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Vlak bij de statige poldertoren van Lissewege en de bij de monumentale schuur
van Ter Doest ligt het weidevogel reservaat 'Ter Doest'. De weiden
zijn er erg zout door de invloed van het zoute
water uit het Boudewijnkanaal. Planten met de naam Zeeaster, Zeekraal,
Zilte spurrie en Zeebies
voelen zich in dit poldergebied prima in hun sas. Hun benaming maakt meteen
duidelijk dat het zout van de zee in de polders nooit ver weg is.
De bultenrijke zilte graslanden vormen voor de Tureluur een
waar paradijs. Jaarlijks komen er zo'n 10 -15 koppels broeden. Ter vergelijking:
in totaal broeden er slechts een 130-tal in ons land.
Natuur en cultuur zijn te Lissewege bovendien sterk verweven. De zilte weilanden
doen terugdenken aan het oorspronkelijk schorrenmilieu wàarin
de Cisterciënzers zich vestigden toen ze in de 13e eeuw met de ontginning van
het polderland begonnen. Het laaggelegen karakter van de huidige
reservaatspercelen zijn bovendien aan de Cisterciënzers te danken. In deze
percelen werd namelijk klei gewonnen voor het bakken van stenen voor de bouw van
de abdij Ter Doest. De laaggelegen moerassige plek kreeg door deze kleiwinning
dan ook de naam 'Meunikkenmoere'.
Bijna het hele poldergebied is te bekijken van op het Ter Doestpad.
Op aanvraag kan ook in een geleide wandeling
voorzien worden.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Ter%20Doest/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Historiek
Het Tillegembos (117 ha) ligt tegenaan de Brugse agglomeratie en is het oudste provinciedomein van West-Vlaanderen. In 1963 werden de eerste 44 ha aangekocht en daarna werd dit domein regelmatig uitgebreid.
Natuur - Cultuur
De inrichting van het domein is hoofdzakelijk afgestemd op de passieve recreatie.De natuureducatieve voorzieningen zijn eveneens belangrijk.In bepaalde domeingedeelten wordt aan natuurontwikkeling gedaan:droge heide, natte heide, vijver met rietkraag. Al wandelend ontdek je er grote verscheidenheid. Naald-en loofbossen wisselen elkaar af. Plaatselijk komt er ook heide en schraal grasland voor. In de vallei van de kerkebeek vind je elzenbroeken.
Tillegem heeft ook cultuurhistorisch een en ander te bieden: een prachtig omwald kasteel met een formele tuin, een neo-gotische domeinhoeve met een rosmolen.
Bron: www.west-vlaanderen.be/leefomgeving/domeinen/Tillegembos.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Op een heuvel (vroeger "Cleythil" genaamd), langs de weg van Maldegem naar Knesselare, ligt een met grachten omringde hoeve. Dit is de voormalige proosdij van Papinglo, daterend uit de twaalfde eeuw. Het lag in de bedoeling dat monniken van de Baafsabdij te Gent vanuit deze abdijhoeve terrein wonnen op de toen alomtegenwoordige heide en "wastine" (woeste grond) door heideontginning (rechtlijnige dreven, afplaggen van heidegrond) en via visteelt in semi-natuurlijke vijvers en bos-en landbouw geld in de lade brachten. De bossen rond Papinglo waren dichte bossen, die langs de Splenterbeek, dicht bij Burkel waren minder dicht begroeid, zogenaamd "magere" bossen. Bossen en akkerland zijn in de loop der eeuwen niet aangegroeid, integendeel er waren perioden gedurende dewelke hun aandeel sterk verminderde ten voordele van de langs alle kanten omliggende heide. De bosontginning en dan met name van het Burkelbos was tot begin de twintigste eeuw een grote bron van tewerkstelling voor het dorp Kleit. Ook bladgrond werd uit het bos geharkt voor verkoop aan bloemisten. Niet zonder reden heeft men Kleit het "bezembindersdorp" genoemd. Bezems werden uit berkerijs, de twijgen van berkescheuten, "ginst" (brem) of "krakke" (struikheide) gemaakt. Pas met de komst van de moderne landbouw werd het areaal bos en heide zwaar teruggedrongen tot de huidige proporties. Het Torrebos is een biologisch waardevol bos van 3.3 hectare gelegen langs de Torredreef parallel met de Aalterbaan ter hoogte van Burkelbloem. Dit gemengd bos met een gevarieerde ondergroei van hulst, éénstijlige meidoorn, lijsterbes en gelderse roos is sinds halverwege 1998 in eigendom van Natuurreservaten vzw. Een groepje ruwe iep, een broedgeval van sperwer, een gevulde paddestoelenlijst met o.a. gele knotszwam en rijkelijk aanwezige mossen en korstmossen maken het geheel tot een interessante "stepping stone" (pitstop maar dan niet voor de formule I liefhebbers) tussen Burkel en Drongengoed. Op sommige plaatsen dagzoomt de klei (wat niet verwonderlijk is gezien het reservaat op een getuigenheuvel ligt), elders woekert adelaarsvaren. Beheersplannen genoeg dus, die in de eerste plaats gericht zijn op het toegankelijk houden van het reservaat en het verwijderen van exoten. Op langere termijn wordt hier en in aanpalende percelen die we graag zouden verwerven, gestreefd naar een open tot halfopen kleinschalig mozaieklandschap zoals het er destijds moet hebben uitgezien. Soortenrijke graslanden en structuurrijk bos zullen worden afgewisseld met verspreide struwelen, spontane bosopslag, houtkanten en dreven. Voor het huidige Torrebos wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een zuur eiken-berkenbos. Voor de noordelijke percelen die nog geen eigendom zijn van Natuurreservaten alsook de percelen richting Burkel-Kallekensbos zal worden gestreefd naar beekbegeleidend essen-olmenbos (bv langs de Splenterbeek), natte heide en heischrale graslanden.
Conservator: Develter Dirk (050/71 91 82)
Bron: users.skynet.be/fa302024/paginas/home.htm
Bij de openstelling in 1963 had het nieuwe domein een oppervlakte van 44 ha.
Later werd hieraan 5 ha toegevoegd. In 1981 werd het domein nogmaals uitgebreid
met het kasteel en het aansluitende park.
Tot vóór de Franse revolutie maakte het deel uit van de Heerlijkheid Tillegem.
De naam Tillegem wijst op een plaats (gem = heem, plaats) bij een brug (tille =
brug), waar mogelijks een schans of een verdedigingstoren stond. Zo'n 200 m ten
zuidoosten van het kasteel, vlakbij de Kerkebeek, bevindt zich inderdaad een
oude mote met cirkelvormig grachtenpatroon.
Het Tillegembos bezit een overwegend arme, zure zandbodem met soms een ietwat
venige inslag. Naar de Kerkebeek toe komen ook rijkere alluviale gronden met
klei en lemig zand voor. Op de meest zandige plaatsen vertoont de bodem een
karakteristieke podzol-struktuur met een uitgespoelde ijzer- en humushorizont,
wat wijst op een ongestoord bodemprofiel. Op dergelijke bodems zijn associaties
van Zomereiken, Berken en heideplanten kenmerkend. Van die oorspronkelijke
plantengemeenschap zijn in het Tillegemdomein echter alleen fragmentaire sporen
aanwezig. Kappingen en nieuwe aanplantingen zorgden voor gemengde bestanden met,
naast Eik en Berk, Es, Esdoorn, Linde, Boskers en Beuk, ook monoculturen van
Grove den, Lork, Corsicaanse den en Douglasspar. Merkwaardig zijn wel een aantal
oude Eikenhakhoutbestanden met Ruwe en Zachte berk, Sporkehout, Hazelaar,
Haagbeuk en Lijsterbes. Op enkele lichtrijkere enclaves groeit schaars nog wat
heide; haar vroegere standplaatsen werden ingenomen door o m Amerikaanse
vogelkers.
In het algemeen leveren de arme zandgronden eerder een matige ondergroei op
(Valse salie, Adelaarsvaren, Dalkruid en Smalle stekelvaren). De afwezigheid van
voorjaarbloeiers wordt echter ruimschoots gekompenseerd door een grote
verscheidenheid aan zwammen in het najaar (Aardappelbovist, Grote stinkzwam,
Parelamaniet, Vliegenzwam, Kastanjeboleet, Oranje melkzwam, Helmmycena,
Eekhoorntjesbrood e a).
Ook de fauna is weinig spektakulair. Niettemin biedt het domein een bonte
verzameling tuin- en parkvogels (Vlaamse gaai, Groenling, Grote bonte specht,
Zwartkop, Tjiftjaf, Kool- en Pimpelmees e a). Ook de prooivogels zijn goed
vertegenwoordigd met Buizerd, Torenvalk, Sperwer en Ransuil als broedvogel.
Daarenboven zorgen de rijpe bessen van de Vogelkers in de herfst voor grote
konsentraties lijsterachtigen (Koperwieken en Kramsvogels). Sinds enkele jaren
houden ook Eekhoorns de wandelaars gezelschap in het bos.
Ligging: bereikbaar via de Torhoutse steenweg, de Witte Molenstraat en
de Domeindreef te Sint-Michiels/Brugge
Oppervlakte: 83 ha
Eigenaar: provincie West-Vlaanderen
Beheerder: provincie West-Vlaanderen (050/40.32.87)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk - geleide wandelingen op aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Tudor Sint Andries/Brugge
In het
stedelijk domein Tudor, 40 ha. groot, ligt kasteel Tudor.
Het domein situeert zich middenin de
groenzone die zich ten zuidwesten van de Brugse agglomeratie uitstrekt. Naast
het statige kasteel in tudorstijl, vindt u er ook de siertuin en de kruidentuin.
Er is ook de cafetaria 'Mary Tudor'
Eeuwenlang was de Sint-Andriesabdij (1098-1796) eigenaar van uitgestrekte woeste
gronden langsheen de Diksmuidse Heerweg en de Doornstraat te Sint-Andries. Dit
gebied werd 'het Sint-Andriesveld' of kortweg 'het Veld' genoemd. Het omvatte
zeer veel heide, hakhout en bos en enkele kleine landbouwuitbatingen. Toen
Belgie na de Franse Revolutie door de Fransen bezet werd, werden de eigendommen
van kloosters en abdijen openbaar verkocht als nationaal goed. Zo werd in 1798
'het Veld' opgekocht door ridder Louis van Outryve d'Ydewalle en zijn
schoonbroer Jacques de l'Espée. Later werd dit eigendom onder beide
schoonbroers verdeeld en uiteindelijk uitgesplitst in de verschillende grote
groendomeinen, die we hier vandaag aantreffen zoals Ter Heide, het Duivelsnest,
Beisbroek, Tudor en Sint-Anna-ter-Woestijne. Het domein Tudor verkreeg zijn naam
nadat Cécile van der Renne de Daelenbroeck er een kasteel in tudor-stijl
liet optrekken. Het domein kwam in 1902 in haar bezit toen zij huwde met ridder
Stanislas van Outryve d'Ydewalle, als huwelijksgeschenk vanwege haar grootmoeder
Adèle de Man. In 1904 liet het echtpaar Stanislas van Outryve d'Ydewalle
(1871-1959) en Cécile van der Renne de Daelenbroeck (1878-1949) het kasteel
Tudor bouwen, naar plannen van baron Kervyn de Lettenhove. Aannemer Verhaeghe
uit Loppem voerde het werk uit. Het gezin telde negen kinderen. Vier ongehuwde
dochters zouden de laatste telgen van het geslacht d'Ydewalle worden die Tudor
bewoonden. In 1981 ging de stad Brugge over tot de aankoop van het domein. In
1984 werd het voor het publiek opgesteld en werd het kasteel uitgebaat als
feestsalons. Begin 2000 kwamen de kasteelgebouwen in privé-handen.
Bron: www.conquistador.be/kasteeltudor/geschiedenis.html
De kruidentuin is gelegen in het Stedelijk Domein Tudor.
De kruidentuin met bijenhal is vrij toegankelijk van 1.5 tot 31.10 (maandag-vrijdag : 14-17 u., zondag : 14-18 u.).
Info : Stedelijke Groendienst, tel. 050/31 98 03 (maan-vrijdag, 8.30-12/14-16u.).
ADRES:
Stedelijk Domein Tudor, Zeeweg 147, 8200 Sint-Andries. Tel. 050/31.33.97
Net als het Beisbroekdomein waren de gronden die thans deel uitmaken van het
Tudordomein eeuwenlang in handen van de Sint-Andriesabdij. Na de Franse
revolutie kwam het gebied in handen van de familie van Outryve d'Ydewalle, die
de bebossing van de heide krachtig ter hand nam. In 1904 werd het kasteel
opgetrokken in Tudor-stijl (Engelse gotiek). In 1981 verwierf de stad Brugge het
domein. Sinds 1984 is het toegankelijk voor het publiek.
Het Tudordomein omvat een ruimer bos en een parkgedeelte. Het bos bestaat uit
loof- en naaldhout; prachtige beukendreven scheiden de percelen. Het park sluit
aan bij het kasteel en de remisegebouwen. Het bevat een tweetal
bezienswaardigheden: een stijlvolle siertuin en een instruktieve kruidentuin. De
siertuin ligt vóór het kasteel. In de loop der jaren onderging hij heel wat
wijzigingen, maar de huidige vormgeving leunt aan bij de oorspronkelijke tuin
van 1904. Door de relatief hoge ligging van het domein bleek de aanleg van een
waterpartij niet haalbaar. Dit verklaart de aanleg van een formele tuin met
kleurrijke bloemenborders (Vrouwenmantel, Kogeldistel, Yucca, Guldenroede en
Zonnehoed).
Een tweede blikvanger vormt de oude ommuurde groentetuin die als kruidentuin
werd heraangelegd. De rechthoekige ruimte is in vier gelijke kwadranten
ingedeeld, die elk rond een eigen thema werd opgebouwd: keukenkruiden,
geneeskrachtige planten, een bijentuin en nutskruiden.
Ligging: bereikbaar via de Zeeweg te Sint-Andries/Brugge
Oppervlakte: 40 ha
Eigenaar: stad Brugge
Beheerder: groendienst Brugge (050/31.33.97)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk - geleide wandelingen opafspraak -
kruidentuin en bijenhal 's namiddags vrij toegankelijk van 01 mei tot 31 oktober
(niet op zaterdag)
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het reservaat Uitkerkse Polder werd opgericht in 1991. In een
gebied van ± 1400 ha werd tot nu toe 250 ha natuurgebied aangekocht. Alle
terreinen werden aangekocht in functie van de uitbouw van een weidereservaat
met vnl. aandacht voor weidevogels en vochtige, vaak zilte
graslandvegetaties. Voor beide doelen is een gericht natuurbeheer
noodzakelijk.
Met de uitbouw van het reservaat werd in de eerste plaats geprobeerd enkele
tendenzen in de landbouwuitbating te stoppen die nefast zijn voor het
voortbestaan van zilte poldergraslanden en de hieraan gebonden populaties
weidevogels. Toenemende verdroging door drainage liet de afgelopen decennia
toe om het gebied intensiever te gebruiken, wat resulteerde in hoge
bemesting van graslanden, omploegen van historische graslanden en het
nivelleren van het oorspronkelijke polderreliëf. Daarnaast konden vele
graslanden vroeger op het jaar en intensiever beweid worden, wat resulteerde
in een situatie met zeer ongunstige perspectieven voor het behoud van
weidevogelpopulaties.
Naast het extensiveren van het beheer (latere maai- en beweidingsdata,
geringere bemesting), was spoedig duidelijk dat een echt natuurbeheer
(extensief graasbeheer, nulbemesting) en herstelbeheer (afgraven opgehoogde
percelen) noodzakelijk was voor het in stand houden van zilte graslanden en
weidevogelpopulaties. In de omliggende kustpolders werden immers geschikte
gebieden in een nog hoger tempo en op een nog drastischer manier omgevormd
tot intensief landbouwgebied (door ruilverkavelingen (waarvan het kerngebied
van de Uitkerkse Polder tot op heden gespaard bleef) of industriegebied (zo
wordt het unieke polderlandschap tussen Brugge en Zeebrugge in sneltempo
vervangen door de achterhaven).
Het belang van de Uitkerkse Polder is vooral voor soorten zoals Tureluur en
Kluut bijzonder groot omdat deze soorten in Vlaanderen vnl. broeden in
biotopen die op korte termijn zullen verdwijnen (Zeebrugse achterhaven,
Beneden-Schelde). Voor de Grutto zijn de Uitkerkse Polders uitgegroeid tot
het sterkste bastion in de kustpolders. Heden broedt 1/10 van de Vlaamse
populatie in het gebied.
De uitbouw van het reservaat in Uitkerke en het gericht natuurbeheer kan
naast de opmerkelijke uitbreiding van bestaande populaties van kritische
weidevogelsoorten, ook een lange-termijn-garantie bieden voor het behoud van
deze soorten in Vlaanderen door zijn opmerkelijk functie als refugium in een
verschralend landschap of in (tijdelijk ongunstige) omstandigheden.
De ingrepen in de Uitkerkse Polder kunnen
we indelen in een educatief en een natuurtechnisch gedeelte.
Het educatieve is inmiddels een flink stuk gevorderd: op een voormalige stortplaats werd een heus bezoekerscentrum' de Groenwaecke ' gebouwd en op enkele plaatsen in het gebied werden vogelkijkhutten voorzien.
Informatieborden her en der in het gebied geven de bezoekers de
basisinformatie die je bij een bezoek nodig hebt.
Het bezoekerscentrum aan de Kuyperscheeweg ligt aan de rand van een
reservaatblok van ruim 15 ha en is een prima uitvalsbasis voor een aangename
kennismaking met het gebied. Een nieuwe poel, een groter wateroppervlak en
een kijkhut vlak in de omgeving maken het de bezoeker nog een stuk
makkelijker om vogels en andere organismen te observeren.
Extra wandel- en fietspaden zijn niet nodig: het aloude wegenpatroon
volstaat ruimschoots om het gebied te voet of per fiets te verkennen.
Het eigenlijke natuurontwikkelingsproject werd in 1991 opgestart. Tussen
'91 en '95 kreeg een oppervlakte van 9 ha een flinke beurt: 2,5 ha werd
afgegraven, op de rest ging het om het afplaggen of het aanleggen van poelen
en sloten.
Op andere percelen werd het opgehoogde gedeelte weggegraven, werden
historische kreekrestanten hersteld, poelen uitgegraven en de bovenste,
overbemeste grondlaag weggeplagd.
Bezoekerscentrum De Groenwaecke
De Groenwaecke is het bezoekerscentrum van het natuurgebied Uitkerkse Polder
Openingsuren van het bezoekerscentrum Groenwaecke:
• Het ganse jaar open op zondag en op feestdagen van 14.00 u tot 18.00
u
• Tijdens activiteiten (wandelingen) van Natuurpunt vzw is het
bezoekerscentrum de ganse dag op van 9u tot 18u zodat de wandelaars er hun
lunch kunnen verbruiken.
• Tijdens de “ganzenmaanden” 15 november tot 15 februari is het
bezoekerscentrum de ganse dag geopend van 9u tot 17u.
Info: Rosa Dekempe (050/41 78 77), e-mail: rdekempe@hotmail.com
Zo komt u bij het bezoekerscentrum
Bij het buitenrijden van Blankenberge richting van Brugge, juist voorbij de kerk van Uitkerke rechts afslaan. Meedraaien naar links en tweehonderd meter verder linksaf via de Blankenbergse Dijk. Volg de weg ongeveer 1500 meter tot aan het volgend kruispunt met de Kuiperscheeweg. Hier rechtsaf, tweehonderd meter verder aan de linkerzijde komt u bij de Groenwaecke. U kunt ook vanaf de baan Brugge-Blankenberge links afslaan juist voorbij het bosje van de Bosquet, en dan rechtdoor rijden over het kruispunt met de Blankenbergse Dijk.
Bij de Groenwaecke is er parkeerplaats. Laat de auto hier achter en ga van hieruit wandelen of fietsen op de 30 km smalle landbouwwegen die de polder doorkruisen.
In de polder staan verscheidene vogelkijkhutten van waaruit vogels van
dichtbij kunnen geobserveerd worden. De vogelkijkhutten bevinden zich dicht
bij de weg en zijn vrij toegankelijk.
Bezoek ook de website van Natuurpunt
Blankenberge
Oppervlakte: 258,6 ha (250 ha in eigendom en 8,6 ha in huur van de
gemeente Blankenberge)
Bescherming: EG-vogelrichtlijngebied
Aard: natte polderweiden, weidevogelgebied
Ligging: bereikbaar via Kuiperscheeweg Blankenberge
Eigenaar: Natuurpunt v z w en gemente Blankenberge
Beheerder: Natuurpunt afdeling Blankenberge
Status: 97 ha erkend reservaat (1998)
Conservator: John Van Gompel, Koninginnestraat 40, 8370
Blankenberge, 050/41.55.41 en Dirk Content, Blankenbergsedijk 136,
8370 Blankenberge, 050/41.62.39
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op de openbare wegen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De Uitkerkse Polder is gelegen op het grondgebied van de gemeenten
Blankenberge (deelgemeente Uitkerke), De Haan (deelgemeente Wenduine) en
Zuienkerke in een open poldergebied. In dit poldergebied van
ruim 1000 ha vinden we wellicht de grootste aaneengesloten oppervlakte min of
meer intacte poldergraslanden. Deze historische, meestal
laaggelegen, natte graslanden zijn meestal nog vrij soortenrijk. Er komen
talrijke sloten, poelen en depressies voor.
Het gebied is een zeer belangrijke pleisterplaats voor Kol- en Kleine
rietgans. Belangrijke broedende weidevogels zijn Slobeend,
Grutto, Tureluur, Kluut.
Tijdens trekperiodes pleisteren ook hoge aantallen Goudplevier,
Wulp en andere steltlopers.
De vereniging natuurreservaten startte in 1991 met het reservaat 'Uitkerkse
Polder'. Verschillende terreinen die werden aangekocht worden uitgebouw in
functie van de uitbouw van een weidereservaat met vnl. aandacht voor weidevogels
en vochtige, vaak zilte graslandvegetaties. Het belang van de
Uitkerkse Polder is vooral voor soorten zoals Tureluur en Kluut bijzonder groot
omdat deze soorten in Vlaanderen vnl. broeden in biotopen die op korte termijn
dreigen te verdwijnen (vb. Zeebrugse achterhaven). Ongeveer 10 percent
van de Vlaamse populatie van de Grutto broedt hier.
Vanop de wegen is er voor de wandelaar ook toegang tot een viertal
vogelkijkhutten, waarook
informatie over de meest voorkomende vogelsoorten staat.
In het midden van het gebied is ook het bezoekerscentrum 'Groenwaecke'
gevestigd. Van daaruit vertrekken op geregelde tijdstippen geleide wandelingen
in het gebied. Het bezoekerscentrum is steeds geopend op zon- en feestdagen van
14.00 tot 17.00 uur.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Uitkerkse%20Polder/
Het gebied beslaat ruim 1 000 ha en bestaat hoofdzakelijk uit laaggelegen,
met sloten doorsneden zilte graslanden. Het terrein vormt een typisch
komgrondengebied. Centraal in de polder loopt van zuid naar noord het
Blankenbergs Vaartje. Aan de oostzijde van het gebied situeert zich de Gentele
of Blankenbergse dijk. Deze dijk werd in de 11e eeuw aangelegd om overstroming
van de polder te voorkomen. De eigenlijke dijk bestaat niet meer; ze werd in de
late middeleeuwen grotendeels afgegraven. De voet van de dijk is wel nog
zichtbaar in het landschap.
De ontstaansgeschiedenis van de Uitkerkse Polder voert ver in het verleden
terug. Aan de oorsprong ervan ligt een laagveenmoeras dat achter een vroegere
duingordel vorm kreeg. Toen zo'n 2 500 jaar geleden het zeewaterpeil ging
stijgen, kwam aan die veenvorming een einde. De kustvlakte werd een groot
wadgebied, waarbij de oude veenplaten met klei werden bedekt. Later begon de
mens het gebied systematisch te ontwateren. Het onderliggende veen klonk in en
gaf het ontstaan aan een slotenrijk kompleks van kom- en poelgronden. Vanaf de
middeleeuwen werd in het gebied ook intensief turf gewonnen. Dit
resulteerde in kleine niveauverschillen, onder de vorm van brakke poeltjes en
bultige weiden die mede tot de uitzonderlijke botanische en avifaunistische
kwaliteiten van het gebied hebben bijgedragen. Vooral voor weidevogels is het
terrein van zeer grote betekenis (erkend als Europees Vogelrichtlijngebied).
Sinds 1989 zijn de meest waardevolle weilandpercelen natuurreservaat. Tot de
karakteristieke broedvogels van het gebied behoren o m Bruine kiekendief,
Scholekster, Grutto, Kievit, Tureluur, Kluut, Slobeend, Bergeend en
Wintertaling. Interessante fourageergasten en/of overwinteraars vormen Velduil,
Blauwe kiekendief, Kemphaan, Goudplevier, Lepelaar en diverse ganzensoorten.
Naast vogels, herbergt het reservaat ook heel wat merkwaardige planten, waarvan
de verspreiding door de vele overgangssituaties in deze zeepolder wordt in de
hand gewerkt: Melkkruid, Lidsteng, Scherpe zegge, Grote watereppe en de uiterst
zeldzame Wilde peterselie.
Bij de verdere ontwikkeling van het reservaat staat beheerslandbouw centraal:
landbouwers mogen onder bepaalde voorwaarden (beperkte bemesting, geen
landbouwactiviteiten in het broedseizoen) de percelen gratis gebruiken.
Ten behoeve van de bezoekers werden twee observatiehutten en een onthaalcentrum
(1994 Groenwaecke) in het terrein aangebracht.
Ligging: bereikbaar via de Bommelstraat en de Kuiperscheeweg (ingang
via oud stortterrein) Uitkerke
Oppervlakte: 46 ha
Eigenaar en beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: D. Content 050/41.63.39) en J. Van Gompel (050/41.55.41).
Info: Franky Beidts, 050-41 53 17, franky.beidts@advalvas.be
Toegankelijkheid: vrije toegang op landbouwwegen - geleide wandelingen op
aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Het projectgebied bestaat voornamelijk uit laaggelegen weiden die door tal
van slootjes en beekjes doorsneden zijn. Twee deelgebieden kunnen onderscheiden
worden.
Een eerste deelgebied 'Uitkerkse Polders' (ongeveer 385,7 ha) ligt aan
weerszijden van de Blankenbergse vaart. Dit deelgebied bestaat uit laaggelegen
weiden, in de loop van de geschiedenis ontstaan door uitvening voor turfwinning,
die heel microreliëfrijk zijn, door tal van slootjes doorsneden zijn en een
grote aantrekkingskracht uitoefenen op tal van vogels. Op de laagste percelen
komt een belangrijke zilte vegetatie voor. Heel wat percelen binnen dit
deelgebied zijn in eigendom van Natuurreservaten vzw.
Een tweede deelgebied 'kleiputten' (ongeveer 16 ha), wordt gevormd door de
'Eendekooi' (visvijvers), de voormalige kleigroeve 'Vander Cruyssse' op het
grondgebied van Wenduine. Deze oude kleiputten vormen momenteel waterplassen met
verlande oevers, waarrond een wilgenstruweel tot ontwikkeling is gekomen.
Bron: www.vlm.be/Projecten/Natuurinrichting/Projecten/Uitkerkse+polder.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Eind 1998 werden ook de Vagevuurbossen, aan de overkant van de weg Beernem-Wingene, aangekocht door het Vlaams Gewest. Deze hebben een oppervlakte van 187 ha
Bron: www.vbv.be/Documenten/excursienajaar2003.pdf
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Conservator: Develter Dirk (050/71 91 82)
Bron: users.skynet.be/fa302024/paginas/home.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Status: Militair domein
Domeinen van: Federale overheid
Ligging: Zedelgem - Snellegem- Aartrijke
Oppervlakte: ca 180 ha
Landschap/biotoop:
Het militair domein het Vloethemveld is een heideterrein dat bestaat uit natte
en droge heide, natte en droge schrale graslanden, pioniermilieus, vennen,
wilgenstruweel en eiken-berkenbos met struwelen en zomen.
Fauna en flora:
Rode dophei en tweenervige zegge zijn belangrijke atlantische heide-elementen.
Onder de aanwezige planten behoren een 30-tal tot de Rode Lijst-soorten. Zeer
sterk bedreigde soorten zijn: draadgentiaan, dwergbloem, dwergvlas en kleverige
ogentroost.
Beheer:
Het huidige beheer beperkt zich tot maaien en verwijderen van opslag op een héél
beperkte oppervlakte. Het herstelbeheer van de heide en heischrale graslanden
dat met afdeling Bos en Groen zal gevoerd worden, zal in hoofdzaak inhouden: het
verwijderen van de recente boomopslag en verbraming, het vrijmaken van de
oeverzones van de vennen en het maaien van de heischrale graslanden.
Wandelen:
Gezien het gebied momenteel nog volledig militair domein is, is het momenteel
niet toegankelijk.
Folder: Er is geen folder over het gebied beschikbaar.
Meer info: bij de afdeling Natuur West-Vlaanderen, Zandstraat 255, bus 3,
8200 Sint-Andries-Brugge (050-45 41 65) (natuur.wvl@lin.vlaanderen.be)
Bron: www.mina.vlaanderen.be/wiedoetwat/aminal/taken/natuur/index.htm
Geschiedenis.
De naam Vloet(h)em wordt duidelijk als men weet dat het bos
zowat 3 m lager ligt dan de Isenbaertstraat en de Diksmuidse Heerweg waardoor
bij hevige regenval het water naar het lager gelegen gebied vloeit.
Ooit was Vloetem een zompig, moerassig stuk heide, eigendom van de graaf van
Vlaanderen; door het volk "woestijne" genoemd. In 1296 schonk Gwijde
van Dampierre het goed aan het Brugse Sint-Janshospitaal. Vele eeuwen later
ploegden de hospitaalbroeders het gebied om tot vruchtbaar akkerland. Hiertoe
bouwden ze in 1550 een 1600 m lange aarden barm: de Vossebarm. Die dijk moest
het water, dat via de Diksmuidse Heerweg binnenstroomde tegenhouden, zodat het
gebied achter de barm in cultuur kon worden gebracht. Vóór de dijk ontstonden
talrijke vijvers (o.m. 't maentje vijver). Deze plassen werden tussen 1770 en
1882 gedempt en bebost, hoofdzakelijk met Grove den. In 1796 werd het
Vloetemveld overgedragen aan het OCMW van Brugge.
Na WO I werd het grootste deel - ong. 170 ha - onteigend door het ministerie van
Landsverdediging voor de aanleg van een munitiedepot. In 1980 werd het overige
deel aangekocht door Waters en Bossen. Het Vloetemveld strekt zich uit over
Snellegem (170 ha) en Zedelgem (110 ha) waarvan 113 ha domeinbos en de rest
militair domein.
Het bos is meestal vrij vochtig en helt af naar het noorden en naar de centrale beek toe; de hoogteligging bedraagt 10 tot 15 m.De bodem bestaat grotendeels uit arme zandgrond.
Middel- en hakhout zijn niet aanwezig, ook al worden de bosranden vaak als hakhout behandeld ten einde de aanpalende landbouw niet te hinderen. De naaldboompercelen (Grove den) zullen worden omgevormd naar loofbos (eik en berk).
Ligging: langs de Diksmuidse Heerweg (Zedelgem-Aartrijke) in Zedelgem rechts af langsheen (militaire) spoorweg.
Toegankelijkheid: behalve het militaire gedeelte, vrij toegankelijk
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het Vloetemveldbos ligt op een hoogte tussen 10
en 15 meter en helt licht naar het noordoosten. Het paalt zowel aan de Zand- en
Zandleemstreek als aan de Polders. Ten noorden van de lijn Aartrijke-Zedelgem
treft men immers zwak leemhoudende gronden aan, terwijl het zuiden van die lijn
lemig zand overheerst. Hydrografisch behoort het bos tot het verzamelgebied van
de Jabbeekse beek, die afwatert naar het kanaal Brugge-Oostende.
Oorspronkelijk vormde het Vloetemveld een heide- en veengebied. In
historisch-geografische kontekst slaat de term "veld" op onvruchtbare,
braakliggende gronden met heidebegroeiing. Als niet-ontgonnen gronden waren de
"velden" eigendom van de graaf van Vlaanderen. Veelal konden
dorpsgemeenschappen uit de omgeving er gebruiksrechten laten gelden. Ten gevolge
van de bevolkingsaangroei werden veel van die "wastines" vanaf de 13e
eeuw voor ontginning prijsgegeven. Zo ook schonk graaf Gewijde van Dampierre in
1296 het gebied rond Vloetemveld aan het Sint-Janshospitaal te brugge. De
broeders van het hospitaal werd opgedragen het veld in vruchtbaar akkerland om
te zetten. Hiertoe wierpen ze aan de noordzijde omstreeks 1500 een 1600 meter
lange dijk, de zgn "Vosseberm" op, om het kwelwater vanaf de
hogergelegen Diksmuidse Heerweg tegen te houden. Op deze manier ontstond vóór
deze dijk een moerassig, waterrijk gebied dat later met de naam
"Vloethevelt" werd aangeduid.
Tot 1796 bleef het gebied eigendom van het St-Janshospitaal. Nadien werd het
overgedragen aan de Commissie van Burgerlijke Godshuizen van Brugge (OCMW). Op
last van deze Commisie werd het gebied tussen 1770 en 1882 bebost, waarbij ook
de vijvers werden gedempt.
Een groot deel van het bos (195 ha) werd in 1929 door het Ministerie van
Landsverdediging onteigend en als militair domein (munitie opslagplats)
ingericht. In 1980 kocht het Rijk de resterende bosgronden van het Brugse OCMW.
Enkele jaren later werden ze door Aminal opengesteld voor het publiek.
Het huidige domeinbos omvat nagenoeg evenveel naald- als loofhout. Het naaldhout
is vrij homogeen en bestaat overwegend uit Grove den. Daarnaast komen ook
bestanden met Zwarte den, Douglasspar, Fijnspar, Sitkaspar en Lork voor. Het
loofhout vertoont een meer heterogene struktuur, met als dominante soorten
Zomereik en Beuk. Het ligt in de bedoeling om op termijn de naaldhoutpercelen
ten dele om te zetten tot loofhout.
Langs de dreven en greppels komt sporadisch nog wat reliktvegetatie van heide
voor (o m Struikheide, Tormentil, Pijpestrootje en Rode dopheide). In het najaar
vindt men er ook heel wat zwammen (Russula's, Boleten, Knolamanieten,
Melkzwammen, Taailingen en Mycena's). Het gebied vormt een geschikt biotoop voor
uiteenlopende vogelsoorten. Vooral prooivogels (Buizerd, Wespendief, Sperwer,
Torenvalk, Boomvalk en Ransuil) blijken er goed vertegenwoordigd. Er zijn ook
regelmatige waarnemingen van Boomklever en Kruisbek.
Ligging: bereikbaar via de Diksmuidse
Heerweg langsheen de (militaire) spoorweg
Oppervlakte: 113 ha
Eigenaar: Vlaamse gewest
Beheerder: Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Recente geschiedenis.
...In 1995 wordt door de legerhervormingen het munitiedepot overbodig. Een ministerieel besluit van de Vlaamse regering van 09 juni 1995 beschermt het hele Vloethemveld als landschap. Het beschermde gebied dat ruim 500 ha beslaat, omvat naast het ex-militair domein ook de Snellegemse meersen en de omringende bossen, beheerd door Bos en Groen van Aminal.
Waterhuishouding en bodem.
Het Vloethemveld is een kom (laagste niveau 6 m - hoogste niveau 20 m) en staat dus overal onder invloed van een permanente grondwatertafel. Het gebied heeft een scheidingslijn tussen drie beekstelsels: de Walebeek, de Moerletebeek en de Zabbeek.Water van Aartrijke komt het gebied binnen en verrijkt de grote visvijvers die hierdoor massaal met Gele plomp begroeid raken. Door de filterwerking verlaat het water het Vloethemveld als het zuiverste water van onze provincie. De vochtigheid schommelt van zeer droog boven op de taluds, tot zeer nat, vooral in de winter wanneer bepaalde delen onder water komen. De bodem bestaat overwegend uit zure zandgrond met een aanzienlijke variatie in zuurtegraad ( pH 4 - 7).
Knelpunten en beheer. (militair deel)
Een groot knelpunt voor het voortbestaan van de unieke vegetaties is de sterke verbossing die zich sinds het gebin de jaren 1990 ontwikkeld heeft. Door het stopzetten van het jarenlange intensieve beheer (de schutsdammen en de brandgangen werden constant gemaaid en het maaisel werd afgevoerd) is er door het gebied een massale braam- en boomopslag ontstaan. Door deze verruiging komen vele zeldzame planten in de verdrukking. Het herstelbeheer zal in hoofdzaak bestaan in het verwijderen van de boom- en braamopslag. Gezien de waardevolle habitats en inhet bijzonder de grote natuurwaarde van de Rode dopheidevegetatie is dit een absolute prioriteit. De beboste stukken zouden voorlopig met rust gelaten worden; hoogstens zouden de exoten verwijderd worden.Wegens de Wielewaalpopulatie wordt gekozen om de populieren te behouden.
Bron: brochure Vloethemveld Open natuurdagen 05-06/05/2001
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Natuurpunt kocht in 1990 de eerste bospercelen aan. Begin 1998 had het natuurgebied reeds een oppervlakte van 43,5 ha.
De drogere zandgronden in het reservaat zijn bedekt met naald- en loofhout.
Langsheen de paden getuigen Struikheide en Tormentil van het voormalige
heidegebied.
De natte, laaggelegen bosgedeelten langsheen de Pachtebeek en de Wantebeek
worden in de lente getooid met een tapijt van Bosanemoon, Muskuskruid en
Slanke sleutelbloem.
Afhankelijk van het jaargetijde kunnen o.m. Buizerd, Sperwer, Zwarte specht en
Houtsnip worden waargenomen. Eekhoorn en Vos zijn terug van weggeweest.
Het beheer van het natuurgebied is afgestemd op het bekomen van een gevarieerd bos met streekeigen boomsoorten. Dit gaat van "niets doen" tot het verder zetten van het hakhoutbeheer.
Fauna & Flora
De Vorte Bossen zijn een natuurpareltje, en dit omwille van verschillende
redenen. Eerst en vooral door de zeer grote variatie aan bostypes die
voorkomen. Langs de Wantebeek en de Pachtebeek vinden we zeer natte gronden.
(Vandaar de naam ‘Vorte’ Bossen). Deze gronden bestaan uit zeer
voedselrijke klei. Het beekbegeleidend bos dat hier groeit is zeer gevarieerd
en bestaat uit Populier, Es, Eik, Zwarte els en Olmen. Een zeer bijzondere
soort die hier gevonden wordt is de Steeliep (Ulmus laevis) die in Vlaanderen
slechts op een paar plaatsen voorkomt. Bovendien zijn de aanwezige exemplaren
zeer oud, vermoedelijk meer dan 300 jaar ! In het voorjaar is dit
beekbegeleidend bos een lust voor het oog: dan vormen er zich dichte tapijten
van voorjaarsbloemen: Bosanemoon, Speenkruid, Slanke sleutelbloem, Kleine
maagdenpalm en heel plaatselijk ook Eenbes en Vogelmelk. In de grachtjes
vinden we Gele lis, Pijptorkruid, Dotterbloem,…
Buiten de valleien bestaat de bodem uit droge, voedselarme zandgronden. Hier
wanen we ons in de Kempen: de bossen bestaan er vooral uit naaldbomen (Grove
den en Lork), waar echter langzaam maar zeker meer en meer bomen van het
natuurlijke bos inkomen: Berk, Zomereik, Lijsterbes,… In de kruidlaag
domineren hier vooral ondoordringbare bramen en Adelaarsvaren.
Op de overgang van de beekvalleien naar de droge zandige gronden komen oa.
Dalkruid, Veelbloemige salomonszegel en Witte klaverzuring voor.
Een rijk en gevarieerd bos heeft logischerwijze ook een rijke fauna. Qua
broedvogels vallen soorten op als Buizerd, Sperwer, Boomvalk, Zwarte specht en
Groene specht. Verder broeden in het bos ook de Bosuil, de Kleine bonte
specht, Kuifmezen, Goudhaantjes, en talloze andere kleine zangvogeltjes. De
Vos maakt ieder jaar zijn burcht in de Vorte Bossen en ook Bunzing, Hermelijn
en Wezel werden er al gezien. En dan hebben we het nog niet gehad over de
talloze soorten zweefvliegen, spinnen en kevers…
Beheer
Een gebied aankopen is één ding, het beheren is een ander paar mouwen: De
Torenvalk heeft de zware taak op zich genomen om het beheer in de Vorte Bossen
uit te voeren, zoals vastgelegd in het beheersplan dat voor het gebied werd
opgemaakt.
* In de Vorte Bossen wordt resoluut gekozen voor natuurontwikkeling in de
bossfeer. Wij hadden op plaatsen ook kunnen kiezen voor heideherstel. Een
oppervlakte van nauwelijks 40 ha is al aan de krappe kant voor een bos. Daarom
kun je beter één ding goed doen. Bovendien liggen de Gulke Putten, met zijn
schitterende heidevegetaties op nauwelijks een boogscheut afstand.
* Een groot deel van het bos kent een omvormingsbeheer naar niets doen. In de
Vorte Bossen wordt echter ook duidelijk gekozen voor middelhoutherstel, en dit
over een oppervlakte van 8 ha; niet omdat het tegenwoordig populair is binnen
natuurbehoud, maar omdat er zeer duidelijke natuurwaarden aanwezig zijn,
gebonden aan deze beheersvorm.
Zo’n bos deftig beheren is een stevige kluif ! Het brengt heel wat werk met
zich:
Amerikaanse vogelkers bestrijden, hakhout afzetten en uitslepen, paden maaien,
slagbomen plaatsen,…Voor die werken kunnen wij rekenen op een enthousiaste
groep vrijwilligers, die in de winterperiode elke maand een vrije zaterdag
opofferen om in weer en wind met takhout te sleuren,
Soms wordt ook een helpende hand toegestoken door de terreinarbeiders van
Natuurpunt en de landschapswacht.
Toegang
In het noordelijk deel van het reservaat zijn een aantal dreven opengesteld
voor het publiek (wandelaars). Honden zijn toegelaten aan de leiband.
Deze vrij toegankelijke dreven zijn geïntegreerd in een provinciaal
bewegwijzerd wandelpad dat start aan het kerkje van Doomkerke. Dit
"Parochieveldpad" (ca. 8 km) ontsluit eveneens het nabijgelegen
gemeentebos "Parochieveld" en passeert langs het natuurreservaat
" Gulke Putten".
Grote delen van het bos blijven doorgaans ontoegankelijk voor het publiek: het
betreft zeer kwetsbare vegetaties en broedgebieden van zeldzame vogels, die
een permanente verstoring niet verdragen. Wil je ook die ‘geheime’ stukjes
van het bos te zien krijgen dan kan dat: hou de activiteitenkalender van De
Torenvalk in het oog: jaarlijks zijn er minstens twee geleide wandelingen in
de Vorte Bossen, die ook die stukken aandoen die normaal niet toegankelijk
zijn.
Ligging: bereikbaar via Krommekeerstraat en Bruwaanstraat Kruiskerke
Oppervlakte: 43.5 ha
Aard: loofbos, gedeeltelijk van het hakhouttype
Bescherming: erkend reservaat
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: De Torenvalk
Status: 3.8 ha erkend reservaat (1998)
Conservators: Frank Debeil, 051/40.41.26,
frank.debeil@skynet.be en Kris Vandekerkhove, 09/245.61.72, kris.vandekerkhove@lin.vlaanderen.be
en Geert Heyneman, 09/236.31.58
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk op de paden
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De Vorte bossen maken deel uit van een ruimer bosdomein (ca. 50
ha), gelegen in de vallei van de Wante- en Pachtebeek op de grens van de zand-
en zandleemstreek. Het gebied vormt een oud adellijk landgoed. De
bebossing van de heide dateert uit de middeleeuwen.
Momenteel is het domein overwegend opgebouwd uit Eik- en Beukbestanden,
afgewisseld met percelen pijnhout (vooral Japanse lork). Alleen op de natte
kleigronden in de beekvallei bleef het oorspronkelijk bos grotendeels bewaard.
Hier treft men eeuwenoude hak- en middelhoutbossen aan, naast meer recentelijk
aangeplant populierenbos. Het zijn vooral deze beekdalbossen die een grote
floristische waarde bezitten.
Het in 1990 door Natuurreservaten vzw met steun van de Torenvalk vzw
aangekochte, zeer waardevolle perceel "Het Gysloo" ligt in de vallei
van de Wantebeek. Het hakhout is er voornamelijk opgebouwd uit Es, Zwarte els en
Hazelaar. In de ondergroei treft men o m Boswederik, Gele dovenetel, Gulden
boterbloem, Kleine maagdenpalm en Eenbes aan. Merkwaardig is ook de typische
"rabattenstruktuur" van de percelen, gevormd door ondiepe
afwateringsgrachten. Die greppels oefenen overigens in het winterhalfjaar een
grote aantrekkingskracht uit op de Houtsnip.
Het beheer is erop gericht de eeuwenoude middelhoutbestanden te handhaven. In de
toekomst wil men tevens de randeffekten van de bio-industrieën op de
waterkwaliteit in het gebied minimaliseren.
Ligging: tussen de dorpskernen van Doomkerke en
Kruiskerke t hv de Bruggesteenweg, de Bruwaanstraat en de Krommekeerstraat
Oppervlakte: 4 ha
Eigenaar: Natuurpunt vzw
Beheerder: Natuurpunt vzw i s m De Torenvalk vzw
Konservator: G.Heyneman 051/68.80.39
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - geleide wandelingen op
aanvraag
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Vroeger was het Vrijgeweid een "gemeen" gebied waar de bewoners de grafelijke toelating hadden hun vee vrij te laten weiden of grazen. In de vorige eeuw was er nogal wat heide of "veld", waren er ondiepe vijvers en heel veel hagen, bomenrijen, dreven en ander hout. Opeenvolgende ontginningsgolven veegden al die wilde schoonheid ongenadig weg en de harde ruilverkaveling rond de tweede wereldoorlog maakte wegen en beken recht en saai, creëerde grootschaligheid, vierkante akkers en weiden en "saneerde" het meeste hout weg.
Bron: Wandelen in het Torhoutse Houtland tussen Brugge en Roeselare, Marcel Gevaert (1989 ?)
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Vuurtorenweiden Zeebrugge
De Vuurtorenweiden zijn een overblijfsel van de historische poldergraslanden van Heist en Ramskapelle. Ze maakten een bewogen geschiedenis door van achtereenvolgens veenvorming, afzetting van slib na zeedoorbraken (3e - 4e eeuw), geleidelijke inpoldering vanaf de 11e eeuw en turfontginning (vanaf de Middeleeuwen tot in het begin van de 20e eeuw). Hierdoor kregen deze microreliëfrijke, lage weiden hun typisch patroon met talrijke plassen en greppels. Toen in de 11e eeuw de techniek van de inpoldering werd ontwikkeld, legde men tussen Uitkerke en Koudekerke (respectievelijk parochies ten zuiden van het huidige Blankenberge en Heist) de Evendijk aan. Van deze Evendijk dwarst op heden nog een restant de lage weiden. De oude vuurtoren werd in 1907 opgetrokken in Art Nouveau-stijl. Als een van de hoogste hoogbouwconstructies in gewapend beton in België is het nu een beschermd monument en vormt het een functioneel geheel met de meer zeewaarts gelegen lichtopstand.
Wat groeit en bloeit er in de Vuurtorenweiden?
De Vuurtorenweiden hebben hun soortenrijkdom vooral te danken aan de kleine hoogteverschillen en bijgevolg geleidelijke overgangen van nat naar droog. De plassen kleuren in het voorjaar wit door de bloei van de Waterranonkels en tijdens de nazomer rood door het uit tropisch Amerika afkomstig Kroosvarentje. De plassen zijn omzoomd door moerasruigten met o.a. Riet, Lisdodde, Gewone waterbies, Waterereprijs, Watermunt, Heelblaadjes, Harig wilgenroosje, Grote waterweegbree en Groot moerasscherm. In door het vee meer kortgegrazen depressies staat o.a. de zoutindicator Moeraszoutgras. De hoger gelegen, drogere bulten vertonen nog mooie poldergraslandjes met o.a. Kamgras en Veldgerst.
Fauna.
Als broedgebied scoren de Vuurtorenweiden en het Barnse
vaartje goed bij o.a. Waterral, Waterhoen, Meerkoet, Wilde eend, Slobeend,
Grauwe gans, Rietgors, Kleine karekiet, Rietzanger en Blauwborst, alsook sinds
2001 bij de exotische Canadese gans.
Tijdens het winterhalfjaar en de trekperiodes worden de plassen en
vochtige weiden rond de oude vuurtoren opgezocht door vrij veel watervogels
waronder Slobeend, Winter- en Zomertaling, Krakeend, Wilde eend, Bergeend en
door talrijke Watersnippen.
Meer inlichtingen:
Koen Maréchal, natuurwachter 0479/89.01.05
Ministerie v d Vlaamse Gemeenschap 050/45.41.76
Bron: www.vliz.be/Nl/Activ/Publicat/FolderArch.htm en folder "Welkom in het natuurdomein de Sashul en de Vuurtorenweiden" Ministerie v d Vlaamse Gemeenschap afdeling Natuur
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis.
In 1912 wilde men de bocht in het kanaal Oostende-Brugge
rechttrekken; daartoe groeg men een ieuwe sleuf ten zuiden van kastel Norenburg.
De uitgegraven grond gebruikte voor de aanleg van de spoorbedding. Met de WO I
werden alle graafmachines opgeëist en werd het graafwerk nadien nooit meer
verdergezet. De plas werd uiteindelijk een visvijver en de omliggende gronden
werden in de jaren twintig bebost.
Omstreeks 1860 stond in de buurt een café met brouwerij genoemd
"Waggelwater".
Het waggelwater heeft een oppervlakte van 686 are. In het midden van het bos
ligt een 236 are grote vijver. De lager gelegen bospercelen worden doorkruist
door smalle kronkelpaden. Op de dijken domineren populieren. Op het schiereiland
- de Noordkaap - werden de meeste bomen gekapt zodat zon en licht de inhammen
beter kunnen bereiken waardoor er paaiplaatsen voor de vissen ontstaan.
Ligging: Waggelwater(straat) Brugge langs het kanaal Oostende-Brugge (nabij Scheepsdalebrug)
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk - geleide wandeling aanvragen bij Caroline Proot 050/33.54.09
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het Waggelwater bestaat uit een bebost terrein rondom een
langwerpige vijver. Het domein dankt zijn ontstaan aan zandwinning voor de
aanaarding van het nabijgelegen spoorwegtalud. De ontzanding dateert van
omstreeks de eeuwwisseling. Waarschijnlijk dacht men toen ook aan het
rechttrekken van het kanaal Brugge-Oostende. Op die plaats maakt de vaart immers
een brede bocht. De zandwinningsvijver vertoont de vorm van een langwerpige
sleuf.
Het aansluitende bos werd tussen 1929 en 1934 aangeplant. Het omvat gemengde
bestanden (o m Canadapopulier, Zomereik, Amerikaanse eik, Es, Schietwilg, Grauwe
els en Grove den) met een rijke struikvegetatie (Vlier, Meidoorn, Sleedoorn,
Hazelaar, Sporkehout). In het voorjaar bedekt een geel tapijt van bloeiend
Speenkruid de bodem. Men treft er ook veel voor onze streken representatieve
parkvogels aan (Merel, Zanglijster, Turkse tortel, Zwartkop).
Het domein is echter vooral bekend als hengelwater.
Ligging: bereikbaar via Waggelwater langs het kanaal
Brugge-Oostende
Oppervlakte: 7 ha
Eigenaar: Vlaamse Gewest
Beheerder: Aminal
Toegankelijkheid: vrij toegankelijk
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
In 50 jaar tijd is onze kust barstensvol gebouwd. Eén lange, ononderbroken Atlantic wall tussen Knokke en De Panne. Zeldzaam zijn de gaten er in. Er is er nog eentje tussen Westende en Middelkerke en om het nog beter te markeren bouwden onze waterwinners hier een gigantische witte toren.
Tot zover het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat Natuurpunt beheerder werd van een prachtgedeelte van het gebied. En dat deze duinen nog veel van hun oorspronkelijke rijkdom konden behouden.
Jong en kalkrijk, zo zijn de Warandeduinen. Met spectaculaire verrassingen. Of vindt u het niet verassend dat het kruim van onze Belgische botanisten tot voor kort nog dacht dat Kalkbedstro zijn noordelijkste vindplaats (uitgestorven in Nederland) in Nieuwpoort kende? Toch bloeit dit ongelooflijk prachtige kleinood hier met velden tegelijk. Of vindt u het niet verrassend dat de internationale wetenschapswereld in aanbidding op de knieën gaat voor onze Liggende asperge ? Wilde asperge wordt geacht rechtop te groeien. Alleen hier groeit een liggende variant.
Het reservaat is recent bijna verdubbeld in oppervlakte. Dit betekent tweemaal meer ruimte voor twee bedreigde vlindersoorten : de Heidevlinder en het Bruin blauwtje. Vooral deze laatste wordt hier vrij frequent waargenomen. Beide soorten zijn opgenomen in de Rode Lijst Vlaamse Dagvlinders. Deze wetenschappelijk onderbouwde lijst van bedreigde vlinders van het Instituut voor Natuurbehoud bewijst dat 1/3 van onze dagvlinders uitgestorven is en dat momenteel 1/3 met uitsterven bedreigd wordt. De aanwezigheid van beide vlindersoorten is een grote verantwoordelijkheid voor afdeling Middenkust van Natuurpunt.
Bloemrijke duinweiden, een amfibieënpoel, Blauwe zeedistel, ... Hou ons tegen of we worden lyrisch.
[ deze tekst komt uit de website van Natuurpunt "Middenkust" ]
Ligging: Duinencomplex tussen de Koninklijke Baan en de
Miamiwijk ten zuidwesten van Middelkerke
Oppervlakte: 30 ha
Aard: zeereepduinen
Eigenaar: Adm. Waterinfrastructuur en Zeewezen
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Middenkust
Conservator: Hugo Desmet, L. Coolsstraat 25, 8433 Slijpe, tel.059/31.09.54.
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen. U kunt
echter een goed beeld van dit reservaat krijgen via de verharde paden die dit
gebied doorkruisen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het kanaal Gent-Brugge doorsnijdt de vallei van de historische Zuidleie en vormt één van de mooiste landschappen van de gemeente Oostkamp. Met haar project ‘Vallei van de Zuidleie’, beter gekend onder de naam Leiemeersen, ijvert Natuurpunt al meer dan 20 jaar voor de bescherming en ontwikkeling van waardevolle natuur in deze omgeving. Het kanaallandschap is een uitverkoren plek voor wandelaars en fietsers. In dat landschap liggen ook de Warandeputten, een 10 ha groot natuurgebied aan de brug van Moerbrugge dat sinds 1993 beheerd wordt door Natuurpunt. Dankzij de steun van het Vlaams Gewest (Administratie Waterwegen en Zeewezen) zijn de Warandeputten recent omgetoverd tot een echt paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers.
Dwars doorheen de Warandeputten loopt een kronkelend wandelparcours dat je tot bij de mooiste plekjes van het natuurgebied brengt. Langs een knuppelpad door een zeldzaam moerasbiotoop kan je allerlei kriebelbeestjes en kikkers van dichtbij observeren. Vanuit de twee kijkhutten kan je ongemerkt de talrijke watervogels bespieden die zich in het uitgestrekte moerasgebied ophouden. In de vele houtkanten laten zangvogels in alle toonaarden horen dat ze er zich bijzonder goed thuis voelen. Een geluidswal dempt het lawaai van de autoweg.
Oppervlakte: 10 ha
Conservator: Caroline Schoonbaert, 050-54 88 73
Aard: putten en drassige gronden
Ligging: Oostkamp - Moerbrugge, naast de brug en kanaal
Vrij toegankelijk langs aangelegde paden.
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Geschiedenis.
Het Wijnendalebos was generaties lang eigendom van de familie Matthieu de
Wynendaele, die het als jachtterrein en houtleverancier beschouwde. In 1983 werd
het (voor de helft) aangekocht door de Vlaamse Gemeenschap. Van de 175 ha, die
deel uitmaken van een 265 ha groot boscomplex, liggen 60 hectaren op Torhouts en
115
hectaren op Ichtegems grondgebied.
Het bos ligt aan de zuidrand van het plateau van Wijnendale, met als hoogste
punt het "Wijnendale fonteintje" (privé), ongeveer 40 m boven de
zeespiegel. Het laagste punt bevindt zich bij de oevers van de Kasteelbeek, 16 m
boven het zeeniveau. het domein vertoont dus een sterk reliëf met regressieve
erosie en veel brongebieden en beekjes. De bodem varieert van arm via lemig zand
naar kleiig alluvium.
Flora.
Het bos bestaat uit een bonte mengeling van talrijke boomsoorten zoals
Zomereik, Beuk, lork, Zwarte en Witte els, Gewone esdoorn, berk, olm, abeel,
populier, Corsicaanse den en Fijnspar. Bosbouwkundig is er een tendens naar het
herstel van de vroegere middelhoutstructuur. Maar in de toekomst zal tevens
worden gewerkt aan het herstel van het hakhout. Ongeveer 80 jaar geleden werd de
Beuk geïntroduceerd met alle negatieve gevolgen voor de ondergroei (weinig of
geen licht naar de bodem). Het Wijnendalebos is arm aan jonge bestanden. Het is
wel een aantal monumentale eiken en Gewone essen - met een omtrek van ongeveer 3
m - rijk.
Door de variatie in reliëf en bodem groeien hier zeer veel planten o.a.
Klaverzuring, Paarbladig en Verspreidbladig goudveil, Waterviolier, Maagdenpalm
en zelfs heiderelicten zoals Pijpestrootje en Struikheide. Maar op veel plaatsen
rukt de Braam op.
Fauna.
Men signaleert geregeld Bunzing, Wezel en Hermelijn en sporadisch ook een Vos. Buizerd, Torenvalk, Ransuil en Sperwer zijn regelmatige gasten. Soms lopen de Fazanten gewoon voor de voeten.
Ligging: langs de baan Torhout-Oostende, net vóór de grote bocht langs het kasteel van Wijnendale, links af een smalle kasseiweg (= Fonteinpad) naar een parking.
Toegankelijkheid: er is een vrij toegankelijke en een ontoegankelijke zone.
Bron: Wandelen door Westvlaamse bossen, Julien van Remoortere, Dicht-bij-huisgidsen Lannoo 1995
Het domein Wijnendale vormt de kern van het Torhoutse Houtland. Het landgoed bestaat overwegend uit een aaneengesloten bos (ca. 265 ha), waarbij een ommuurd park met historisch waterslot aansluit. De naam "Wijnendale" houdt een verwijzing in naar het wildrijke karakter van de omgeving ("Wijnen" komt van "Wine", het Oud-Saksische voor wild).
Het bos van Wijnendale vormt een relict van het vroegere woud, dat grote delen van Binnen-Vlaanderen eertijds bedekte. Het gebied werd eerst op het einde vande 18e eeuw op grote schaal ontgonnen. De aanleg van een aantal nieuwe wegen, zoals Brugge-Menen, Wijnendale-Beerst en Torhout-Oostende, speelden hierbij een voorname rol. Omstreeks de eerste helft van de 19e eeuw vormde Wijnendale een vrij uitgestrekt maar versnipperd bos. Pas rond de eeuwwisseling verkreeg het zijn huidig aaneengesloten karakter met de strak geometrische percellering.
In 1984 verwierf de Vlaamse Gemeenschap een belangrijk deel van het bos. Zo'n
80 ha werden als wandelgebied opengesteld. Een aantal verharde paden zorgt voor
een goede ontsluiting (ook voor kinderwagens en rolstoelpatiënten).
Het westelijk deel van het bos, de zgn. wetenschappelijke zone (93 ha) fungeert
als rust- en stiltegebied. Om verstoring van fauna en flora te voorkomen
wordt het bezoek er bewust beperkt. Bij deze zone sluit trouwens het
partikulier jachtlandgoed van de familie Mathieu aan.
Het bos van Wijnendale situeert zich op de zuidelijke steilrand van het
gelijknamige plateau. Het wordt in zijn algemeen voorkomen gekenmerkt door een
relatief grote verscheidenheid. Niettemin kan ook een vrij sterke antropogene
invloed worden vastgesteld. De bodemvormende sedimenten bestaan er overwegend
uit lemige zandgronden en lichte zandleemgronden. Op een aantal plaatsen
dagzomen echter ook meer uitgesproken zandige formaties. Als gevolg van de
afwisseling van kleiige en zandige lagen in de ondergrond zijn sommige lagen
daarenboven watervoerend. Dit stuwwater geeft aanleiding tot het ontstaan
van kleine beekjes (Venbeek, Waterbeek, Fonteinbeek, Kasteelbeek). De ecologisch
meest waardevolle boszones zijn dan ook langsheen deze bronbeken gelegen. Twee
bostypes van het Elzen-Vogelkersverbond komen hier voor: een rompengemeenschap
van het vochtig Elzen-Essenbos met Zwarte els, Ijle zegge, Boswederik,
Muskuskruid, Speenkruid e a en een fragmentair ontwikkeld Goudveil-Essenbos met
als indikatieve soorten o m Paarbladig en Verspreidbladig goudveil en Gele
dovenetel. Voor het Goudveil vormt het Wijnendalebos de belangrijkste vindplaats
inWest-Vlaanderen.
Op hellingen en in dalen overheersen meer voedselrijke bodems. Hier groeit o m
Kruipend zenegroen, Witte klaverzuring, Bosaardbei en Nagelkruid. In
voedselarmere gedeelten vindt men in de ondergroei vooral bramen en varens
(Adelaarsvaren, Wijfjesvaren, Koningsvaren, Brede stekelvaren, Dubbelloof).
naast Dalkruid, Valse salie en Boskruidkruis. Sporadisch ontmoet men ook nog een
aantal vertegenwoordigers van het heidemilieu: Pijpestrootje, Tormentil, Fraai
hertshooi en Struikheide.
Het bos zelf is overwegend opgebouwd uit gemengd loofhout; slechts 10% van het
bos bestaat uit homogeen naaldhout (o m Californische cypres, Weymouthden,
Zwarte den en Fijnspar). De bestanden vertonen doorgaans een oude
middelhoutstruktuur. Waar hooghout domineert (vooral forse Zomereiken,
Populieren, Beuken en Gewone es) zijn de bestanden vaak aangevuld met naaldhout
(in hoofdzaak Lork). Hakhout is er ook met Zwarte en Grauwe els, Tamme kastanje
en Gewone esdoorn. De struiklaag wordt gevormd door Wilg, Berk, Vlier,
Sporkehout, Gelderse roos, Meidoorn, ...
Door het sterk aaneengesloten karakter van het bos vertoont de fauna een
soortenspectrum waarin vooral bosbewoners goed vertegenwoordigd zijn. Onder de
carnivoren kunnen o m Wezel, Bunzing en Hermelijn worden vermeld. Hoewel
ook de Vos in het domein is gesignaleerd, geeft de sterke jachtdruk vermoedelijk
weinig kansen aan deze predator. Tot de meest markante broedvogels van het
gebied behoren o m Buizerd, Boomvalk, Nachtegaal, Wielewaal, Boomklever en
Ransuil. Voorts biedt het bos ook onderdak aan diverse sorten spechten, mezen en
vele kleine zangertjes. De beekbegeleidende bosgedeelten bezitten ook een rijke
herpetofauna met Pad, Bruine kikker, Alpenwatersalamander en Kleine
watersalamander. Langs de beekjes zelf duiken vaak libellen,waterjuffers en
vooral beekjuffers op.
Tot de rijkdom van het gebied draagt ook de ruime periferie rond Wijnendale bij.
Het domein ligt immers in een gevarieerd kultuurlandschap met tal van
waardevolle vlak-, lijn- en puntelementen. Zo herbergt een stuk weiland
langsheen de Planterijdreef een moerasrelict met hoge botanische waarde
(Breedbladige rietorchis). Voorts is er ook de bekoorlijke mozaïek van
graslanden, akkers en houtwallen in het grensland van Torhout, Ichtegem en
Kortemark. Oostwaarts van het domein situeert zich tenslotte de oude spoorlijn
naar Oostende, die als wandel- en fietspad werd ingericht (Groene 62).
Ligging: bereikbaar via de Oostendestraat (Planterijdreef e n
Fonteinpad) te Torhout
Oppervlakte: 179 ha bos en 33 ha park
Eigenaar: Vlaamse Gewest en privaat
Beheerder: domeinbos: Aminal
Toegankelijkheid: domeinbos vrij toegankelijk - wetenschappelijke zone:
uitzonderlijk geleide exursies (Aminal 050/45.41.58) - park en kasteel:
gedeeltelijk toegankelijk tussen 15 mei en 15 september (mits inkomgeld)
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
http://home.tiscali.be/wijnendalebos/wijnendalebos.htm
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het Willemspark is een echt "wandelpark", eigendom van het Vlaamse Gewest en in beheer bij het AWZ. Het wordt ook als een echt park beheerd.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
De naam Zandpanne is een toponiem waarmee vroeger het centrale
deel van de duinen tussen Wenduine en De Haan werden aangeduid.
Het reservaat vormt een onderdeel van dit binnenduinkompleks. Het gebied
fungeerde lange tijd als infiltratie- en zuiveringsbekken voor het afvalwater
van Blankenberge. Hiertoe werd het terrein in de 19e eeuw geëgalisseerd en met
een waterverdeelinstallatie uitgerust. Na WO II werd het besproeiingssysteem
verlaten. Een struweelrijke vegetatie, bestaande uit o m Wegedoorn, Kruipwilg en
Kardinaalsmuts ging weldra het gebied koloniseren.
In 1982 nam Natuurreservaten vzw het initiatief om een oude duinvallei binnen
het vroegere waterzuiveringsgebied als natuurreservaat te beheren. Een gedeelte
van het aanwezige struweel werd gekapt en door jaarlijkse maaibeurten open
gehouden. De resultaten bleven niet uit: op 3 jaar tijd verdubbelde het
soortenaantal kruidachtige gewassen. Tot de nieuwe soorten behoren Zomprus,
Valse voszegge, Rietorchis en Vijfvingerkruid.
Onderhandelingen met het Ministerie van Openbare Werken leidden in 1987 tot een
nieuwe beheersovereenkomst waarbij het reservaat met enkele open duinen werd
uitgebreid.
Het Zandpanne-reservaat verenigt op die manier een aantal karakteristieke
binnenduinbiotopen. De afwisseling in het terrein zorgt tevens voor een rijk
vogelbestand met soorten als Braamsluiper en Nachtegaal.
Ligging: langsheen de Driftweg tussen Wenduine en De Haan
- bereikbaar via het Duinenpad
Eigenaar: Vlaams gewest - Dienst der Kusthavens
Beheerder: Natuurpunt vzw
Konservator: F. Vanhee (059/23.63.46)
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - geleid bezoek op aanvraag
bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het provinciedomein 'Zee bos' is een vrij jong bos
dat recent werd aangeplant. Een bos in de polders en dicht bij de kust is niet
zo alledaags. Het heeft dan ook een aantal specifieke functies
te vervullen. Het bos sluit aan bij de Fonteintjes en is gelegen in het
poldergebied (Middelland) tussen Zeebrugge en Blankenberge. Het heeft een
belangrijke bufferfunctie tegen de activiteiten van de haven van Zeebrugge. Het
zeebos in Blankenberge kan ook de recreatiedruk op de duinen verlagen.
In het zeebos worden ook enkele weiden ingericht voor weidevogels.
De lage zones in de weiden worden uitgegraven, waardoor meer water in de weiden
kan staan. Deze waterpartijen vormen een goed biotoop voor
verschillende vogels. Deze weiden zijn te bekijken vanop de kustfietsroute.
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Zevenkerke - Sint Andries/Brugge
De gronden van de huidige abdij maakten in de 7e eeuw deel uit van het
Merovingische kroondomein Snellegem dat in de 9e eeuw een grafelijk domein
werd onder Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen. In de 11e eeuw ( en
wellicht nog vroeger ) stond aan de uiterste grens van de heerlijkheid van
Straten, op zowat 3 km van Brugge, een kerkje gewijd aan St-Andries. Men
noemde het Bethferkerke, naar de bouwer ervan. In juni 1098 zat de toenmalige
graaf van Vlaanderen, Robrecht II van Jeruzalem, vast in Antiochië dat
belegerd werd door de Turken. In die voor hem moeilijke dagen kwam een
Provencaalse boer, Barthelemy Pierre, hem vertellen dat de apostel Andreas hem
verschenen was en hem ingaf waar de lans die de zijde van Christus had
doorboord, verborgen zat. Robrecht hechtte hieraan geloof en beloofde een
klooster te stichten in het kerkje van Bethferkerke indien hij het er goed en
gezond vanaf zou brengen. Overigens mag men aannemen dat de graaf al een
tijdje naar een gelegenheid zocht om zich van het heiligdommetje te ontdoen.
In 1095 was in Clermont immers bepaald dat het leken verboden was om altaren
of kerken in hun bezit te hebben. Dus schreef Robrecht een brief aan zijn
vrouw en droeg haar op in zijn naam het kerkje over te dragen aan de monniken
van Affligem. Dit gebeurde in 1100 of 1117.
In 1188 scheidde de priorij zich af van het moederklooster en verwierf zelf de
titel van abdij. Ze was toen al in het bezit van een groot domein. Tussen 1111
en 1115 schonk graaf Boudewijn Hapken het domein "Bencebruch"
( Beisbroek ) aan de abdij. Dit gebied omvatte 115 ha vochtig gronden en
moerassen. Nog later, in 1252, kocht de abt van Margaretha, gravin van
Vlaanderen en Henegouwen, het "Veld" , een 400 ha groot
heidegebied. In 1348 schonk de abdij een deel van haar gronden aan het
Karthuizerinnenklooster St-Anna-ter-Woestijne, gelegen in de hoek tussen de
Diksmuidse Heerweg en de Zeeweg. De ontginning verliep uiterst langzaam en
toen in 1678 de abt zijn bezittingen liet opmeten, bevonden zich in het hele
domein slechts 5 kleine hoeven. Bijna 100 jaar later bleek dat aantal niet
toegenomen.
Tijdens de Franse Revolutie werden alle kloosters gesloten. De abdij werd
opgeheven in november 1796 en openbaar verkocht als nationaal goed.
Waarschijnlijk werd de abdijkerk afgebroken in augustus 1802. De gronden
kwamen in handen van enkele edellieden, de Heer Louis van Outryve d'Ydewalle
en Jonkheer de l'Epèe, die onmiddellijk de ontginning ervan aanvatten. Ze
bezaten respectievelijk de gronden ten zuiden en ten noorden van de Diksmuidse
heirweg.
De heidevelden werden omgevormd tot landbouwgrond of bebost met overwegend naaldhout. De rechte dreven maakten alle percelen goed bereikbaar. Tegen 1820 waren de laatste heidevelden aldus verdwenen. In de tweede helft van de 19e eeuw besloegen de dennebossen reeds grote delen grond. Op 17 juni 1901 stemde de Paus toe in de oprichting van de nieuwe St-Andriesabdij, als " erfgenaam van die welke 7 eeuwen had gebloeid op het Brugse platteland ". Het nieuwe klooster was toen nog maar in opbouw. Nu is het alom gekend onder de naam Zevenkerken. In de loop der tijden verrezen er in het voormalige Bencebruch en het Veld ook landhuizen zoals Tudor, Beisbroek, 't Foreyst, Peereboom en Ter Heyde.
Motivatie voor het beheer als natuurreservaat van enkele percelen bij de Abdij Zevenkerken.
Een aantal percelen toebehorend aan de Abdij van Zevenkerken werden door Arnout Zwaenepoel en Thomas Defoort geïnventariseerd op 31 mei 1996. Op deze percelen komen heidevegetaties voor of ze hebben grote potentie om tot heide te evolueren mits een aangepast beheer. Na onderhandelingen met de St-Andriesabdij werd in 1997 een beheersovereenkomst afgesloten voor zowat 3,5 ha.
De soortenlijst van de geïnventariseerde percelen telt 106 plantensoorten,
waarvan ongeveer 60% typisch is voor heiden en heischrale graslanden. De meest
kritische soorten die werden aangetroffen zijn Liggende vleugeltjesbloem, Tweenervige
zegge en vooral Rode dopheide. De eerste twee staan als potentieel bedreigd op
de Rode Lijst ( Cosyns et al. , 1995 ), de laatste als bedreigd. Tweenervige
zegge en Rode dopheide hebben een beperkt verspreidingspatroon. Rode Dopheide:
ten Z van Brugge en in de Hoge Kempen, Tweenervige Zegge: ten Z. van Brugge en
in de Hoge Venen.. De grootste populatie van beide soorten staat in het
nabijgelegen Vloetemveld. Met de onzekere toekomst van dit gebied voor ogen
worden de overige relictpopulaties des te belangrijker. Ook in een aantal
dicht rond Brugge gelegen reservaten ( Schobbejakshoogte, Gulke Putten )
ontbreekt Rode dopheide. De populatie Rode dopheide in Zevenkerken is
ook groter dan deze in het nabijgelegen Rode Dopheide-reservaat. Het is
opvallend dat Zevenkerken vooral hoog scoort wat de drogere heiden en
heischrale graslanden betreft. Slechts op enkele plaatsen, zoals het vennetje,
komen enkele natte hei-indicatoren voor zoals Trekrus, Knolrus en Gewone
dopheide. De nabijheid van waardevolle soorten in het Vloetemveld, gekoppeld
aan een natuurgericht beheer van het vennetje bieden meer mogelijkheden voor
het soortenspectrum dan wat nu aanwezig is.
De beheersvoorwaarden om het behoud van de huidige natuurwaarden te
bewerkstelligen, houden in dat de recente aanplant van Douglas, Grove den en
Amerikaanse eik weer ongedaan wordt gemaakt. De graslanden worden vrij
extensief beheerd. Het vennetje is nu reeds rijk aan libellen en waterjuffers.
Zo werden de laatste jaren reeds Metaalglanslibel, Venwitsnuitlibel en
Zwervende Pantserjuffer waargenomen. In het reservaat telden we reeds 22
soorten libellen en juffers, en evenveel soorten vlinders.
Door Thomas Defoort
In de loop 1996 nam Natuurpunt vzw afd. Brugge kontakt op met de Abdij van Zevenkerken. Of we een kleine kapvlakte in het domein van de Abdij niet konden beheren als natuurreservaat? Ja, die open plek in het bos, waar de bomen maar niet willen groeien. Zou die dan misschien van belang zijn voor natuur? Zo had men het nog niet bekeken op de Abdij. We mochten een voorstel doen. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen! De reacties waren positief, een beheersovereenkomst werd getekend, en vanaf 1997 konden we van start gaan met het natuurbeheer.
Het jongste Brugse reservaatje (ongeveer drie ha groot) ligt ingesloten in het voor het publiek ontoegankelijke deel van het Abdijdomein. Een oud Grove dennenbestand op dit terrein werd zo’n 20 jaar geleden gekapt. De heraanplanting met Amerikaanse eik, Grove den en Fijnspar mislukte grotendeels, en de natuur greep haar kans. Spontaan groeide de kale, droge grond dicht met schraal grasland en heide. Tegelijk vestigden zich berken en Zomereik. Die spontane boomopslag en de aangeplante bomen dreigden uit te groeien tot een heus bos, zodat een kapping stilaan dringend werd, als we de spontane heidevegetatie wilden behouden.
Die heide willen we inderdaad behouden. Er komen immers heel wat bijzondere planten en dieren voor. De bijzonderste is wel de Rode dophei. Dit is de soort die de heidevelden van Bretagne, de Landes of het noorden van Spanje z’n felle kleur geeft. In Vlaanderen bereikt hij de noordgrens van zijn verspreiding, met twee gescheiden areaaltjes: ten zuidwesten van Brugge en in de streek van Maasmechelen. Andere typische en zeldzame soorten zijn Tweenervige zegge (met een gelijkaardige verspreiding als de Rode dophei), Liggende vleugeltjesbloem (beide op de Vlaamse Rode lijst voor planten) en Bruin blauwtje (op de Rode lijst voor vlinders). Daarnaast vind je er Gewone dophei, Struikhei, Tormentil en een reeks minder opvallende, maar even karakteristieke soorten.
Hoe komt die heide hier nu? We onderzochten de voorgeschiedenis van ‘ons’ perceel en z’n omgeving aan de hand van schriftelijke bronnen, historische kaarten en kadastrale leggers. Minstens vanaf 1252 tot 1810 maakte het deel uit van een uitgestrekt heidegebied, het Sint-Andriesveld. Dat werd ontgonnen voor de landbouw vanaf ongeveer 1800. De beste gronden werden omgezet tot akkers en weilanden, de armste bebost met naaldhout. Heide laat zich echter niet zomaar verdringen. De zaden van veel heideplanten blijven zeer lang, tot 100 jaar en langer, kiemkrachtig. Van zodra zo’n heidebebossing gekapt wordt, schiet de heide er weer overal uit de grond. Als zo’n terrein opnieuw bebost wordt, verdwijnt de heide weer tijdelijk (omdat die licht nodig heeft), om bij een volgende kapping opnieuw te kiemen. Dat is wat gebeurde in Zevenkerken, en in het Rode Dopheidereservaat (het tweelingreservaat langs de autostrade, op de terreinen van de Vlaamse Maatschappij voor Waterwinning, op een boogscheut van Zevenkerken) en de heideveldjes van Beisbroek en Tillegem. In Zevenkerken hadden we dus de kans het heide-lappendeken in Sint-Andries en Sint-Michiels een beetje uit te breiden.
Ook voor het beheer van een aanpalend perceel werden afspraken gemaakt met de Abdij. Een ingezaaid gazon, ooit bedoeld als tuin bij een kleine woning, ontwikkelde zich mettertijd tot een echt heideveldje, met nog veel meer hei dan in de kapvlakte. Minstens even belangrijk is een kleine plas, bijna 15 jaar geleden gegraven als tuinvijver in dat ‘gazon’. Deze heeft, net als het plasje in het heideveldje van Beisbroek, eerder de allure gekregen van een heideven. Vooral de spectaculaire libellenpopulatie (zowel qua soortenrijkdom als aantallen) verantwoordt een natuurgericht beheer.
Het gevoerde beheer gedurende die laatste vier jaar bestond voornamelijk uit houthakken. In het centrale deel van de kapvlakte werden alle aangeplante naaldbomen verwijderd en een deel van de jonge berken. De eiken werden voorlopig ongemoeid gelaten. We hebben de indruk dat de heide zich hierdoor lichtjes heeft uitgebreid. Verder werden ook enkele plekken geplagd in 1999. Dat betekent dat de zode of de toplaag van de bodem weggeschept wordt. Daardoor komt de zaadvoorraad in de bodem aan de oppervlakte te liggen en wordt het ideale kiemingsmilieu voor heideplanten geschapen, namelijk blootliggend zand. Bovendien werd op die manier het Duinriet verwijderd. Deze soort dreigde aanzienlijke terreindelen dicht te groeien. Veel heide kiemde er helaas voorlopig niet op de plagplekken, zo bleek deze zomer. Wel vonden we kiemplantjes van Veelbloemige veldbies en Pilzegge, ook typische soorten voor heide en heischraal grasland, naast de minder enthousiast begroete Schapezuring, bramen en Wilgeroosjes (hoe mooi die ook zijn!). Het plaggen leverde echter meteen een verklaring op hiervoor, en ook voor het feit dat we voorlopig eerder een grasland met verspreide heideplanten hebben – geen echte heide zoals in het ‘gazon’ of in het Rode Dopheidereservaat. Het bleek immers dat we hier niet op een podzolbodem, karakteristiek voor ongestoorde heidebodems, zitten, maar dat de bodem ooit geploegd moet geweest zijn. De bovenste 20 centimeter zijn immers homogeen, humusrijk zand. De heidezaden zijn hierbij uiteraard mee ondergeploegd, zodat er minder aan de oppervlakte komen te liggen na plaggen. Dit alles betekent dat de evolutie naar een heidevegetatie lang op zich kan laten wachten. Niet getreurd echter, de huidige vegetatie is op zich al bijzonder genoeg! Tot slot past hier wel een woordje van dank aan alle vrijwilligers die op de werkdagen hun boompje hebben omgelegd of hun stukje geplagd. Hun hard labeur leverde al mooie resultaten op !
Ligging: in de onmiddellijke omgeving van de St.-Andriesabdij Zevenkerken
(St.-Andries-Brugge) langsheen de Diksmuidse Heerweg
Oppervlakte: 4 ha
Aard: heidegebied
Eigenaar: Sint Andries abdij Zevenkerke
Beheerder: Natuurpunt v z w afdeling Brugge
Contact: Stefaan Verplancke, 050/38.21.50
Toegankelijkheid: uitsluitend toegankelijk tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
De huidige Benediktijnenabdij Sint-Andries is de opvolger van de historische Sint-Andriesabdij. Ze werd gesticht omstreeks 1100 als een priorij van Affligem. In 1188 was ze reeds in het bezit van een groot domein en dat zou zo blijven tot even na de Franse Revolutie, toen de abdij werd opgegeven en openbaar verkocht.
Thans is Zevenkerke bij velen bekend als een groen uitstapdoel
en rustig wandeloord. Het globale abdijdomein heeft een oppervlakte van 47 ha.
Het overgrote deel hiervan wordt ingenomen door bos. Het bestaat overwegend uit
coniferen (Grove den, Corsicaden en Douglasspar); in mindere mate komen ook
bestanden met Beuk en Zomereik voor. Tot de karakteristieke vogels van het
gebied behoren Koolmees, Pimpelmees, Matkopmees, Goudhaantje en Grote bonte
specht.
Men betreedt het abdijdomein door een prachtige dreef, beplant met vier rijen
beuken. Rechts van de abdijdreef bevindt zich, te midden van een rustige
hoogstamboomgaard met schitterende lentebloei, het Benediktusheem (cafetaria+
boekhandel).
Slechts een beperkt deel van de abdijbossen (ca 15 ha) is op de paden vrij
toegankelijk.
Ligging: langsheen baan Brugge-Torhout t h v Sint-Andries
is de inrit aangeduid.
Oppervlakte: totaal 47 ha - 15 ha toegankelijk wandelbos
Eigenaar: privaat = Sint-Pietersabdij Zevenkerke
Beheerder: Sint-Pietersabdij Zevenkerke
Toegankelijkheid: wandelbos vrij toegankelijk - rest is privaat
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
NP Oostkamp en het gemeentebestuur van Oostkamp beheren samen dit gemeentelijk domein. We vinden er een afwisseling van oude bossen met typische voorjaarsbloeiers, houthakpercelen, een vijver met heiderestanten, een ijskelder waar zeldzame vleermuizen overwinteren, parkelementen en een ruïne. Het gebied is vrij toegankelijk.
Bron: losbladige info van NP Oostkamp
Op 6 juli 1999 werd de definitieve akte getekend waarbij het
domein Zorgvliet gemeentelijk eigendom werd. Van dit park- en bosgebied nabij
het centrum van de deelgemeente Ruddervoorde is het grootste gedeelte van het 14
ha grote domein, sedert oktober 2002 voor wandelaars opengesteld.
Voor de wandelaars laat het dambordpatroon van dreven toe een mooi overzicht te
krijgen. Ook een belangrijke motivatie voor de aankoop waren de aanwezige
natuurhistorische waarden. Het gemeentebestuur heeft bij de aanpassingswerken
deze waarden zoveel mogelijk behouden en zo mogelijk versterkt. We denken
hierbij aan de mogelijkheden die de centrale vijver biedt voor dieren en
planten, alsook de aanwezige ijskelder voor vleermuizen, het beheer van de
bospercelen enzovoort.
In 22 november 2001 gaf de gemeenteraad de principiële goedkeuring voor een
eerste uitbreiding van het domein. Deze ongeveer 6,5 ha gronden gelegen naast
het domein Zorgvliet zijn een waardevol bosgebied. De percelen bosgrond liggen
aan de Kortekeerhoek en hebben een grote waarde als bosgebied.
Op 16 oktober 2003 stond een tweede uitbreiding op de agenda. Een perceel
bosgrond van ongeveer 1,4 ha, gelegen Kortekeerstraat te Ruddervoorde, wordt
door de eigenaars te koop gesteld. Het gaat opnieuw om waardevol bosgebied,
grenzend aan het gemeentelijk domein Zorgvliet. Het aanbod biedt voor de
gemeente een mooie gelegenheid tot uitbreiding van dit domein. Om de
aankoopprocedure te kunnen starten is de gemeenteraad gevraagd een principiële
beslissing tot aankoop te nemen, waarna kan worden overgegaan tot de verdere
afhandeling van dit dossier (opmeting, bodemattesten, ontwerp-akte, definitieve
beslissing).
Bron: http://www.oostkamp.be/pages/frames/detnieuws.asp?cntNieuws=379
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Zoutekreek
In voorbereiding: users.belgacom.net/bn125301/reservaten.htm
In de loop van 1997 verwierf onze vereniging 11 ha in de Zwaanhoek. De Zwaanhoek is een poldergebied van ongeveer 150 ha groot en is gelegen op het grondgebied van de steden Oudenburg (2/3) en Oostende (1/3).
De Zwaanhoek is een oud poldergebied met een zeer grillige slootstructuur en hierdoor dito perceelsranden.
Door ondiepe ontveningen en kleiontginning in het verleden is er een gevarieerd gebied ontstaan met weilanden, sloten, moerassen, e.d.
De voornaamste botanische natuurwaarden vinden we in de sloten en moerassen, de natte plaatsen met zilte invloed van brak grondwater en in de vochtige matig voedselrijke hooilanden. Enkele soorten: Zwanebloem, Waterpunge, Vleeskleurige Orchis, Addertong, Moeraszoutgras, Zulte, e.a.
De Zwaanhoek is van groot belang voor allerlei weide- en moerasvogels.
Enkele broedvogels: Slobeend, Grutto , Rietgors, Blauwborst.
In de winter overwinteren er duizenden ganzen (vnl. Kolgans en Kleine rietgans).
Ligging: tussen Zandvoorde en Oudenburg, langsheen de E40
en het kanaal Nieuwpoort-Plassendale, bereikbaar via de verkaveling de Zwaanhoek
Oudenburg
Aard: oud poldergebied met een zeer grillige slootstructuur
Oppervlakte: 45 ha (in eigendom)
Eigenaar: Natuurpunt v z w
Beheerder: Natuurpunt vz w Oudenburg
Conservators: Walter Hostyn, st-pietersstraat 34, 8460 Oudenburg 059/82
69 44, e-mail: walle.hostyn@village.uunet.be
en Edwin Baert, Fre Orbanstraat 62, 8400 Oostende 059/51.27.75, e-mail: e.baert@ping.be
Toegankelijkheid: uitsluitend tijdens geleide wandelingen
Bron: www.studiokontrast.com/nr/reservatframe.html
In de loop van 1997 verwierf vzw Natuurpunt 11 ha in de
Zwaanhoek. De Zwaanhoek is een poldergebied van ongeveer 150 ha groot en is
gelegen op het grondgebied van de steden Oudenburg (2/3) en Oostende (1/3).
Recent werden onderhandelingen gestart voor de verdere aankoop van verschillende
nieuwe percelen, met een totale oppervlakte van meer dan 60 Ha.
Pacha Mama steunt deze aankopen met een schenking van 2500 euro.
De Zwaanhoek is een oud poldergebied met een zeer grillige slootstructuur en
hierdoor dito perceelsranden.
Door ondiepe ontveningen en kleiontginning in het verleden is er een gevarieerd
gebied ontstaan met weilanden, sloten, moerassen, e.d.
De voornaamste botanische natuurwaarden vinden we in de sloten en moerassen, de
natte plaatsen met zilte invloed van brak grondwater en in de vochtige matig
voedselrijke hooilanden. Enkele soorten: Zwanebloem, Waterpunge, Vleeskleurige
Orchis, Addertong, Moeraszoutgras, Zulte, e.a.
De Zwaanhoek is van groot belang voor allerlei weide- en moerasvogels.
Enkele broedvogels: Slobeend, Grutto, Rietgors,
Blauwborst,…
In de winter overwinteren er duizenden ganzen (vnl. Kolgans en Kleine rietgans).
Oppervlakte: 10.3 ha eigendom
Konservators: Walter Hostyn, st-pietersstraat 34, 8460 Oudenburg 059/82 69
44 walle.hostyn@village.uunet.be
Edwin Baert, Fre Orbanstraat 62, 8400 Oostende 059/51 27 75
e.baert@ping.be
Aard: oud
poldergebied met een zeer grillige slootstructuur
Ligging: tussen Zandvoorde en Oudenburg, langsheen de E40 en het kanaal
Nieuwpoort-Plassendale
Toegankelijkheid: uitsluitend toegankelijk tijdens geleide wandelingen
bron: users.pandora.be/pachamama/nl/framesets/content/04_projecten.htm#sch1
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Het zwin is één van de belangrijkste slikke -en schorregebieden
van de Vlaamse kust. Het gebied wordt dagelijks overspoeld door de zee. Bij
springtij komen ook de hoger gelegen delen – de schorre - onder water.
Deze wisselwerking van de zee maakt van het zwin een unieke biotoop met een
rijke plantengroei en een enorm aantal vogels die er neerstrijken om te
foerageren of te overwinteren.
Een typische plant is de Zwinneblomme of Lamsoor. Deze planten
- genoemd naar het biotoop - zijn eind juli, begin augustus in volle glorie te
zien. Ze kleuren de zwinvlakte in een paarse kleur. Op de schorre zijn tal van
zoutminnende planten te vinden zoals Zeekraal en Klein schorrekruid.
Het zwin is vooral gekend door de ooievaars die er verblijven.
In het eigenlijke natuurgebied is er natuurlijk veel meer te zien. Tal van
meeuwensoorten, eenden, kluten, scholeksters, wulpen en verschillende ganzen
vinden er een plaats om te rusten of om zich te voeden. .
In het Zwin kun je deelnemen aan één van de vele begeleide wandelingen.
Het Zwin is open van 9.00 tot 19.00 uur van Pasen tot september
en van 9.00 tot 17.00 uur van oktober tot Pasen. In de winterperiode is het
gebied gesloten op woensdag.
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Het%20Zwin/
Geschiedenis:
In de ontstaansgeschiedenis van de Zwinstreek
hebben verschillende grote overstromingen of transgressies een rol gespeeld. De
laatste zogenaamde Duinkerke III-transgressie in de 11e en 12e eeuw, deed een
zeeboezem - de Sincfal - uitbreiden tot een landinwaartse kreek - het Zwin -
waarlangs tot in het begin van de 14e eeuw zeeschepen over Sluis, Damme konden
bereiken. Van daaruit kon de lading naar Brugge verscheept worden en inpoldering
van de omgeving leidde ertoe dat Damme zijn functie als zeehaven verloor.
Van het oorspronkelijk aan getijden onderhevig gebied blijft nu slechts 150 ha
over, die het huidig Belgisch-Nederlandse Zwingebied vormen. De begrenzing ervan
wordt vastgelegd in 1872 door de aanleg van de Internationale Dijk, waarmee de
laatste van de in hoofdzaak 18e eeuwse inpolderingen rond het reservaat, ten
noorden van de Graaf Jansdijk (15e eeuw), werd gerealiseerd. Het gebied werd
omwille van zijn internationale belang voor vogels aangeduid als Ramsargebied.
Het landschap en de natuurwetenschappelijke waarde leidde tot nog andere
beschermende maatregelen: het gehele gebied kreeg in verschillende fasen (1939,
1978, 1982, 1983) het statuut van beschermd landschap; op het gewestplan kreeg
het de bescherming van reservaat en natuurgebied; 150 ha werd in 1952 reeds
opgericht als natuurreservaat.
Ondanks deze beschermingen blijven bedreigingen onder vorm van aanleg van
toeristische voorzieningen en de verzanding van de Zwingeul, die
waarschijnlijk het gevolg is van de uitbouw van de haven van Zeebrugge en de
zandspuitingen op de stranden van Knokke-Heist, reëel.
Het gehele Ramsargebied, ongeveer 530 ha groot, is grotendeels eigendom van de
Compagnie Het Zoute, die tevens instaat voor het beheer en de uitbating van het
Zwinreservaat dat destijds door wijlen Graaf L.Lippens, beheerder van de
Compagnie, werd opgericht.
Aard van de biotopen.
De diversiteit aan biotopen in dit gebied is vrij groot. Naast een getijdengebied met kreken, slikke en schorre, komen duinen, naald- en loofbos evenals weilanden voor. Diverse overgangen van zout naar zoet, van klei naar zand, van nat naar droog en van kalkrijk naar kalkarm, zorgen voor ecologisch interessante leefomstandigheden.
Fauna.
Als broedgebied is het Zwin vooral interessant
door het voorkomen van Blauwe reiger, Bergeend, Kluut, Zwartkopmeeuw en
Visdiefje. Daarnaast broeden er onder meer ook Wilde eend, Zomertaling,
Scholekster, Bontbek- en Strandplevier. Zangvogels komen talrijk voor in de
duinbosjes, zowel tijdens de broed- als de trekperiode. Tijdens de trek en
gedurende de winter zijn vaak belangrijke aantallen eenden, ganzen, zwanen en
steltlopers aanwezig (Goudplevieren en Dwergsterns). Nonnetjes overwinteren er
in belangrijke aantallen, evenals Riet-, Kol- en Brandgans.
Naast vogels komen ook verschillende amfibiënsoorten voor waaronder de Kleine
en Grote watersalamander, Bruine en Groene kikker, evenals Gewone en
Rugstreeppad.
Flora.
Op botanisch vlak is het Zwin interessant omwille
van zijn zoutminnende vegetaties enerzijds en zijn duinvegetaties anderzijds. In
het overstroombare gedeelte komt naast een pioniersvegetatie op de slikke met
Zeekraal en Engels slijkgras, een schorrevegetatie voor waarvan het aspect in
belangrijke gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van Lamsoor, Kweldergras en
Zoutmelde op de lagere delen en door Zilte rus, Zeealsem en Engels gras op
de hogere gedeelten.
In het duingebied worden verschillende duinbiotopen onderscheiden: de zeereep,
de eerste, door schelpengruis kalkrijke duinen met zandfixeerders als Helm
en Biestarwegras en planten als Deens lepelblad, Duinreigersbek en Duinruit,
duinpannetjes met ondermeer Geel walstro en de parasiet Walstrobremraap,
Duindoornstruweel met een kruidenvegetatie van onder meer Winterpostelein en
Fijne kervel op de kalkarme en stikstofrijke duinen, duingraslandjes,
Zeedenaanplantingen, loofbos met wilgen, Esdoorn, Es, Witte abeel, Zomereik en
Zwarte els.
Ligging: Knokke Ooievaarslaan (op de grens met Nederland) - bewegwijzering Het Zwin volgen
Toegang: alleen het Zwinreservaat (van het ganse Ramsargebied) is - mits betaling - het hele jaar door toegankelijk voor het publiek. Geleide wandelingen van Pasen tot september, elke donderdag en zondag om 10.00 u (samenkomst ingang reservaat).
Bron: Beschermde gebieden in Vlaanderen, AROL Brussel 1988
Het Zwin vormt een 150 ha groot schorre- en
slikkegebied op de Belgisch-Nederlandse grens.
Het dankt zijn ontstaan aan een vroegmiddeleeuwse overstroming (Duinkerke
II-transgressie), waarbij een brede zeeboezem tussen Heist en Cadzand werd
gevormd. Op deze zeeboezem - in oude geschriften "Sincfal" (=grens van
het Friesenland) genaamd - sloot een krekenstelsel aan, waarvan een uitloper tot
Brugge reikte. Nieuwe overstromingen omstreeks het eerste milennium maakten die
kreek tot een bevaarbare zeearm, die met de naam Zwin werd aangeduid. In de late
middeleeuwen ging die zeearm echter verzanden. Wellicht hebben inpolderingen en
de uitbouw van een zeewerend dijkenstelsel die verzanding in de hand gewerkt.
Uiteindelijk bleef van de oorspronkelijke zeearm alleen het huidige
getijdegebied, begrensd door de in 1872 aangelegde internationale dijk, als
reliktlandschap bewaard.
In 1952 werd het terrein, onder impuls van Graaf L. Lippens, tot natuurreservaat
uitgeroepen en onder bescherming van de (toenmalige) BNVR en het WWF geplaatst.
In de daaropvolgende jaren groeide het domein uit tot een populair
bezoekersobjekt.
Ondanks de hoge bezoekersdruk is men erin geslaagd het schorre- en slikkegebied
voortreffelijk te vrijwaren. Daartoe werden bepaalde gedeelten (broedkolonies)
van het reservaat voor het publiek afgesloten, terwijl vóór de eigenlijke
toegang een edukatief park werd aangelegd.
De betekenis van het Zwin als reservaat ligt vooral in de vele duizenden vogels
die jaar in jaar uit de alluviale gronden bevolken. Tot de karakteristieke
broedvogels behoren o m Kokmeeuw, Visdiefje, Scholekster, Kluut, Tureluur,
Bergeend en Strandplevier. Voor Vlaanderen unieke broedvogels zijn er de
Zwartkopmeeuw, Noordse stern, Dougall's stern en Bontbekplevier. Vele andere
soorten vertoeven er tijdelijk, als zomer- of wintergast of op doortrek. Het
gevarieerde biotoop van open plassen, kreken, slikken en schorren levert hierbij
het noodzakelijke voedselaanbod. In trekperiodes zijn ruiters, plevieren en
strandlopers numeriek het sterkst vertegenwoordigd. Bij stuwtrek voegen zich
hierbij ook grote aantallen zangvogels. Op de plassen overwinteren regelmatig
Fuut, Kuifduiker, Geoorde fuut, Aalscholver, Krakeend en Brilduiker. Typische
wintergasten van de zeereep en het binnenlandduin zijn Strandleeuwerik, IJsgors
en Sneeuwgors. In het Zwin is tevens met succes geëxperimenteerd om uit onze
streken verdwenen soorten als Ooievaar, Kwak en Grauwe gans te herintroduceren.
Tot de karakteristieke zoutminnende vegetatie behoren o m Zeekraaal, Klein
schorrekruid, Gewone Obione, Zeealsem en Lamsoor. Het Zwin vormt tevens de enige
bekende groeiplaats van Gesteelde zoutmelde in Vlaanderen.
Deze en andere soorten worden echter in hun bestaan bedreigd door de toenemende
verzanding van het gebied die zijn oorzaak vindt in veranderingen van de
zeestromingen voor de kust ten gevolge van belangrijke ingrepen in het mariene
milieu (uitbouw haven Zeebrugge, afsluiten van de Oosterschelde,
zandopspuitingen aan de Oostkust).
Ligging: Knokke Ooievaarslaan (op de grens met
Nederland)
Oppervlakte: 150 ha (inklusief 25 ha in Nederland)
Eigenaar: Immobiliënmaatschappij van het Zoute
Beheerder: Immobiliënmaatschappij van het Zoute i s m Natuurpunt vzw
Konservator: G. Burggraeve (050/60.37.59)
Toegankelijkheid: park en centraal schorregebied toegankelijk mits
inkomgeld. Geleide wandelingen van Pasen tot september, elke donderdag en zondag
om 10.00 u (samenkomst ingang reservaat).
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel Natuurgebieden
Zwinbosjes
Ongetwijfeld is het Zwin een van de bekendste reservaten in ons land. Minder
gekend doch minstens even belangrijk zijn de aanpalende Zwinbosjes. Dit
duingebied vormt een natuurlijke overgang tussen zee, strand en polder. Het
gebied 'de Zwinbosjes' bestaat langs de zeezijde uit de zeereepduinen waar we
talrijke specifieke duinplanten zoals de Blauwe zeedistel kunnen aantreffen.
Meer landinwaarts gaan de duinen over in een struweel waar de Duindoorn de
hoofdrolspeler is. Vervolgens treffen wij typische natte en droge duinweilandjes
aan die echte botanische pareltjes zijn, wij vinden er onder ander nog de Slanke
duingentiaan. De eindfase van dit dynamisch landschap wordt gevormd door het
duinbos. Voor flora en fauna is dit gebied in België uniek
Door zijn ligging tegen
het mondaine Knokke-Het Zoute is het gebied
altijd sterk bedreigd geweest door allerlei immobiliënprojecten. Het feit dat
de zwinbosjes eigendom waren van de Cie. het Zoute was daar niet vreemd aan. De
toekomst van dit gebied was de inzet van een jarenlange strijd tussen de
natuurverengingen en de Cie. Het Zoute. Deze strijd werd uiteindelijk beslecht
op 20 september 2002 door de aankoop van het volledig domein door de Vlaamse
gemeenschap. In een volgende fase zal de oude zwemkom afgebroken worden en wordt
een beheersplan voor het gebied opgemaakt.
Voor wandeling door de Zwinbosjes: Biotoop: Duinen: van strandduintjes
tot duinweiden en duinbos.
Periode: gans het jaar interessant.
Voorjaar: Voorjaarsbloeiers (Maarts viooltje, Wilde narcis). Vogelleven:
spechten, roofvogels.
Zomer: Duinflora en insecten. Juni, juli, augustus is de hoofdbloeiperiode van
het duin.
Najaar: Paddestoelen, vruchten, roofvogels.
Winter: Slaapplaats diverse soorten roofvogels ('s avonds), lijsterachtigen,
vinkachtigen, Houtsnip.
Aanraders: - Vroegemorgenwandeling voor vogelzang vanaf eind april tot eind mei.
- Zomerwandeling met aandacht voor duinecosysteem van binnenduinrand, polder tot
embryonale strandduintjes (eventueel in combinatie met de Korte duinen en
Oosthoekduintjes).
Duur: 2½ tot 4 uur.
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Vlak bij het zwin vinden we de Zwinbosjes. Het gaat om één van de meest gevarieerde duingebieden aan onze kust. Het gebied is op het vlak van natuur het hele jaar interessant:
Bron: www.dekust.org/NL/bezoeker/dieren_planten/natuurbeleving/Natuurreservaten/Zwinbosjes/
De Zwinbosjes bufferen de kwetsbare schorren en slikken
oostwaarts van de internationale dijk. De Zwinbosjes vormen een ruimer
landschappelijk geheel van duinhoofden, struweel, bos en grasland.
Sinds 1988 is het gebied als landschap gerangschikt. Het terrein vertoont,
vooral naar de zeereep toe, een sterk geaccidenteerd karakter. Het is bovendien
zeer gradiëntrijk. Dit verklaart de grote verscheidenheid aan planten en dieren
die men er aantreft. Het gebied herbergt o m een van de laatste populaties
van Boomkikker aan de Belgische kust (uiterst waardevol duinbiotoop).
In het terrein kunnen grosso modo een drietal deelgebieden worden onderscheiden:
een zone waar het duinaspekt domineert, een centrale zone met bebost karakter en
een zuidelijk gedeelte met wei- en grasland.
De duinzone fungeerde vroeger als golfterrein. Enkele open plekken en ondiep
kuilen herinneren hieraan. In dit terreingedeelte neemt het duinmilieu zeer
verscheiden vormen aan: blonde stuifduinen wisselen af met duinkalkgraslanden en
duinstruweel. Men vindt er zowel pioniersplanten en fixeerders (Biestarwegras,
Zandzegge) als soorten van een meer stabiel, gerijpt milieu (Geel walstro,
Stijve ogentroost, Wondklaver). In een aantal vochtiger graslandjes groeien ook
diverse soorten orchideeën (Gevlekte rietorchis, Moeraswespenorchtis,
Harlekijntje, Honingorchis e a). Het bosgedeelte bestaat uit jongere
naaldhoutaanplantingen (Zeeden) met hier en daar verspreid wat loofhout-opslag
(Esdoorn, Witte abeel, Zwarte els, Zomereik, Wilg). In deze zone situeren zich
ook een aantal ondiepe vijvers, die mede de aanwezigheid van een
rijke herpetofauna in de hand hebben gewerkt (Groene en Bruine kikker, Gewone
pad, Rugstreeppad, Grote en Kleine watersalamander).
Zuidwaarts van de boszone sluit een weidelandschap aan. Tijdens WO II situeerde
zich hier een militair vliegveld. Het gebied vormt nu een belangrijk fourageer-
broedterrein voor vogels van open grasland (Grauwe gans, Kievit, Patrijs,
Bergeend). Overigens is het gehele gebied bijzonder vogelrijk: Wielewaal,
Bosrietzanger, Tapuit, Kneu, Europese kanarie, Nachtegaal, Fitis, Grasmus,
Koekoek e a. tijdens het zomerhalfjaar en een bont gezelschap van doortrekkers
en wintergasten (Kramsvogels, Koperwieken, Barmsijzen, Fraters) in het najaar.
Ligging: bereikbaar via de Ooievaarslaan, de Zwinlaan en
de Zeedijk te Knokke
Oppervlakte: ca. 200 ha
Eigenaar: privaat
Beheerder: Immobiliënmaatschappij van het Zoute
Toegankelijkheid: vrije toegang op de paden - een gedeelte van het
bosgebied is afgesloten en niet toegankelijk.
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen inWest-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
WANDELING DOOR DE ZWINBOSJES.
Biotoop: Duinen: van strandduintjes tot duinweiden en duinbos.
Periode: gans het jaar interessant.
Voorjaar: Voorjaarsbloeiers (Maarts viooltje, Wilde narcis). Vogelleven:
spechten,
roofvogels.
Zomer: Duinflora en insecten. Juni, juli, augustus is de hoofdbloeiperiode van
het
duin.
Najaar: Paddestoelen, vruchten, roofvogels.
Winter: Slaapplaats diverse soorten roofvogels ('s avonds), lijsterachtigen,
vinkachtigen, Houtsnip.
Aanraders: - Vroegmorgenwandeling voor vogelzang vanaf eind april tot eind
mei.
- Zomerwandeling met aandacht voor duinecosysteem van binnenduinrand, polder
tot embryonale strandduintjes (eventueel in combinatie met de Korte duinen en
Oosthoekduintjes).
Duur: 2½ tot 4 uur.
GELEIDE
NATUURWANDELINGEN VOOR GROEPEN OP AANVRAAG
ALGEMENE INLICHTINGEN.
- prijs: 40,00 euro/per tocht (1½ à 4 uur)/per gids.
- maximaal 25 personen/gids. Ideaal groep van 15 à 20 personen/gids.
- alle geleide wandelingen worden aangevraagd bij Patrick Demaecker, Graaf
d'Ursellaan 14/ver. 3 te 8301 Knokke-Heist, ook te contacteren via e-mail patrick.demaecker@wanadoo.be
Bron: users.pandora.be/natuurpunt_knokke-heist/
Terug naar Tabel Natuurgebieden
3. Overige natuurgebieden (tabel).
| Bos ter Rijst | Bourgoyen-Ossemeersen - Mariakerke/Gent |
| Brakelbos | Clairmarais F |
| Hallerbos | Kluisbos - Kluisbergen |
| Lac du Der | Mechels Broek - Mechelen |
| Viconia kleiputten - Stuivekenskerke |
Vermoedelijk vond de bebossing plaats aan het eind van de 18e eeuw gezien op de kaart van Ferraris (1770) op deze plaats nog akker- en weiland ingetekend stond en dat de kaart van Vandermaelen (1850) bos aangeeft. Tijdens de eerste WO werd Ter Rijst grotendeels kaalgeslagen. Grote delen zijn vermoedelijk opnieuw aangeplant tussen beide WO. In 1974 werd het bos (ca. 25 ha) aangekocht door de staat. Een deel van het bos is niet meer toegankelijk omwille van de ecologische kwetsbaarheid.
Het hele bos ligt op een helling die plaatselijk zeer steil kan zijn (hoogte 50 tot 105 m). De Molenbeek wordt gevoed door bronnen in het bos die ontspringen op een contactzone tussen zandige en kleiige lagen. De bodem bestaat uit leem, maar plaatselijk komen zand- en kleilagen aan de oppervlakte.
Ter Rijst is een soortenrijk en gevarieerd loofbos, floristisch buitengewoon rijk, doch arm aan zoogdieren (kleine oppervlakte); wel rijk aan vogels.
Bron: Wandelen door Oostvlaamse bossen, J.van Remoortere, Lannoo 1996
Terug naar Tabel overige naturgebieden
Landschap
Het landschap van de Bourgoyen-Ossemeersen is een riviervallei, uitgeschuurd door de Leie, met vochtige graslandpercelen (meersen) en veel sloten. Centraal ligt een zandige donk met daarop de historische Valkenhuishoeve (1624) die als beheersboerderij functioneert. De omliggende hoger gelegen zandige gronden (kouters) zijn voor het grootste deel bebouwd. Slechts een klein deel, de Vliegpleinkouter, is gevrijwaard gebleven van bebouwing en wordt hoofdzakelijk gebruikt als akker.
Bescherming
Het grootste deel van het gebied is als landschap beschermd omwille van de natuurwetenschappelijke waarde. Op het gewestplan zijn de percelen hoofdzakelijk bestemd als natuurreservaat en natuurgebied. Voor het ganse natuurreservaat is een Bijzonder Plan van Aanleg opgemaakt waaraan een onteigeningsplan gekoppeld is. Sinds 1974 koopt het stadsbestuur van Gent gronden aan in de Bourgoyen-Ossemeersen. Anno 1998 is meer dan drie vierde stadseigendom (de totale oppervlakte bedraagt 210 hectaren). De volledige realisatie van een stedelijk natuurreservaat komt dan ook in zicht. Natuurpunt heeft ca. 7 hectaren in eigendom, het Vlaams Gewest ca. 1 hectare (eigendom beheerd door het Instituut voor Natuurbehoud).
Natuurbeheer
In het beheersplan primeren de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. Essentieel hierbij is de opdeling van het natuurreservaat in 6 deelgebieden met verschillende doelstellingen; maatregelen ofwel gericht op plantenvegetaties, ofwel gericht op de aanwezigheid van water- en weidevogels, ofwel gericht op wandelrecreatie en natuureducatie. Het dagelijkse terreinbeheer van de percelen in stadseigendom wordt uitgevoerd met stedelijke natuurarbeiders. Voor het beheer van de grote graslandpercelen sluiten de Stad Gent en Natuurpunt Gent overeenkomsten af met landbouwers die de graslanden hooien en/of laten (na)beweiden met runderen. Het spoorwegdijkgebied, de zone rond de Kroosvarenplas en enkele ruigtes worden beheerd door Natuurpunt Gent.
Overwinteraars
In de winter zit hier meer dan 1% van de Europese populatie aan Slobeenden. Dit en ook de aanwezigheid van andere belangrijke eendensoorten (Smient en Pijlstaart) hebben ervoor gezorgd dat het gebied erkend werd als Ramsar-gebied, zijnde een internationaal beschermd gebied voor overwinterende watervogels.
De Leie
De laaggelegen Leievallei loopt ‘s winters hoofdzakelijk onder water met regenwater. Als blijkt dat de Leie een voldoende en permanent goede waterkwaliteit kan bieden, dan kan men haar water via kanalen de Bourgoyen binnenleiden. Zover is het echter nog niet. Wanneer de winterse overstromingen op gang worden gebracht met Leiewater in plaats van met regen, dan kan dat niet alleen de bodemverzuring tegengaan. Het Leiewater zal ook een zekere morfo-dynamiek teweegbrengen die typisch is voor grote rivierecosystemen. Dergelijke vorm van natuurontwikkeling kan in het beste geval vegetatietypes opleveren die hier vandaag ontbreken. Hierbij wordt gedacht aan slikplatenvegetaties, brede en drassige oevervegetaties of aan een moerasbos.
Ligging: hoofdzakelijk op grondgebied Mariakerke – ingesloten tussen de Ringvaart, de Brugse steenweg en de Drongensesteenweg.
Bronnen: www.natuurpuntgent.be/Terug naar Tabel overige naturgebieden
Het Brakelbos maakte in de volle Middeleeuwen deel uit van de uitgestrekte bossengordel op de getuigenheuvels van Zuid-Oost-Vlaanderen. Vanaf de 18e eeuw kwamen de bossen in het bezit van enkele rijke families, waarna uiteindelijk in 1951 het OCMW van Oudenaarde eigenaar werd. Het gemeentebestuur van Brakel huurt het af en het beheer wordt toevertrouwd aan Waters en Bossen. Vanaf 1976 werd het bos (ca. 76 ha) opengesteld voor het publiek.
Het huidige Brakelbos bevindt zich bovenop de Pottelberg. Het reliëf is navenant met een aantal heuvelkammen doorsneden door beekjes.
Bron: users.skynet.be/bk239928/html/dutch/braklbos.htm
Terug naar Tabel overige naturgebieden
Tot de 4e eeuw kwam de zee tot aan het moeras. Het wegtrekken van deze heeft een uitgestrekt wild moeras achtergelaten.
Omstreeks de 10e eeuw begonnen de monniken met de hulp van de plaatselijke bevolking, die hoofdzakelijk vissers waren, met het in cultuur brengen. Talrijke kanaaltjes werden aangelegd om het overtollige water naar zee af te voeren; dit zijn de "watergangs". Kleinere waterlopen werden gegraven om de perceeltjes te ontlasten; dit zijn de "fossés" (=sloten).
Het moeras heeft 160 km rivieren en 400 km sloten en kanaaltjes op een totale oppervlakte van 3600 ha.
In vele delen van het moeras werd turf uitgestoken, zowel in het hoge als in het lage moeras. De turfwinning is vanaf de 18e eeuw begonnen en heeft een mozaïek van vijvers nagelaten die verbonden zijn door vaargeulen. Deze exploitatie werd tot het einde van de 19e eeuw voortgezet. De 800’000 ton uitgestoken turf heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan van de vijvers van Romelaëre.
De naam Romelaëre is verbonden met Guillaume Rommelaer die in 1714 dit "onbegaanbaar moeras" exploiteerde (turfafzettingen). In het begin van de jaren 1970 kocht de gemeenschap een deel van de vijvers om er een toeristische uitrusting te realiseren. In het kader van de uitzonderlijke naturalistische kwaliteit van het gebied werden 2 doelstellingen vooropgesteld:
de bescherming van een merkwaardig ecosysteem
openstelling van de site voor het publiek met pedagogische en recreatieve doeleinden.
De site van de Romelaëre bestaat uit:
80 ha als geklasseerd natuurreservaat sinds 1988 en eigendom van het regionaal Natuur Park
20 ha genieten de bescherming en het beheer van het globale gebied en is eigendom van het Departement Pas-de-Calais
2 privé eigenaars werken in overeenstemming met het Park voor het terreinbeheer
Economisch belang.
Zolang als men zich kan herinneren hebben de bewoners van het moeras altijd groenten gekweekt. Sinds de Middeleeuwen hebben ze de terreinen opgehoogd, gedraineerd en ontgonnen en ze in kultuur gebracht.
Om een goede drainage van de bodem toe te laten werden de "Brouckaillers" in een veelheid van kleine perceeltjes gehouwen met een oppervlakte variërend van 40 tot 80 are en werden ze omringd en bediend door een netwerk van "watergangs" (=kanaaltjes). Het gebruik van de boot was onontbeerlijk voor alle verplaatsingen.
"L’escute" - van het Nederlands "scute" - werd gebruikt voor het snelle transport van personen en materialen; afmetingen: 5.10 tot 8.30 m op 1.20 tot 1.75 m. "Le bacove" - van het Nederlands "cogghe" - voor het goederentransport (groenten); afmetingen 9.50 m op 2.00 m.
De groententeelt blijft heden een van de voornaamste aktiviteiten van het moeras met 750 ha in uitbating (92 uitbaters) op 3600 ha totale oppervlakte aan moeras. In de Middeleeuwen kweekte men toen voornamelijk look en ajuin en ook hennep. Zoals alle grote steden was St. Omer, die in de 14e eeuw 35000 inwoners telde, begiftigd met een moestuin enclave. Sinds de 19e eeuw is een vierde van de oppervlakte aan de groententeelt gewijd.
Aktueel produceert het moeras elk jaar 7 tot 8 miljoen bloemkolen, maar het transport per boot behoort tot het verleden.
Ecologisch belang.
De site van Romelaëre omvat volgende biotopen: 45 ha vijvers, 22 ha graasweiden, 23 ha rietvelden, 5 ha veenbos en 5 ha diverse bebossing, wandelpaden, braakliggend land. Het gebied telt 1400 knotwilgen, 27 km rivieren en grachten en 350 grond- en waterperceeltjes.
Er komen 230 plantensoorten voor waaronder een 10-tal beschermde voor de regio Nord/Pas-de-Calais. Verder 65 soorten algen, 20 lichenen, 13 mossen en meer dan 130 paddestoelen, waarvan er tenminste 3 nieuw zijn voor de regio. Onder de zoogdieren werden 7 soorten vleermuizen geteld. Bij de ongewervelden: 18 soorten libellen, 70 soorten kevers, 70 soorten vlinders waaronder 41 soorten nachtvlinders, 9 soorten sprinkhanen, 42 soorten weekdieren, 86 soorten spinnen en 5 soorten amfibieën. Meer dan 190 vogelsoorten werden geobserveerd in het reservaat; tot de oorspronkelijke soorten behoren: rietgors, grote aalscholver, rietzanger. En de inventarisatielijst is nog lang niet volledig.
Het moeras vormt zekerlijk één van de laatste overblijfselen van wat het audomarois moeras vóór het in cultuur brengen moet geweest zijn. Heden zijn de moerasgedeelten die hun originele fysionomie behouden hebben schaars. Deze habitat kan het best bekeken worden op het Romelaëre reservaat.
De vegetatie bestaat uit carexbundels die een plantenvlot vormen die op turf in wording rusten. Ook hier is de natuurlijke kolonisatie van het moeras door de wilgen en elzen snel. Teneinde de overleving van beschermde en bedreigde planten, zoals de moerasvaren, te waarborgen is de beheerder verplicht om de kleine heesters die dit zeldzaam habitat bedreigen, regelmatig te kappen. De instabiliteit van het milieu bemoeilijkt elke tussenkomst; daarom wordt er slechts tijdens de vorstperiode gewerkt.
Het veenbos is het einde van een natuurlijke dynamiek waar de beheerders nooit ingrijpen en bestaat hoofdzakelijk uit meerdere soorten wilgen en elzen. Men vindt er ook enkele gewone essen, gesteelde eiken en wilde kers. Een rijk en gediversificeerd onderhout bestaande uit kleine heesters en lianen versterkt zijn belang. Er werden meer dan een 100-tal paddestoelen geteld, waaronder een aantal die uniek zijn voor de Nord/Pas-de-Calais.
Bron: "Livret de découverte du site et de la réserve du Romelaëre"
Terug naar Tabel overige naturgebieden
Het Hallerbos, op ca. 120 m hoogte en één van de overblijfselen van wat eens het machtige Kolenwoud was, heeft een oppervlakte van 552 ha, waarvan 511 ha gelegen zijn op het grondgebied van Halle en eigendom zijn van de Vlaamse Gemeenschap.
Het bos was eigendom van het Sint-Waltrudiskapittel van Bergen, maar in 1652 kwam 2/3 ervan in het bezit van de adellijke familie Arenberg. Dit Duitse geslacht, dat in de Nederlanden talrijke domeinen bezat, wist in 1789 het bos volledig te verwerven en wisten het bos redelijk goed te beheren. Na de Eerste Wereldoorlog werd het, na sekwestratie, in 1930 staatseigendom. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het bos door de Duitse bezetter grotendeels omgehakt. De herbebossing had plaats tussen 1930 en 1950. De aanplantingen bestaan vooral uit (zomer)eik, en beuk op de leemgronden waarbij de veeleisende gewone es(doorn) op de dikste leemlagen aangetroffen worden en Europese lork, Corsikaanse en grove den op de zandgronden.
Slechts enkele bomen hebben de kaalslag van W.O.1 overleefd: de sequoia’s of mammoetbomen, in een groepje van 6 bij elkaar.
Een dikke laag Brusseliaans zand, dat geëxploiteerd wordt in tal van grote zandgroeven, rust op Ieperiaanse klei; bovenop ligt een door de wind aangevoerde leemlaag (löss) tot wel 10 m dik die intussen plaatselijk reeds is weg-erodeerd. Op het raakvlak zand/klei vinden we heel wat bronnen met helder water. Het plateau wordt diep doorsneden door een dicht en vertakt netwerk van waterlopen (Zoniënbos-, Haller-, Kapittel- en Steenputbeek). De paden en wegen die min of eer dwars op de helling lagen, hebben erosie in de hand geerkt. Eeuwenlang spoelden onweders de karresporen steeds dieper uit. Zo ontstonden de fameuze holle wegen.
Vanaf half maart bloeien de bosanemonen, een maand nadien staan duizenden blauwe hyacinten in bloei, weldra gevolgd door geurige meiklokjes.
Info:
Bossen en Wouden - Natuur in België, M. De Coster en J.P. Herremans, Artis-Historia 1997Terug naar Tabel overige naturgebieden
De overlevering wil dat een kluizenaar die omstreeks 480 in de bossen woonde er de koningszoon Childeric opvoedde. Dit zou later de koning der Franken en de stichter van de stad Rijsel worden. Het is naar die kluizenaar dat de heuvel en later de errond liggende gemeente, "Kluisberg" zou zijn genoemd.
Hoe is de Kluisberg (141 m) er gekomen? Wel, 70 miljoen jaar geleden, in het tijdperk dat Tertiair wordt genoemd, werd ons land vaak overspoeld door de zee. Het water liet telkens een laag bezinksel achter, nu eens zand, dan weer klei. Toen de zee zich terugtrok werden de zachte lagen weggespoeld door de regen. Alleen de hardste lagen boden weerstand. Zij vormen nu een rij heuvels, van Ieper tot Leuven. Ooit was de hele streek rond de heuvels overal zo hoog als de hoogste toppen. De heuvels zijn daar nog de stille getuigen van. Vandaar dat ze 'getuigenheuvels' worden genoemd.
Het Kluisbos is 300ha groot en zit te paard op de taalgrens. Het Vlaamse stuk (Ruien en Kwaremont) bestaat uit een gemeentebos; een domeinbos (eigendom van de staat) en een privé-bos. Het is dan ook vrij toegankelijk.
Opvallend aan het Kluisbos is de grote verscheidenheid aan bostypes: het is een groot kathedraalbos, gedomineerd door Beuk, maar er groeien ook Zomereiken, Essen, Esdoorns, Berken, Tamme kastanjes, Lorken en Corsicaanse dennen. In de lente bloeit er een tapijt van Bosanemonen, Speenkruid en Wilde hyacinten. In een deel van het bos is, door betreding, de ondergroei verdwenen.
In het najaar zijn op de minder frequent bezochte delen nog veel paddestoelen te vinden. Bronbeken en twee poelen zorgen voor wat extra fauna en flora. Onder andere de Vuursalamander vindt hier het nodige om te overleven.
Bronnen: users.skynet.be/bk239928/html/dutch/kluisbos.htm
users.skynet.be/bk239928/html/dutch/vl_kluis.htm
www.lannoo.be/oscar/htm_nl/TTB_02_02.htm
Terug naar Tabel overige naturgebieden
De Lac du Der - Chantecoq ligt in het centrum van de Champagnestreek. Het is met zijn 4800 ha het grootste kunstmatig meer van Frankrijk.
De overstromingen die Parijs troffen werden veroorzaakt door de overmaat water in de Marne, een zijrivier van de Seine. Door de aanleg van een waterreservoir, de Lac du Der, kon de watertoevoer in de Marne geregulariseerd worden.
In 1938 werd er een experimenteel bekken van 400 ha aangelegd. In 1969 startten de werken voor een grootschalig project, na jarenlang verzet van de 360 inwoners van de 3 dorpen (Chantecoq - Nuisement-aux-Bois - Champaubert-aux-Bois) die hiervoor moesten opgeofferd worden. Op 2 juli 1974 werd het bekken gevuld. Dank zij de ondoordringbare klei en mergel in de ondergrond kan het water opgehouden worden. Dit betekende het einde van de grote overstromingen die Parijs gekend had.
Der komt van het Keltische woord voor Eik.
Terug naar Tabel overige naturgebieden
Het Mechels broek (ca. 89 ha) vormt samen met de gebieden stroomop- en stroomafwaarts één groene band langs de Dijle. Ruim 40 jaar terug werden twee grote zandwinningputten gegraven voor de aanleg van de E19. Deze putten zijn nu twee grote en diepe vijvers. De kleinste is erg in trek bij heel veel watervogels.
2. Problematiek.
Een broek is er om overstroomd te worden. Wanneer nu de mens de rivier (Dijle) gaat indijken dan kan het broek niet meer onder water komen en gaat het hele gebied verdrogen…Het water in de beekjes is regenwater (veel zuurder dan grondwater). Een ander probleem is dat één van de aanpalende straten niet is aangesloten op het rioleringsnet en dus al het afvalwater ongezuiverd in de beek terechtkomt. Natuurpunt v.z.w. wil hier een rietveld aanleggen om het water vooraf te zuiveren. Op de uiterste grens van het gebied overstroomt de Boeimeerbeek ook niet meer door het plaatsen van een stuw (omwille van industriële doeleinden).
3. Beheer.
De populierenbossen zijn niet gewenst en worden verwijderd (kappen of ringen). Er ontstaat spontaan een wilgenbos. De open gebieden worden begraasd door Galloway-runderen. De enkele plaatsen waar deze moeilijker bij kunnen, worden toch opengehouden dankzij de inzet van vele vrijwilligers en de terreinploeg.
4. Flora en fauna.
I
n het gebied zijn ook verschillende poelen. Deze zijn overblijfselen van een bombardement uit WO II. Het water is er van een uitstekende kwaliteit: Groene kikker, Alpenwatersalamander en Kleine watersalamander, Kikkerbeet, Zwanebloem en Waterzuring. In het voorjaar zie je dat o.a. Blauwborsten, Rietzangers, Winterrallen, Zomertalingen het Mechels Broek uitkiezen om hun gezinnetje uit te breiden.5. Mogelijke oplossing voor de verdroging.
Het gebied zou kunnen bewaterd worden via het bestaande bekensysteem. Daartoe moeten de beken wat uitgediept worden. Dit mag van de eigenaars, maar de bodem van de beken is zo zwaar verontreinigd dat het naar een speciaal stort moet afgevoerd worden. Dit is spijtig genoeg te duur en dus kan het niet uitgevoerd worden…
Bronnen: www.bios.student.kuleuven.ac.be/downloads/pimemechels.html
www.natuurpunt.be/default.asp?ID=15
Meer info: Wandelgids Natuurpunt 2002 en Vijvers en moerassen Artis-Historia
1999
Terug naar Tabel overige naturgebieden
Geschiedenis.
Het terrein bestaat hoofdzakelijk uit ondiepe plassen, die ontstaan zijn door
vroegere ontginning van steenbakkersklei. Nadien werd het bedreigd door door
plannen voor het leegpompen van de putten om er afval inte torten, waarvan de
realisatie kon verhinderd worden onder druk van de plaatselijke bevolking. Ook
de verstoring door bezoekers eiste zijn tol.
Sinds ca. 1976 kan een sterke botanische achteruitgang vastgesteld worden,
tengevolge van spontaan optredende, "natuurlijke"
verouderingsprocessen van de biotopen. De Viconia kleiputten (22 ha) werden als
staatsnatuurreservaat ingesteld bij KB van 1981. Door een weloverwogen beheer
wordt gepoogd om de vroegere natuurhistorische waarden opnieuw te bereiken.
Aard van de biotopen.
Gelegen in een open polderlandschap, draagt het gebied bij tot de ecologische diversiteit door de aanwezigheid van dieper en ondiep open water, slikranden, rietkragen en weilanden.
Flora.
Het grillige vegetatiepatroon ontstond door onregelmatig afgraven van klei. Van open water naar droog milieu kan men achtereenvolgens aantreffen: Riet - Waterbies, Fioringras, Goudzuring en Lidsteng - Zeegroene rus. Andere floristische interessante soorten: Knopig doornzaad, Doorschcijnend sterrekroos en Smalle waterweegbree.
Fauna.
Als broedvogels: Dodaars en Baardmannetje, enerzijds Fuut en anderzijds Kuif- en Tafeleend in de midwinter als respectievelijke overwinteraars en pleisteraars. ANdere pleisteraars zijn Grauwe gans, Winter- en Zomertaling, Kleine zwaan, Slobeend, Waterral, Grutto, Kemphaan en minder frequent Roerdomp. De Aalscholver overwintert er jaarlijks. Ook roofvogels zoals Slechtvalk, Buizerd, Torenvalk, Bruine en Blauwe kiekendief, Sperwer en Smelleken worden er waargenomen.
Ligging: Stuivekenskerke, tussen de Ijzer en de Vicognehoeve.
Toegang: een deel van de wandelpaden is vrij toegankelijk
Beheerder: Houtvesterij Brugge 050/33.36.71.
Bron: Beschermde gebieden in Vlaanderen, AROL Brussel 1988
Het gebied ontleent zijn naam aan de nabijgelegen voormalige
abdijhoeve "Viconia". Deze hoeve hing indertijd af van de
Norbertijnerabdij van Vicoigne in Frankrijk.
Het reservaat bestaat uit een reeks ondiepe, door kleiwinning ontstane vijvers.
De ontginningen gebeurden vanaf 1945 in opeenvolgende periodes, waaronder oude
en recentere uitgravingen vorm gaven aan een landschap van open water en
rietmoeras. Het terrein is bijzonder gradiëntrijk, met overgangsvormen van
droog naar nat, van veen naar klei en van zoet naar zout. Het gebied herbergt
dan ook een grote verscheidenheid aan moerasplanten.
De ondiepe percelen worden ingenomen door rietland. Langs oevers en greppels
groeit Waterbies, Lidsteng, Zeegroene rus en Grote lisdodde. Het optreden van
Zulte en Aardbeiklaver op de hogere terreingedeelten wijst op een zekere
verzilting van de bodem.
De kleiputten zijn eveneens bijzonder waardevol als broed- en
fourageergbied voor tal van watervogels. Broedvogels zijn er o m Dodaars, Fuut,
Tafeleend, Kuifeend, Slobeend, Zomertaling, Grote en Kleine karekiet, Rietzanger
en Rietgors. Bruine en Blauwe kiekendief, Smient, Wintertaling, Waterral,
Kemphaan, Grutto zijn er bovendien regelmatige doortrekkers. Grote
winterpopulaties Wilde eend en Meerkoet gaven in het verleden aanleiding tot
spanningen met naburige landbouwers wegens vraatschade. Door het aanbrengen van
een afrastering rond het reservaat wordt gepoogd om het uitzwermen van deze
soort te voorkomen.
Hoewel het terrein zelf niet betreden kan worden, heeft men vanop de
aangrenzende IJzerdijk een goed uitzicht op hzet reservaat. Recentelijk is ook
en observatiehut in het terrein aangebracht. Voor het gadeslaan van de vele
riet- en watervogels blijft niettemin een goede kijker aangewezen.
Voor wie enkele dagen in de vogelrijke omgeving van het reservaat en de
IJzerbroeken wil vertoeven, biedt de Viconiahoeve (051/55.52.30) een uitgelezen
verblijf.
Ligging: gelegen langsheen de IJzer ten zuidoosten van
de dorpskern van Stuivekenskerke - bereikbaar via de IJzerdijk
Oppervlakte: 22 ha
Eigenaar: Vlaams Gewest
Beheerder: Aminal dienst Waters en Bossen
Toegankelijkheid: niet vrij toegankelijk - geleide wandelingen op
aanvraag bij beheerder 050/45.41.58
Bron: Focus op groen Handboek van de natuurgebieden en wandelterreinen in West-Vlaanderen, Westvlaamse Vereniging voor de Vrije Tijd vzw, 1994
Terug naar Tabel overige naturgebieden