De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;

Hij doet mij nederliggen in grazige weiden;

Hij voert mij aan rustige wateren,

Hij verkwikt mijn ziel.

Hij leidt mij in de rechte sporen

Om zijn naams wil.

Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,

Ik vrees geen kwaad,

want Gij zijt bij mij;

Uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

Gij richt voor mij een dis aan

Voor de ogen van wie mij benauwen;

Gij zalft mijn hoofd met olie,

Mij beker vloeit over.

Ja, heil en goedertierendheid zullen mij volgen

Al de dagen van mijn leven;

Ik zal in het huis des Heren verblijven

Tot in lengte van dagen

 

Een psalm van David.